As-Siddieq — Kenniscentrum Islam

Aḥadīthi’l Qudsiyyah — Hoofdstuk 10: Overleveringen over de schepping van de mens in de buik van zijn moeder

Onderwerp: Hadith

Lees dit boek in de online lezer

11. Overleveringen over de schepping van de mens in de buik van zijn moeder

De ḥadīth: “De eerste scheppingsfase van een van jullie blijft gedurende een bepaalde tijd in de buik van zijn moeder”

Deze ḥadīth is door al-Bukhārī (رضي الله عنه) in verschillende delen van zijn Sahîh overgeleverd. Hij vermeldde deze in:

Kitāb Badʾ al-Khalq, deel 4, p. 111, in het hoofdstuk “Het vermelden van de engelen”

Deel 4, p. 133, in het hoofdstuk “De schepping van Ādam (عليه السلام)”

Kitāb al-Qadar, deel 8, p. 122

Kitāb at-Tawḥīd, deel 9, p. 135, in het hoofdstuk over de āyah: “وَلَقَدۡ سَبَقَتۡ كَلِمَتُنَا لِعِبَادِنَا ٱلۡمُرۡسَلِينَ ١٧١ En waarlijk, Ons woord is voorafgegaan aan Onze gezonden dienaren.

Hieronder volgt de tekst zoals overgeleverd in Kitāb at-Tawḥīd:

99. Van … ʿAbdullāh ibn Masʿūd (رضي الله عنه), Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) zei: “De schepping van een van jullie wordt als een druppel (nutfah) gedurende veertig dagen en veertig nachten in de buik van zijn moeder samengebracht. Daarna wordt het even lang een bloedklonter (ʿalaqah), vervolgens wordt het even lang een stukje vlees (muḍghah).Daarna zendt Allāhu (تعالى) een engel naar hem, aan wie de toestemming wordt gegeven (of de opdracht wordt gegeven), om vier zaken te schrijven: zijn levensonderhoud (rizq), zijn levensduur (ajal), zijn daden (a`māl), en of hij ongelukkig (shaqī) of gelukkig (sa`īd) zal zijn.Vervolgens wordt de rûh ingeblazen.Iemand van jullie kan de daden van de bewoners van Jannah verrichten totdat er slechts een armlengte tussen hem en Jannah overblijft, maar dan gaat het besluit voor en begint hij de daden van de bewoners van Jahannam te verrichten, waarna hij Jahannam binnengaat.En iemand van jullie kan de daden van de bewoners van Jahannam verrichten totdat er slechts een armlengte tussen hem en Jahannam overblijft, maar dan gaat het besluit voor en begint hij de daden van de bewoners van Jannah te verrichten, waarna hij Jannah binnengaat.”

100- In sommige overleveringen is er ook de toevoeging dat vóór de woorden “van een van jullie” de uitdrukking “bij Allāh (ik zweer het)” voorkomt. In sommige versies staat in plaats van “van een van jullie” de uitdrukking “een man”. In andere overleveringen wordt de afstand niet als één armlengte genoemd, maar als twee armlengtes. In enkele overleveringen wordt deze afstand ook vermeld als een armspan.

Deze ḥadīth is door Ibn Mājah overgeleverd in zijn Sunan, deel 10, p. 20–21, in het hoofdstuk over al-Qadar.

