As-Siddieq — Kenniscentrum Islam

Fitnah

Onderwerp: Hiernamaals & eindtijd

Lees dit boek in de online lezer

Fitnah

FITNAH ÉÉN: VIRUS ONDER DE MUSLIMS

“O jullie die geloven! Op jullie rust (de zorg en hoede over) jullie zelf. Er kan jullie geen schade berokkend worden door degene die dwaalt, wanneer jullie de Leiding (de Qur’ān en de Sunnah) volgen. Tot Allah is de terugkeer van jullie allen en Hij zal jullie vertellen wat jullie plachten te doen.” (Al‑Māʾidah 5/105)

Abū Thaʿlabah (رضي الله عنه) vroeg aan Rasūlullāh (صلى الله عليه وسلم) naar de betekenis van deze āyah.Rasūlullāh (صلى الله عليه وسلم) zei:

“Houden jullie vast aan het goede (maʿrūf) en distantieer jullie van het slechte (munkar). Wanneer jullie zien dat gierigheid algemeen wordt, het eigen ego gevolgd wordt, het wereldlijke boven het hiernamaalse en het religieuze verkozen wordt en de eigen mening gevolgd wordt (in plaats van die van de salaf: Qur’ān, Sunnah, ijmāʿ al‑ummah, uitspraken van de ṣaḥābah), dan rust op jullie (de zorg en hoede over) jullie zelf. Verlaat dan alle bemoeienissen met de mensen om jullie heen. Immers, als het zover is, betekent dit dat er dagen vol geduld op jullie wachten. Het geduld tegenover de moeilijkheden in die dagen is alsof je vuur in je handen vasthoudt. Iemand die in die dagen evenveel goede daden verricht als jullie, zal beloond worden met de beloning voor vijftig personen.” (Sunan‑boeken)

MINHĀJU’L MUSLIM: DE WEG VAN DE MUSLIM

In deze lezing wil ik jullie, in shā’ Allāhu Taʿālā, iets vertellen over fitnah. Alvorens ik op mijn onderwerp inga, wil ik met jullie de methodiek uiteenzetten, namelijk de manier waarop een muslim naar het leven en alles wat het leven met zich meebrengt moet kijken.

Als we ergens mee zitten – of het nu godsdienstig of wereldlijk is – moeten we eerst Allahs Boek (de Qur’ān) en vervolgens de Sunnah van Rasūlullāh (صلى الله عليه وسلم) raadplegen:

“O jullie die mu’minûn, gehoorzaam Allah en gehoorzaam de Boodschapper en (gehoorzaam ook) degenen onder jullie die met gezag bekleed zijn (en die jullie oproepen om Allah en Zijn Boodschapper te gehoorzamen). Als jullie over iets van mening verschillen, leg het dan voor aan Allah (Qur’ān) en de Boodschapper (Sunnah), indien jullie in Allah en de Laatste Dag geloven. Dit (het voorleggen van de zaken aan de Qur’ān en de Sunnah) is beter en een betere afsluiting.” (An‑Nisā’ 4/59)

Als de Qur’ān en de Sunnah een oplossing geven, dan mag een mu’min geen andere wegen bewandelen:

“En het past een mu’min man en een mu’min vrouw niet, wanneer Allah (Qur’ān) en Zijn Boodschapper (Sunnah) een zaak hebben besloten, om nog een andere keuze te maken in hun zaak. En wie Allah en Zijn Boodschapper niet gehoorzaamt: waarlijk, hij verkeert in duidelijke dwaling.” (Al‑Aḥzāb 33/36)

Een mu’min moet zich houden aan het oordeel van de Sunnah van Rasūlullāh (صلى الله عليه وسلم):

“… En wat de Boodschapper jullie geeft, neem dat; maar wat hij jullie verbiedt, onthoudt jullie daarvan…” (Al‑Ḥashr 59/7)

