al-luʾluʾ wa-l-marjān fīmā ittafaqa ʿalayhi ash-shaykhān
Aḥadīth waarover Bukhârî ve Muslim het eens zijn
Deel 1
Voor de leesbaarheid van deze tekst wordt gekozen voor het gebruik van mannelijke voornaamwoorden (hij, hem, zijn) als generieke verwijzing naar een persoon, ongeacht het geslacht. Waar hij gebruikt wordt, geldt dit tevens voor zij/haar. Deze conventie heeft geen invloed op de betekenis of interpretatie van de inhoud.
De honorificaties (groetenisformules) worden vaak gebruikt na het noemen van profeten en metgezellen als uiting van respect en du`ā’ voor hen.Hier is een lijst van de honorificaties in het Arabisch met de Nederlandse vertaling:صلى الله عليه وسلم : "Sallallahu alaihi wa sallam" (Allahs zegeningen en vrede zij met hem): vaak gebruikt na het noemen van de naam van an-Nabī Muhammed
رضي الله عنه : " raḍiya Allāhu ʿanhu" (Moge Allah tevreden zijn met hem): voor mannelijke metgezellen
رضي الله عنها : " raḍiya Allāhu ʿanhā" (Moge Allah tevreden zijn met haar): voor vrouwelijke metgezellen
رضي الله عنهما : " raḍiya Allāhu ʿanhmā" (Moge Allah tevreden zijn met beiden): voor twee metgezellen
رضي الله عنهم : " raḍiya Allāhu ʿanhum" (Moge Allah tevreden zijn met hen): voor een groep metgezellen
عليه السلام : "`Alayhissalām" (Vrede zij met hem): vaak gebruikt voor profeten en boodschapper
عليها السلام: “`Alayhassalam” (Vrede zij met haar): gebruikt voor dochters van Rasulullah en vrouwelijke personen die in de Qur’ān worden genoemd.
Voorwoord vertaler naar het Nederlands
بسم الله الرحمن الرحيمإِنَّ الْحَمْدَ لِلَّهِ، نَحْمَدُهُ، وَنَسْتَعِينُهُ، وَنَسْتَغْفِرُهُ، وَنَعُوذُ بِاللَّهِ مِنْ شُرُورِ أَنْفُسِنَا، وَمِنْ سَيِّئَاتِ أَعْمَالِنَا.
مَنْ يَهْدِهِ اللَّهُ فَلاَ مُضِلَّ لَهُ، وَمَنْ يُضْلِلْ فَلاَ هَادِيَ لَهُ.
وَأَشْهَدُ أَنْ لاَ إِلَهَ إِلاَّ اللَّهُ وَحْدَهُ لاَ شَرِيكَ لَهُ، وَأَشْهَدُ أَنَّ مُحَمَّدًا عَبْدُهُ وَرَسُولُهُ.
يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا اتَّقُوا اللَّهَ حَقَّ تُقَاتِهِ، وَلَا تَمُوتُنَّ إِلَّا وَأَنْتُمْ مُسْلِمُونَ.
يَا أَيُّهَا النَّاسُ اتَّقُوا رَبَّكُمُ الَّذِي خَلَقَكُمْ مِنْ نَفْسٍ وَاحِدَةٍ، وَخَلَقَ مِنْهَا زَوْجَهَا، وَبَثَّ مِنْهُمَا رِجَالًا كَثِيرًا وَنِسَاءً، وَاتَّقُوا اللَّهَ الَّذِي تَسَاءَلُونَ بِهِ وَالْأَرْحَامَ، إِنَّ اللَّهَ كَانَ عَلَيْكُمْ رَقِيبًا.
يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا اتَّقُوا اللَّهَ وَقُولُوا قَوْلًا سَدِيدًا، يُصْلِحْ لَكُمْ أَعْمَالَكُمْ وَيَغْفِرْ لَكُمْ ذُنُوبَكُمْ وَمَنْ يُطِعِ اللَّهَ وَرَسُولَهُ فَقَدْ فَازَ فَوْزًا عَظِيمًا.
أَمَّا بَعْدُ: فَإِنَّ خَيْرَ الْحَدِيثِ كِتَابُ اللَّهِ، وَخَيْرَ الْهُدَى هَدْيُ مُحَمَّدٍ (صلى الله عليه وسلم)، وَشَرَّ الْأُمُورِ مُحْدَثَاتُهَا، وَكُلُّ بِدْعَةٍ ضَلَالَةٌ، وَكُلُّ ضَلَالَةٍ فِي النَّارِ.
De lofprijzing is aan Allāh. Wij prijzen Allāh en vragen Zijn hulp en vergiffenis. Wij zoeken onze toevlucht bij Allāh voor al het kwade dat van de shaytān (satan) en van onze nafs (ego) komt. Als Allāh iemand op het rechte pad leidt, is niemand in staat hem te misleiden. Als Allāh iemand misleidt, is niemand in staat hem op het rechte pad te krijgen. Wij getuigen dat er geen godheid is dan Allāh en wij getuigen ook dat Muhammed (صلى الله عليه وسلم: Allāhs vrede en zegeningen zij met hem) Zijn dienaar en Zijn Boodschapper (Rasûl) is
يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ ٱتَّقُواْ ٱللَّهَ حَقَّ تُقَاتِهِۦ وَلَا تَمُوتُنَّ إِلَّا وَأَنتُم مُّسۡلِمُونَ ١٠٢O jullie die geloven! Vrees Allāh zoals Hij gevreesd behoort te worden en sterf niet, behalve als oprechte moslims (in volledige onderwerping aan Allāh’s éénheid). (sûrah Aal-i-Imrān: 102)
يَٰٓأَيُّهَا ٱلنَّاسُ ٱتَّقُواْ رَبَّكُمُ ٱلَّذِي خَلَقَكُم مِّن نَّفۡسٖ وَٰحِدَةٖ وَخَلَقَ مِنۡهَا زَوۡجَهَا وَبَثَّ مِنۡهُمَا رِجَالٗا كَثِيرٗا وَنِسَآءٗۚ وَٱتَّقُواْ ٱللَّهَ ٱلَّذِي تَسَآءَلُونَ بِهِۦ وَٱلۡأَرۡحَامَۚ إِنَّ ٱللَّهَ كَانَ عَلَيۡكُمۡ رَقِيبٗا ١O mensheid! Wees plichtsgetrouw ten aanzien van jullie Rab, die jullie uit één enkele ziel heeft geschapen en (vervolgens) daaruit zijn vrouwelijke wederhelft schiep.
En uit hun beide heeft Hij vele mannen en vrouwen voortgebracht. En vrees Allāh in wiens Naam jullie elkaar (om hulp) vragen en (verbreek) de familiebanden niet. Voorzeker, Allāh is altijd en overal oplettend over jullie (daden). (sûrah An-Nisā’: 1)
يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ ٱتَّقُواْ ٱللَّهَ وَقُولُواْ قَوۡلٗا سَدِيدٗا ٧٠
يُصۡلِحۡ لَكُمۡ أَعۡمَٰلَكُمۡ وَيَغۡفِرۡ لَكُمۡ ذُنُوبَكُمۡۗ وَمَن يُطِعِ ٱللَّهَ وَرَسُولَهُۥ فَقَدۡ فَازَ فَوۡزًا عَظِيمًا٧١O jullie die geloven! Vrees Allāh en spreek de waarheid. Hij (Allāh) zal voor jullie jullie goede daden aanvaarden en jullie je zonden vergeven. En wie Allāh en Zijn Rasûl gehoorzaamt, die heeft een geweldige triomf behaald. (sûrah Al-Ahzāb: 70-71)
Daarna:
“Voorwaar, de meest waarheidsgetrouwe woorden zijn de woorden van Allāh, de beste van de wegen is de weg van Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم). Het slechtste van de daden zijn die welke nieuw zijn geïntroduceerd.