101. Daar vermeldt hij na de isnād het volgende:Van ʿAbdullāh ibn Masʿūd (رضي الله عنه), de waarheidsprekende en als waar bevestigde an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) heeft ons verteld:“De eerste fase van de schepping van een van jullie is dat hij veertig dagen in de buik van zijn moeder als een druppel (nutfah) blijft. Daarna wordt hij gedurende dezelfde periode een bloedklonter (ʿalaqah), en daarna gedurende dezelfde periode een stukje vlees (muḍghah).Vervolgens zendt Allāhu (تعالى) de engel. Hem wordt opgedragen vier zaken te schrijven. Allāh zegt: schrijf zijn daden (a`māl), zijn levensduur (ajal), zijn levensonderhoud (rizq), en of hij tot de bewoners van Jannah of Jahannam behoort.Bij Allāh, buiten Wie er geen ander godheid is, iemand van jullie kan de daden van de bewoners van Jannah verrichten totdat er slechts een armlengte tussen hem en Jannah overblijft, maar dan gaat het besluit vooraf en begint hij de daden van de bewoners van Jahannam te verrichten, waarna hij Jahannam binnengaat.En iemand van jullie kan de daden van de bewoners van Jahannam verrichten totdat er slechts een armlengte tussen hem en Jahannam overblijft, maar dan gaat het besluit vooraf en begint hij de daden van de bewoners van Jannah te verrichten, waarna hij Jannah binnengaat.”

Imām Muslim heeft deze ḥadīth ook in zijn Ṣaḥīḥ overgeleverd via verschillende ketens, van ʿAbdullāh ibn Masʿūd (رضي الله عنه) en andere ṣaḥābah. Vanwege het grote nut zullen deze overleveringen later afzonderlijk worden vermeld.

Volgens de marginale aantekening van al-Qasṭallānī in zijn voetnoot, deel 10, p. 19, in het hoofdstuk “De toestand van de schepping van de mens in de buik van de moeder”, wordt de volgende overlevering vermeld:

102.

Van … ʿAbdullāh ibn Masʿūd (رضي الله عنه), de waarheidsgetrouwe en als waar bevestigde Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) heeft het volgende gezegd: “De eerste druppel (nutfah) van een van jullie wordt veertig dagen in de buik van zijn moeder verzameld (of wacht daar), daarna wordt het gedurende dezelfde periode een bloedklonter (ʿalaqah), en daarna gedurende dezelfde periode een stukje vlees (muḍghah).Daarna zendt Allāhu (تعالى) een engel naar hem. De engel blaast de rûh in hem en krijgt de opdracht om vier zaken te schrijven: zijn levensonderhoud (rizq), zijn levensduur (ajal), zijn daden (a`māl), en of hij tot de bewoners van Jannah of Jahannam behoort.Bij Allāh, naast Wie er geen ander godheid is, iemand van jullie kan de daden van de bewoners van Jannah verrichten totdat er slechts een armlengte tussen hem en Jannah overblijft, maar dan gaat het besluit vooraf en begint hij de daden van de bewoners van Jahannam te verrichten, waarna hij Jahannam binnengaat.En iemand van jullie kan de daden van de bewoners van Jahannam verrichten totdat er slechts een armlengte tussen hem en Jahannam overblijft, maar dan gaat het besluit vooraf en begint hij de daden van de bewoners van Jannah te verrichten, waarna hij Jannah binnengaat.”

103. In de overlevering van Wakīʿ ibn al-Jarrāḥ staat:“De eerste druppel (nutfah) van een van jullie blijft veertig nachten in de buik van zijn moeder,” terwijl in de overleveringen van Jarīr en ʿĪsā staat: “veertig dagen.”

104. Ook in de overlevering van Muʿādh via Shuʿbah staat: “veertig dagen” in plaats van “veertig nachten.”

In deze ḥadīth wordt overgeleverd dat:105. Van … Ḥudhayfah ibn Asīd al-Ghifārī (رضي الله عنه), dat an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) zei:“De nutfah blijft veertig of vijfenveertig nachten in de buik van de moeder.

Daarna komt de engel tot haar en vraagt: O mijn Rab, zal hij tot de bewoners van Jannah behoren of tot de bewoners van Jahannam? En hij schrijft wat hem wordt geantwoord.Daarna vraagt hij: O mijn Rab, zal een jongen of een meisje zijn?Daarbij worden zijn daden, zijn handelingen, zijn levensduur en zijn levensonderhoud vastgelegd. Vervolgens worden de bladen gesloten. Er wordt niets toegevoegd en er wordt niets van afgenomen.”