Een mu’min behoort tevreden te zijn met het oordeel van de Qur’ān én met het oordeel van de Sunnah; anders is het iemān van zo’n persoon niet geldig:

“Maar nee, bij jouw Rabb, zij zullen niet geloven totdat zij jou laten oordelen over hetgeen waarover zij onderling van mening verschillen, en zij vervolgens in zichzelf geen weerstand vinden tegen wat jij hebt geoordeeld, en zij (jouw oordeel) volledig (zonder discussie) aanvaarden.” (An‑Nisā’ 4/65)

Oplossingen kunnen juist of onjuist zijn. De oplossing en het oordeel van Allah en Zijn Boodschapper zijn per definitie juist, en de oplossingen van het menselijk verstand die in strijd zijn met de Qur’ān en de Sunnah zijn per definitie onjuist:

“…Oordeel met de Waarheid tussen de mensen en volg niet de begeerte (van de mensen), want die zal jou doen afdwalen van de Weg van Allah…” (Ṣād 38/26)

Bij het opstellen van deze lezing heb ik, naar vermogen, het oordeel van Allah en Zijn Boodschapper gevolgd. Ik hoop dat ik hiermee Allāhs welbehagen mag verdienen.

FITNAH

De letterlijke betekenis van fitnah is: het zuiveren van goud of zilver uit gouderts of zilvererts door middel van hoge temperaturen.

Fitnah is de beproeving van de mens met allerlei moeilijkheden, opdat duidelijk wordt of hij/zij deze beproevingen doorstaat met geduld en gehoorzaamheid aan Allah. Om bij de beproeving van een persoon onderscheid te kunnen maken tussen goed en kwaad, is de wereldlijke fitnah noodzakelijk. Immers, Allah heeft ons geschapen om ons te beproeven, opdat de goeden zich zullen scheiden van de slechten.

Laten we kijken welke betekenis het woord fitnah in de Qur’ān heeft.In de Qur’ān wordt in 34 āyāt (verzen) het woord fitnah gebruikt en in 26 āyāt een afgeleide van fitnah.

Verzoeking – Āl ʿImrān 3/7

“…Maar degenen die in hun harten een neiging (tot valsheid) hebben, volgen juist dat (deel) ervan waarvan de betekenis niet eenduidig is, in begeerte naar fitnah (verzoeking) en in begeerte naar de uitlegging ervan…”

Beproeving – Al‑Anʿām 6/53

“En aldus hebben Wij sommigen van hen door anderen beproefd…”

Bestraffing – Ṣād 38/24

“…Dāwūd dacht dat Wij hem bestraffing brachten…”

Zich in het vuur werpen – Al‑Ḥadīd 57/14

“… (De mu’minûn zeiden tegen de huichelaars): Jullie hebben jezelf in het vuur geworpen…”

Folteren – An‑Naḥl 16/110

“Daarna is jouw Rabb, voor hen die de Hijrah (verhuizing van Makkah naar Madīnah) hebben verricht nadat zij folteringen hadden doorstaan en zich vervolgens beijverd en geduldig standgehouden hebben …”

Onrecht aandoen – An‑Nisā’ 4/101

“… Indien jullie bang zijn (dat de kāfirûn) jullie onrecht aandoen …”

In moeilijkheden brengen – Al‑Burūj 85/10

“Zij die mu’minûn mannen en vrouwen in moeilijkheden brengen …”

In dwaasheid verkeren – Al‑Qalam 68/6

“Wie van jullie verkeert in dwaasheid?”

