Imām Qurtubī
Vertaald naar het Turks: dr. Turgut Akyuz
Uitgever: Ravza Yayinlari (2020)
Voor de leesbaarheid van deze tekst wordt gekozen voor het gebruik van mannelijke voornaamwoorden (hij, hem, zijn) als generieke verwijzing naar een persoon, ongeacht het geslacht. Waar hij gebruikt wordt, geldt dit tevens voor zij/haar. Deze conventie heeft geen invloed op de betekenis of interpretatie van de inhoud.
De honorificaties (groetenisformules) worden vaak gebruikt na het noemen van profeten en metgezellen als uiting van respect en du`ā’ voor hen.Hier is een lijst van de honorificaties in het Arabisch met de Nederlandse vertaling:صلى الله عليه وسلم : "Sallallahu alaihi wa sallam" (Allahs zegeningen en vrede zij met hem): vaak gebruikt na het noemen van de naam van an-Nabī Muhammed
رضي الله عنه : "Radiallahu anhu" (Moge Allāh tevreden zijn met hem): voor mannelijke metgezellen
رضي الله عنها : "Radiallahu anha" (Moge Allāh tevreden zijn met haar): voor vrouwelijke metgezellen
رضي الله عنهما : "Radiallahu anhuma" (Moge Allāh tevreden zijn met beiden): voor twee metgezellen
رضي الله عنهم : "Radiallahu anhum" (Moge Allāh tevreden zijn met hen): voor een groep metgezellen
عليه السلام : "`Alayhissalam" (Vrede zij met hem): vaak gebruikt voor profeten en boodschapper
عليها السلام: “`Alayhassalam” (Vrede zij met haar): gebruikt voor dochters van Rasulullah en vrouwelijke personen die in de Qur’ān worden genoemd.
Voorwoord vertaler naar het Nederlands
بسم الله الرحمن الرحيمإِنَّ الْحَمْدَ لِلَّهِ، نَحْمَدُهُ، وَنَسْتَعِينُهُ، وَنَسْتَغْفِرُهُ، وَنَعُوذُ بِاللَّهِ مِنْ شُرُورِ أَنْفُسِنَا، وَمِنْ سَيِّئَاتِ أَعْمَالِنَا.
مَنْ يَهْدِهِ اللَّهُ فَلاَ مُضِلَّ لَهُ، وَمَنْ يُضْلِلْ فَلاَ هَادِيَ لَهُ.
وَأَشْهَدُ أَنْ لاَ إِلَهَ إِلاَّ اللَّهُ وَحْدَهُ لاَ شَرِيكَ لَهُ، وَأَشْهَدُ أَنَّ مُحَمَّدًا عَبْدُهُ وَرَسُولُهُ.
يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا اتَّقُوا اللَّهَ حَقَّ تُقَاتِهِ، وَلَا تَمُوتُنَّ إِلَّا وَأَنْتُمْ مُسْلِمُونَ.
يَا أَيُّهَا النَّاسُ اتَّقُوا رَبَّكُمُ الَّذِي خَلَقَكُمْ مِنْ نَفْسٍ وَاحِدَةٍ، وَخَلَقَ مِنْهَا زَوْجَهَا، وَبَثَّ مِنْهُمَا رِجَالًا كَثِيرًا وَنِسَاءً، وَاتَّقُوا اللَّهَ الَّذِي تَسَاءَلُونَ بِهِ وَالْأَرْحَامَ، إِنَّ اللَّهَ كَانَ عَلَيْكُمْ رَقِيبًا.
يَا أَيُّهَا الَّذِينَ آمَنُوا اتَّقُوا اللَّهَ وَقُولُوا قَوْلًا سَدِيدًا، يُصْلِحْ لَكُمْ أَعْمَالَكُمْ وَيَغْفِرْ لَكُمْ ذُنُوبَكُمْ وَمَنْ يُطِعِ اللَّهَ وَرَسُولَهُ فَقَدْ فَازَ فَوْزًا عَظِيمًا.
أَمَّا بَعْدُ: فَإِنَّ خَيْرَ الْحَدِيثِ كِتَابُ اللَّهِ، وَخَيْرَ الْهُدَى هَدْيُ مُحَمَّدٍ (صلى الله عليه وسلم)، وَشَرَّ الْأُمُورِ مُحْدَثَاتُهَا، وَكُلُّ بِدْعَةٍ ضَلَالَةٌ، وَكُلُّ ضَلَالَةٍ فِي النَّارِ.
