Handleiding van het vasten
Prof. Dr. İsmail KARAGÖZ (Düzce Universiteit) Prof. Dr. Halil ALTUNTAŞ (Erciyes Universiteit)
VOORWOORD
Het ware doel van ons bestaan in deze wereld is onze Schepper te leren kennen en Hem te aanbidden. Aanbidding is de communicatie van een gelovige met de Entiteit waarin hij gelooft; het is een uiting van liefde, respect en toewijding aan Allah.
Zonder twijfel is het begrijpen van de betekenis, het doel en de wijsheid achter de verrichte aanbidding, en het bewust nastreven hiervan, een integraal onderdeel van het aanbiddingsbewustzijn. Naast dat het een Islamitische verplichting is, heeft aanbidding ook een opvoedkundige en morele functie, zowel op individueel als maatschappelijk niveau. Zo is het vasten, een van de vijf fundamentele pilaren van de Islâm , anders dan andere vormen van aanbidding, omdat het gebaseerd is op het nalaten van bepaalde handelingen. Met andere woorden, vasten heeft een passief karakter. In dit opzicht komt de onmisbare Islamitische principe van oprechtheid en afstand nemen van uiterlijke vertoning het sterkst naar voren in het vastenpraktijk. Met deze eigenschap vormt vasten een trainingsprogramma voor wilskracht, verantwoordelijkheid, geduld en oprechtheid, waarbij de maand Ramadan fungeert als de periode waarin dit programma wordt uitgevoerd.
Van oudsher hebben moslims zich met oprechte toewijding en ijver ingespannen om het vasten en de maand Ramadan de waarde te geven die het verdient.
De culturele sporen die het vasten en de maand Ramadan in ons leven hebben achtergelaten, zijn al eeuwenlang aanwezig. Gelukkig ervaart ons volk nog steeds dezelfde spirituele vreugde en opwinding die de maand Ramadan en het vasten met zich meebrengen. Dankzij de moderne communicatiemiddelen wordt deze spirituele betrokkenheid en vreugde nu in bredere kring beleefd.
Kennis is de eerste stap in de beleving van het Islamitische leven. Het is niet mogelijk om iets correct toe te passen of er de gewenste resultaten uit te halen zonder er voldoende kennis over te hebben. Dit geldt net als in andere aanbiddingen ook voor het vasten. Het belangrijkste is niet simpelweg bepaalde uren van de dag zonder eten en drinken door te brengen, maar de spirituele voordelen te bereiken die met het vasten worden beoogd. Dit kan alleen worden verwezenlijkt door te vasten volgens de principes die an-Nabie صلى الله عليه وسلم ons heeft onderwezen en gepraktiseerd. Op die manier zal de spirituele essentie van het vasten worden ervaren en, inshaa Allah, zal de aanbidding worden aanvaard.
Dit werk is geschreven met als doel de moslimgemeenschap te helpen het vasten op de juiste manier te verrichten. Er is geprobeerd een eenvoudige en begrijpelijke taal te hanteren.
Het boek bestaat uit een inleiding en vier hoofdstukken. In de inleiding wordt het onderwerp "De maand Ramadan en haar deugden" behandeld.
Het eerste hoofdstuk bespreekt "Het vasten, het belang en de deugden ervan." Het tweede hoofdstuk gaat over "De verplichting van het vasten en de verschillende soorten vasten." Het derde hoofdstuk behandelt "Religieuze voorschriften met betrekking tot het vasten." En in het vierde hoofdstuk komt "De vreugde van Ramadan en vasten: het feest" aan bod. De verwerkte onderwerpen worden ondersteund met bewijsteksten uit de Qur’aan en overleveringen van an-Nabie صلى الله عليه وسلم in hun oorspronkelijke vorm.
Onze grootste wens is dat deze studie nuttig zal zijn voor onze gemeenschap. Het succes is enkel met de gunst van Allah.
PRESIDIUM VOOR RELIGIEUZE ZAKEN
VOORWOORD VAN DE VERTALERLof en dank aan onze Rab, die ons uit het niets heeft geschapen, ons vervolgens bewust heeft gemaakt van Zijn bestaan, ons heeft geleerd wat we niet wisten en ons heeft begiftigd en vereerd met de hoogste zegen van alle zegeningen, het geloof (iemaan).Salaat (gebed) en salaam (groetenis) aan het beste voorbeeld, onze leider en gids, an-Nabie (an-Nabie) Muhammed Mustafa صلى الله عليه وسلم , evenals zijn familieleden en metgezellen,
Onze Rab heeft de mens op de meest volmaakte wijze geschapen en enkel en alleen om Hem te aanbidden. Hij heeft via openbaring aan Zijn boodschappers, die Hij uit hun eigen volk heeft gezonden, bekendgemaakt hoe zij zich in deze wereld – waarin zij beproefd worden – dienen te gedragen en handelen.
Onze Rab heeft bepaald dat de enige ware godsdienst bij Hem de Islâm is. Hij heeft deze godsdienst vervolmaakt met twee bronnen: de Qur’ān en de sunnah van an-Nabie صلى الله عليه وسلم. Hij heeft in de Qur’ān vermeld dat de Qur’ān het Zijn woord is. Hij heeft tevens in de Qur’ān het bevel gegeven om an-Nabie صلى الله عليه وسلم te gehoorzamen.
قُلۡ إِن كُنتُمۡ تُحِبُّونَ ٱللَّهَ فَٱتَّبِعُونِي يُحۡبِبۡكُمُ ٱللَّهُ وَيَغۡفِرۡ لَكُمۡ ذُنُوبَكُمۡۚ وَٱللَّهُ غَفُورٞ رَّحِيمٞ ٣١
Zeg: “Als jullie (echt) van Allah houden, volg mij dan, Allah zal van jullie houden en jullie zonden vergeven. En Allah is de Barmhartige, de Genadevolle. (Āl ‘Imrān 3:31)
Het volgen van an-Nabie صلى الله عليه وسلم (via zijn sunnah) is een teken van liefde voor Allah en dat gehoorzaamheid aan Zijn Rasul een voorwaarde is voor de liefde van Allah voor de mens.
De Qur’ān is een goddelijke openbaring waarin de geboden en verboden van Allah beknopt worden vermeld. Hoe deze geboden en verboden uitgevoerd dienen te worden, heeft Hij de mu’mins (mu’mins) onderwezen door middel van de woorden, daden en goedkeuringen van de laatste der profeten Muhammad صلى الله عليه وسلم.
De sunnah is de uitleg en praktische toepassing van de Qur’ān . Daarom zei onze moeder ‘Aaishah رضي الله عنها, toen metgezellen haar vroegen naar de akhlâq (het karakter/moraal/gedrag) van Rasûlullah صلى الله عليه وسلم:
"Lezen jullie de Qur’ān niet? Zijn akhlâq was de akhlâq van de Qur’ān ."
Zonder de sunnah is het niet mogelijk om de Qur’ān in praktijk te brengen. In de Qur’ān wordt b.v. het verrichten van de salâh voorgeschreven, maar nergens wordt uitgelegd hoe de salâh dient te worden verricht, noch hoeveel raka`aat er zijn in het fajr-, dhuhr-, ʿasr-, maghrib-, ʿishaaen jumuʿah-salâh.
Zonder de verduidelijking en het voorbeeld van de sunnah zou het uitvoeren van de salâh onmogelijk zijn.
Zoals in dit voorbeeld, geldt hetzelfde voor geloofszaken, aanbiddingen, transacties en morele richtlijnen – het is een feit dat deze zonder de sunnah niet correct nageleefd kunnen worden.
De hadiethboeken, waarin de woorden, daden en gedragingen van an-Nabie صلى الله عليه وسلم zijn vastgelegd, zijn door muhaddithien gerangschikt op basis van hun authenticiteitsgraad. Hierbij is rekening gehouden met de autoriteit van de muhaddithien binnen de hadieth wetenschappen en de nauwkeurigheid waarmee zij hun werken hebben opgesteld.
Hieronder is de Nederlandse vertaling van het boek ‘ORUÇ İLMİHALİ‘ (geschreven door Prof.Dr. İsmail KARAGÖZ, en Prof.Dr. Halil ALTUNTAŞ). Het is in het Turks geschreven boekje voor moslims van de Hanafi madhhab. ‘Ilmihal’ is in de Turkse traditie een handboek dat basiskennis over geloofsregels en -praktijken biedt. Er zijn een aantal Nederlandstalige boekjes over het vasten in de maand Ramadān en dit is hopelijk een die de leegte van de moslims van de Hanafi madhab vervult. Tussen ellipsis heb ik een aantal opmerkingen geplaatst om het onderwerp te verduidelijken en ahadieth uit Bukharie en Muslim toe te voegen.
.
De voortreffelijkheid van de maand Ramadan
De maand Ramadān is de enige maand van de maankalender die in de Qur’ān wordt genoemd. (al-Baqarah, 2/185)Het feit dat het vasten, een van de vijf fundamentele pilaren van de Islām, in de maand Ramadān wordt verricht, benadrukt het belang van deze maand.