Alles wat als innovatie (bid`ah) in de Islām wordt toegevoegd, is dwaling, en iedere dwaling leidt naar het Vuur.”Deze bekende preek, die bekend staat als ‘Khutbatu’l-Hajah’, werd door Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) voorgedragen tijdens vrijdagpreken en andere toespraken. Hij leerde deze preek ook direct aan de metgezellen. (Muslim (867), an-Nasā`ī (1387)
Moge lof en dank aan onze Rab zijn, die ons uit het niets heeft geschapen, ons vervolgens bewust heeft gemaakt van Zijn bestaan, ons heeft geleerd wat we niet wisten en ons heeft begiftigd en vereerd met de hoogste zegen van alle zegeningen, het geloof (īmān).As-salaat en as-salām is aan het beste voorbeeld, onze leider en gids, an-Nabī Muhammed Mustafa ( صلى الله عليه وسلم) evenals zijn familieleden en metgezellen.Onze Rab, Die de mens op de meest volmaakte wijze heeft geschapen en enkel om Hem te aanbidden, heeft via openbaring aan Zijn boodschappers die Hij uit hun eigen volk heeft gezonden, bekendgemaakt hoe zij zich in deze wereld, waarin zij beproefd worden, dienen te gedragen en te handelen.Onze Rab, Die heeft bepaald dat de enige ware godsdienst bij Hem de Islām is. Hij heeft deze godsdienst vervolmaakt met twee bronnen: de Qur’ān en de sunnah van an-Nabī صلى الله عليه وسلم. Hij heeft in de Qur’ān vermeld dat de Qur’ān Zijn Woord is. Hij heeft tevens in de Qur’ān het bevel gegeven om an-Nabī صلى الله عليه وسلم te gehoorzamen.
قُلۡ إِن كُنتُمۡ تُحِبُّونَ ٱللَّهَ فَٱتَّبِعُونِي يُحۡبِبۡكُمُ ٱللَّهُ وَيَغۡفِرۡ لَكُمۡ ذُنُوبَكُمۡۚ وَٱللَّهُ غَفُورٞ رَّحِيمٞ ٣١Zeg: “Als jullie (echt) van Allah houden, volg mij dan, Allah zal van jullie houden en jullie zonden vergeven.
En Allah is de Barmhartige, de Genadevolle. (surah Āli ‘Imrān 3:31)Het volgen van an-Nabī صلى الله عليه وسلم (via zijn de sunnah) is een teken van liefde voor Allah en dat gehoorzaamheid aan Zijn Rasul een voorwaarde is opdat Allah van de mens houdt.De Qur’ān is een goddelijke openbaring waarin de geboden van Allah beknopt worden vermeld. Hoe deze geboden uitgevoerd dienen te worden, heeft Hij de gelovigen onderwezen door middel van de woorden, daden en goedkeuringen van de laatste der profeten, Muhammad صلى الله عليه وسلم.De sunnah is de uitleg en praktische toepassing van de Qur’ān. Daarom zei onze moeder ‘Aishah رضي الله عنها, toen metgezellen haar vroegen naar de akhlāq (karaktereigenschap/moraal/gedrag) van Rasûlullāh صلى الله عليه وسلم: "Lezen jullie de Qur’ān niet? Zijn akhlāq was de akhlāq van de Qur’ān."Zonder de sunnah is het niet mogelijk om de Qur’ān in praktijk te brengen. In de Qur’ān wordt b.v. het verrichten van de ṣalāh voorgeschreven, maar nergens wordt uitgelegd hoe de ṣalāh dient te worden verricht, noch hoeveel raka`āt er zijn in de ṣalāh al-fajr/dhuhr/ʿasr/maghrib/ʿishā’en jumuʿah.Zonder de verduidelijking en het voorbeeld van de sunnah zou het uitvoeren van de ṣalāh onmogelijk zijn. Zoals in dit voorbeeld, geldt hetzelfde voor geloofszaken, aanbiddingen, transacties en morele richtlijnen, het is een feit dat deze zonder de sunnah niet correct nageleefd kunnen worden.De hadīthboeken, waarin de woorden, daden en gedragingen van an-Nabī صلى الله عليه وسلم zijn vastgelegd, zijn door muhaddithīn (hadīth-geleerden) gerangschikt op basis van hun authenticiteitsgraad.
Hierbij is rekening gehouden met de autoriteit van de muhaddithīn binnen de hadīthwetenschappen en de nauwkeurigheid waarmee zij hun werken hebben opgesteld.In dit opzicht geldt als algemeen geaccepteerde norm dat de muttafaqun ʿalayh-ahadīth, die zowel door Bukhārī als Muslim zijn overgeleverd, de hoogste graad van authenticiteit binnen de categorie van sahieh-ahadīth innemen.In de Qur’ān zijn er veel verzen die voorschrijven om te oordelen volgens de sunnah van Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم). In deze inleiding zal ik enkele verzen aanhalen over de noodzaak om terug te keren naar de Qur’ān en de sunnah. Allāh (عز وجل) zegt het volgend in de Qur’ān:
وَذَكِّرۡ فَإِنَّ ٱلذِّكۡرَىٰ تَنفَعُ ٱلۡمُؤۡمِنِينَ ٥٥En vermaan: want waarlijk, de vermaning baat de gelovigen (mu’minien). (sûrah adh-Dhāriyāt 51/55)
وَمَا كَانَ لِمُؤۡمِنٖ وَلَا مُؤۡمِنَةٍ إِذَا قَضَى ٱللَّهُ وَرَسُولُهُۥٓ أَمۡرًا أَن يَكُونَ لَهُمُ ٱلۡخِيَرَةُ مِنۡ أَمۡرِهِمۡۗ وَمَن يَعۡصِ ٱللَّهَ وَرَسُولَهُۥ فَقَدۡ ضَلَّ ضَلَٰلٗا مُّبِينٗا ٣٦Het past een gelovige man of een gelovige vrouw niet, wanneer Allāh en Zijn Boodschapper over een bepaalde zaak een besluit hebben genomen, dat zij dit in twijfel trekken.