De lofprijzing is aan Allāh. Wij prijzen Allāh en vragen Zijn hulp en vergiffenis. Wij zoeken onze toevlucht bij Allāh voor al het kwade dat van de shaytān (satan) en van onze nafs (ego) komt. Als Allāh iemand op het rechte pad leidt, is niemand in staat hem te misleiden. Als Allāh iemand misleidt, is niemand in staat hem op het rechte pad te krijgen. Wij getuigen dat er geen godheid is dan Allāh en wij getuigen ook dat Muhammed (صلى الله عليه وسلم: Allāhs vrede en zegeningen zij met hem) Zijn dienaar en Zijn Boodschapper (Rasûl) is
يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ ٱتَّقُواْ ٱللَّهَ حَقَّ تُقَاتِهِۦ وَلَا تَمُوتُنَّ إِلَّا وَأَنتُم مُّسۡلِمُونَ ١٠٢
O jullie die geloven! Vrees Allāh zoals Hij gevreesd behoort te worden en sterf niet, behalve als oprechte moslims (in volledige onderwerping aan Allāh’s éénheid). (sûrah Aal-i-Imrān: 102)
يَٰٓأَيُّهَا ٱلنَّاسُ ٱتَّقُواْ رَبَّكُمُ ٱلَّذِي خَلَقَكُم مِّن نَّفۡسٖ وَٰحِدَةٖ وَخَلَقَ مِنۡهَا زَوۡجَهَا وَبَثَّ مِنۡهُمَا رِجَالٗا كَثِيرٗا وَنِسَآءٗۚ وَٱتَّقُواْ ٱللَّهَ ٱلَّذِي تَسَآءَلُونَ بِهِۦ وَٱلۡأَرۡحَامَۚ إِنَّ ٱللَّهَ كَانَ عَلَيۡكُمۡ رَقِيبٗا ١
O mensheid! Wees plichtsgetrouw ten aanzien van jullie Rab, die jullie uit één enkele ziel heeft geschapen en (vervolgens) daaruit zijn vrouwelijke wederhelft schiep.
En uit hun beide heeft Hij vele mannen en vrouwen voortgebracht. En vrees Allāh in wiens Naam jullie elkaar (om hulp) vragen en (verbreek) de familiebanden niet. Voorzeker, Allāh is altijd en overal oplettend over jullie (daden). (sûrah An-Nisā’: 1)
يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ ٱتَّقُواْ ٱللَّهَ وَقُولُواْ قَوۡلٗا سَدِيدٗا ٧٠
يُصۡلِحۡ لَكُمۡ أَعۡمَٰلَكُمۡ وَيَغۡفِرۡ لَكُمۡ ذُنُوبَكُمۡۗ وَمَن يُطِعِ ٱللَّهَ وَرَسُولَهُۥ فَقَدۡ فَازَ فَوۡزًا عَظِيمًا ٧١
O jullie die geloven! Vrees Allāh en spreek de waarheid. Hij (Allāh) zal voor jullie jullie goede daden aanvaarden en jullie je zonden vergeven. En wie Allāh en Zijn Rasûl gehoorzaamt, die heeft een geweldige triomf behaald. (sûrah Al-Ahzāb: 70-71)
Daarna:
“Voorwaar, de meest waarheidsgetrouwe woorden zijn de woorden van Allāh, de beste van de wegen is de weg van Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم). Het slechtste van de daden zijn die welke nieuw zijn geïntroduceerd.