1. De betekenis van het woord Ramadān
Er bestaan verschillende opvattingen over de etymologische oorsprong en betekenis van het woord Ramadān :
a) Het woord Ramadān is afgeleid van het woord ramdâ, wat verwijst naar de regen die aan het begin van de herfst valt en de aarde van stof reinigt. Zoals deze regen de aarde wast en zuivert, zo zuivert de maand Ramadān de mu’mins (mu’mins) van hun zonden.
b) Het woord Ramadān komt van ramada, wat verwijst naar de hitte die de stenen extreem doet gloeien door de brandende zon. Het woord "Ramadān ", afgeleid van deze wortel, betekent "blootsvoets over hete grond lopen en zich verbranden". Dit woord is als naam gegeven aan de maand waarin het vasten, een van de vijf pilaren van de Islâm , wordt verricht. Door in deze maand te vasten voor Allah, ervaart men honger en dorst, en zo worden de zonden figuurlijk verbrand door de hitte van het vasten.
c) Ramadān is afgeleid van ramada, wat verwijst naar het slijpen en scherpen van het lemmet van een zwaard of de punt van een pijl door deze tussen twee gladde stenen te plaatsen en te hameren. Doordat de Arabieren hun wapens in deze maand scherpten ter voorbereiding op de strijd, kreeg deze maand deze naam.
d) Ramadān is een van de Schone Namen van Allah. Omdat de zonden als het ware verbranden en verdwijnen door Allah’s genade, heeft deze maand deze naam gekregen. In deze betekenis betekent "Shahru Ramadān " (de maand Ramadān ) "de maand van Allah". (Yazır, I, 642-644)
De term Ramadān omvat de betekenissen van reiniging, verbranding en slijpen. Gelovigen die zich in deze maand met vasten en andere aanbiddingen tot Allah wenden, worden gezuiverd van hun zonden, worden bewuster en versterken hun geloof (iemaan) en karakter (akhlâq).
2. De maand Ramadān
Het begin en einde van de maankalender maanden worden bepaald door de beweging van de maan rond de aarde. De periode van de verschijning van de nieuwe maan tot haar wederoptreden (de tijd van volle maand tot de volgende volle maand duurt 29,5 dagen: synodische maand.) wordt als een "maand" beschouwd, wat soms 29 dagen en soms 30 dagen duurt. Daarom moet het moment waarop de maan als sikkel verschijnt, worden vastgesteld om te bepalen wanneer het vasten in Ramadān begint. Echter, omdat het niet altijd mogelijk is de maaansikkel waar te nemen, ontstaat er twijfel over het begin of einde van de Ramadān .
an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) gaf de volgende richtlijnen om het begin en einde van Ramadān vast te stellen en een praktische oplossing te bieden voor situaties waarin de maansikkel niet zichtbaar is:
"Wanneer jullie de nieuwe maan (sikkel) (van Ramadān ) zien, begin dan met het vasten. En wanneer jullie de nieuwe maan (van Shawwal) zien, verbreek dan het vasten (vier `Iedu’l Fitr: Ramadaanfeest). Als de lucht bewolkt is en jullie de maansikkel niet kunnen waarnemen, schat dan (de maand) en maak haar vol op dertig dagen." (Al-Buhârî, Sawm , 5)
"Begin niet met vasten totdat jullie de nieuwe maan zien, en verbreek het vasten niet totdat jullie de nieuwe maan van (Shawwal) zien. Als de lucht bewolkt is, schat dan de maand en maak haar vol op dertig dagen." (Al-Buhârî, Sawm , 11)
Op basis hiervan moet op de 29ste dag van Sha`ban worden gekeken naar de nieuwe maan van Ramadān . Als de nieuwe maan wordt gezien, wordt het bepaalt dat de maand Ramadān is ingetreden. Evenzo moet op de 29ste dag van Ramadān de nieuwe maan worden geobserveerd om te bepalen of de maand Shawwal is ingetreden en het `Iedu’l Fitr feest is aangebroken. De maansikkel moet na zonsondergang zichtbaar zijn; overdag waargenomen maansikkels worden niet als geldig beschouwd (omdat het licht van de zon dit verhindert). De meerderheid van de Islamitische geleerden ondersteunen deze opvatting.
Moet de sikkel per se met het blote oog worden gezien om het begin of einde van Ramadān te bepalen, of kan men zich baseren op astronomische berekeningen (of moderne instrumenten)?
Als we ons strikt baseren op de letterlijke betekenis van de bovengenoemde hadieth, zou men kunnen concluderen dat de sikkel met het blote oog moet worden waargenomen. Omdat in de hadieth duidelijk wordt gesproken over het "zien van de nieuwe maan" en wordt bevolen dat er niet met het vasten wordt begonnen en niet wordt beëindigd totdat de nieuwe maan is waargenomen.
Het belangrijkste is dat de nieuwe maan wordt waargenomen, niet de methode van de waarneming. Echter, in de taal van de Qur’ān , Arabische, betekent het werkwoord ra'a (zien) ook weten of geloven. Daarom dwingt deze hadieth ons niet om de sikkel uitsluitend met het blote oog te observeren. Dit wordt verder ondersteund door de volgende hadieth van an-Nabie (صلى الله عليه وسلم):
"Wij zijn een ongeletterd volk. Wij kennen geen berekeningen en kunnen niet lezen of schrijven. De maand is soms 29 dagen en soms 30 dagen." (Al-Buhârî, Sawm , 11)
Uit deze hadieth begrijpen we dat het berekenen van de maankalender een van de methodes is om de maanden vast te stellen. Destijds werd deze methode echter niet toegepast, omdat men er geen kennis van had. Aangezien in de tijd van Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) geen mogelijkheid tot astronomische berekening bestond, werd waarneming met het blote oog voorgeschreven.
Toch kon deze methode ook falen door bijvoorbeeld bewolkt of stoffig weer. Daarom beval an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) dat men de maand vol moest maken tot dertig dagen als de sikkel niet zichtbaar was. In principe, is er geen sprake van of de maand Ramadān niet is begonnen of nog niet is geëindigd. Dit komt doordat de lucht bewolkt is en ervan wordt uitgegaan dat de nieuwe maan niet is verschenen, waardoor de lopende maand als voortgezet wordt beschouwd. Nochtans bestaat ook de mogelijkheid dat de nieuwe maan wél is verschenen.
Dit was noodzakelijk omdat er destijds geen alternatieve methode beschikbaar was. Maar als een exacte berekeningsmethode bekend zou zijn geweest, zou Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) toestaan dat zo’n risico zou ontstaan?
Daarom kunnen we stellen dat het strikt vasthouden aan de letterlijke betekenis van de hadieth en eisen dat de sikkel met het blote oog moet worden waargenomen, in strijd zou zijn met de geest van de sunnah.
Het observeren van de maan is een astronomische aangelegenheid, en astronomie is gebaseerd op waarneming en berekeningen.
De bewegingen van hemellichamen volgen een vast patroon en zijn wiskundig voorspelbaar. (al-Anbiya, 21/33; Ya-Sin, 36/40) Dankzij de moderne astronomie kunnen we vandaag de dag met absolute nauwkeurigheid de verschijningstijden van de nieuwe maan bepalen voor de komende jaren.
Het gebruik van astronomische berekeningen om het begin van Ramadān vast te stellen, zou niet alleen de principes van gemak in de aanbidding ondersteunen, maar ook jaarlijks terugkerende twijfels en verdeeldheid onder moslims over het begin en einde van Ramadān wegnemen.
Een ander punt van discussie betreft ihtilâf al-matâli` (verschil in maansopkomsttijden). Omdat de aarde rond is, verschijnt de nieuwe maan niet overal tegelijkertijd (op de aardbol). Vanwege deze mondiale realiteit kan de nieuwe maan, wanneer deze op één plaats wordt waargenomen, niet tegelijkertijd in een ander deel van de wereld worden gezien. Dit roept de volgende vraag op: Moeten moslims die in verschillende delen van de wereld wonen uitgaan van de waarneming van de nieuwe maan in hun eigen regio (rekening houdend met ihtilâf al-maṭâliʿ), of wordt de waarneming van de nieuwe maan ergens ter wereld als voldoende beschouwd voor alle moslims, ongeacht hun locatie (zonder rekening te houden met ihtilâf al-maṭâliʿ)?
De meeste Islamitische geleerden stellen dat ihtilâf al-matâli` niet relevant is en dat de waarneming van de sikkel op één locatie op aarde voldoende is voor de hele moslimgemeenschap. Volgens de Shafi’i madhab wordt wel rekening gehouden met ihtilâf al-maṭâliʿ. Moslims die in verschillende delen van de wereld wonen, beginnen met vasten wanneer de nieuwe maan in hun eigen regio wordt waargenomen. (Shirazi, II, 593-594)
De verschillende meningen over de vraag of de Ramadān wel of niet is begonnen, ondermijnen de ijver van moslims voor aanbidding en verstoren de eenheidsgeest die men verwacht te versterken door de Ramadān en het vasten. Daarom is het nodig om de discussies over het waarnemen van de maan (ru`yat-i hilaal) te beëindigen en zo veel mogelijk te profiteren van de spirituele sfeer die door de aanbidding wordt gecreëerd.
De meest praktische manier is om geen rekening te houden met ihtilâf al-maṭâliʿ en in plaats daarvan de astronomische berekening technieken toe te passen, die gebaseerd zijn op de zichtbaarheid van de maan met het blote oog. Zolang dit geen spanningen of verdeeldheid onder moslims veroorzaakt, kunnen degenen die dat willen de methode van het waarnemen van de maan met het blote oog individueel toepassen.
II. De waarde en belang van de maand RamadānEen van de belangrijkste aspecten die Ramadān waardevol maakt, is dat de laatste goddelijke boodschap, de Qur’ān , in deze maand werd geopenbaard. De aanbidding vasten, dat een van de vijf zuilen van de Islâm is, wordt in deze maand verricht. De Laylat al-Qadr, die beter is dan duizend maanden, valt binnen de maand Ramadān In deze maand worden de verrichtte aanbiddingen meer beloond dan in welk andere maanden dan ook. Ramadān is een maand van vergeving en genade, sociale hulp en solidariteit, overvloed en zegen. In dit hoofdstuk zullen we deze punten bespreken.
