As-Siddieq — Kenniscentrum Islam

Aḥadīthi’l Qudsiyyah — Hoofdstuk 25: Niemand kan onafhankelijk zijn van de gunst (faḍl) van Allāhu (تعالى).”

Onderwerp: Hadith

Lees dit boek in de online lezer

29. Niemand kan onafhankelijk zijn van de gunst (faḍl) van Allāhu (تعالى).”

De ḥadīth over het wassen van Ayyūb (عليه السلام) en dat er een gouden sprinkhaan op hem neerdaalde.

Deze ḥadīth wordt door al-Bukhārī vermeld in deel 1, blz. 64, in Kitāb al-Ghusl, in het hoofdstuk “De toestand van het verrichten van ghusl in naakte staat”.

277.Van … Abū Hurayrah (رضي الله عنه), Rasūlullāh (صلى الله عليه وسلم) zei: “Ayyūb (عليه السلام) verrichtte ghusl terwijl hij naakt was. Op dat moment viel er een gouden sprinkhaan op hem. Ayyūb (عليه السلام) nam toen onmiddellijk zijn kleding en trok die aan. Zijn Rab zei tegen hem: ‘Heb Ik jou niet onafhankelijk gemaakt van alles wat je ziet?”Hij zei: ‘Ja, bij Uw Eer, dat is zo, maar ik kan niet zonder Uw zegening (barakah) die U geeft.”

al-Bukhārī heeft deze ḥadīth ook overgeleverd in deel 4, blz. 151, in Kitāb Badʾ al-Khalq, in het hoofdstuk dat verbonden is met de āyah:

وَأَيُّوبَ إِذۡ نَادَىٰ رَبَّهُۥٓ أَنِّي مَسَّنِيَ ٱلضُّرُّ وَأَنتَ أَرۡحَمُ ٱلرَّٰحِمِينَ ٨٣

En (gedenk) Ayyoeb, die zijn Heer aanriep: “Waarlijk, de ellende heeft mij gegrepen, maar U bent de meest Genadevolle der Genadevollen.” (Anbiyā’, 21:83)

Daarnaast vermeldt hij deze ḥadīth ook in deel 9, blz. 143, in Kitāb at-Tawḥīd, in het hoofdstuk over de āyah:

يُرِيدُونَ أَن يُبَدِّلُواْ كَلَٰمَ ٱللَّ

…Zij willen Allāh’s woorden veranderen... (Fatḥ, 48:15):

278. Alleen wordt in deze twee overleveringen, in tegenstelling tot de bovenstaande overlevering, gezegd: “een zwerm gouden sprinkhanen daalde op hem neer.”

279. An-Nasāʾī heeft deze ḥadīth ook overgeleverd in deel 1, blz. 201, in het hoofdstuk “Zich achter een scherm plaatsen tijdens het verrichten van ghusl”.

De tekst van deze overlevering komt overeen met die van al-Bukhārī in Kitāb al-Ghusl. Alleen wordt daar het woord “barakah” in enkelvoud gebruikt, terwijl het hier in meervoud staat als “barakāt”.

Uitleg van de aḥadīth 277 - 279

Qastallānī zegt: “Het is niet duidelijk of de sprinkhaan die op Ayyūb (عليه السلام) viel een werkelijk levend dier was met een rûh, of een vorm van een gouden voorwerp in de gedaante van een sprinkhaan zonder rûh. In Sharḥ at-Taqrīb wordt gesteld dat de tweede mogelijkheid sterker is”.

Het roepen (nidā) van Allāhu (تعالى) tot Ayyūb (عليه السلام) kan worden begrepen zoals het gesprek met Mūsā (عليه السلام), of als een mededeling die via een van de engelen wordt overgebracht.Qastallānī zegt vervolgens: Het is niet mogelijk dat Ayyūb (عليه السلام) dit bezit, de gouden sprinkhaan, uit wereldse gehechtheid heeft genomen. Hij nam het slechts aan omdat hij het beschouwde als een zegening (barakah) van zijn Rab, zoals hij ook zelf zijn toestand heeft toegelicht. Het werd zelfs gezien als iets dat aanvaard mocht worden, omdat het een gunst betrof die Allāhu (تعالى) kort daarvoor had geschonken, of een nieuwe zegen met een bijzondere eigenschap die het gewone overstijgt.

Daarin ligt de betekenis van dankbaarheid (shukr) tegenover Allāhu (تعالى) en het tonen van Zijn verhevenheid. Het weigeren ervan zou juist ondankbaarheid en het afwijzen van een gave van Allāh betekenen.

Uit de ḥadīth blijkt dat het toegestaan is om naakt te douchen. Want Allāhu (تعالى) heeft Ayyūb (عليه السلام) niet berispt vanwege het naakt douchen, maar vanwege de manier waarop hij de sprinkhanen verzamelde. (Einde van de uitleg van Qastallānī.)

Ik zeg: er is overgeleverd dat Mūsā (عليه السلام) zich ook naakt waste, waarbij een steen zijn kleding meenam. Hij sloeg de steen en zei twee keer: “Mijn kleding, mijn kleding, o steen.” (Sharḥ al-Qastallānī, deel 1, blz. 333)