En wie Allāh en Zijn Rasûl gehoorzaamt, die heeft een geweldige triomf behaald. (sûrah Al-Ahzāb: 70-71) Daarna: “Voorwaar, de meest waarheidsgetrouwe woorden zijn de woorden van Allāh, de beste van de wegen is de weg van Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم). Het slechtste van de daden zijn die welke nieuw zijn geïntroduceerd. Alles wat als innovatie (bid`ah) in de Islām wordt toegevoegd, is dwaling, en iedere dwaling leidt naar het Hellevuur.”Deze bekende preek, die bekend staat als ‘Khutbatu’l-Hajah’, werd door Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) voorgedragen tijdens vrijdagpreken en andere toespraken. Hij leerde deze preek ook direct aan de metgezellen. (Muslim (867), an-Nasā`ī (1387) Moge lof en dank aan onze Rab zijn, die ons uit het niets heeft geschapen, ons vervolgens bewust heeft gemaakt van Zijn bestaan, ons heeft geleerd wat we niet wisten en ons heeft begiftigd en vereerd met de hoogste zegen van alle zegeningen, het geloof (īmān).As-salaat en as-salām is aan het beste voorbeeld, onze leider en gids, an-Nabī Muhammed Mustafa ( صلى الله عليه وسلم) evenals zijn familieleden en metgezellen. Alle Arabische namen zijn getranslitereerd en cursief weergegeven om ze voor de lezer gemakkelijk herkenbaar te maken. De verzen uit de Qurʾān en de sahīh ahadīth zijn in vette letters gezet voor extra nadruk.Zowel de oorspronkelijke Arabische tekst van de Qurʾān als de Nederlandse vertaling zijn ontleend aan de website slotte zijn een aantal onderwerpen die nadere toelichting of verdieping vereisen, opgenomen in appendici aan het einde van het boek. Hiermee is beoogd de hoofdtekst overzichtelijk te houden, terwijl aanvullende informatie beschikbaar blijft voor de geïnteresseerde lezer.Ik hoop dat deze vertaling van nut mag zijn voor Nederlandstalige lezers en een bijdrage levert aan een beter begrip voor de het geloven in het Hiernamaals volgens de Qur’ān en ahadīth.Tawfīk en hidāyah komen van Allāh. As-salāh en as-salām zij met degenen die de Qur'ān en de sunnah volgen.
Imām Qurṭubī
Abû Abdillâh Muhammed b. Ahmad b. Abî Bakr b. Farh al-Qurtubî, bekend onder de naam Qurṭubī, werd geboren in Qurtuba (Córdoba in huidige Spanje). Zijn geboortedatum wordt geschat op het einde van de 6e (12e) eeuw of het begin van de 7e (13e) eeuw). In zijn jeugd hielp Qurtubî het gezin financieel door klei te vervoeren die gebruikt werd voor het maken van aardewerk. Zijn vader werkte als boer en werd gedood tijdens een aanval door de christelijke Spanjaarden op 3 Ramadan 627 (16 juli 1230). Qurtuba was een van de belangrijkste steden van kennis en beschaving in Andalus, dat ongeveer 800 jaar onder het islamitisch bestuur heeft gestaan.Qurṭubī begon zijn wetenschappelijke loopbaan in Qurtuba en volgde daar lessen bij geleerden zoals Abû Jaʿfar Ahmad b. Muhammed el-Qaysî, Rabîʿ b. Abdurrahman b. Ahmad al-Ashʿarî en Abü’l-Hasan ʿAlî b. Qutrâl al-Ansârî. Toen Qurtuba in 633 (1236) werd veroverd door de troepen van koning Fernando III van Castilië en León, verliet hij de stad en emigreerde naar Alexandrië (Egypte). Daar volgde hij een deel van de uitleg van al-Mufhim fî Sharḥi Ṣaḥîḥi Muslim bij Ahmad b. `Umar al-Qurtubî (bijgenaamd İbnu’l-Muzeyyan); bovendien profiteerde hij van de kennis van Abû Muhammed Abdulwahhâb b. Rajâj en Abû Muhammed Abdulmuʿtî al-Lahmî.”Samen met Shahâbaddin al-Qarâfî reisde hij naar Fayyûm. In het jaar 647 (1249) bezocht hij Mansûrah, waar hij lessen volgde bij Abû ʿAlî Hasan b. Muhammed al-Bakrî. Na enige tijd in Caïro te hebben verbleven, vestigde Qurṭubī zich in Munyatu Banî Hasîb in de regio Saʿîd (Opper-Egypte: het gebied rond de zuidelijke Nijlvallei), waar hij de rest van zijn leven doorbracht.Onder degenen die van zijn kennis profiteerden waren zijn zoon Shahâbaddin Ahmad, Ibnu’z-Zubayr, Ismâʿîl b. Muhammed b. Abdulkarîm, Abû Bakr Muhammed b. Ahmad b. ʿAlî al-Maymûnî en Ziyâaddin Ahmad b. Abû’s-Suʾûd as-SatrîjîImām Qurṭubī stond bekend om zijn bescheiden karakter en eenvoudige levensstijl, en hij hechtte groot belang aan een leven van zuhd (onthouding en ascese).