In Ṣaḥīḥ Muslim, volgens de marginale aantekening van al-Qasṭallānī in zijn voetnoot, deel 10, p. 74, wordt de volgende overlevering vermeld: 106. Van … `Āmir ibn Wāthilah dat hij zei: “Ik hoorde ʿAbdullāh ibn Masʿūd (رضي الله عنه) zeggen: ‘De ongelukkige (shaqī) is degene die al in de buik van zijn moeder ongelukkig is, en de gelukkige (saʿīd) is degene die lering trekt uit wat anderen is overkomen.”Daarna kwam hij naar Ḥudhayfah ibn Asīd al-Ghifārī (رضي الله عنه) en vroeg hem: “Hoe kan iemand ongelukkig zijn zonder ook maar een daad te hebben verricht?”Toen antwoordde Ḥudhayfah (رضي الله عنه): “Verbaast dit jou? Ik hoorde Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) zeggen: ‘Wanneer er tweeënveertig nachten zijn verstreken sinds de nutfah in de buik van de moeder is geplaatst, zendt Allāh een engel naar hem. De engel vormt hem en maakt zijn gehoor, zijn zicht, zijn huid, zijn vlees en zijn botten duidelijk en bepaald.Daarna vraagt hij: O mijn Rab, zal het een jongen of een meisje zijn? En jouw Rab beslist zoals Hij wil, en de engel schrijft het op.Vervolgens vraagt de engel: O mijn Rab, wat is zijn levensduur (ajal)? En jouw Rab bepaalt wat Hij wil, en de engel schrijft het op.Daarna vertrekt de engel met het boek (ṣaḥīfah) in zijn hand. Er wordt niets aan toegevoegd en er wordt niets van afgenomen.”

Een andere overlevering van Imām Muslim in dit hoofdstuk luidt als volgt:

107. Van…

Abū al-Ṭufayl zei: Ik ging naar Abū Sarīḥah (Ḥudhayfah ibn Asīd al-Ghifārī (رضي الله عنه), en hij zei tegen mij: “Met deze twee oren heb ik Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) horen zeggen,” en hij overleverde de ḥadīth:“De nutfah blijft veertig nachten in de baarmoeder, waarna de engel hem vormt.”Zuhayr (een van de overleveraars) zei: “Ik denk dat hij in deze context zei: “de engel die hem vormt.”De ḥadīth gaat verder: De engel vraagt: “O mijn Rab, zal het een jongen of een meisje zijn?” en Allāhu (تعالى) bepaalt het als mannelijk of vrouwelijk.Daarna vraagt de engel: “O mijn Rab, zal het gezond of misvormd zijn?” en Allāh maakt het zoals Hij wil.Vervolgens vraagt hij: “O mijn Rab, wat is zijn levensonderhoud (rizq), zijn levensduur (ajal), en zijn karakter?”Daarna maakt Allāh hem tot een ongelukkige (shaqī) of een gelukkige (sa`īd).

108. In een andere overlevering van Ḥudhayfah ibn Asīd al-Ghifārī (رضي الله عنه) is toegevoegd:“Er wordt een engel aangesteld die over de baarmoeder is belast. Wanneer Allāh iets wil scheppen, voltooit Hij het, met de toestemming van Allāh, binnen om en bij veertig dagen.” Het overige deel komt overeen met de eerder genoemde ḥadīth.

109. Volgens een marfūʿ overlevering van Anas ibn Mālik (رضي الله عنه) heeft hij gezegd:“Allāhu (تعالى) heeft een engel belast met de baarmoeder. Deze engel zegt: ‘O mijn Rab, het is een nutfah geworden; o mijn Rab, het is een bloedklonter (ʿalaqah) geworden; o mijn Rab, het is een stukje vlees (muḍghah) geworden.’Wanneer Allāh het wil om daaruit een mens te scheppen, geeft Hij Zijn bevel.

Dan vraagt de engel: ‘O mijn Rab, zal het een meisje of een jongen zijn, ongelukkig (shaqī) of gelukkig (sa`īd), wat zal zijn levensonderhoud (rizq) zijn en wanneer zal zijn levensduur (ajal) eindigen?’En hij schrijft dit alles op terwijl het zich nog in de buik van de moeder bevindt.”