Shirk en kufr – Al‑Baqarah 2/191

“… En fitnah (shirk en kufr) is erger dan doodslag…”

Op het verkeerde pad brengen – Al‑Māʾidah 5/41

“…En als Allah iemand op het verkeerde pad wil brengen, dan ben jij niet bij machte dat bij Allah tegen te gaan…”

Verder heeft het woord fitnah de volgende betekenissen:

verdeeldheid

zwakte van de iemān

bezittingen

kinderen

echtgenoot/echtgenote

moord

onjuiste ʿaqīdah

anarchie

Dus:

het wegnemen van Allahs gunsten zoals gezondheid, bezittingen, kinderen, is een fitnah;

het verkeren in allerlei moeilijkheden die met geduld en gehoorzaamheid aan Allah overwonnen moeten worden, zoals ziekte, armoede, problemen, ongelukken, satanische of menselijke onderdrukking, calamiteiten, onrecht dat een muslim moet ondergaan, is een fitnah;

het overvloedig schenken door Allah van wereldlijke genietingen (bezittingen, echtgenoten, kinderen, gezondheid, plezier enz.) is een fitnah;

de intolerantie van niet‑muslims tegenover de muslims is een fitnah;

het verzaken van de Islām (irtidād) is een fitnah;

het volgen van het pad van de shayṭān is een fitnah;

het volgen van andere religies, gewoonten of ideologieën is een fitnah.

Door de sterkte van onze iemān en onze gehoorzaamheid – namelijk Allah op de beste manier dienen – kunnen wij deze beproevingen doorstaan.

“Iedere ziel zal de dood ervaren en Wij stellen jullie op de proef met het slechte en het goede als een beproeving (fitnah), en tot Ons worden jullie teruggekeerd.” (Al‑Anbiyā’ 21/35)

“En er zijn er onder de mensen die Allah op de rand (onstandvastig) dienen: als hem iets goeds overkomt, is hij daar tevreden mee, maar als hem een beproeving (fitnah) ten deel valt, wendt hij zich af (keert hij zich van de Islām af)…” (Al‑Ḥajj 22/11)

“Rabbanā, lā tajʿalnā fitnatan lil‑kāfirīn wa‑ghfir lanā, Rabbanā, innaka anta l‑ʿAzīzu l‑Ḥakīm.”“O onze Rabb, maak ons niet tot een beproeving voor degenen die kāfirûn zijn en vergeef ons. Onze Rabb, waarlijk, U bent de Almachtige, de Alwijze.” (Al‑Mumtaḥinah 60/5)

Uitleg: O onze Rabb, laat de kāfirûn ons geen wreedheden en onrecht aandoen. Als U dat toestaat, zullen de kāfirûn zeggen: “Als de muslims daadwerkelijk de enige juiste religie hebben en Allah de enige godheid is, hoe is het dan mogelijk dat zij zo onderdrukt en vernederd worden en tot de verliezers behoren?”

VERSCHILLENDE SOORTEN FITAN

A) Persoonlijke fitnahB) Maatschappelijke fitnah (anarchie)C) FasādD) Harj

A) Persoonlijke fitnah

De mens wordt beproefd met de dood en het leven, met iets van vrees en honger, met tekort aan bezittingen, met gezondheid en ziekte, met goede en slechte dingen, met wereldlijke rangen en standen, met de hoeveelheid weldaden die Allah hier op aarde aan Zijn dienaren schenkt.

“Jullie bezittingen en jullie kinderen zijn slechts een beproeving. En bij Allah is ontzaglijk loon.” (At‑Taghābun 64/15)

In een ḥadīth heeft Rasūlullāh (صلى الله عليه وسلم) gezegd:

“De persoonlijke fitnah van een persoon schuilt in zijn gezin, in zijn bezittingen, in zichzelf (nafs), in zijn kinderen en in zijn buren. Deze fitnah wordt uitgewist (tenietgedaan) door het vasten (ṣiyām), de vijf dagelijkse ṣalāh, sadaqah, het goede bevelen en het slechte verbieden (al‑amr bi’l‑maʿrūf wa‑n‑nahy ʿani l‑munkar).” (al‑Bukhārī en Muslim)

De fitnah in deze ḥadīth wordt ook wel gezien als de grote vijand van een persoon, indien die hem weerhoudt van de weg van zijn Rabb:

“O jullie die geloven, onder jullie echtgenoten en jullie kinderen zijn er die jullie vijandig zijn. Hoed jullie dus voor hen.” (At‑Taghābun 64/14)

“O jullie die geloven, laat jullie bezittingen en jullie kinderen jullie niet afleiden van de gedenking (dhikr) van Allah. En wie dat doet, dat zijn de verliezers.” (Al‑Munāfiqūn 63/9)

Maar als al deze beproevingen uit de bovengenoemde ḥadīth de mu’min juist helpen bij het uitvoeren van zijn taken tegenover zijn Rabb, dan heeft hij de beproevingen doorstaan en zijn deze beproevingen juist een grote weldaad van Allah voor hem.

B) Maatschappelijke fitnah (anarchie)

Fitnah heeft vaak vooral betrekking op maatschappelijke ongeregeldheden:

oproer, verdeeldheid, onrust, roddel, onenigheid, verderf en haat onder de mensen zaaien is een fitnah;

mensen tegen elkaar opzetten is een fitnah;

de eenheid van de ummah aantasten is een fitnah;

sociale onrust veroorzaken is een fitnah;

moord en doodslag plegen is een fitnah;

verkeerde ʿaqīdah onder de muslims brengen is een fitnah;

irtidād (het verzaken van de Islām) is een fitnah;

bidʿah in de Islām brengen is een fitnah;

ongehoorzaamheid aan Allah, Zijn Rasūlullāh en Zijn dīn is een fitnah;

terrorisme plegen of aanmoedigen is een fitnah.

Kortom: alles wat de eenheid, broederschap, vredelievendheid, saamhorigheid, onderling respect, tolerantie, behulpzaamheid en andere goede sociale relaties onder de mensen verstoort, wordt tot fitnah gerekend. Immers, als deze goede eigenschappen van de gemeenschap plaatsmaken voor anarchie, dood en verderf, verdeeldheid, vijandschap en onrust, dan is het einde van de ummah nabij:

“En vreest een fitnah die niet uitsluitend degenen onder jullie zal treffen die onrecht plegen; en weet dat Allah streng is in bestraffing.” (Al‑Anfāl 8/25)

In een ḥadīth heeft Rasūlullāh (صلى الله عليه وسلم) gezegd:

“Waarlijk, Allah zal de mensen in het algemeen niet straffen als de geleerde laag van het volk onjuist handelt. Maar als de geleerden zien dat het gewone volk onder elkaar verboden zaken verricht en zij hen niet verhinderen, terwijl zij daartoe wel in staat zijn, dan zal Allah zowel de geleerden als het gewone volk straffen.” (Musnad van Imām Aḥmad)

“De vergelijking tussen degenen die zich houden aan de grenzen (de geboden en verboden) van Allah en degenen die zich daar niet aan houden, is als een volk dat zich voorneemt een schip te betreden. Door loting komen sommigen van hen in het ruim terecht en anderen op het dek. Degenen die in het ruim zijn, gaan naar het dek om water te halen en knoeien daarmee over degenen die op het dek zijn. Daarop zeggen degenen op het dek: ‘Wij kunnen jullie niet toestaan dat jullie ons lastigvallen.’ Waarop degenen in het ruim antwoorden: ‘Dan zullen wij een gat in het schip maken om ons van water te voorzien.’ Als de mensen op het dek hen hiervan weerhouden, dan zijn zij allen gered. Maar als zij hen hun gang laten gaan, dan zullen zij allen verdrinken.” (at‑Tirmidhī)

Van Abū Hurayrah (رضي الله عنه): Rasūlullāh (صلى الله عليه وسلم) heeft gezegd:

“Er komt een beproeving waarin het beter is te slapen dan te waken, beter te waken dan te staan, en beter te staan dan weg te rennen. Wie een schuilplaats vindt, laat die daar beschutting zoeken.” (Muslim)