En iedereen die Allāh en Zijn Boodschapper ongehoorzaam is, verkeert zeker in een duidelijke dwaling. (sûrah al Ahzāb 33/36)
تِلۡكَ حُدُودُ ٱللَّهِۚ وَمَن يُطِعِ ٱللَّهَ وَرَسُولَهُۥ يُدۡخِلۡهُ جَنَّٰتٖ تَجۡرِي مِن تَحۡتِهَا ٱلۡأَنۡهَٰرُ خَٰلِدِينَ فِيهَاۚ وَذَٰلِكَ ٱلۡفَوۡزُ ٱلۡعَظِيمُ ١٣Dit zijn de door Allāh vastgestelde bepalingen en iedereen die Allāh en Zijn Boodschapper gehoorzaamt: Hij (Allāh) zal hem het Paradijs binnenleiden, waar rivieren onderdoor stromen. Daar zullen zijn in verblijven en dat zal een groot succes zijn. (sûrah an-Nisā’ 4/13)
أَلَمۡ تَرَ إِلَى ٱلَّذِينَ يَزۡعُمُونَ أَنَّهُمۡ ءَامَنُواْ بِمَآ أُنزِلَ إِلَيۡكَ وَمَآ أُنزِلَ مِن قَبۡلِكَ يُرِيدُونَ أَن يَتَحَاكَمُوٓاْ إِلَى ٱلطَّٰغُوتِ وَقَدۡ أُمِرُوٓاْ أَن يَكۡفُرُواْ بِهِۦۖ وَيُرِيدُ ٱلشَّيۡطَٰنُ أَن يُضِلَّهُمۡ ضَلَٰلَۢا بَعِيدٗا ٦٠Hebben jullie degenen niet gezien, die beweren dat zij geloven in datgene wat geopenbaard is aan jou, en in wat vόόr jou is geopenbaard? Zij willen een oordeel (in hun geschillen) van de valse rechters (tāghût), terwijl hun bevolen is deze te verwerpen, Maar shaytān wenst hun ver af te laten dwalen. (sûrah an Nisā’ 5/60)
وَإِذَا قِيلَ لَهُمۡ تَعَالَوۡاْ إِلَىٰ مَآ أَنزَلَ ٱللَّهُ وَإِلَى ٱلرَّسُولِ رَأَيۡتَ ٱلۡمُنَٰفِقِينَ يَصُدُّونَ عَنكَ صُدُودٗا ٦١En wanneer tegen hen wordt gezegd: “Kom tot wat Allāh heeft neergezonden en tot Zijn Boodschapper,” zie jij dat de hypocrieten zich weerzinnig van je afkeren. (sûrah an Nisā’ 4/61)
قُلۡ أَطِيعُواْ ٱللَّهَ وَٱلرَّسُولَۖ فَإِن تَوَلَّوۡاْ فَإِنَّ ٱللَّهَ لَا يُحِبُّ ٱلۡكَٰفِرِينَ ٣٢Zeg: “Gehoorzaam Allāh en Zijn Boodschapper. Maar als jullie je afkeren, dan houdt Allāh niet van de ongelovigen!” (sûrah Âli Imrān 3/32)
بِٱلۡبَيِّنَٰتِ وَٱلزُّبُرِۗ وَأَنزَلۡنَآ إِلَيۡكَ ٱلذِّكۡرَ لِتُبَيِّنَ لِلنَّاسِ مَا نُزِّلَ إِلَيۡهِمۡ وَلَعَلَّهُمۡ يَتَفَكَّرُونَ ٤٤Met duidelijke Tekenen en Boeken. En Wij hebben ook aan jou een herinnering en een advies (de Qur’ān) neergezonden, om aan de mensen duidelijk te maken wat aan hen neergezonden is. En hopelijk zullen zij nadenken. (sûrah an Nahl 16/44)
وَأَطِيعُواْ ٱللَّهَ وَٱلرَّسُولَ لَعَلَّكُمۡ تُرۡحَمُونَ ١٣٢En gehoorzaam Allāh en de Boodschapper en dat jullie genade moge verkrijgen. (sûrah Âli Imrān 3/132)
مَّن يُطِعِ ٱلرَّسُولَ فَقَدۡ أَطَاعَ ٱللَّهَۖ وَمَن تَوَلَّىٰ فَمَآ أَرۡسَلۡنَٰكَ عَلَيۡهِمۡ حَفِيظٗا ٨٠Hij, die de Boodschapper gehoorzaamt, heeft zeker Allāh gehoorzaamd. Maar degene die zich afkeert, Wij hebben jou niet als toezichthouder naar hen gestuurd. (sûrah an Nisā’ 4/80)
إِنَّمَا كَانَ قَوۡلَ ٱلۡمُؤۡمِنِينَ إِذَا دُعُوٓاْ إِلَى ٱللَّهِ وَرَسُولِهِۦ لِيَحۡكُمَ بَيۡنَهُمۡ أَن يَقُولُواْ سَمِعۡنَا وَأَطَعۡنَاۚ وَأُوْلَٰٓئِكَ هُمُ ٱلۡمُفۡلِحُونَ ٥١De woorden van de trouwe gelovigen, wanneer zij naar Allāh en Zijn Boodschapper opgeroepen worden om tussen hen te oordelen, is dat zij zeggen: “Wij horen en gehoorzamen.” En dat zijn de geslaagden. (sûrah an Nûr 24/51)
وَمَآ ءَاتَىٰكُمُ ٱلرَّسُولُ فَخُذُوهُ وَمَا نَهَىٰكُمۡ عَنۡهُ فَٱنتَهُواْۚ …En wat de Boodschapper jullie ook geeft, neem het en wat hij jullie ook verbiedt… (sûrah al Hashr 59/7)
Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) heeft gezegd: “Ik laat jullie twee zaken na; zolang jullie je daaraan vasthouden, zullen jullie nooit dwalen. Dat zijn het Boek van Allāh, de Qur’ān, en de sunnah van Zijn Rāsul.” (Imām Mālik, Muwatta 2/899, Hakim 1/93)Wanneer we kijken naar de situatie waarin moslims zich vandaag de dag bevinden, zien we het volgende: de beproevingen die Allāh de Rechtvaardige en de Alwijze over een gemeenschap zendt, zijn het gevolg van hun opstandigheid en hun afwijking van de geboden van Allāh en Zijn Rasûl.Vooral in landen met een overwegend islamitische bevolking zijn mensen ver verwijderd geraakt van de Qur’ān en de sunnah. Door de overheersing van niet-islamitische systemen worden zij geconfronteerd met talloze beproevingen en moeilijkheden.
Door het verlaten van het Boek van Allāh en de sunnah van Zijn Rasûl, zowel in geloofsleer als in praktijk, is vandaag de dag op de meest verontrustende wijze zichtbaar is.Islām wordt enkel nog beschouwd als het verrichten van de ṣalāh en de vasten, terwijl de sunnah plaats heeft gemaakt voor innovaties (bid`ah) en bijgeloof (khurafah). In plaats van een islamitische levenswijze in overeenstemming met de sunnah, wordt op alle vlakken een Europese levensstijl verkozen.In landen waar moslims de meerderheid van de bevolking vormen, kunnen niet eens volgens hun eigen geloofsprincipes leven. De reden hiervoor is het ontbreken van de heerschappij van de Islām en de overheersing van niet-islamitische systemen over de moslims. Dit is echter geen situatie die hen simpelweg is opgelegd; het zijn de moslims zelf die hieraan mede de oorzaak zijn.Een andere reden hiervoor is de verdeeldheid onder de moslims in verschillende groeperingen en opvattingen. Bij meningsverschillen nemen zij geen islamitische houding aan door het Boek en de sunnah als leidraad te nemen en daar hun geschillen aan voor te leggen.Onze hedendaagse benadering van de Islām komt hierop neer: “Die en die geleerde zegt dit,” of “Dit is onze opvatting,” of “Wij hebben het zo geleerd; wij begrijpen de verzen en overleveringen niet zelf.” Dit soort misvattingen en gedragingen, die wijdverbreid zijn onder moslims, hebben ertoe geleid dat het Boek en de sunnah terzijde zijn geschoven en buiten werking zijn gesteld. Dit is de grootste strijd van deze tijd geworden.Daardoor wordt de zuivere sunnah, die Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) heeft nagelaten als voorbeeld voor de gehele mensheid, verwaarloosd en genegeerd.
Ja, de grootste reden waarom moslims vandaag de dag geen overwinning behalen, is hun verwijdering van de Islām, hun egoïsme, blinde navolging, het feit dat hun woorden en daden niet overeenkomen, en dat zij bij meningsverschillen en onenigheden het Boek en de sunnah niet als leidraad nemen.Nochtans bevelen Allāh en Zijn Rāsul eenheid en saamhorigheid aan. Wanneer er een duidelijke bewijslast is, dient men deze te volgen en mag men zich absoluut niet in verdeeldheid storten.In het licht van deze realiteit is het de plicht van de ummah (moslimgemeenschap) om zich bewust te worden van de noodzaak om de Qur'ān en de sunnah te volgen, het belang van het handelen volgens authentieke overleveringen te erkennen, en de verspilde tijd te heroverwegen. De enige weg naar redding is terugkeer naar het goddelijke fundament: het Boek van Allāh en de sunnah van Zijn Rāsul. Werkelijke verlossing is slechts mogelijk door te handelen naar het Boek en de sunnah.Hopelijk zal het werk “Al-Lu’lu' wa’l-Marjān” een middel tot goed zijn en bijdragen aan de herleving van de ummah.