De Qur’ān werd in de maand Ramadān geopenbaard.
In vers 185 van surah al-Baqarah wordt vermeld dat de Qur’ān in de maand Ramadān werd geopenbaard:
شَهۡرُ رَمَضَانَ ٱلَّذِيٓ أُنزِلَ فِيهِ ٱلۡقُرۡءَانُRamaḍan is de maand waarin de Qur’ān werd geopenbaard .. (al-Baqarah, 2:185)
De openbaring van Qur’ān al-Kariem begon in het jaar 610 na Christus, in de maand Ramadān, in de Nacht der Beschikking (Laylat al-Qadr), toen de engel Jibriel (Gabriël) عليه السلام de eerste vijf verzen van surah al-‘Alaq naar an-Nabie Muhammad صلى الله عليه وسلم bracht, terwijl hij zich in de Hira-grot bevond en in aanbidding was.
De vraag is, op welke dag van de Ramadān vond dit gebeuren plaats?In de verzen 2 en 3 van surah ad-Duhân wordt vermeld dat de Qur’ān werd geopenbaard op een gezegende nacht:حمٓ ١وَٱلۡكِتَٰبِ ٱلۡمُبِينِ ٢إِنَّآ أَنزَلۡنَٰهُ فِي لَيۡلَةٖ مُّبَٰرَكَةٍۚ إِنَّا كُنَّا مُنذِرِينَ ٣Hā Mīm. Bij het duidelijke Boek. Wij hebben hem (de Qur’ān ) in de gezegende nacht neergezonden. Waarlijk, Wij zijn de waarschuwers. (Duhân, 44/1-3)
Volgens de meerderheid van de islamitische geleerden verwijst de "gezegende nacht" die in de vermelde ayat wordt genoemd, naar de Laylat al-Qadr. Het wordt duidelijk vermeld in de surah Qadr dat de Qur’ān op de Laylat al-Qadr is geopenbaard.
إِنَّآ أَنزَلۡنَٰهُ فِي لَيۡلَةِ ٱلۡقَدۡرِ ١
Waarlijk! Wij hebben hem (de Qur’ān ) neergezonden in de Waardevolle Nacht. (al-Qadr 97/1)
De openbaring van de Qur’ān aan an-Nabie Muhammad صلى الله عليه وسلم wordt uitgedrukt met de woorden inzal (neerzending) en tenzil (gedeeltelijke neerzending). Dit wordt genoemd in de verzen van surah al-An’am (6:92) en surah an-Nahl (16:89). De openbaring van de Qur’ān in de maand Ramadān in de Laylat al-Qadr wordt op twee manieren verklaard:
a) De Qur’ān werd in zijn geheel in de Laylat al-Qadr vanuit (de Bewaakte Tafel) naar de nabijgelegen hemel (Baytu’l ` İzzah) neergezonden, en van daaruit werd het in de loop van 23 jaar aan onze Nabie geopenbaard.
Dat de Qur’ān in de Lawh al-Mahfuz bevond, wordt ondersteund door de verzen van surah al-Burûj (21-22), die duidelijk aangeven dat de Qur’ān zich in de Lawh al-Mahfuz bevond.
بَلۡ هُوَ قُرۡءَانٞ مَّجِيدٞ ٢١فِي لَوۡحٖ مَّحۡفُوظِۭ ٢٢
Het is echter een Glorieuze Qur’ān . (Ingeschreven) in het welbewaarde paneel (Lawh al-Mahfuz) al-Burûj (21-22),
De uitspraak van de metgezel (van an-Nabie صلى الله عليه وسلم) Abdullah ibn Abbas (رضي الله عنهما):“De Qur’ān is op de gezegende nacht (Laylat al-Qadr) als geheel neergezonden naar de nabijgelegen hemel (Baytu’l-`İzzah), en vervolgens in de daaropvolgende 23 jaar, (in delen en in fasen, aan an-Nabie Muhammad صلى الله عليه وسلم ) geopenbaard”. (Dit wordt bevestigd door de hadieth van Al-Hakim en wordt verder uitgelegd door de geleerde Suyuti in zijn werk el-Itqan).
Wanneer we lezen dat "de Qur’ān is in de maand Ramadān ", "in een gezegende nacht ", en "op de Laylat al-Qadr “ neergezonden, betekent dit dat de openbaring van de Qur’ān in deze maand begon, en niet dat het in één keer werd neergezonden.
In de `Ilmu’l Balaghah (retoriek en stijlfiguren) wordt dit "majaazu’l mursal" genoemd. Net zoals aan het begin van surah al-Baqarah, wordt een deel van de Qur’ān "Boek" en "Qur’ān " om naar een deel van de Qur’ān te verwijzen. De Qur’ān is duidelijk over het feit dat de openbaring niet in één keer plaatsvond, maar stapsgewijs, vers voor vers, surah voor surah.
وَقَالَ ٱلَّذِينَ كَفَرُواْ لَوۡلَا نُزِّلَ عَلَيۡهِ ٱلۡقُرۡءَانُ جُمۡلَةٗ وَٰحِدَةٗۚ كَذَٰلِكَ لِنُثَبِّتَ بِهِۦ فُؤَادَكَۖ وَرَتَّلۡنَٰهُ تَرۡتِيلٗا ٣٢
En degenen die ongelovig zijn zeggen: “Waarom is de Qur’ān niet in één keer aan hem geopenbaard?” Maar zo hebben Wij daarmee jouw hart versterkt (O Muhammed). En Wij hebben het geleidelijk aan jou geopenbaard, in gedeelten. (al-Furqaan 25/32)
وَقُرۡءَانٗا فَرَقۡنَٰهُ لِتَقۡرَأَهُۥ عَلَى ٱلنَّاسِ عَلَىٰ مُكۡثٖ وَنَزَّلۡنَٰهُ تَنزِيلٗا ١٠٦
En (het is) een Qur’ān die Wij in delen hebben onderverdeeld zodat jullie het voor de mensen met tussenpozen zullen reciteren. En Wij hebben het in gedeelten gezonden. (al-Israa 17/106
De verzen van hierboven verklaren, zowel de geleidelijke openbaring van de Qur'ān als de reden voor deze geleidelijke openbaring ervan. Het feit dat de Nacht der Beschikking (Laylat al-Qadr) in de maand Ramadān valt, is bevestigd door een vers. Echter, de exacte Laylat al-Qadr in de maand Ramadān is niet definitief vastgesteld, en er is geen consensus hierover.
[Van Ibn `Umar (رضي الله عنهما) : Enige metgezellen van an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) werd de Nacht der Beschikking getoond in hun droom, in de laatste week van Ramadān. An-Nabie (صلى الله عليه وسلم) zei: ‹Ik zie dat jullie dromen overeenstemmen over die laatste week, dus wie hem zoekt moet hem in de laatste week zoeken.]
Het meest gangbare standpunt is echter dat de Laylat al-Qadr de 27e nacht van Ramadān is. (Zie Ibn Sa'd, I, 94)
De Qur'ān is de gids voor alle mensen en een duidelijke leiding en de standaard (zie Baqarah, 2/185) Het leidt mensen naar het juiste pad. (Isrā, 17/9) Het lezen van de Qur'ān is een daad van aanbidding, en voor elke letter wordt een hasanah / beloning gegeven. Zoals Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) zei:
“Wie een letter uit het Boek van Allah leest, krijgt tien hasanah (beloning). Voor elke goede daad wordt tien keer zoveel beloning gegeven. Ik zeg niet dat elif lam mim een letter is. Elif is een letter, lam is een letter, mim is een letter.” (Tirmidhî, Fadā'il al-Qur'ān, 16)Elke moslim dient dit gebod te volgen door de Qur'ān te leren en voortdurend te lezen. Degenen die dit gebod volgen, zullen door Allah geprezen worden. Omdat Allahu Ta`ala degenen die de Qur'ān lezen prijst:
إِنَّ ٱلَّذِينَ يَتۡلُونَ كِتَٰبَ ٱللَّهِ وَأَقَامُواْ ٱلصَّلَوٰةَ وَأَنفَقُواْ مِمَّا رَزَقۡنَٰهُمۡ سِرّٗا وَعَلَانِيَةٗ يَرۡجُونَ تِجَٰرَةٗ لَّن تَبُورَ ٢٩لِيُوَفِّيَهُمۡ أُجُورَهُمۡ وَيَزِيدَهُم مِّن فَضۡلِهِۦٓۚ إِنَّهُۥ غَفُورٞ شَكُورٞ ٣٠
Waarlijk, degenen die het Boek van Allah reciteren en salât perfect verrichten en uitgeven van waar Wij hen mee voorzien hebben, in het geheim en openlijk: zij hopen op een handel die geen verlies zal geven.Opdat Hij hun de volle beloning moge geven, er uit Zijn overvloed aan toevoegende. Waarlijk! Hij is Vergevingsgezind, Meest Waarderend. (Fâtır, 35/29-30)
Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) zei:“Beste onder jullie zijn degenen die de Qur'ān leren en onderwijzen.” (Tirmidhî, Fadā'il al-Qur'ān, 15)Met deze hadieth moedigt hij het lezen van de Qur'ān en het leren van de bepalingen ervan aan. Ook moedigde Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) degenen aan die de Qur'ān leerden, lazen, en zich aan de geboden en verboden hielden. Hij gaf aan dat de Qur'ān op de Dag des Oordeels zal pleiten voor degene die hem heeft gelezen, en zo de mu’mins aanspoorde om de Qur'ān te leren en te lezen:“Leer de Qur'ān en lees hem.” (Tirmidhî, Fadā'il al-Qur'ān, 2)“Verlicht en versier jullie je huizen met de salâh en het lezen van de Qur'ān.” (Suyûtî, Câmi'u's-Sağîr, No: 9291)In een huis waar de Qur'ān wordt gelezen, is er een geestelijk licht, rust en vreugde. Want in huizen waar de Qur'ān wordt gelezen, zijn er engelen van genade, en de duivels blijven op een afstand.“Er zijn slechts twee mensen waarop men jaloers mag zijn: De eerste is degene aan wie Allah (de mogelijkheid heeft gegeven) de Qur'ān te leren; hij leest de Qur'ān dag en nacht en handelt naar de bepalingen ervan.