Hudhayfah (رضي الله عنه) heeft gezegd:

“Als iemand in de tijd van Rasūlullāh (صلى الله عليه وسلم) zo’n woord zei, behoorde hij tot de munāfiqûn. Tegenwoordig hoor ik van één van jullie datzelfde woord vier keer op één bijeenkomst. Óf jullie bevelen het goede en verbieden het slechte en sporen aan tot het goede, óf Allah zal jullie allen straffen en jullie van de aardbodem wegvagen. Anders kan Hij de verdorvenen onder jullie tot leiders over jullie maken, en dan zal de duʿāʾ van de vromen onder jullie niet verhoord worden.” (Musnad van Imām Aḥmad)

C) Fasād

Fasād betekent verderf zaaien, de grenzen van fatsoen, rechtvaardigheid en vrede overschrijden. Fasād is het tegenovergestelde van vrede, verzoening en rechtvaardigheid. In de Qur’ān lezen wij onder andere:

“En wanneer tot hen wordt gezegd: ‘Zaait geen verderf (fasād) op aarde’, zeggen zij: ‘Waarlijk, wij zijn slechts vredestichters.’ Weet dat zij waarlijk de verderfzaaiers zijn, maar zij beseffen het niet.” (Al‑Baqarah 2/11‑12)

“Zaait geen verderf (fasād) op aarde na de verbetering ervan (door de profeten). En roept Hem aan, vrezend (Zijn bestraffing) en hopend (op Zijn barmhartigheid). Waarlijk, Allahs barmhartigheid is nabij voor de weldoeners.” (Al‑Aʿrāf 7/56)

“En als er andere goden dan Allah (op aarde en in de hemelen) zouden zijn, dan zouden zij (aarde en hemel) zeker in verderf (fasād) vervallen…” (Al‑Anbiyā’ 21/22)

“En wanneer hij zich afwendt, gaat hij op aarde rond om er verderf te zaaien en het gewas en het nageslacht te vernietigen. En Allah houdt niet van verderf (fasād).” (Al‑Baqarah 2/205)

D) Harj

Harj betekent dat een muslim zijn broeder vermoordt.

Rasūlullāh (صلى الله عليه وسلم) heeft gezegd:

“De komende dagen zullen worden gekenmerkt door:

het wegnemen van ʿilm (kennis),

het verschijnen van beproevingen,

gierigheid die in de harten wordt geworpen,

en veel harj.”

De metgezellen (رضي الله عنهم) vroegen: “O Rasūlullāh, wat is harj?”Hij (صلى الله عليه وسلم) zei: “Bloedvergieten.” (Muslim en al‑Bukhārī)

Uit andere aḥādīth weten wij dat harj grote moordpartijen betekent. Hieruit kunnen we opmaken dat het om anarchie gaat:

“De Dag des Oordeels zal niet uitbreken voordat twee grote groepen met hetzelfde doel met elkaar oorlog voeren.” (Musnad van Imām Aḥmad)

De gemeenschap van de muslims wordt in een ḥadīth in vijf generaties onderverdeeld. Rasūlullāh (صلى الله عليه وسلم) zei:

“Mijn gemeenschap bestaat uit vijf generaties:

mijn generatie en die van mijn metgezellen zijn de mensen van kennis en iemān;

tot veertig jaar (daarna) zijn het de mensen van birr (goedheid) en taqwā (godsvrucht);

van veertig tot honderdtwintig jaar zijn het de mensen die barmhartig met elkaar omgaan en de familiebanden onderhouden (ṣilat ur‑raḥim);

van honderdtwintig tot honderdzestig jaar zijn het de mensen die zich tegen elkaar keren (alle vormen van menselijke relaties verbreken);

vanaf honderdzestig jaar zijn het de mensen die naar elkaars leven staan (harj).