رَبَّنَآ ءَاتِنَا فِي ٱلدُّنۡيَا حَسَنَةٗ وَفِي ٱلۡأٓخِرَةِ حَسَنَةٗ وَقِنَا عَذَابَ ٱلنَّارِ… Onze Rab, schenk ons de goede (gunsten) in dit leven en de goede (gunsten) in het Hiernamaals, en bescherm ons tegen de kwellingen van het Vuur. (sûrah al Baqarah 2/201)
رَبَّنَا ٱغۡفِرۡ لِي وَلِوَٰلِدَيَّ وَلِلۡمُؤۡمِنِينَ يَوۡمَ يَقُومُ ٱلۡحِسَابُ ٤١Onze Rab! Vergeef mij en mijn ouders en (alle) gelovigen op de Dag waarop de afrekening plaatsvindt. (sûrah Ibrahiem 14/41)
إِنۡ أُرِيدُ إِلَّا ٱلۡإِصۡلَٰحَ مَا ٱسۡتَطَعۡتُۚ وَمَا تَوۡفِيقِيٓ إِلَّا بِٱللَّهِۚ عَلَيۡهِ تَوَكَّلۡتُ وَإِلَيۡهِ أُنِيبُ ٨٨…Ik wens slechts te herzien waar ik met mijn beste krachten toe in staat ben. En mijn leiding kan niet anders komen dan van Allāh, in Hem leg ik mijn vertrouwen en aan Hem betuig ik mijn spijt. (sûrah Hûd 11/88)
Het werk dat u in handen hebt, betreft de Nederlands vertaling van de compilatie al-Lu’lu’ wa ’l-Marjân fî mâ ittafaqa ‘alayhi al-Shaykhân van de Egyptische geleerde Muhammad Fu’âd ‘Abd al-Bâqî (gest. 1968), waarin de muttafaqun ‘alayh-aḥadīth zijn samengebracht.
Dit boek betreft een Nederlandse vertaling van al-Lu’lu’ wa ’l-Marjân fî mâ ittafaqa ‘alayhi al-Shaykhân van de Egyptische geleerde Muhammad Fu’âd ‘Abd al-Bâqî (gest. 1968), waarin de muttafaqun ‘alayh-aḥadīth zijn samengebracht, dat oorspronkelijk in het Arabisch is geschreven.
Bij het vervaardigen van deze vertaling heb ik gebruikgemaakt van vier bestaande Turkse vertalingen: “Buhari ve Muslim’den Inci Mercan Hadisleri” (Diyanet Vakfi, 2024), “Müttefekun Aleyh Hadisler“ (Abdullah Feyzi Kocaer 2013, Huner Yayinevi)), “El-Lülüü vel Mercan - Buhari ve Müslim Ittifak Ettigi Hadisler” (Harun Yildirim, 2011, Sağlam Yayınevi) en “Sahih Muslim Muhtasari (Hanefi Akin 2005, Karınca & Polen Yayınlar).Deze zijn nauwgezet vergeleken met de originele Arabische tekst, zodat zowel de inhoud als de bedoeling van de auteur zo getrouw mogelijk behouden bleef.Mijn uitgangspunt is geweest om zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke Arabische tekst te blijven. Tegelijkertijd brengt het vertalen naar het Nederlands onvermijdelijk taalkundige aanpassingen met zich mee. Zo heb ik op verschillende plaatsen voegwoorden en verwijzende bijwoorden moeten gebruiken die in het Arabisch niet expliciet voorkomen, maar die noodzakelijk zijn om de Nederlandse zinnen leesbaar en vloeiend te maken. Daarnaast heb ik hier en daar verduidelijkingen tussen haakjes toegevoegd, met als doel de betekenis van de tekst beter toegankelijk te maken voor de lezer, zonder afbreuk te doen aan de oorspronkelijke strekking.
Voor de commentaar en uitleg bij de aḥādīth heb ik voornamelijk gebruikgemaakt van de genoemde drie Turkse vertalingen. Naast deze vertalingen zijn ook andere boeken geraadpleegd om bepaalde termen en begrippen nader te verklaren. Alle oorspronkelijke Arabische termen zijn in deze uitgave schuingedrukt weergegeven, zodat zij herkenbaar blijven binnen de Nederlandse tekst.Commentaar bij de aḥādīth is weergegeven tussen rechte haken ([…]).
Daarnaast heb ik hier en daar verduidelijkingen tussen haakjes toegevoegd, met als doel de betekenis van de tekst beter toegankelijk te maken voor de lezer, zonder afbreuk te doen aan de oorspronkelijke strekking. Voor de commentaar en uitleg bij de aḥādīth heb ik voornamelijk gebruikgemaakt van de genoemde drie Turkse vertalingen. Naast deze vertalingen zijn ook andere boeken geraadpleegd om bepaalde termen en begrippen nader te verklaren. Alle oorspronkelijke Arabische termen zijn in deze uitgave schuingedrukt weergegeven, zodat zij herkenbaar blijven binnen de Nederlandse tekst.Commentaar bij de aḥādīth is weergegeven tussen rechte haken ([…]). Door middel van afkortingen is aangegeven uit welk werk dit commentaar afkomstig is: Diyanet, HG (Harun Yıldırım), AFK (Abdullah Feyzi Kocael) en HA (Hanefi Akın).Enkele inleidingen zijn vertaald uit Bulûġu’l-Marām – Tercümesi ve Şerhi: Selâmet Yolları (Ahmed Davutoğlu, 1965).Commentaar dat van de vertaler zelf afkomstig is, is tussen accolades ({…}) geplaatst.Alle Arabische namen zijn getranslitereerd en cursief weergegeven om ze voor de lezer gemakkelijk herkenbaar te maken. De verzen uit de Qurʾān zijn in vette letters gezet voor extra nadruk.Zowel de oorspronkelijke Arabische tekst van de Qurʾān als de Nederlandse vertaling zijn ontleend aan de website originele Arabische tekst van al-Luʾluʾ wa’l-Marjān is geraadpleegd via de website slotte zijn een aantal onderwerpen die nadere toelichting of verdieping vereisen, opgenomen in appendici aan het einde van deel drie. Hiermee is beoogd de hoofdtekst overzichtelijk te houden, terwijl aanvullende informatie beschikbaar blijft voor de geïnteresseerde lezer.Ik hoop dat deze vertaling van nut mag zijn voor Nederlandstalige lezers en een bijdrage levert aan een beter begrip voor de ahadīth van an-Nabī (صلى الله عليه وسلم).Tawfīk en hidāyah komen van Allāh. As-salāh en as-salām zij met degenen die de Qur'ān en de sunnah volgen.