De tweede is degene aan wie Allah rijkdom heeft gegeven; hij besteedt zijn rijkdom dag en nacht (in goede en halaal zaken).” (Muslim, Salāt al-Musaafirīn, 266)Het doel van het lezen van de Qur'ān is niet alleen het lezen, maar het begrijpen en toepassen van de bepalingen ervan. Het lezen van Allahs Woord en profiteren van zijn licht moet de grootste wens zijn van elke moslim.Een ander doel van het lezen van de Qur'ān is om ons leven af te stemmen op de goddelijke geboden en verboden daarin. Hiervoor moeten we de Qur'ān begrijpen en er op de juiste manier over peinzen. Alleen het lezen van de tekst zonder begrip kan weliswaar beloning opleveren, maar het uiteindelijke doel is om te begrijpen en toe te passen. De Qur'ān mag niet worden gelezen voor wereldse doeleinden of als een middel van winstbejag.Gedurende de periode waarin de Qur'ān werd geopenbaard, volgden de sahābah nauwgezet de geopenbaarde surahs en verzen, leerden ze (van buiten) en gingen ze de bepalingen toepassen.Wat ze niet begrepen of waarover ze twijfelden, vroegen ze het aan Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم).Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) zei: “Einde der tijden zal er een gemeenschap zijn die de Qur'ān leest, maar de woorden zullen niet verder gaan dan hun keel (ze geloven niet in wat ze lezen en handelen er niet naar).” (Ahmed, II, 621)Het is voor degenen die geen Arabisch kennen of geen speciale kennis hebben van de Qur'ān wetenschappen, is het onmogelijk om de oorspronkelijke tekst van de Qur'ān te begrijpen.
Degenen kunnen echter profiteren van vertalingen van de Qur'ān en tafsīr (exegese)-boeken.De Qur'ān is niet moeilijk voor degenen die het willen leren, lezen, begrijpen en de bepalingen ervan willen toepassen. Want Allahu Ta`ala zegt:
وَلَقَدۡ يَسَّرۡنَا ٱلۡقُرۡءَانَ لِلذِّكۡرِ فَهَلۡ مِن مُّدَّكِرٖ ٤٠
En voorwaar, Wij hebben de Qur’ān gemakkelijk gemaakt ter vermaning, is er dan iemand die het onthoudt? (al-Qamar, 54/40)Aangezien de Qur'ān in de maand Ramadān is begon neer te dalen, geven moslims deze maand extra aandacht aan het lezen van de Qur'ān. (Moslims in Turkiye) lezen in de Ramadān zo geheten 'muqābalah' en lezen de hele Qur'ān in hun huizen en moskeeën.“Mukābalah” betekent dat iemand de Qur'ān van de tekst of uit het hoofd leest, en anderen het volgen of ernaar luisteren. De traditie van mukābalah is gebaseerd op de praktijk van Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) en de engel Jibrīl عليه السلام. Jibrīl عليه السلام las elk jaar de verzen/surahs die tot de maand Ramadān waren geopenbaard voor aan Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم), zodat de geschreven en uit het hoofd geleerde delen van de Qur'ān gecontroleerd konden worden. Jibrīl عليه السلام heeft de Qur'ān aan Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) twee keer voorgedragen in de Ramadān in het jaar waarin hij kwam te overlijden. (Zie al-Bukhārī, Fadā'il al-Qur'ān, 7; Bed` al-Wahy, 1; Hākim, Tafsīr", No: 2903)
2. De verplichte vasten wordt in de maand Ramadān verricht
In de Qur’ān staat:
فَمَن شَهِدَ مِنكُمُ ٱلشَّهۡرَ فَلۡيَصُمۡهُۖwie van jullie de nieuwe maan (van de eerste nacht) van de maand Ramadān ziet, moet die maand vasten’. (al-Baqarah 2/185)
Hiermee wordt bevolen dat het vasten in de maand Ramadān verplicht is.
Het belang en de waarde van het vasten zal in het eerste hoofdstuk besproken worden. Hier willen we benadrukken dat vasten in de maand Ramadān moet worden verricht, dat het vasten in deze maand leidt tot vergiffenis en genade, en dat vasten in andere maanden niet dezelfde beloning oplevert als die in Ramadān . Laten we dit toelichten met twee ahadieth:
"Wie vast tijdens de Ramadān , met geloof en hopend op beloning, Allah zal zijn eerdere zonden vergeven." (Muslim, Salatu’l-Musafirin, 175)
"Wie zonder ziekte of geldige reden een dag niet vast in de maand Ramadān , zal dat nooit volledig kunnen compenseren, zelfs als hij alle dagen vast." (Aboe Dawoed, Sawm, 38; Tirmidhie, Sawm, 27; Ibn Maadjah, Sawm, 14)
Deze hadieth toont zowel de waarde als de immense beloning van het vasten in Ramadān aan. Het geeft aan hoe zwaar en zondig het is om in de maand Ramadān opzettelijk niet te vasten.
3. De Lailatoe’l-Qadr, beter dan duizend maanden, is in de maand Ramadān
"Voorwaar, Wij hebben hem (de Qur’ān ) in de Laylatu’l-Qadr neergezonden. En wat doet jou weten wat de Laylatu’l-Qadr is? De Laylatu’l-Qadr is beter dan duizend maanden. De engelen en de Geest (Jibriel) dalen daarin neer met de toestemming van hun Heer voor elke beschikking. Vrede heerst in deze nacht tot de ochtendschemering." (al-Qadr, 97:1-5)
Rasûlullah صلى الله عليه وسلم heeft gezegd:"Wie de Laylatu’l-Qadr doorbrengt in aanbidding, met geloof en hopend op beloning, zijn eerdere zonden zullen vergeven worden." (Muslim, Salatu’l-Musafirin, 175)
Dat de Lailatu’l-Qadr in de maand Ramadān is, staat vast, maar op welke dag precies, is niet met zekerheid bekend. Onze moeder ʿAa’ishah رضي الله عنها heeft overgeleverd dat Rasûlullah صلى الله عليه وسلم de Lailatoe’l-Qadr zocht in de laatste tien nachten van Ramadān en heeft gezegd:
"Zoek de Laylatu’l-Qadr in de laatste tien nachten van Ramadān ." (Tirmidhi, Sawm, 71)
Ook heeft zij overgeleverd dat Rasûlullah صلى الله عليه وسلم heeft gezegd:"Zoek de Laylatu’l-Qadr in de oneven nachten van de laatste tien nachten van Ramadān ." (Tirmidhi, Sawm, 71)
Dit betekent dat deze nacht in een van de laatste tien nachten verborgen is, en dat men zich in deze periode extra moet richten op aanbidding.
De wijdverspreide mening is dat de Laylatu’l-Qadr op de 27e nacht van Ramadān valt, en binnen de Islamitische wereld wordt deze nacht als zodanig geëerd.
Rasûlullah صلى الله عليه وسلم besteedde deze nacht in aanbidding en wekte zijn gezin op om dit ook te doen. (Tirmidhi, Sawm, 72)
Het is belangrijk om de Laylatu’l-Qadr te benutten en zo veel mogelijk te profiteren van haar zegening en inspiratie. Wie deze nacht niet benut, mist grote spirituele gunsten. Rasûlullah صلى الله عليه وسلم heeft gezegd:
"De maand Ramadān is in aantocht. In haar bevindt zich een nacht die beter is dan duizend maanden. Wie verstoken blijft van de goedheid en zegeningen van deze nacht, blijft verstoken van alle goedheid en zegening. En niemand blijft verstoken van haar goedheid, behalve de werkelijk verstokenen." (Ibn Maadjah, Sawm, 2)
Men kan de Lailatoe’l-Qadr doorbrengen door:
Het verrichten van de ʿIshaa-salâh in de moskee
Het verrichten van Taubah en Istighfaar
Het sturen van salawaat op Rasûlullah صلى الله عليه وسلم
Het verrichten van smeekbeden en dhikr
Het reciteren van de Qur’ān
Het verrichten van salâh
Het doen van liefdadigheid en goede daden
4. In de maand Ramadān worden de poorten van het Paradijs geopend, de poorten van het Hellevuur gesloten, en de shayatien in ketenen gelegd
In een ḥadīth wordt het volgende gezegd:
"Wanneer de eerste nacht van de maand Ramadān aanbreekt, worden de shayatien en de opstandige jinns in ketenen gelegd, de poorten van het Hellevuur worden gesloten en geen ervan wordt geopend, en de poorten van het Paradijs worden geopend en geen ervan wordt gesloten. Een oproeper roept: 'O jij die het goede wenst te doen! Breng deze wens ten uitvoer en doe goede daden. O jij die het kwade wenst te doen! Laat je wens achterwege.' Allah bevrijdt in de maand Ramadān veel mensen van het Hellevuur. Dit gaat zo door in elke nacht van Ramadān. Wanneer de maand Ramadān anbreekt, worden de poorten van de hemel geopend, de poorten van het Hellevuur gesloten en de shayatien in ketenen gelegd." (Tirmidhī, Ṣawm, 1; zie ook: Bukhārī, Ṣawm, 5)
Het openen van de poorten van het Paradijs, het sluiten van de poorten van het Hellevuur en het in ketenen leggen van de shayatien en opstandige jinns in deze ḥadīth zijn metaforisch bedoeld. Dit wijst op de bijzondere waarde die de maand Ramadān heeft bij Allah. - (Het openen van de poorten van het Paradijs) de overvloed van goddelijke genade en vergiffenis - (Het sluiten van de poorten van het Hellevuur) mu’mins minder geneigd zijn tot het plegen van zonden en de verantwoordelijkheid van de mu’mins om zich bewuster te gedragen. - (het in ketenen leggen van de shayatien) een verzwakking van hun invloed vanwege het vasten en het intensieve verrichten van aanbiddingen. Dit wijst op dat de mu’mins Allah en Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) gehoorzamen, zich toeleggen op aanbidding en zich onthouden van zonden.