Vraag (Allah) dat deze tijd snel voorbijgaat.” (Ibn Mājah)

VOORSPELLINGEN VAN RASŪLULLĀH (صلى الله عليه وسلم) OVER DE FITNAH

Rasūlullāh (صلى الله عليه وسلم) heeft de komende fitan (meervoud van fitnah) aan zijn ummah bekendgemaakt om de muslims wakker te schudden. Al deze fitan zijn te vinden in de ḥadīth‑verzamelingen onder “Kitāb al‑Fitan” of “Kitāb al‑Malāḥim”.

Hudhayfatu bnu l‑Yamān (رضي الله عنه) is één van de bekendste ṣaḥābah die de meeste fitan‑aḥādīth heeft overgeleverd. Hij (رضي الله عنه) heeft niet alleen de fitan overgeleverd die tot de Laatste Dag zullen komen, maar ook de namen van de veroorzakers en zelfs de namen van hun vader en hun stam.

In een ḥadīth heeft hij (رضي الله عنه) gezegd:

“Onder de fitan zijn er drie die (zo hevig zijn dat) zij bijna niets zullen overlaten; sommige fitan zijn als een zomerse bries, sommige klein en andere groot.” (Muslim)

Rasūlullāh (صلى الله عليه وسلم) heeft gezegd:

“Ik heb drie smeekbeden bij mijn Rabb gedaan. Twee ervan heeft Hij verhoord, één niet. Ik vroeg mijn Rabb mijn ummah niet door hongersnood te vernietigen; dat heeft Hij verhoord. Vervolgens vroeg ik Hem mijn ummah niet door een grote vloed te vernietigen (zoals het volk van Nūḥ عليه السلام); ook dat heeft Hij verhoord. Ik vroeg mijn Rabb mijn ummah niet in onderlinge fitnah te brengen, maar dat heeft Hij niet verhoord.” (Muslim)

Rasūlullāh (صلى الله عليه وسلم) heeft gezegd:

“Bij Allah, in Wiens Hand het leven van Muḥammad is, mijn ummah zal zich in drieënzeventig groepen verdelen. Eén van hen zal in al‑Jannah zijn (Ahl al‑Sunna wa l‑Jamāʿah) en de overige tweeënzeventig in Jahannam (Ahl al‑Bidʿah)…” (Muslim)

Deze ummah zal niet alleen in verschillende groepen uiteenvallen, maar een deel zal zelfs de Islām verzaken (irtidād):

“Mensen hebben de Islām in groepen omarmd, en zij zullen hem in groepen verzaken.” (Ibn Kathīr)

Hudhayfatu bnu l‑Yamān (رضي الله عنه) zei:

“Mensen vroegen Rasūlullāh (صلى الله عليه وسلم) meestal over het goede, maar ik vroeg hem over het slechte, uit vrees dat het mij zou treffen. Op een keer vroeg ik hem:

‘O Rasūlullāh, wij leefden in de tijd van onwetendheid in slecht (shirk en kufr). Vervolgens heeft Allah ons deze goede zaak (de Islām) geschonken. Zal er na deze goede periode weer een slechte periode komen?’

Hij (صلى الله عليه وسلم) zei: ‘Ja.’

Ik vroeg: ‘Zal er na die slechte periode weer een goede periode komen?’

Hij (صلى الله عليه وسلم) zei: ‘Ja, maar zij zal troebel zijn (naast het goede zal er verderf zijn).’

Ik vroeg: ‘Wat houdt die troebelheid in?’

Hij (صلى الله عليه وسلم) zei: ‘Er zal een volk zijn dat mijn Sunnah en leiding verlaat en een andere sunnah en andere geloofsprincipes volgt. Jij zult sommige van hun zaken goed vinden en andere slecht.’

Ik vroeg: ‘O Rasūlullāh, zal er na die goede periode nog een slechte periode komen?’