Voorwoord bij de Diyanet vertaling
“Muttafaqun `alayh” betekent iets waarover consensus bestaat, of het nu gaat om een uitspraak, kwestie of onderwerp. Deze term wordt in de islamitische wetenschappen in verschillende contexten gebruikt. Wat betreft de metgezellen betekent “muttafaqun `alayh” een zaak waarover alle metgezellen het eens waren en niemand zich tegen verzette. In de fiqh (jurisprudentie) verwijst het naar de overeenstemming van de imāms en geleerden over bepaalde juridische oordelen.De ḥadīth is een van de wetenschappen binnen de islamitische disciplines waar het meest intensieve werk aan is verricht, zo niet dé voornaamste ervan. De voornaamste reden voor deze eeuwenlange en onafgebroken belangstelling ligt in de zegenrijke aard van de ḥadīth, die ons zowel kennis geeft van de persoon van Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) als van zijn sunnah.De ḥadīth-kennis biedt de moslim richting in een brede waaier van terreinen, van geloof tot aanbidding, van rechtspraak tot ethiek, en presenteert de mensheid de praktisch toegepaste vorm van de Qur’ān.Deze unieke schat is door de eeuwen heen herhaaldelijk bestudeerd, bewerkt en aan het licht gebracht. Binnen de immense ḥadīth-literatuur, waarin duizenden geleerden, denkbeelden en werken samenkomen, nemen de matin-collecties (de verzamelingen van feitelijke ḥadīth-teksten) een geheel eigen plek in. Want deze teksten weerspiegelen rechtstreeks zowel het geleefde geloofsleven van de Asr as-Sa‘âdah (het tijdperk van an-Nabī en zijn metgezellen) als het profetische voorbeeld dat zich uitstrekt tot in de eeuwigheid. Kennis over de context van openbaringen, details van belangrijke gebeurtenissen uit de profetische biografie, de reikwijdte en fasen van rechtsregels, en morele richtlijnen voor alledaagse situaties, dit alles behoort tot de wetenschappelijke gegevens die via de ḥadīth-teksten toegankelijk zijn. Zoals bekend, richt de ḥadīth-wetenschap zich niet uitsluitend op de waarde van de inhoud, maar evenzeer op de betrouwbaarheid van degenen die deze inhoud hebben overgeleverd. Het kritisch onderzoeken van de overleveraars en het vaststellen van zwakke of onbetrouwbare schakels vormt de hoofdtaak van de muhaddithûn (ḥadīth-geleerden). Afhankelijk van de mate van betrouwbaarheid van de overleveraars in de keten (isnâd) werden uiteenlopende categorieën van authenticiteit vastgesteld; op basis van deze categorieën zijn vervolgens de ḥadīth-verzamelingen gerangschikt.De werken as-Sahîh van imām Muhammad b.
Ismâ‘îl Bukhârî (gest. 256/870) en imām Muslim ibn al-Hajjâj al-Qushayrî (gest. 261/875) worden door Islāmgeleerden erkend als de meest betrouwbare ḥadīth-collecties. Beide bevatten ongeveer 7.500 overleveringen. De aḥadīth die in beide verzamelingen gezamenlijk zijn overgeleverd, worden, in de betekenis van “waarover consensus bestaat” aangeduid met de term ‘muttafaqun ‘alayh’.Doel en Omvang
Zoals uit de titel blijkt, bevat al-Lu’lu’ wa ’l-Marjān 1906 aḥadīth die gezamenlijk zijn opgenomen in de Sahîh-werken van de twee grote ḥadīth-geleerden imām Bukhârî en imām Muslim. De auteur bleef trouw aan de methode die zijn twee klassieke bronnen hanteren, namelijk het rangschikken van aḥadīth naar onderwerpen en heeft de overleveringen met betrekking tot geloof, aanbidding, ethiek en sociale transacties geordend onder afzonderlijke boekjes.
Voor deze vertaling is gebruik gemaakt van de editie die door Dār Ihyā’ al-Kutub al-‘Arabiyya werd uitgegeven. Voorafgaand aan de vertaling zijn de teksten bovendien vergeleken met de originele versies in Bukhârî’s Sahîh. Het werk is in de loop der tijd in meerdere Oosterse en Westerse talen vertaald en ook herhaaldelijk in het Turks verschenen. Als voorbeelden van Turkse vertalingen kunnen we die van Abdullah Feyzi Kocaer (Konya, 2014), Harun Yildirim (Istanbul, 2021) en Faik Akcaoğlu (Istanbul, 2021) noemen.
Het hoofddoel van dit door ons verzorgde project is om al-Lu’lu’ wa ’l-Marjān, dat een gezaghebbende plaats inneemt binnen de ḥadīth-studies, met een academisch verantwoorde en eigentijdse vertaling toegankelijk te maken voor een breder lezerspubliek. De beoogde doelgroep zijn lezers die zowel Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) als de Islām via zijn overgeleverde woorden beter willen leren kennen, en die op zoek zijn naar een betrouwbare ḥadīth-bron in de hedendaagse publicatiewereld.
Sommige moeilijk te begrijpen aḥadīth en technische termen zijn verduidelijkt met korte aantekeningen. Zo zullen problemen die doorgaans ontstaan door het niet kunnen raadplegen van primaire ḥadīth-bronnen, of door de complexiteit ervan bij directe raadpleging, tot een minimum worden beperkt.
Methode
De auteur Muhammad Fu’ād ‘Abd al-Bāqī vermeldt in de inleiding van het eerste deel (die hieronder in vertaling zal worden weergegeven) in het kort de principes waaraan hij zich in zijn driedelige werk heeft gehouden. Uit deze uiteenzetting blijkt dat hij voor de tekst van de aḥadīth die zowel door Bukhârî als Muslim zijn overgeleverd de versie van Sahîh Bukhârî als basis nam, terwijl hij voor de hoofdstuktitels en de thematische indeling Sahîh Muslim volgde.
Daarnaast paste hij consequent een methode toe die als volgt kan worden samengevat: “Van de herhalingen van een bepaalde ḥadīth in Bukhârî vermeld ik die versie die het meest overeenkomt met de bewoordingen van Muslim.” Deze werkwijze, die bijdroeg aan het betrouwbaar identificeren en selecteren van de teksten, is ook in de vertaling gehandhaafd. De editie waarmee wij werken is in de vorm zoals ‘Abd al-Bāqī, moge Allāh hem genadig zijn, deze aan de wetenschappelijke wereld heeft gepresenteerd als voldoende geacht; enkel in enkele uitzonderlijke gevallen, die later apart zullen worden vermeld, is van deze lijn afgeweken.
Een voorbeeld van de presentatievorm die eveneens in deze Nederlands vertaling is behouden, is dat de isnād (overleveringsketens) die in beide Sahîhayn voorkomen, zijn weggelaten en uitsluitend de naam van de metgezel (ṣaḥābī) die de ḥadīth overleverde, wordt genoemd. Zo wordt bijvoorbeeld een overlevering die via Ubayy b. Kā‘b is doorgegeven, opgenomen onder de titel “Van Ubayy b. Kā‘b”.
Eveneens is het, om herhalingen te vermijden, een juiste keuze geweest om bij eenzelfde onderwerp slechts die overlevering op te nemen die qua inhoud het meest bekend is en op de voorgrond treedt. Daarom is er tijdens het vertaalproces geen behoefte gevoeld om telkens te vermelden: “Ook deze overleveringen binnen hetzelfde boek werden door ons als muttafaqun ʿalayh vastgesteld.”
De verklarende aantekeningen die in de originele uitgave als voetnoten voorkomen, en die soms zelfs uitgroeien tot uitgebreide annotaties, hebben bij het vertalen nuttige diensten bewezen voor een beter begrip van de tekst. Toch zijn die noten niet letterlijk in deze vertaling overgenomen. De verklarende kanttekeningen die in de Nederlandse uitgave als voetnoten verschijnen, zijn volledig origineel en bedoeld om de lezer, ook al is het summier, van informatie te voorzien over namen en begrippen die in de ḥadīth voorkomen. Voor meer gedetailleerde gegevens kan de lezer teruggrijpen op andere naslagwerken, in de eerste plaats de ‘islamitische Encyclopedie’ van de Turkse Diyanet-stichting en het standaardwerk ‘Islām volgens de aḥadīth’, naast tal van andere bronnen.
Voor de vertaalde Qur’ān-verzen in dit werk is gebruikgemaakt van de Turkse vertalingen die door Diyanet Isleri Baskanligi heeft uitgegeven.
Bij de vertaling van de teksten is ernaar gestreefd om lange zinsconstructies en onnodig woordgebruik te vermijden. Uitzonderingen daargelaten zijn toevoegingen tussen haakjes achterwege gelaten, en uitspraken die van de gezegende mond van an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) zijn overgeleverd, worden steeds tussen aanhalingstekens weergegeven. Voor de metgezellen in het algemeen is na hun naam de formule raḍiya Allāhu ʿanhu/ʿanhā/`anhuma/`anhum: (رضي الله عنه) (moge Allāh tevreden met hem/haar/hun zijn) toegevoegd. Bovendien zijn de namen van de ṣaḥābah die in de originele tekst slechts als een enkele naam of kunya verschijnen (zoals Barāʾ, Abū Mūsā, Ibn ʿAbbās), aangevuld met de vadersnaam of volledige identificatie, zodat zij in een meer systematische vorm weergegeven zijn: bijvoorbeeld Barāʾ b. ʿĀzib, Abū Mūsā al-Ashʿarī en ʿAbd Allāh b. ʿAbbās.