Uitleg van aḥadīth 108-109:

De uitdrukking “er blijft slechts een dhirāʿ (armlengte) tussen hem en Jannah” duidt erop dat de afstand zeer klein is.Uit deze overleveringen blijkt dat de zichtbare daden slechts tekenen zijn die bepaalde toestanden aan het licht brengen. Waar iets uiteindelijk op uitloopt, is reeds in de voorbeschikking van Allāh (qadar) vastgelegd.Imām an-Nawawī legt in zijn commentaar uit dat de uitdrukking “de waarheidsgetrouwe en als waar bevestigde” betekent: iemand die altijd de waarheid spreekt en wiens verkondigingen in de loop van de tijd door openbaring bevestigd worden.In de verschillende overleveringen bestaan uiteenlopende beschrijvingen over het moment waarop de engel komt. De geleerden hebben deze als volgt met elkaar in overeenstemming gebracht: “De engel wordt vanaf het moment dat de nutfah zich in de baarmoeder nestelt daaraan toegewezen en volgt de ontwikkelingen. Wanneer de tijd daar is, zegt hij: “O mijn Rab, het is een nutfah geworden; een bloedklonter (ʿalaqah) en een stukje vlees (muḍghah) geworden.’Met de toestemming van Allāhu (تعالى) meldt hij elke ontwikkeling in de baarmoeder op het juiste moment.Allāhu (تعالى) weet alles wat gebeurt het best.De engel heeft specifieke momenten waarop hij spreekt en zijn taak uitvoert. Het eerste moment is wanneer Allāhu (تعالى) de nutfah schept en deze laat overgaan in de vorm van een ʿalaqah (bloedklonter). Op dat moment weet de engel voor het eerst dat er een kind zal ontstaan, want niet uit elke nutfah ontstaat een kind. Deze overgang vindt plaats na veertig dagen. Op dit moment schrijft de engel het levensonderhoud (rizq), de levensduur (ajal), de daden (aʿmāl) en of het kind saʿīd (gelukkig) of shaqī (ongelukkig) zal zijn.

Daarna verricht de engel op een ander moment een tweede handeling, namelijk het vormgeven van het kind: het vormen van de oren, ogen, huid, botten en de geslachtskenmerken (een jongen of een meisje). Dit is de tweede handeling van de engel. Dit vindt plaats in de derde periode van veertig dagen, namelijk de fase waarin de bloedklonter (ʿalaqah) overgaat in een stukje vlees (muḍghah). De vormgeving wordt voltooid vóórdat de derde periode van veertig dagen eindigt en vóórdat de rûh erin wordt geblazen. De rûh wordt namelijk pas ingeblazen nadat de vorm van het kind volledig duidelijk en vastgesteld is.

In een van de overleveringen waarin staat: “Nadat er tweeënveertig dagen zijn verstreken sinds de nutfah in de baarmoeder is geplaatst, zendt Allāh een engel naar haar.

De engel geeft vorm aan die nutfah en maakt zijn oren, ogen, huid, vlees en botten duidelijk en bepaald...”, zeggen de Qur’ān-excegeet (mufassir) al-Bayḍāwī en anderen het volgende: “Dit moet niet letterlijk op zijn uiterlijke betekenis worden genomen, want als het letterlijk wordt opgevat, klopt het niet. De bedoeling is dat wordt opgeschreven welke vorm het kind zal krijgen. Daarna wordt wat opgeschreven is op een later moment daadwerkelijk gerealiseerd. Want het is algemeen bekend dat er in de praktijk na de eerste veertig dagen nog geen volledige vormgeving van het kind plaatsvindt. De vorm van het kind wordt pas voltooid tijdens de derde periode van veertig dagen.

