As-Siddieq — Kenniscentrum Islam

Aḥadīthi’l Qudsiyyah — Hoofdstuk 6: De liefde van Allahu (تعالى) voor Zijn dienaar en de invloed daarvan op de liefde van de schepselen tegenover hem

Onderwerp: Hadith

Lees dit boek in de online lezer

7. De liefde van Allahu (تعالى) voor Zijn dienaar en de invloed daarvan op de liefde van de schepselen tegenover hem

De ḥadīth: “Wanneer Allāh een dienaar liefheeft, roept Hij Jibrīl…”al-Bukhārī heeft deze ḥadīth overgeleverd in Kitāb Badʾ al-Khalq, deel 4, blz. 111, in het hoofdstuk “De gedenking (dhikr) van de engelen”:

74. Van … Abū Hurayrah (رضي الله عنه), Rasulullah (صلى الله عليه وسلم) heeft gezegd, en via een andere overleveringsweg heeft ook Abū ʿĀṣim van Ibn Jurayj overgeleverd, terwijl de overige overleveraars dezelfde zijn: “Wanneer Allāh een dienaar liefheeft, roept Hij Jibrīl (عليه السلام) en zegt: ‘Voorwaar, Allāh houdt van die en die, houd jij daarom ook van hem.’ Daarop houdt Jibrīl van hem en roept vervolgens de bewoners van de hemel toe: ‘Allāh houdt van die en die, houd daarom ook van hem.’ Dan houden de bewoners van de hemel van hem, waarna voor hem aanvaarding, genegenheid en eerbied worden gelegd in de harten van de bewoners van de aarde.”

75. al-Bukhārī heeft deze ḥadīth ook overgeleverd in Kitāb al-Adab, deel 8, blz. 14, in het hoofdstuk “Allahs liefde”.De bewoording van de ḥadīth is hier hetzelfde als de eerder genoemde versie. Alleen is hier in plaats van de uitdrukking “fī al-arḍ” (op aarde) de uitdrukking “fī ahli al-arḍ” (onder de bewoners van de aarde) gebruikt.

76.Deze ḥadīth is door al-Bukhārī eveneens letterlijk vermeld in Kitāb al-Tawḥīd.De tekst van de ḥadīth “Wanneer Allāh een dienaar liefheeft” is zoals hierboven vermeld.

Imām Muslim heeft deze ḥadīth overgeleverd in Kitāb al-Bir wa as-Ṣilah, deel 10, blz. 63 (volgens de marginale aantekening van al-Qasṭallānī), in het hoofdstuk: “Wanneer Allāh een dienaar liefheeft, maakt Hij hem geliefd bij Zijn dienaren”.

77. Van … Abū Hurayrah (رضي الله عنه), Rasulullah (صلى الله عليه وسلم) heeft gezegd: “Wanneer Allāh een dienaar liefheeft, roept Hij Jibrīl (عليه السلام) en zegt: ‘Voorwaar, Ik houd van die en die, houd jij daarom ook van hem.”Rasulullah (صلى الله عليه وسلم) zei vervolgens: “Daarop houdt Jibrīl van hem en roept hij in de hemel: ‘Allāh houdt van die en die, houd daarom ook van hem.’ Dan houden de bewoners van de hemel van hem.

Vervolgens wordt in de harten van degenen op aarde een gevoel van genegenheid voor hem geplaatst. En wanneer Allāh een dienaar verafschuwt, roept Hij Jibrīl (عليه السلام) en zegt: ‘Ik verafschuw die en die, verafschuw jij hem daarom ook.’ Daarop verafschuwt Jibrīl hem, waarna hij onder de bewoners van de hemel uitroept: ‘Allāh verafschuwt die en die, verafschuw hem daarom ook.’ Vervolgens verafschuwen de bewoners van de hemel hem ook. Daarna wordt onder de bewoners van de aarde een gevoel van vijandigheid tegenover hem geplaatst.”

Imām Mālik heeft deze ḥadīth overgeleverd in al-Muwaṭṭaʾ, op blz. 209 van het tweede deel van de marginale aantekening van Maṣābīḥ al-Sunnah, in het hoofdstuk: “Overleveringen betreffende degenen die elkaar liefhebben omwille van Allāh”.