[ Er zijn ook geleerden die deze hadieth letterlijk interpreteren: de poorten van het Paradijs worden werkelijk geopend, de poorten van het Hellevuur worden gesloten en de shayatien opstandige jinns worden daadwerkelijk in ketenen gelegd tijdens de maand Ramaḍān. Dit zou verklaren waarom mu’mins in deze maand meer geneigd zijn tot het verrichten van goede daden en minder beïnvloed worden door het kwaad.]
5. De Tarawīh-salâh wordt in de maand Ramaḍān verricht
Het woord "Tarawīh" is het meervoud van "tarwīḥa", wat ontspanning of rust betekent. In Islamitische terminologie verwijst Tarawīh naar de vrijwillige salâh dat in de maand Ramaḍān wordt verricht, tussen het ‘ishā’-salâh en het witr-salâh. Omdat er na elke vier rakaʿāt / of twee rakaʿāt een korte rustpauze wordt genomen, heeft deze salâh de naam "Tarawīh" gekregen.
De Tarawīh-salâh is een sterk aanbevolen sunnah (sunnah al-mu`aqqadah) voor zowel mannen als vrouwen. an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) verrichtte zelf de Tarawīh-salâh en moedigde de mu’mins aan om dit ook te verrichten. In een ḥadīth wordt vermeld:
"Wie in geloof en in hoop (op beloning van Allah) de Ramadān (Tarawīh) salâh verricht, diens eerdere zonden zullen worden vergeven." (Bukhārī, Ṣalāt at-Tarawīh, 1; Muslim, Ṣalāt al-Musāfirīn, 174)
Onze moeder ʿĀ’ishah (رضي الله عنها) heeft overgeleverd hoe an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) de Tarawīh-salâh verrichtte:
"Op een nacht ging hij naar de moskee en verrichtte de Tarawīh-salâh, en de mensen verrichtten met hem mee. De volgende ochtend vertelden de mensen dit aan elkaar, waardoor de tweede nacht een grotere groep zich in de moskee verzamelde. An-Nabie (صلى الله عليه وسلم) kwam naar de moskee en verrichtte de Tarawīh-salâh, en de mensen verrichtten met hem mee. De volgende ochtend verspreidde dit nieuws zich verder, waardoor op de derde nacht nog meer mensen samenkwamen. An-Nabie (صلى الله عليه وسلم) verrichtte opnieuw de salâh en de mensen volgden hem. Op de vierde nacht was de moskee te klein om de mensen te herbergen, maar an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) kwam die nacht niet naar de moskee voor Tarawīh-salâh. De mensen riepen: Salaah!' Maar hij kwam niet naar de moskee. Pas bij de fajr-salâh kwam hij naar de moskee, leidde de salâh en wendde zich daarna tot de mensen. Hij sprak de geloofsgetuigenis uit en zei: 'Ik was op de hoogte van jullie aanwezigheid afgelopen nacht en zag jullie verlangen om gezamenlijk Tarawīh-salâh te verrichten.
Ik werd er niet door weerhouden om te komen, behalve uit vrees dat deze salâh voor jullie verplicht zou worden en dat jullie het dan niet zouden kunnen volhouden.'” (Muslim, Ṣalāt al-Musāfirīn, 177-178)
Tijdens het leven van an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) werd de Tarawīh-salâh behalve op de drie genoemde nachten niet gemeenschappelijk verricht. Iedereen verrichtte individueel. Dit duurde tot de kalifaatschap van ʿUmar ibn al-Khaṭṭāb (رضي الله عنه). Het werd toen pas een gemeenschappelijke salâh. Toen hij kalief werd, dacht hij dat het beter zou zijn als de mensen in de moskee gezamenlijk de Tarawīh-salâh zouden verrichten in plaats van verspreid over de moskee. Hij benoemde Ubai ibn Ka`b (رضي الله عنه) als imaam. Toen hij zag dat de mensen achter Ubai ibn Ka`b gezamenlijk de Tarawīh-salâh verrichtten, zei ʿUmar (رضي الله عنه): “Wat een prachtige bid`ah (nieuwigheid)!” (Mālik, Ṣalāt fī Ramadān, 2)
De Tarawīh-salâh is een vrijwillige (nafilah) aanbidding. Daarom kan het, vanwege vermoeidheid, drukte of andere redenen, thuis in 8, 10, 12, 14, 16 of 18 rakaʿāt verricht worden. Het verrichten van deze salâh op deze manier is nog steeds in overeenstemming met de sunnah. Echter, het verrichten van de Tarawīh-salâh in de moskee met de gemeenschap heeft een grotere beloning.
an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) verrichtte de nachtsalâhs in paren van twee of vier rakaʿāt (Mālik, Ṣalāt al-Layl, 2; Muslim, Ṣalāt al-Musāfirīn, 12). Daarom kan de Tarawīh-salâh ook in paren van twee of vier rakaʿāt verricht worden met de salām aan het einde van elke twee of vier rakaʿāt.
Het is aanbevolen (mustahab) om even te rusten na elke vier/tweer rakaʿāt. Tijdens deze pauzes kunnen de zinnen lā ilāha illā Allāh en salāt en salām op an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) gezegd worden (een Turkse gewoonte).
De imam die de Tarawīh-salâh leidt, moet ervoor zorgen dat hij de recitatie niet te lang maakt, zodat de mensen niet moe worden, maar hij moet de salâh ook niet te snel leiden, waardoor de salâh tekortschiet. Zoals bij alle andere salâts, moet er ook aandacht worden besteed aan de correcte recitatie van de Qur’ān en het naleven van de ta`dīl al-arkān (de rust in de houdingen).
Aangezien de Tarawīh-salâh een sunnah is in de maand Ramaḍān, kunnen ook degenen die vanwege excuses niet vasten de Tarawīh-salâh verrichten.
6. De zonden van de mu’min worden vergeven door de beleving van de Ramadān op een waardige en bewuste manier.
De beleving van de maand Ramadān op een waardige en bewuste manier is van groot belang. Het omvat onder andere het reciteren van de Qur’ān , bezig zijn met dhikr (herinnering aan Allah), reflectie (tafakkur), het lezen van de biografie van an-Nabie (صلى الله عليه وسلم), het verwerven van kennis, deelnemen aan Islamitische lezingen en deelnemen aan morele en sociale activiteiten. Dit alles wordt gezien als de beleving van de maand Ramadān op een waardige en bewuste manier.
Een hadieth ondersteunt dit duidelijk: “De vijfmaals dagelijkse salât, het vrijdagsalâh tot het volgende vrijdagsalâh, en de Ramadān tot de volgende Ramadān zijn een verzoening/vergeving voor de kleine zonden, zolang men zich onthoudt van de grote zonden.” (Muslim, Tahārah, 17)
Voor het vergeven van de grote zonden zoals drinken van alcohol, gokken, overspel, diefstal, liegen, roddelen, het niet verrichten van de salâh, en het niet geven van de verplichte aalmoes (zakāh), is het noodzakelijk om oprecht berouw te tonen en om vergiffenis te vragen (istighfaar) volgens de vereiste voorwaarden.