Dit is de fase waarin de bloedklonter (ʿalaqah) overgaat in een stukje vlees (muḍghah).Zoals ook in de Qurʾān wordt gezegd:وَلَقَدۡ خَلَقۡنَا ٱلۡإِنسَٰنَ مِن سُلَٰلَةٖ مِّن طِينٖ ١٢En voorwaar, Wij hebben de mens uit een extract van klei geschapen.ثُمَّ جَعَلۡنَٰهُ نُطۡفَةٗ فِي قَرَارٖ مَّكِينٖ ١٣Toen maakten Wij hem tot een druppel (en brachten het onder) in een veilig onderkomen.ثُمَّ خَلَقۡنَا ٱلنُّطۡفَةَ عَلَقَةٗ فَخَلَقۡنَا ٱلۡعَلَقَةَ مُضۡغَةٗ فَخَلَقۡنَا ٱلۡمُضۡغَةَ عِظَٰمٗا فَكَسَوۡنَا ٱلۡعِظَٰمَ لَحۡمٗا ثُمَّ أَنشَأۡنَٰهُ خَلۡقًا ءَاخَرَۚ فَتَبَارَكَ ٱللَّهُ أَحۡسَنُ ٱلۡخَٰلِقِينَ ١٤\Toen vormden Wij de druppel tot een bloedklonter, daarna maakten Wij van de klonter een kleine vleesklomp, waarna Wij die kleine vleesklomp voorzagen van beenderen, vervolgens bekleedden Wij die beenderen met vlees en later brachten Wij het voort als een andere schepping. Gezegend dus is Allāh, de Beste der Scheppers. (Muʾminūn, 23:12–14)

Na vier maanden, nadat de rûh in de foetus is geblazen, geeft de engel hem nog een verdere vorm.

De geleerden zijn het erover eens dat het inblazen van de rûh pas plaatsvindt na het voltooien van vier maanden. In een overlevering in de Ṣaḥīḥ van al-Bukhārī staat:“De schepping van een van jullie begint als een nutfah die veertig nachten in de buik van zijn moeder blijft. Daarna wordt het gedurende dezelfde tijd een bloedklonter (ʿalaqah), vervolgens gedurende dezelfde tijd een stukje vlees (muḍghah). Daarna zendt Allāhu (تعالى) een engel naar hem, aan wie de opdracht wordt gegeven om vier zaken te schrijven: zijn levensonderhoud (rizq), zijn levensduur (ajal), zijn daden (aʿmāl), en of hij tot de bewoners van Jannah of Jahannam behoort.

Daarna wordt de rûh in hem geblazen.”

De uitdrukking “daarna” duidt erop dat het schrijven van de engel van deze zaken plaatsvindt na het verstrijken van de derde periode van veertig dagen.

In sommige andere overleveringen lijkt het alsof dit al na de eerste veertig dagen gebeurt. De geleerden hebben dit als volgt verklaard: “De woorden “daarna wordt een engel gezonden...” zijn verbonden met de zin “veertig dagen blijft hij in de baarmoeder als nutfah”, en niet met de daaropvolgende zinnen. De zin “vervolgens wordt hij een bloedklonter...” is een tussenzin (jumlatun muʿtaridah), die ter verduidelijking is ingevoegd. Dit komt veel voor in de Arabische taal, en er zijn vele voorbeelden hiervan in de Qurʾān, in authentieke ḥadīth en in het gewone Arabisch taalgebruik”.

al-Bayḍāwī en andere mufassirūn zeggen: “De betekenis van het feit dat de engel wordt gezonden om deze zaken te schrijven, is dat die engel daarmee wordt opgedragen om datgene uit te voeren wat vermeld is. In wezen maakt de ḥadīth echter duidelijk dat de engel reeds van meet af aan aan de moederschoot is toegewezen. Zoals eerder is vermeld, zegt de engel: “O mijn Rab, het is een nutfah geworden; o mijn Rab, het is een bloedklonter (`alaqah) geworden.”In de overlevering van Anas ibn Mālik (رضي الله عنه) staat: “Wanneer Allāh daaruit een mens wil scheppen, geeft Hij Zijn bevel. Dan zegt de engel: O mijn Rab, zal het een meisje of een jongen zijn...”Dit is niet in tegenspraak met de uitleg die wij eerder hebben gegeven. Hier wordt dit vermeld nadat is gezegd dat de engel dit uitspreekt en dat de bloedklonter (`alaqah) een stukje vlees (muḍghah) wordt. Omdat hiermee echter een nieuw onderwerp wordt geïntroduceerd, geldt dit als het begin van de uitspraak. Daarmee wordt een afzonderlijke situatie en het begin van een nieuwe ontwikkeling bedoeld.