78. Van … Abū Hurayrah (رضي الله عنه), Rasulullah (صلى الله عليه وسلم) heeft gezegd: “Wanneer Allāh een dienaar liefheeft, zegt Hij tegen Jibrīl (عليه السلام): ‘Ik heb die en die lief, houd jij daarom ook van hem.’ Daarop houdt Jibrīl van hem en roept onder de bewoners van de hemel: ‘Allāh houdt van die en die, houd daarom ook van hem.’ Vervolgens houden de bewoners van de hemel van hem. Daarna wordt voor deze persoon onder de bewoners van de aarde een gevoel van genegenheid geplaatst.”

Daarna zei Imām Mālik: “Wat betreft degene voor wie afkeer bestaat: ik herinner mij de exacte bewoordingen niet meer, maar ik meen dat er een soortgelijke uitspraak is overgeleverd met betrekking tot degene die door Allāhu (تعالى) wordt verafschuwd.

79.Al-Tirmidhī (رحمه الله) heeft deze ḥadīth overgeleverd in deel 2, blz. 198, in het hoofdstuk over Sūrah Maryam: Van Abū Hurayrah (رضي الله عنه), Rasulullah (صلى الله عليه وسلم) heeft gezegd: “Wanneer Allāh een dienaar liefheeft, roept Hij Jibrīl en zegt: ‘Ik houd van die en die, houd jij daarom ook van hem.’ Vervolgens maakt Jibrīl (عليه السلام) dit bekend in de hemel, waarna onder de bewoners van de aarde liefde voor hem wordt neergelegd. Deze betekenis bevindt zich in de volgende āyah van Allahu (تعالى):إِنَّ ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ وَعَمِلُواْ ٱلصَّٰلِحَٰتِ سَيَجۡعَلُ لَهُمُ ٱلرَّحۡمَٰنُ وُدّٗا ٩٦Waarlijk, degenen die geloven en goede daden verrichten, de Weldadige (ar-Raḥmān) zal hen liefde geven. (Maryam 19:96)En wanneer Allāh een dienaar verafschuwt, roept Hij Jibrīl en zegt: ‘Ik verafschuw die en die.’ Vervolgens maakt Jibrīl dit bekend in de hemel, waarna op aarde afkeer tegenover hem wordt neergelegd.” Abū ʿĪsā al-Tirmidhī heeft gezegd dat deze ḥadīth ḥasan ṣaḥīḥ is.

Uitleg van de ahādīth 74-79.

Al-Nawawī schrijft: “Onze geleerden zeggen: De liefde van Allāhu (تعالى) voor een dienaar betekent dat Hij voor hem het goede (khayr) en leiding (hidayah) wenst en Zijn gunsten (ni`mah) en barmhartigheid (raḥmah) voor hem vermeerdert. Zo wil Hij niet dat die persoon wordt bestraft, noch dat hij in ellende en rampspoed (shaqāwah) terechtkomt.

Wat betreft de liefde van Jibrīl en de engelen, deze kan op twee manieren worden opgevat:Ten eerste: dat zij voor hem om vergeving vragen, voor hem duʿāʾ verrichten en hem prijzen.

Ten tweede: dat zij een oprechte liefde ontwikkelen die onder de schepselen bekend is, namelijk een toestand waarin hun hart naar hem neigt en zij genegenheid voor hem voelen. De reden dat zij hem op deze wijze liefhebben, is zijn gehoorzaamheid aan Allāhu (تعالى) en het feit dat hij bij Allāh geliefd is.

De uitspraak: ‘”Onder de bewoners van de aarde een gevoel van genegenheid neergelegd” betekent dat in de harten van de mensen liefde en welbehagen jegens hem worden geplaatst. De harten neigen naar hem en zijn tevreden met hem.”Er is overgeleverd dat Suhayl ibn Ṣāliḥ zei: “Wij bevonden ons tijdens het haj-seizoen in ʿArafāt toen ʿUmar ibn ʿAbd al-ʿAzīz langs ons liep. De mensen stonden op en begonnen naar hem te kijken.Ik zei: ‘O vader, o vader, ik zie dat Allāhu (تعالى) ʿUmar ibn ʿAbd al-ʿAzīz liefheeft.’ Mijn vader vroeg: ‘Waarom?’ Ik antwoordde: ‘Vanwege de liefde die de mensen voor hem in hun harten hebben.’Daarop zei hij: ‘Moge mijn vader en moeder opgeofferd worden voor hem, ik heb Abū Hurayrah (رضي الله عنه) horen zeggen…’ waarna hij de hierboven genoemde ḥadīth overleverde.”