7. Ramadān is de maand van genade, zegen, sociale hulp en solidariteit
an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) heeft op treffende wijze de maand Ramadānomschreven als een maand van genade, vergeving, zegen, en een tijd voor sociale hulp en solidariteit, zoals hij die in de toespraak aan zijn metgezellen vertelde:
De metgezel Salman al-Farisī (رضي الله عنه) vertelt:
Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) hield op de laatste dag van de maand Sha`ban een toespraak en zei het volgende:
“O mensen! De schaduw van een gezegende en een grote maand is over jullie gevallen. Dit is zo'n maand waarin een nacht is, die beter is dan duizend maanden. Dit is de maand waarin Allah het vasten verplicht (fard) heeft gesteld. En aangemoedigd de nachten ervan met vrijwillige aanbidding (Tarawīh-salât) door te brengen.Wie goed doet in de maand Ramadān, zal beloning ontvangen die gelijk is aan de beloningen van het verrichten van verplichte aanbidding buiten deze maand. Wie een verplichting (fard aanbidding) in de maand Ramadān vervult, krijgt de beloning van het vervullen van zeventig verplichtingen buiten de maand Ramadān . De maand Ramadānis de maand van geduld. (Abu Dawoed, Sawm, 55)De beloning van geduld is het Paradijs. Ramadān is de maand van hulp en weldoen. In deze maand wordt de voorziening (rizq) van de mu’min vergroot. Wie in deze maand een vastende mu’min de iftâr (maaltijd bij zonsondergang) aanbiedt, zal worden vergeven voor zijn zonden en gered worden van het Hellevuur,krijgt dezelfde beloning als degene die vast, zonder dat de beloning van het vastende persoon afneemt. De metgezellen vroegen: O, Rasûlullah ! Wij hebben niet de middelen om anderen iftâr te geven.’ Hierop zei an-Nabie (صلى الله عليه وسلم): ‘Allah geeft deze beloning zelfs voor het geven van een dadel, een glas water, of een slok melk.’ (Hij vervolgde zijn toespraak:) Ramadān is de maand waarvan het begin genade is, het midden vergeving, en het einde de bevrijding van het Hellevuur. Wie in deze maand het werk van zijn dienaar of dienstmeisje verlicht, Allah zal hem vergeven en redden van het Hellevuur. (O mensen!) Doe vier dingen veel in deze maand. Twee daarvan zijn voor het behagen van jullie Rab, en de andere twee hebben jullie zelf nodig. De dingen die jullie Rab behagen, zijn kalimah ash-shahadah (het uitspreken van de getuigenis) en het doen van berouw en vergiffenis (tawbah en istighfaar).
De twee dingen waar jullie zelf behoefte aan hebben, zijn het vragen om het Paradijs van Allah en bescherming zoeken bij Hem tegen het Hellevuur. Wie een mu’min die vast water aanbiedt, zal Allah hem drinken geven van mijn vijver (Kawthar). Wie daarvan drinkt, zal nooit meer dorst hebben totdat hij het Paradijs binnengaat.” (al-Mundhirie, II, 94-95)
In een andere hadieth heeft an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) de deugd van de maand Ramadān als volgt beschreven:
"Vijf dingen werden aan mijn ummah (gemeenschap) gegeven in de maand Ramadān , die niet eerder aan de andere umam (gemeenschappen) werden gegeven. Deze zijn:
a) Wanneer de eerste nacht van Ramadān begint, kijkt Allah naar mijn ummah met Zijn genade. Wie door Allah met Zijn genade wordt aangekeken, zal niet worden bestraft. b) De mond geur van een vastende tegen de avond, geurt in de ogen van Allah lekkerder dan de geur van musk. c) De engelen vragen Allah dag en nacht voor vergeving en genade voor mijn ummah. d) Allah beveelt Zijn Paradijs: "Bereid je voor en versier je, zodat Mijn dienaren hun wereldse vermoeidheid achter zich kunnen laten en zich kunnen verheugen op Mijn Paradijs en Mijn zegeningen, die dichterbij zijn gekomen.’ e) Aan het einde van de maand Ramadān vergeeft Allah (alle leden van) mijn ummah.
Toen een van de metgezellen vroeg: ‘Is deze nacht Laylatu’l Qadr, o Rasûlullah ?’an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) antwoordde: ‘Nee, het is niet Laylatu’l Qadr. Zie je niet dat wanneer arbeiders hun werk hebben voltooid, ze hun beloning ontvangen?’ (al-Mundhirie, II, 92)
Uit deze hadieth begrijpen we dat de mu’min die de maand Ramadān op de juiste manier beleefd, zal de genade, zegeningen, vergiffenis en het Paradijs van Allah ontvangen.
8. In de maand Ramadān wordt meer beloning gegeven voor de aanbiddingen
Allah's vergeving en genade voor Zijn dienaren zijn onmetelijk. Onze Rab geeft voor de goede daden die wij verrichten een beloning die varieert van tientot zevenhonderdvoud en zelfs nog meer. De beloning voor geduld is daarentegen onbeperkt. De beloning voor aanbiddingen in de maand Ramadān is groter dan in andere maanden. Dit wordt als volgt uitgedrukt in de volgende ayah en ahadieth:
مَن جَآءَ بِٱلۡحَسَنَةِ فَلَهُۥ عَشۡرُ أَمۡثَالِهَاۖ وَمَن جَآءَ بِٱلسَّيِّئَةِ فَلَا يُجۡزَىٰٓ إِلَّا مِثۡلَهَا وَهُمۡ لَا يُظۡلَمُونَ ١٦٠
Iedereen die een goede daad verricht zal tien maal daarvan de prijs krijgen en iedereen die een slechte daad verricht zal slechts de vergelding van het gelijkwaardige krijgen en hen zal geen onrecht aangedaan worden. (al-An'aam, 6:160)
Volgens deze ayah krijgt iemand die een rechtschapen daad (`amal as-salih) verricht, zoals de salâh, het vasten of de haj, tien keer de beloning ervan. Bijvoorbeeld, een moslim die een maand lang vast, wordt beloond alsof hij tien maanden heeft gevast. Als hij daarna nog zes dagen in de maand na Ramadān (Shawwal) vast, krijgt hij de beloning van nog twee maanden extra, waardoor hij een heel jaar vasten beloning krijgt. An-Nabie صلى الله عليه وسلمheeft dit als volgt verwoord:
"Wie het vasten van Ramadān verricht en vervolgens zes dagen in de maand Shawwal vast, die wordt beloond alsof hij het hele jaar heeft gevast." (Tirmidhi, Sawm, 53)
De beloning voor het uitgeven van rijkdommen op de weg van Allah (infaaq) is zelfs zeven honderdvoudig:
مَّثَلُ ٱلَّذِينَ يُنفِقُونَ أَمۡوَٰلَهُمۡ فِي سَبِيلِ ٱللَّهِ كَمَثَلِ حَبَّةٍ أَنۢبَتَتۡ سَبۡعَ سَنَابِلَ فِي كُلِّ سُنۢبُلَةٖ مِّاْئَةُ حَبَّةٖۗ وَٱللَّهُ يُضَٰعِفُ لِمَن يَشَآءُۚ وَٱللَّهُ وَٰسِعٌ عَلِيمٌ ٢٦١
De gelijkenis van degenen die van zijn rijkdommen uitgeeft op de weg van Allah is als de gelijkenis van een graankorrel; het groeit in zeven aren en iedere aar heeft honderd korrels.
Allah geeft het veelvoudige aan degenen waarover Hij tevreden is. En Allah is voldoende voor de noden van Zijn schepselen, Alwetend. (al-Baqarah, 2:261)
Een andere hadieth zegt:
"Wie in de maand Ramadān een goede daad verricht, krijgt de beloning alsof hij buiten Ramadān een verplichte (fard) aanbidding heeft verricht. En wie in Ramadān een verplichte (fard) daad verricht, krijgt de beloning alsof hij buiten Ramadān zeventig verplichte (fard) aanbiddingen heeft verricht. Ramadān is de maand van geduld. En de beloning van geduld is het Paradijs." (al-Mundhirie, II, 94-95)9. De maand Ramadān is de maand van zelfdiscipline en geduld
Onze Rab heeft gezegd:
قُلۡ يَٰعِبَادِ ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ ٱتَّقُواْ رَبَّكُمۡۚ لِلَّذِينَ أَحۡسَنُواْ فِي هَٰذِهِ ٱلدُّنۡيَا حَسَنَةٞۗ وَأَرۡضُ ٱللَّهِ وَٰسِعَةٌۗ إِنَّمَا يُوَفَّى ٱلصَّٰبِرُونَ أَجۡرَهُم بِغَيۡرِ حِسَابٖ ١٠
Zeg: “O mijn dienaren die geloven, vrees jullie Heer. Voor degenen die het goede doen in deze wereld is er goedheid, en de aarde van Allah is uitgestrekt. Slechts degenen die geduldig zijn (tijdens het vasten, in gehoorzaamheid aan Allah en Zijn beproevingen), zullen hun beloning volledig ontvangen zonder berekening (in maten of eenheden. (az-Zumar, 39:10)
an-Nabie صلى الله عليه وسلم heeft dit bevestigd met zijn woorden:
"De maand Ramadān is de maand van geduld. En de beloning voor geduld is het Paradijs." (al-Mundhirie, II, 94-95)
Een moslim die in de maand Ramadān vast, zijn verlangens onder controle houdt en zich onthoudt van slechte woorden en daden, disciplineert zijn ego en leert geduldig te zijn.
10. I`tiqāf wordt specifiek in de maand Ramadān verricht
I`tiqāf betekent zich in een moskee of een gebouw die dienst doet als moskee (laatste 10 dagen van de Ramadān) terugtrekken met de intentie om zich volledig aan aanbidding te wijden en zich aan specifieke regels te houden. In de Qur’ān wordt deze aanbidding genoemd in de volgende ayah:
وَلَا تُبَٰشِرُوهُنَّ وَأَنتُمۡ عَٰكِفُونَ فِي ٱلۡمَسَٰجِدِۗ
"En benader jullie vrouwen niet terwijl jullie in i`tiqāfin de moskeeën zijn." (al-Baqarah, 2:187)
Onze moeder ‘Aa’ishah رضي الله عنها heeft overgeleverd dat an-Nabie صلى الله عليه وسلم in Medienah elk jaar in de laatste tien dagen van de Ramadān de i`tiqāf verrichtte. (al-Buhârî, I`tiqāf, 6)
[Van Abu Sa`ied al-Khudrie (رضي الله عنه): Eens trok Rasulullah (صلى الله عليه وسلم ) zich terug in de moskee gedurende de eerste tien dagen van Ramadan, de middelste tien dagen trok hij zich terug in een ronde Turkse tent, voor de ingang waarvan een mat hing. Hij pakte de mat vast, trok die naar de tent toe, stak zijn hoofd naar buiten en sprak tegen de mensen, die dichtbij hem kwamen staan. Hij zei: ‹Ik heb mij de eerste tien nachten teruggetrokken, om die ene nacht te zoeken, en de middelste tien nachten ook. Nu is er [een engel] bij mij gekomen die zei: Hij is onder de laatste tien. Dus als iemand zich wil terugtrekken, laat hij dat doen, en dat deden de mensen, samen met hem.