Hij overleed op 9 Shawwāl 671 (29 april 1273) in Munyatu Banî Hasîb en werd daar begraven. Zijn graf is in 1971 overgebracht naar het mausoleum in de moskee die ter zijner nagedachtenis is gebouwd en is nog steeds toegankelijk voor bezoekers.Uit zijn werken blijkt dat Qurṭubī uitstekend was opgeleid in vakgebieden zoals tafsīr, ḥadīth, qirāʾāt en fiqh. Imām Dhahabî omschreef hem als “een oceaan in kennis”, en andere auteurs gebruikten vergelijkbare lofuitingen over hem. In zijn werken verdedigde Qurṭubī de Ahl as-Sunnah wa’l Jama`ah en bekritiseerde verschillende stromingen, met name de Muʿtazilah, maar ook de Imāmiyyah, Râfidiyyah en Qarrâmiyyah.Hoewel hij van Mâlikî madhhab was, verzette hij zich tegen sektarisch fanatisme en verklaarde dat hij de blindelingse imitatie van de Islām niet als methode aanhing. Hij verzette zich in de eerste instantie niet tegen de soefi’s die het pad van de Qurʾân en de Sunnah volgden, maar uitte duidelijk zijn afkeuring tegenover soefi’s wiens opvattingen gebaseerd waren op onwetendheid en bijgeloof.
Daarnaast bekritiseerde hij staatsfunctionarissen zonder terughoudendheid, stelde dat de heersers van zijn tijd steekpenningen accepteerden, onrechtvaardig handelden, macht verkochten voor persoonlijke voordelen en het geloof van Allāh veranderden.Zijn werken:
el-Jâmiʿ li-Aḥkâmi’l-QurʾânDit is het belangrijkste werk van Qurṭubī. Ondanks de omvang heeft het grote belangstelling genoten in wetenschappelijke kringen. Dit werk is ook in het Turks vertaald.
el-Esnâ fî Sharḥi Esmâʾillâhi’l-Ḥusnâ.
el-Iʿlâm bimâ fî Dîni’n-Naṣârâ mine’l-Fesâd wa’l-Evhâm.
el-Iʿlâm fî Maʿrifeti Mawlidi’l-Muṣṭafâ (صلى الله عليه وسلم).
Urcûze fî Esmâʾi’n-Nabiyy (صلى الله عليه وسلم).
et-Tezkira fî Aḥwâli’l-Mawtâ wa’l-Âkhira.
Kamʿu’l-Ḥirṣ bi’z-Zuhd wa’l-Qanâʿa wa Radd Dhulli’s-Suʾâl bi’l-Kasb wa’s-Sinâʿa.
et-Tezkâr fî Afḍali’l-Adhkâr.
Qaṣîda fî Iṣṭilâḥi’l-Ḥadîth.
el-Miṣbâḥ fî’l-Jamʿ bayna’l-Afʿâl wa’s-Ṣiḥâḥ.
et-Taqrîb li-Kitâbi’t-Tamhîd.
Sharḥu’t-Taqaṣṣî.
Over het boek at-Tadhkirah
De oorspronkelijke titel van het boek is “At-Tadhkrah fī Ahwāli’l Mawtā wa Umûri’l Akhirah”, en het staat kortweg bekend als “at-Tadhkirah”. Imām Qurṭubī verwijst in zijn beroemde tafsīr, el-Jâmiʿ li-Aḥkâmi’l-Qurʾân, zeer vaak naar dit werk.Het boek begint met de dood en onderwerpen die met de dood verband houden. Zo worden onder meer behandeld: het verbod om de dood te wensen, wat er gebeurt tijdens het sterven, de toestand tussen de dood en het grafleven, het grafleven, het grafverhoor, de toestand van de mu’mins in het graf, waar de geest (rūḥ m.v. arwāh) zich bevinden na de dood, de Opstanding en wat daarna komt, Het bijeenbrengen van de mensen op Yawmu’l Qiyāmah (ḥashr), de Afrekening (hisāb), de Weegschaal (Mīzān), de Brug (ṣirâṭ), het Paradijs (het Paradijs) en de Hel (de Hel), oorlogen, beproevingen (fitan), de tekenen van het Uur en vergelijkbare onderwerpen.Dit werk heeft grote waardering gekregen onder de ʿulamâʾ. Grote geleerden zoals Imām Suyûtî en Imām Shaʿrânî hebben het samengevat. Beide samenvattingen zijn eveneens in het Turks vertaald. De volledige vertaling van dit indrukwekkende werk van Imām Qurṭubī die u in handen hebt, is de eerste volledige uitgave van het Turks naar Nederlands.