Hij (صلى الله عليه وسلم) zei: ‘Ja, dan zullen er oproepers (leidinggevenden, politici, staatshoofden, geleerden enz.) aan de poorten van Jahannam staan; wie hun oproep volgt, werpen zij in Jahannam.’

Ik vroeg: ‘O Rasūlullāh, beschrijf hen voor ons.’

Hij (صلى الله عليه وسلم) zei: ‘Zij zijn van ons, spreken onze taal.’

Ik vroeg: ‘Wat beveelt u mij aan als ik die tijd meemaak?’

Hij (صلى الله عليه وسلم) zei: ‘Houd je aan de gemeenschap van de muslims en aan hun imām (khalīfah).’

Ik vroeg: ‘En als zij geen gemeenschap vormen en geen imām (khalīfah) hebben?’

Hij (صلى الله عليه وسلم) zei: ‘Distantieer je dan van al die groepen, ook al moet je van de wortel van een boom eten, totdat de dood jou bereikt terwijl jij in die staat bent.’” (al‑Bukhārī)

Van Shaqīq Abū Wā’il bin Salamah (رضي الله عنه):

“Wij zaten bij ʿUmar ibn al‑Khaṭṭāb (رضي الله عنه). Hij vroeg: ‘Wie van jullie heeft iets onthouden van Rasūlullāh (صلى الله عليه وسلم) over fitnah?’

Hudhayfatu bnu l‑Yamān (رضي الله عنه) zei: ‘De persoonlijke fitnah van een persoon schuilt in zijn gezin, zijn bezittingen, zijn kinderen en zijn buren; die wordt uitgewist door ṣalāh, sadaqah, het goede bevelen en het slechte verbieden.’

ʿUmar (رضي الله عنه) zei: ‘Daar vraag ik je niet naar; ik vraag naar de fitnah die komt als de golven van de zee.’

Hudhayfah (رضي الله عنه) zei: ‘O Amīr al‑Mu’minīn, u hoeft zich daarover geen zorgen te maken; tussen u en die fitnah is een gesloten deur.’

ʿUmar (رضي الله عنه) vroeg: ‘Zal die deur geopend of opengebroken worden?’

Hudhayfah (رضي الله عنه) zei: ‘Opengebroken.’

ʿUmar (رضي الله عنه) zei: ‘Dan zal hij nooit meer gesloten worden.’

Men vroeg aan Hudhayfah (رضي الله عنه) wie die deur was. Hij zei: ‘ʿUmar was die deur.’”

Alle fitan die Rasūlullāh (صلى الله عليه وسلم) ons heeft gemeld, zijn óf al geweest, óf nog gaande, óf zullen nog komen.

EIGENSCHAPPEN VAN DE FITNAH

De fitnah zal langzaam de harten van de muslims binnengaan. Van Hudhayfah (رضي الله عنه): Rasūlullāh (صلى الله عليه وسلم) zei:

“De fitnah zal de harten binnendringen zoals rietstengels die een mat bedekken, streng voor streng. Elk hart dat haar toelaat, krijgt een zwarte vlek; elk hart dat haar afwijst, krijgt een witte vlek…” (Muslim)

Als de fitnah eenmaal is uitgebroken, komt er geen eind meer aan:

“Als het zwaard eenmaal in mijn ummah is binnengekomen, zal het tot de Dag der Opstanding niet worden weggenomen.” (at‑Tirmidhī)

Wie in de fitnah is beland, kan zich er moeilijk aan onttrekken:

“Er komt een fitnah die doof, stom en blind is. Wie haar nadert, wordt meegesleurd…” (Abū Dāwūd)

De geleerden hebben deze ḥadīth zo uitgelegd: wie in de fitnah terechtkomt, zal waarheid en leugen niet meer kunnen onderscheiden, goede raad naast zich neerleggen, geen gehoor meer geven aan al‑amr bi’l‑maʿrūf wa n‑nahy ʿani l‑munkar. Degenen die de waarheid spreken, zal onrecht en wreedheid worden aangedaan.