Verder zei hij: ‹Mij is in de droom de Nacht der Beschikking getoond in een oneven nacht, terwijl ik mij ter aarde wierp op de ochtend erna, te midden van modder en water. Op de ochtend van de eenentwintigste, toen Rasulullah (صلى الله عليه وسلم ) opstond voor de ochtendsalaah regende het en lekte het in de moskee; ik zag modder en water. Toen Rasulullah (صلى الله عليه وسلم ) klaar was met zijn salaah kwam hij naar buiten, met modder en water op zijn voorhoofd en de punt van zijn neus. Het was de nacht van de eenentwintigste, dus een van de tien laatste dagen.]
Voor het vastende moslims is het een sunnah al-kiffayah (gezamenlijke sunnah) om in de laatste tien dagen van Ramadān in i`tiqāf te gaan.
Voor de geldigheid van i`tiqāf moet de persoon:
Verantwoordelijk (mukallaf) zijn.
I`tiqāfin een moskee verrichten.
intentie (niyyah) nemen.
Vrouwen kunnen i`tiqāf in een aparte ruimte van hun huis verrichten.
Degene die in i`tiqāf is, wijdt zijn tijd aan salâh, reciteren van de Qur’ān , lezen van islamitische boeken, verrichten van smeekbeden (du`a) en dhikr en luisteren naar lezingen. Hij eet, drinkt en rust in de moskee. Hij mag alleen de moskee verlaten voor essentiële behoeften, zoals het nemen van een bad, het gebruiken van het toilet en het verrichten van wudu’. Daarna dient hij direct terug te keren naar zijn plaats van i`tiqaaf. Hij verlaat de moskee niet, tenzij het noodzakelijk is. (al-Buhârî, I`tikaf, 3)
Bij veen rijwillige i`tiqāf wordt het niet verbroken als iemand de moskee verlaat, maar bij een verplichte i`tiqāf(door een gelofte) wordt het ongeldig als iemand zonder noodzaak de moskee verlaat.
I`tiqāf biedt gelegenheid om zich los te maken van wereldse bezigheden en om meer tijd te besteden aan aanbidding (`ibadah) en reflectie (tafakkur). Het helpt de mu’min om zelfbeheersing en toewijding te versterken.
Conclusie:De sultaan onder de maanden, Ramadān, is de maand van de Qur’ān , vasten, geduld, liefdadigheid, solidariteit, genade, zegening, vergiffenis en vergeving. Mu’mins verrichten in deze maand meer aanbidding, zoeken vergiffenis en streven ernaar om met hun goede daden de tevredenheid van Allah te verkrijgen.
Voorbereiding op de maand Ramadān
Aangezien deze maand zo waardevol is, moeten we ons er goed op voorbereiden. De voorbereidingen kunnen als volgt worden omschreven:
Met ons hart en ziel, en met goede intenties en verlangens de maand Ramadān binnengaan. We moeten onze slechte gewoontes, zowel in woord als daad, achter ons laten. We moeten ons hart en ziel tot Allah keren, onze intentie zuiveren, ons ontdoen van slechte gedachten en verlangens, en ons hart reinigen. Ons doel moet zijn om Allah's vergiffenis, genade en tevredenheid te verkrijgen en tot de vergevenen te behoren aan het einde van Ramadān .
Met vastberadenheid en een oprechte intentie de maand Ramadān zo goed mogelijk doorbrengen. Dit betekent het vasten op de juiste manier onderhouden, deelnemen aan Qur’ān -recitaties (muqabalah), en het organiseren van iftâr-maaltijden en andere specifieke aanbiddingen van de Ramadān .
Meer verdraagzaamheid, genade en mededogen tonen tegenover onze gezinsleden, echtgenoot/echtgenote en kinderen.
De sahuren iftâr-maaltijden verrijken zonder in verspilling te vervallen.
Als we werknemers hebben, hen met meer mildheid behandelen dan voor de Ramadān en, indien mogelijk, hun werk verlichten.
Respect tonen voor mensenrechten en eventuele conflicten met familieleden, buren of collega's bijleggen. We moeten de maand Ramadān binnengaan zonder wrok of vijandigheid jegens iemand.
Eerste hoofdstuk:Het belang en de deugden van het vasten
1. De letterlijke betekenis van het vasten
In het Arabisch wordt vasten aangeduid met de woorden sawm (ev) en siyâm (mv).
Het woord sawm betekent in de woordenboek: zich onthouden van eten, drinken, lopen, spreken of een andere handeling en zich ergens van afhouden, zwijgen of zich onthouden van iets en zichzelf ervan weerhouden
Het woord sawm komt in elf verzen in de Qur’ān voor. In het vers:
فَكُلِي وَٱشۡرَبِي وَقَرِّي عَيۡنٗاۖ فَإِمَّا تَرَيِنَّ مِنَ ٱلۡبَشَرِ أَحَدٗا فَقُولِيٓ إِنِّي نَذَرۡتُ لِلرَّحۡمَٰنِ صَوۡمٗا فَلَنۡ أُكَلِّمَ ٱلۡيَوۡمَ إِنسِيّٗا ٢٦
Eet en drink en verkoel je ogen. Maar als je iemand van de mensen ziet zeg dan: “Waarlijk! Ik heb de Barmhartige beloofd te vasten, ik zal dus deze dag tegen geen enkel mens spreken.”(Maryam, 19:26)
In dit vers betekent sawm "zwijgen", terwijl het in andere verzen de technische betekenis van vasten heeft.
2. De technische betekenis van vasten en enkele gerelateerde termen
In Islamitische terminologie betekent sawm dat een mu’min zich met de intentie van aanbidding vanaf de imsāk-tijd (het aanbreken van de dageraad) tot de iftār-tijd (zonsondergang) onthoudt van eten, drinken en seksuele gemeenschap. (Raghib, p. 291)
Imsâk betekent "zich onthouden en zichzelf tegenhouden".
Imsâk-tijd verwijst naar het moment waarop men zich onthoudt van eten, drinken en seksuele gemeenschap en het vasten begint.
Imsâk-tijd is het moment waarop de eerste ochtendgloren verschijnt. Vanaf dat moment eindigt de tijd van de 'Ishaa-salâh en begint de tijd voor de Fajr-salâh. Dit is tevens het moment waarop de suhoer eindigt en het vasten begint.
Iftâr-tijd verwijst naar het moment waarop de beperkingen van het vasten eindigen, oftewel zonsondergang. Dit is ook het begin van de tijd voor de Maghrib-salâh.
In het betreffende vers wordt de beginen eindtijd van het vasten in de Qur’ān – op een beeldende wijze – als volgt aangegeven
:وَكُلُواْ وَٱشۡرَبُواْ حَتَّىٰ يَتَبَيَّنَ لَكُمُ ٱلۡخَيۡطُ ٱلۡأَبۡيَضُ مِنَ ٱلۡخَيۡطِ ٱلۡأَسۡوَدِ مِنَ ٱلۡفَجۡرِۖ ثُمَّ أَتِمُّواْ ٱلصِّيَامَ إِلَى ٱلَّيۡلِۚ
En eet en drink totdat bij de dageraad de witte draad en de zwarte draad voor jullie te onderscheiden is. Maakt daarna het vasten vol tot zonsondergang.(Al-Baqarah, 2:187)
Hier verwijst de "witte draad" naar het licht van de dageraad en de "zwarte draad" naar de duisternis van de nacht.
Toen dit vers werd geopenbaard, nam de metgezel Adiyy bin Hatim (رضي الله عنه) daadwerkelijk een witte en een zwarte draad en legde ze onder zijn kussen. Hij probeerde aan de hand van de draden het begin en het einde van het vasten te bepalen, maar hij slaagde hier niet in en ging naar an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) om uitleg te vragen. Hierop zei an-Nabie (صلى الله عليه وسلم):
"De witte en zwarte draad verwijzen naar de duisternis van de nacht en de helderheid van de dag."(Al-Buhârî, Sawm, 16)
Kortom, het vers betekent: "Jullie mogen eten en drinken totdat de duisternis van de nacht eindigt en de helderheid van de dag zichtbaar wordt."
Tegenwoordig wordt de begintijd van het vasten in kalenders aangeduid als de imsâk-tijd.