(In de Naam van Allāh, de Meest Barmhartige, de Meest Genadevolle)
Inleiding
De dienaar die hoopt op de barmhartigheid van Allāh, berouw toont over zijn zonden en behoeftig is tegenover zijn Rab, Muhammed b. Ahmad b. Abû Bakr b. Farh al-Ansârî al-Hazrajî al-Andulusî al-Qurṭubī, moge Allāh zijn zonden, die van zijn ouders en die van alle mu’mins vergeven, âmîn, zegt: Alle lof zij Allāh, de Allerhoogste der hoogsten, de Vriend van de vrienden, Degene Die schept en leven geeft, Die voor Zijn dienaren de dood en het vergaan (het ophouden te bestaan) als een vastgestelde beschikking heeft bepaald, en Die hen op de Dag der Vergelding opnieuw tot leven zal wekken; Degene Die “elke ziel zal vergelden naar wat zij heeft verworven”, hen van elkaar zal scheiden en oordeel zal vellen. Allāhu Taʿālā, zegt in Zijn Boek:إِنَّهُۥ مَن يَأۡتِ رَبَّهُۥ مُجۡرِمٗا فَإِنَّ لَهُۥ جَهَنَّمَ لَا يَمُوتُ فِيهَا وَلَا يَحۡيَىٰ ٧٤Waarlijk! Iedereen die als een zondaar naar zijn Heer komt, voor hem is zeker de Hel, daarin zal hij noch sterven noch leven.
وَمَن يَأۡتِهِۦ مُؤۡمِنٗا قَدۡ عَمِلَ ٱلصَّٰلِحَٰتِ فَأُوْلَٰٓئِكَ لَهُمُ ٱلدَّرَجَٰتُ ٱلۡعُلَىٰ٧٥Maar iedereen die als een mu’min naar Hem komt en goede daden verricht; voor hen zijn de hoge rangen.
جَنَّٰتُ عَدۡنٖ تَجۡرِي مِن تَحۡتِهَا ٱلۡأَنۡهَٰرُ خَٰلِدِينَ فِيهَاۚ وَذَٰلِكَ جَزَآءُ مَن تَزَكَّىٰ ٧٦Eeuwige Tuinen waaronder rivieren stromen, daar zullen zij voor altijd verblijven, dat is de beloning voor degenen die zichzelf reinigen. (Ṭāhā, 74–76)
Als een vermaning voor mijzelf, en opdat het na mijn dood een rechtschapen daad moge zijn, wilde ik een beknopt boek schrijven over de dood, de toestand van de doden, ḥashr (het bijeenbrengen van de mensen op Yawmu’l Qiyāmah (Dag der Opstanding) nashr (het tot leven wekken na de dood), het Paradijs (al-Jannah), de Hel (al-Jahannam), beproevingen (fitan), en de tekenen van het Uur. Ik heb overgeleverd uit wat ik in de boeken van de imāms heb gezien en uit wat mij is doorgegeven door de grote geleerden van deze gemeenschap (ummah). Zo Allāh wil, zult u deze overleveringen duidelijk en met bronvermelding aantreffen.
Ik heb dit boek genoemd: “At-Tadhkrah fī Ahwāli’l Mawtā wa Umûri’l Akhirah” (Een vermaning over de toestanden van de doden en de aangelegenheden van het Hiernamaals.)Ik heb het boek in hoofdstukken ingedeeld. Na elk hoofdstuk heb ik, om het nut te vervolmaken en te vergroten, datgene toegelicht wat uitleg behoeft; of ik heb paragrafen toegevoegd om te verduidelijken wat uit een ḥadīth begrepen moet worden, of om een onduidelijke formulering te verklaren. Het gaat namelijk om het begrijpen van de ḥadīth van an-Nabī (صلى الله عليه وسلم), de juiste betekenis ervan en de juiste, geprezen opvatting. Dit is de handeling die zal plaatsvinden bij de Eervolle Plaats (al-Maqām al-Maḥmūd, die aan an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) is beloofd op Yawm al-Qiyāmah), en op die Dag waarvan getuigenis zal worden afgelegd.
Moge Allāhu `Azza wa Jalla dit werk zuiver maken omwille van Zijn edele welbehagen, en ons door Zijn goedgunstigheid en vrijgevigheid dichter bij Zijn barmhartigheid brengen. Er is geen Rab behalve Hij, en er is geen die het recht heeft aanbeden te worden behalve Hij. Hij is verheven boven alle onvolkomenheden.