Wat betreft terminologie is ervoor gekozen om religieuze vaktermen in hun oorspronkelijke vorm te laten staan; er is dus noch een poging gedaan de taal kunstmatig te vereenvoudigen, noch om haar zwaarwichtig te maken. De standaardformules van de ḥadīth-literatuur zijn systematisch geüniformeerd vertaald:
De uitdrukking (qāla rasūl Allāh ṣallallāhu ʿalayhi wa sallam): “Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) zei:”
De uitdrukking (samiʿtu rasūl Allāh ṣallallāhu ʿalayhi wa sallam yaqūlu): “Ik hoorde Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) zeggen.”
Voorwoord van de Auteur
ۖ وَقَالُواْ ٱلۡحَمۡدُ لِلَّهِ ٱلَّذِي هَدَىٰنَا لِهَٰذَا وَمَا كُنَّا لِنَهۡتَدِيَ لَوۡلَآ أَنۡ هَدَىٰنَا ٱللَّهُۖ ٤٣
… En zij zullen zeggen: “Alle lof en dank is aan Allah, Die ons hiertoe geleid heeft, nooit hadden wij de Leiding kunnen vinden, ware het niet dat Allah ons geleid heeft! ....”(sûrah A’râf 7:43)
هُوَ ٱلَّذِيٓ أَرۡسَلَ رَسُولَهُۥ بِٱلۡهُدَىٰ وَدِينِ ٱلۡحَقِّ لِيُظۡهِرَهُۥ عَلَى ٱلدِّينِ كُلِّهِۦ وَلَوۡ كَرِهَ ٱلۡمُشۡرِكُونَ ٣٣
Hij is het Die Zijn Boodschapper gestuurd heeft met Leiding en om de godsdienst van de waarheid over alle andere godsdiensten superieur te maken, zelfs als de polytheïsten het haten. (sûrah at-Tawbah 9:33)مُّحَمَّدٞ رَّسُولُ ٱللَّهِۚ وَٱلَّذِينَ مَعَهُۥٓ أَشِدَّآءُ عَلَى ٱلۡكُفَّارِ رُحَمَآءُ بَيۡنَهُمۡۖ تَرَىٰهُمۡ رُكَّعٗا سُجَّدٗا يَبۡتَغُونَ فَضۡلٗا مِّنَ ٱللَّهِ وَرِضۡوَٰنٗاۖ سِيمَاهُمۡ فِي وُجُوهِهِم مِّنۡ أَثَرِ ٱلسُّجُودِۚ ٢٩
Mohammed is de Boodschapper van Allah, en degenen die bij hem zijn, zijn streng tegenover de ongelovigen en barmhartig voor henzelf. Jij ziet hen buigen en neerknielen, Zijn (Allah) genoegen zoekend. Op hun aangezicht is het spoor van het zich ter aarde werpen…(sûrah al-Fatih 48:29)
وَٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ وَعَمِلُواْ ٱلصَّٰلِحَٰتِ وَءَامَنُواْ بِمَا نُزِّلَ عَلَىٰ مُحَمَّدٖ وَهُوَ ٱلۡحَقُّ مِن رَّبِّهِمۡ كَفَّرَ عَنۡهُمۡ سَيِّـَٔاتِهِمۡ وَأَصۡلَحَ بَالَهُمۡ ٢
Maar degenen die geloven en goede daden verrichten, en die geloven in wat aan Mohammed is neergezondenen het is de Waarheid van hun Heer. Hij zal hun zonden uitwissen en hun toestand verbeteren. (sûrah Muhammad 47:2)
مَّا كَانَ مُحَمَّدٌ أَبَآ أَحَدٖ مِّن رِّجَالِكُمۡ وَلَٰكِن رَّسُولَ ٱللَّهِ وَخَاتَمَ ٱلنَّبِيِّـۧنَۗ وَكَانَ ٱللَّهُ بِكُلِّ شَيۡءٍ عَلِيمٗا ٤٠
Mohammed is niet de vader van één van jullie, maar hij is de Boodschapper van Allah, en de laatste van de Profeten.
En Allah is Alwetend over alle zaken. (sûrah al-Ahzâb 33:40)
يَٰٓأَيُّهَا ٱلنَّبِيُّ إِنَّآ أَرۡسَلۡنَٰكَ شَٰهِدٗا وَمُبَشِّرٗا وَنَذِيرٗا ٤٥
O Profeet! Waarlijk, Wij hebben jou als getuige gestuurd en als een drager van goed nieuws en als een waarschuwer. (sûrah Al-Ahzab, 33: 45)
وَدَاعِيًا إِلَى ٱللَّهِ بِإِذۡنِهِۦ وَسِرَاجٗا مُّنِيرٗا ٤٦
En als iemand die tot Allah uitnodigt, met Zijn toestemming, en als een lamp die licht verspreidt. (sûrah al Ahzâb 33:45-46)
وَمَآ أَرۡسَلۡنَٰكَ إِلَّا رَحۡمَةٗ لِّلۡعَٰلَمِينَ ١٠٧
En Wij hebben jou (O Mohammed) niet anders dan als genade voor de wereldwezens gestuurd. (sûrah al-Anbiyâ 21:107)
إِنَّ ٱللَّهَ وَمَلَٰٓئِكَتَهُۥ يُصَلُّونَ عَلَى ٱلنَّبِيِّۚ يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ صَلُّواْ عَلَيۡهِ وَسَلِّمُواْ تَسۡلِيمًا ٥٦
Allah en Zijn Engelen sturen zegeningen over an-Nabī. O jullie die geloven! Zendt zegeningen over hem en wens hem vrede met alle eerbied toe. (sûrah al-Ahzâb 33:56)(O Allāh! Zoals U Ibrahim en zijn familie de ṣalāh gaf, geeft ook Muhammed en zijn nakomelingen/familie de ṣalāh. Zeker, U bent de Geprezen, de Majesteitvolle.)(O Allāh! Zoals U Ibrahim en zijn nakomelingen/familie gezegend hebt, zegen ook Muhammed en zijn familie.
Zeker, U bent de Geprezen, de Majesteitvolle.)Deze studie, getiteld al-Lu’lu’ wa ’l-Marjân fī mā ittafaqa ʿalayhi ash-Shaykhān (“De Parel en het Koraal: Ahadīth waarover de twee grote Imāms overeenstemming bereikten”), poogt een volledig overzicht te bieden van ahadīth die in consensus zijn verzameld door de twee vooraanstaande muhaddithīn: Abu Abdullah Mohammed b. Ismail b. Ibrahim ibn al-Mughirah b. Bardizbah Bukhārī al-Ju’fi (194-256 H), en Abu al-Husayn Muslim ibn al-Hajjāj al-Qushayri an-Naysaburi (204-261 H). De redacteur en uitgever van deze editie is contemporaan en directeur van Dār Ihyāʾ al-Kutub al-ʿArabiyyah, as-Sayyid Muhammad al-Halabi.De uitgever heeft me nadrukkelijk verzocht de versie van de ahadīth die in Sahīh Bukhārī staan te nemen, die het meest aansluit bij de tekst die Muslim heeft overgeleverd. Dit was voor hem een noodzakelijke eis, en voor mij een hoofdbeginsel; ondanks de grote moeilijkheden en inspanningen die dit met zich meebracht. Dat ik deze methode toepaste, werd door niemand die eerder dit werk maakte of zei: "deze hadīth is muttafaqun ʿalayh" gevolgd; zij maakten nooit een dergelijk strikt onderscheid.Een voorbeeld: Hafid ibn Hajar, een autoriteit binnen de in de hadīthwetenschap, schreef dat de overeenkomst tussen Muslim en Bukhārī betekent dat de hadīth, hoewel er tekstuele verschillen zijn, met een keten is overgeleverd die teruggaat tot dezelfde ṣaḥābī.Imām Nawawī, die commentaar heeft geschreven op Ṣaḥīḥ Muslim, vermeldde in zijn werk 40 ahadīth, beginnend met de hadīth “De daden zijn naar de intenties,”. Het is een hadīth waarover de twee imāms consensus hadden.