Door de fitnah zal de leugen toenemen (al‑Muwaṭṭaʾ) – denk maar aan de politiek van tegenwoordig.

Door de veroorzakers van fitnah zal de waarheid misbruikt worden: Qur’ān en aḥādīth worden volgens hun eigen begeerten uitgelegd om hun zaak kracht bij te zetten.

Door de fitnah zal ieder zijn eigen weg als de enige ware presenteren, zonder rekening te houden met de basis van de Sharīʿah (Qur’ān, Sunnah, ijmāʿ).

Door de fitnah zal onwetendheid toenemen, waardoor angst en liefde voor Allah afnemen; gevolg is dat verboden zaken in de maatschappij normaal worden.

Door de fitnah zullen de mensen onverschillig worden.

Door de fitnah zal er scheiding komen tussen geloof en staat; de Islām zal niet langer als leidraad dienen in het regeren van het land.

Door de fitnah zal de Islām slechts in woorden blijven en de harten niet meer doordringen of in praktijk gebracht worden.

Door de fitnah zal het praktiseren van de Islām moeilijker worden:

“Mensen zullen een tijd meemaken waarin het vasthouden aan de dīn zo moeilijk wordt alsof men vuur in zijn hand houdt.” (at‑Tirmidhī)

Door de fitnah zal irtidād (het verzaken van de Islām) toenemen:

“Mensen hebben de Islām massaal omarmd, en zij zullen hem massaal verzaken.” (Musnad)

Van Abū Hurayrah (رضي الله عنه): Rasūlullāh (صلى الله عليه وسلم) zei:

“Wees snel met het verrichten van goede daden, voordat jullie overvallen worden door fitan als de duisternis van een donkere nacht. In die tijd zal iemand als mu’min de ochtend bereiken en als kāfir de avond, of als kāfir de ochtend bereiken en als mu’min de avond. En hij zal zijn dīn verkopen voor wereldse goederen.” (Muslim)

Door de fitnah zal rijkdom toenemen, tot men niemand meer vindt om zijn zakāt aan te geven.

Door de fitnah zullen de mensen gierig worden:

“Hoewel de mens ouder wordt, blijven twee verlangens jong: de wens om langer te leven en de wens naar meer bezit.” (al‑Bukhārī)

“Als de mens twee dalen vol goud zou hebben, dan zou hij een derde wensen. Slechts de aarde zal zijn mond vullen.” (al‑Bukhārī en Muslim)

Door de fitnah zal er geen veiligheid meer zijn; de slechtsten onder de mensen zullen leidinggevenden worden.

Door de fitnah zullen de mensen wensen dat zij dood waren. Van Abū Hurayrah (رضي الله عنه): an‑Nabī (صلى الله عليه وسلم) zei:

“Bij Hem in Wiens Hand mijn ziel is, deze wereld zal niet vergaan voordat een man langs een graf loopt, zich in het stof wentelt en zegt: ‘Was ik maar op de plaats van de man in dit graf!’ En hij zegt dat niet uit vroomheid, maar vanwege de beproevingen die hem treffen.”

Moord en doodslag zullen toenemen.

De tijden zullen snel verstrijken: een jaar zal voelen als een maand, een maand als een week, een week als een dag.

WAT TE DOEN BIJ FITAN?

Geduld opbrengen voor de moeilijkheden die de fitan met zich meebrengen.

De veroorzakers van fitnah isoleren en hen zoveel mogelijk links laten liggen.

Je verre houden van de fitnah; je zo nodig in je eigen huis terugtrekken.

Als de veroorzakers van fitnah jou willen doden, de dood verkiezen boven hen doden.

In alle gevallen je tong bewaren; niet meedoen aan ophitsing, roddel en polarisatie.

Met je hart de fitnah haten en verafschuwen, ook als je er uiterlijk niets tegen kunt doen.