In deze overlevering wordt eerst in volgorde beschreven in welke stadia de nutfah overgaat van de ene toestand naar de andere. In het tweede deel wordt vervolgens gesproken over wat de engel zegt wanneer Allāhu (تعالى) de nutfah wil laten overgaan in een `alaqah.

Daarnaast vindt het schrijven van de rızq (levensonderhoud), de ajal (levensduur), het al dan niet behoren tot de bewoners van Jannah of Jahannam, de aʿmāl (daden) en het een jongen of een meisje zal zijn op basis van het bevel dat de engel ontvangt om dit te registreren en uit te voeren wat hem wordt meegedeeld.

De kennis (`ilm), het besluit (hukm) en de wil (iradah) van Allāhu (تعالى) hierover bestonden echter reeds vóór deze gebeurtenissen. De kennis van Allāh is eeuwig en voorafgaand aan alles.

In de ḥadīth waar wordt gezegd: “er blijft tussen een van jullie en Jannah slechts een armlengte (dhirāʿ) over…”, wordt bedoeld dat de toestand van die persoon kan veranderen op het moment waarin hij dicht bij de dood staat en in die toestand sterft, waardoor het mogelijk wordt dat hij Jannah binnen gaat. Wanneer wordt gezegd dat er slechts een armlengte afstand over is, wordt daarmee een nabijheid bedoeld die lijkt op de situatie van iemand in deze wereld die nog maar een kleine afstand hoeft af te leggen om zijn bestemming te bereiken.

Het doel van deze ḥadīth is om aan te geven dat deze situatie niet iets algemeens is, maar eerder een zeldzame toestand onder mensen. Het terugkeren van mensen naar het goede nadat zij veel slechte daden hebben verricht, behoort tot Allāhu (تعالى) edelmoedige gunst en de onmetelijke omvang van Zijn barmhartigheid. Het omgekeerde, dat iemand van een staat van goedheid naar slechtheid verandert, komt zeer zelden voor en is uiterst uitzonderlijk. “Mijn genade (raḥmah) heeft Mijn toorn/woede (ghaḍab) overtroffen”en “Mijn genade heeft de overhand op Mijn toorn/woede” wijst ook op deze betekenis.

De overgang van een mens van een staat van goedheid naar slechtheid gebeurt door het verrichten van daden die leiden tot ongeloof (kufr) of zonden die Jahannam noodzakelijk maken. De toestand van deze twee is echter verschillend: de ene zal eeuwig in Jahannam verblijven, terwijl de ander er slechts een straf ondergaat en daarna wordt bevrijd.Wie overlijdt in een toestand van ongeloof (kufr), zal eeuwig in Jahannam blijven.

Degene die sterft terwijl hij de eenheid van Allāhu (تعالى) heeft erkend en in zijn wereldse leven zonden heeft begaan, zal, zoals eerder is vermeld, niet eeuwig in Jahannam verblijven.

In deze ḥadīth wordt duidelijk bevestigd dat de voorbeschikking (qadar) waarheid is. Tevens wordt aangegeven dat berouw (tawbah) eerdere zonden uitwist. Ook uit de ḥadīth blijkt dat de mens geoordeeld wordt naar de toestand waarin hij sterft. Over degenen die zonden hebben begaan zonder in kufr te vervallen, geldt dat Allāhu (تعالى) bepaalt of zij straf zullen ondergaan of vergeving zullen ontvangen. Allāh weet het het beste.