Hij noemde daarbij niet de versie die het meest gelijk is aan Muslim, maar juist de eerste vermelding in Ṣaḥīḥ Bukhārī, hoewel er subtiele verschillen tussen die teksten en die in Muslim bestaan.Toen ik tegenover dit probleem stond, bijna verhinderd werd mijn principe toe te passen, werd deze moeilijkheid weggenomen door de twee boeken Jāmi‘u al-Musānī al-Ṣaḥīḥ li’l-Bukhārī en Kurrat al-‘Aynayn fī ’Iṭrāfī ’s-Ṣaḥīḥayn, waardoor ik toegang kreeg tot de inventarisatie en details van de ahadīth waarover consensus is bereikt. Door het eerste boek begreep ik het principe waaraan ik me bij de samenstelling verbonden had, dat ook mijn uitgever wilde.Wat betreft de waarde van het boek al-Lu’lu’ wa ’l-Marjān: Imām Takiyyuddīn Abū ʿAmr ʿUthmān ibn ʿAbdurrahmān ibn ʿUthmān ibn Mūsā ibn Abī Naṣr an-Nasrī as-Sahrāzūrī as-Ṣāfīʿī (gest. 643/1245) zegt bij het tellen van de categorieën van authentieke hadīth:
De sahīh-ahadīth die zowel door Bukhārī als Muslim samen zijn overgeleverd.
Sahīh-ahadīth die alleen door Bukhārī zijn overgeleverd en niet in Muslim voorkomen.
Sahīh-ahadīth die alleen door Muslim zijn overgeleverd en niet in Bukhārī voorkomen.
Sahīh-ahadīth die aan de voorwaarden voldoen van beide, maar niet in hun werken staan.
Sahīh-ahadīth die aan Bukhārī ’s voorwaarden voldoen, maar niet in zijn werk staan.
Sahīh-ahadīth die aan Muslim’s voorwaarden voldoen, maar niet in zijn werk staan.
Ahadîth die niet aan de voorwaarden voldoen van beiden, maar die volgens anderen authentiek zijn.
Dit zijn de categorieën van sahīh-hadīth en de hoogste status is toegekend aan de eerste categorie. Onder hadīth-geleerden spreekt men vaak van “sahīh en overgeleverd door consensus” waarbij enkel de overeenstemming van Bukhārī en Muslim bedoeld wordt, niet van de volledige ummah. Toch zal de ummah deze consensus spoedig ook accepteren, omdat zij het eens is over het aannemen van ahadīth geaccepteerd door deze twee geleerden.
Deze sectie van sahīh-hadīth bestaat uit ahadīth waarvan de authenticiteit absoluut zeker is en die theoretisch geen twijfel laten bestaan.Onze meester, de wijlen Shaykh Muhammad Habībullah as-Sinkītī (gest. 1944), zei in zijn werk Zād al-Muslim fī mā Ittafaqa ʿalayhi Bukhārī wa Muslim: "Ik ken geen boek waarin iemand alle ahadīth bevat die de twee imāms samen overleverden. Hij maakte slechts een alfabetische lijst van de tekstuele ahadīth volgens de eerste overleveraar, en voegde daarnaast ahadīth toe die beginnen met (كان) en over de zeden van Allah’s Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) met (نهي)." Het boek bevat 1368 ahadīth. Imām Nawawi zegt in zijn commentaar op Ṣaḥīḥ Muslim: Hoofdstuk: Als een ṣaḥābī zegt: “Zo zeiden/wij deden zo” of “Zij zeiden/deden zo” of “Wij vonden daarin geen bezwaar,” verschillen de geleerden hierover. Imām Abu Bakr al-Isma‘īlī zegt: “Dit is mawqūf (niet direct aan an-Nabī toe te schrijven).” Hieronder wordt de status van mawqūf verder uitgelegd.De meerderheid van de muhaddithīn, fuqahā en uṣūl-geleerden stellen dat als de handeling niet aan an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) wordt toegeschreven maar aan de tijd of persoon, het mawqūf is.
Maar als het wordt toegeschreven aan an-Nabī door de ṣaḥābī die zegt “Wij deden dit toen an-Nabī nog leefde of terwijl hij onder ons was,” dan is het marfūʿ (aan an-Nabī toegeschreven).De sterkste opvatting is dat als een ṣaḥābī iets deed tijdens de tijd van an-Nabī en dit observeerde, hij dit als goedkeuring heeft erkend en het dan marfūʿ is.Anderen zeggen dat als een handeling vaak verborgen blijft, het marfūʿ is, anders mawqūf. Shaykh Abu Ishaq as-Sirazi as-Safi‘i stelt dit duidelijk en krachtig. Allah weet het beste.Voorbeeld: Als een ṣaḥābī zegt: “Ons werd dit bevolen,” “Ons werd dit verboden,” of “Het is een verwerpelijke sunnah,” dan wordt deze uitspraak door de meerderheid van de wetenschappers als marfūʿ beschouwd.Sayyid Jamaluddin al-Qasimi (gest. 1914) zei in Qawā‘id al-Tahdīs: Imām Takiyyuddīn ibn Taymiyyah zei in een fatwa dat de nabawiyy hadīth-term algemeen betekent: de woorden, daden en goedkeuringen direct overgeleverd van an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) na zijn boodschap. Het verschil in het aantal ahadīth in Zād al-Muslim (1368) en in al-Lu’lu’ wa ’l-Mercān (2006) komt voort uit dit onderscheid.De grootste verzameling sahīh-hadīth is hier aangeboden. Lezer, stel jezelf veilig met dit werk en houd je hand niet weg van dit boek
رَبَّنَآ ءَامَنَّا بِمَآ أَنزَلۡتَ وَٱتَّبَعۡنَا ٱلرَّسُولَ فَٱكۡتُبۡنَا مَعَ ٱلشَّٰهِدِينَ ٥٣
Onze Heer! Wij geloven in wat U neer heeft gezonden en wij volgen de Boodschapper (Isa): schrijf ons onder hen die getuigen. (surah Ál-‘Imrān 3:53)
Moge Allah zegenen en vrede schenken aan onze Rasûlullāh Mohammed, zijn familie en zijn ṣaḥābah رضى الله عنهم أجمعين.
De methode die is gehanteerd bij het schrijven van dit boekDe tijdgenoot van al-Daraqutnī, Muslim b. Qāsim al-Qurṭubī, zegt in zijn Tarīkh over Muslim:"Niemand heeft ooit een boek geschreven zoals het zijne." Dit is opgevat als een waardering voor de fraaie opzet van het werk, de juiste ordening op hoog niveau, en de toegankelijkheid van de inhoudelijke informatie. Want Muslim heeft voor elke hadīth een passende plaats gekozen en alle ketens van overlevering die hij voldoende achtte en het vermelden waard vond, daar verzameld. De verschillende redactie-varianten van eenzelfde hadīth vermeldde hij eveneens direct op die plek.Al-Bukhārī deed dit echter anders. Hij behandelt de verschillende ketens van overlevering in aparte hoofdstukken en noemt veel ahadīth onder andere rubrieken dan waar zij logisch gezien het eerst verwacht zouden worden. Hierdoor hebben sommige geleerden opgemerkt dat zij sommige ahadīth, die wél in het werk aanwezig zijn maar niet onder het verwachte onderwerp, volgens hen, niet bij Bukhārī konden terugvinden.Op grond hiervan kwam de interne ordening van Ṣaḥīḥ Muslim ook voor mij overeen met wat ik zocht en waar ik me prettig bij voelde. De titels van boeken en (deel)hoofdstukken, samen met hun volgnummer, zijn dan ook aan hem ontleend. Uit Ṣaḥīḥ Bukhārī nam ik uitsluitend de hadīthtekst waarvan de overlevering overeenstemde met Muslim. Na elke hadīth vermeld ik in welke plaats deze in Ṣaḥīḥ Bukhārī terug te vinden is: boeknaam, hoofdstuktitel en ook het volgnummer.
Muhammad Fuʿād ʿAbd al-Bāqī
بسم الله الرحمن الرحيم
InleidingDe zonde van degene die een leugen toeschrijft aan an-Nabī (صلى الله عليه وسلم)
بَاب إِثْمِ مَنْ كَذَبَ عَلَى النَّبِيِّ صَلَّى ا عَلَيْهِ وَسَلَّمَ
۱- حَدَّثَنَا عَلِيُّ بْنُ الْجَعْدِ قَالَ أَخْبَرَنَا شُعْبَةُ قَالَ أَخْبَرَنِي مَنْصُورٌ قَالَ سَمِعْتُ رِبْعِيَّ
بْنَ حِرَاشٍ يَقُولُ سَمِعْتُ عَلِيًّا يَقُولُ قَالَ النَّبِيُّ صَلَّى ا عَلَيْهِ وَسَلَّمَ تَكْذِبُوا عَلَيَّ فَإِنَّهُ مَنْ
كَذَبَ عَلَيَّ فَلْيَلِجْ النَّارَ.
1-) Van `Alī ibn Abī Tālib (رضي الله عنه): an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) zei: “ Lieg niet over mij, want wie over mij liegt, laat die dan het Hellevuur binnengaan.”
[Het zeggen van ‘Lieg niet over mij’ betekent beweren dat an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) iets heeft gezegd dat hij niet heeft gezegd.] (AFK)
٢ - حديث أَنَسٍ قال: إِنه لَيَمْنَعُنِى أَنْ أحدّثكم حديثًا كثيرًا أَنَّ النبيَّ ﷺ قال: مَنْ تعمَّدَ عليّ كَذِبًا فَلْيَتَبَوَّأْ مَقْعَدَهُ من النار
2-) Van Anas (Ibn Mālik) (رضي الله عنه): Wat mij er vaak van weerhoudt om jullie veel overleveringen (aḥadīth) te vertellen, is dat an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) heeft gezegd: ‘Wie opzettelijk een leugen over mij vertelt, laat die zijn plek in het Vuur innemen.”
۳- حَدَّثَنَا مُوسَى قَالَ حَدَّثَنَا أَبُو عَوَانَةَ عَنْ أَبِي حَصِين عَنْ أَبِي صَالِحٍ عَنْ أَبِي
هُرَيْرَةَ عَنْ النَّبِيِّ صَلَّى ا عَلَيْهِ وَسَلَّمَ قَالَ تَسَمَّوْا بِاسْمِي وَ تَكْتَنُوا بِكُنْيَتِي وَمَنْ رَآنِي فِي
الْمَنَامِ فَقَدْ رَآنِي فَإِنَّ الشَّيْطَانَ يَتَمَثَّلُ فِي صُورَتِي وَمَنْ كَذَبَ عَلَيَّ مُتَعَمِّدًا فَلْيَتَبَوَّأْ مَقْعَدَهُ
مِنْ النَّارِ.
3-) Van Abû Hurayrah (رضي الله عنه):an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) zei: “Vernoem je je met mijn naam, maar identificeer je niet met mijn kunya. Wie mij in een droom ziet, heeft mij in werkelijkheid gezien. Omdat de satan (shaytān) mijn aanzien niet kan aannemen. Wie opzettelijk liegt over mij moet zich voorbereiden op zijn plaats in het Hellevuur.” [Kunya betekent het geven van een naam aan een persoon als de vader van die-en-die of de moeder van die-en-zo. De kunya van an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) is Abû'l-Qasim. (Qasim's vader).[ (AFK)
٤ - حديث الْمُغِيرَةِ قال سمعتُ النبيَّ ﷺ يقول: إِنَّ كذِبًا عليّ ليس ككذِبٍ على أحدٍ، مَن كَذَبَ عليَّ مُتعمِّدًا فَلْيَتَبَوَّأْ مَقْعَدَهُ منَ النار
سَمِعْتُ النَّبِيَّ صَلَّى ا عَلَيْهِ وَسَلَّمَ يَقُولُ مَنْ
نِيحَ عَلَيْهِ يُعَذَّبُ بِمَا نِيحَ عَلَيْهِ.4-) Van al-Mughîrah ibn Shu`bah (رضي الله عنه): Ik hoorde an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) zeggen: 'Zeker, liegen over mij is niet hetzelfde als liegen over iemand anders.
Wie opzettelijk leugen over mij verzint, moet zich voorbereiden op zijn plaats in het Hellevuur.' Ik hoorde an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) zeggen: “Degene om wie gejammerd/weeklaagd wordt (na zijn dood), zal daarmee worden bestraft.”
[Wie een leugen verzint over Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) of een uitspraak ten onrechte aan hem toeschrijft, begaat een zeer zware zonde. Allah جل جلاله kan zo iemand, als Hij wil, bestraffen of, als Hij wil, vergeven. Er kan echter niet met zekerheid worden geoordeeld dat zulke mensen onvermijdelijk het Hellevuur zullen binnengaan. Want dit is hetzelfde oordeel dat geldt voor iedereen die een grote zonde begaat, behalve voor ongeloof (kufr) en afgoderij (shirk). Zelfs als zij de Hel zouden binnengaan, zullen zij daar niet voor eeuwig blijven, want wie sterft in de staat van tawḥīd (het zuivere monotheïsme), blijft niet eeuwig in het Hellevuur.Leugen is, of het nu bewust of onbewust gebeurt, het overbrengen van iets anders dan de werkelijkheid. Want als leugen slechts bewust bedoeld was, zou an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) gezegd hebben:“Wie opzettelijk leugen spreekt.” Maar hij maakte geen uitzondering behalve voor wie vergeetachtig of gewond is; voor hen is er geen zonde.Leugens verzinnen over Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) is een bijzonder grote zonde en een uiterst grove laster. Want dit kan leiden tot het ondermijnen van de fundamenten van de Islām en het vervalsen van haar voorschriften. Daarom vreesden sommige van de metgezellen om iets fout te zeggen of één woord te veel of te weinig te gebruiken. Zij onthielden zich van het veelvuldig overleveren van aḥādīth.Er zijn overleveringen die erop wijzen dat zelfs tijdens het leven van an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) al mensen bestonden die hem onterecht woorden toeschreven.
Toch kan men stellen dat het verschijnsel van het systematisch verzinnen van aḥādīth als georganiseerde praktijk rond de jaren 34–35 na Hijrah (ongeveer midden 7e eeuw) begon.In verschillende perioden kwamen er mensen van innovatie (mubta`idīn) op, die om hun ideologieën en overtuigingen te rechtvaardigen, valse aḥādīth verzonnen. Sommige rechtsgeleerden (fuqahāʾ) namen verzonnen overleveringen op in hun boeken om hun madhhab of eigen mening te ondersteunen. Sommige asceten en soefī’s verzonnen of gebruikten valse aḥādīth om mensen aan te sporen tot goede daden. Ongelovigen en vijanden van de Islām deden dit uit eigenbelang of om de Islām te schaden. Verhalenvertellers (qiṣṣaṣ) verzonnen aḥādīth om indruk te maken op machthebbers of om materieel gewin te behalen, en sommigen deden het enkel om onder de mensen als geleerd over te komen. (Hanefi Akin: HA)