II. De historische ontwikkeling van het vastenplicht
Het vasten is een oude vorm van aanbidding die zo oud is als de menselijke geschiedenis zelf. Allahu Ta`ala geeft dit aan in het volgende vers:
يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ كُتِبَ عَلَيۡكُمُ ٱلصِّيَامُ كَمَا كُتِبَ عَلَى ٱلَّذِينَ مِن قَبۡلِكُمۡ لَعَلَّكُمۡ تَتَّقُونَ ١٨٣
O jullie die geloven! Het vasten is jullie verplicht, zoals het ook verplicht was voor degenen die vóór jullie waren, hopelijk zullen jullie Allah vrezen. (al-Baqarah, 2:183)
Het zinsdeel "diegene vóór jullie" in dit vers omvat alle mensen tot aan de eerste mens, Adam عليه السلام. Studies in de Islamitische geschiedenis tonen aan dat het vasten bestaat in zowel goddelijke als menselijke religies. Dit betekent dat geen enkele mens of samenleving sinds het begin van de mensheid zonder een vorm van religie is geweest en dat vasten, in verschillende vormen, tijden en doeleinden, altijd een onderdeel van Islamitische praktijk is geweest. Deze waarheid kunnen we ook terugvinden in de geschiedenis van de profeten.
Omdat vasten, in vergelijking met andere vormen van aanbidding, enige moeilijkheid met zich meebrengt, heeft Allah, toen Hij het als verplichting oplegde, een stijl gebruikt die psychologische verlichting biedt en het gevoel van last vermindert. Dit heeft Hij gedaan door te benadrukken dat vasten ook verplicht was voor eerdere gemeenschappen. Een dergelijke stijl is bijvoorbeeld niet gebruikt voor de salâh, ondanks dat het ook in eerdere gemeenschappen bestond.1
[voetnoot 1: Allah heeft aan elke gemeenschap een profeet gezonden. (Fatir, 35/29)De profeten hebben hun volkeren de geboden en verboden van Allah, evenals de regels voor aanbidding en ethiek (akhlâq), meegedeeld. Onder deze aanbiddingen is het vasten ook inbegrepen. Bijvoorbeeld, hoewel de hadieth zwak is, wordt in een hadieth in as-Sunan van Ibn Mâjah verteld dat Nuh عليه السلام gedurende het hele jaar vastte, behalve op feestdagen. Profeet Ibrahim عليه السلام vastte drie dagen van elke maand. (Suyutî, II, 46)In de Thora wordt vermeld dat profeet Musa عليه السلام gedurende de 40 dagen dat hij op de berg Tûr verbleef, vastte. (Thora, Exodus, 24/18; 34/28)]
Ongeacht waar ter wereld mensen wonen, iedereen heeft een religie, of het nu de ware is of vals is, het vasten maakt deel uit van vele Islamitische praktijken.
Het vasten bestaat niet alleen in de goddelijk geopenbaarde religies zoals het jodendom en het christendom, maar ook in door mensen bedachte religies zoals het brahmanisme, hindoeïsme, boeddhisme en manicheïsme. De duur, tijd en aard van het vasten verschilt per religie.
Bijvoorbeeld, in het boeddhisme wordt er om de twee maanden gevast. Volgens Boeddha is het noodzakelijk om wereldse verlangens op te geven en spirituele verlossing (Nirvana) te bereiken, door te vasten. De beste manier om deze verlangens te overwinnen is om te vasten. In het brahmanisme, de religie van de hindoes, wordt gevast op de 11e en 12e dag van de lokale maankalender.
In de Thora wordt bevolen om op bepaalde dagen te vasten. (Exodus, 34:18) In het jodendom is de enige verplichte vastendag de Jom Kippoer, ook wel de 'Verzoendag' genoemd. Dit is een van de belangrijkste dagen van aanbidding en wordt beschouwd als de grootste vastendag, waarop vasten verplicht is. (Leviticus, 16:29-31; Numeri, 29:7)
In de evangeliën wordt met lof gesproken over het vasten. (Zie Matteüs, 4/1-3, 6/16-19; 9/4; Marcus, 2/19; Lucas, 5/33-38). In het katholicisme zijn er twee vormen van vasten: de dankvasten en de kerkelijke vasten.
Christenen vasten doorgaans op woensdag, vrijdag en zaterdag, omdat deze dagen worden beschouwd als dagen waarop berouw wordt aanvaard.
Toen an-Nabie (صلى الله عليه وسلم), als boodschapper (Rasul) werd aangesteld, bestond er in de Hidjaz-regio al de praktijk van het vasten.
Toen an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) in Madienah kwam, zag hij dat de joden op ‘Aashuraa’-dag vasten in acht namen. Hij vroeg hun waarom. Zij antwoordden: "Vandaag is voor ons een gezegende dag.
Het is de dag dat Allah de Israëlieten redde van hun vijanden, daarom vastten Musa (عليه السلام) op deze dag." Daarop zei an-Nabie (صلى الله عليه وسلم): "Ik heb meer recht (en meer waardigheid) op Musa dan jullie." Daarop vastte hij op de `Aashuraa’-dag en zei dat wij dat ook moesten doen. (al-Buhârî, Sawm, 69; Muslim, Siyam, 128; Tirmidhie, Sawm, 49).
[Van ar-Rubajji` bint Mu’awwidz (رضي الله عنه) : Op de ochtend van Aashuraa’-dag stuurde Rasulullah (صلى الله عليه وسلم ) boden naar de dorpen van de Helpers met de volgende boodschap: ‹Wie vanochtend iets gegeten heeft moet de rest van de dag ook niet vasten. En wie nog niets gegeten heeft moet blijven vasten.›
Wij vastten daarna op Aashuraa’-dag en lieten ook onze kleine kinderen vasten. Van gekleurde wol maakten wij speelgoedjes en gaven hun die als ze huilden en om eten vroegen, tot het tijd was om de vasten te breken.]
An-Nabie (صلى الله عليه وسلم) vastte vóór de verplichting van het vasten in de maand Ramadān ook op de 13e, 14e en 15e dag van de maankalendermaanden, die bekend stonden als ‘Ayyam al-Bied’. (Ahmad, V, 246; Tirmidhi, Sawm, 41, 54).
Vasten in de maand Ramadān werd verplicht gesteld in Madienah, anderhalf jaar na de Hijrah, vóór de Slag bij Badr, met de openbaring van vers 183 van surah al-Baqarah:
يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ كُتِبَ عَلَيۡكُمُ ٱلصِّيَامُ كَمَا كُتِبَ عَلَى ٱلَّذِينَ مِن قَبۡلِكُمۡ لَعَلَّكُمۡ تَتَّقُونَ ١٨٣
O jullie die geloven!
Het vasten is jullie verplicht, zoals het ook verplicht was voor degenen die vóór jullie waren, hopelijk zullen jullie Allah vrezen. (al-Baqarah, 2:183)
In dit vers wordt vermeld dat het vasten verplicht is, maar niet hoe lang, wanneer en op welke manier. In het volgende vers wordt deze onduidelijkheid deels weggenomen door te verklaren dat het vasten "voor een bepaald aantal dagen" is voorgeschreven:
أَيَّامٗا مَّعۡدُودَٰتٖۚ فَمَن كَانَ مِنكُم مَّرِيضًا أَوۡ عَلَىٰ سَفَرٖ فَعِدَّةٞ مِّنۡ أَيَّامٍ أُخَرَۚ وَعَلَى ٱلَّذِينَ يُطِيقُونَهُۥ فِدۡيَةٞ طَعَامُ مِسۡكِينٖۖ فَمَن تَطَوَّعَ خَيۡرٗا فَهُوَ خَيۡرٞ لَّهُۥۚ وَأَن تَصُومُواْ خَيۡرٞ لَّكُمۡ إِن كُنتُمۡ تَعۡلَمُونَ ١٨٤
(Vast) een bepaald aantal dagen (van Ramadān ) Maar als één van jullie ziek is of zich op reis bevindt, dan kan hetzelfde aantal dagen worden ingehaald op andere dagen. Er is een boetegift (fidyah) voor degenen die niet kunnen vasten (door ouderdom ziekte of reizen). Zo hoort men voor elke gegeten dag een arme te voeden. Maar diegene die meer doet (dan slechts de aflossing), weet dat dit beter is voor hem. En dat jullie vasten (i.p.v. te eten en nadien te moeten aflossen) is beter voor jullie, als jullie dat maar weten. (al-Baqarah, 2/184).
De term "een bepaald aantal dagen" wordt niet gespecificeerd.
Er zijn overleveringen van Mu`adh ibn Jabal, Ibn Abbas en Qatada ibn Di`amah (رضي الله عنهم) die suggereren dat hiermee de drie vastendagen per maand werden bedoeld die an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) vóór de verplichting van Ramadān in acht nam. Echter, at-Tabari geeft de voorkeur aan de interpretatie dat deze "bepaalde dagen" verwijzen naar de maand Ramadān . (Tabari, II, 130-132).
In het volgende vers wordt ondubbelzinnig gesteld dat het vasten in de maand Ramadān moet worden volbracht:شَهۡرُ رَمَضَانَ ٱلَّذِيٓ أُنزِلَ فِيهِ ٱلۡقُرۡءَانُ هُدٗى لِّلنَّاسِ وَبَيِّنَٰتٖ مِّنَ ٱلۡهُدَىٰ وَٱلۡفُرۡقَانِۚ فَمَن شَهِدَ مِنكُمُ ٱلشَّهۡرَ فَلۡيَصُمۡهُۖ وَمَن كَانَ مَرِيضًا أَوۡ عَلَىٰ سَفَرٖ فَعِدَّةٞ مِّنۡ أَيَّامٍ أُخَرَۗ يُرِيدُ ٱللَّهُ بِكُمُ ٱلۡيُسۡرَ وَلَا يُرِيدُ بِكُمُ ٱلۡعُسۡرَ وَلِتُكۡمِلُواْ ٱلۡعِدَّةَ وَلِتُكَبِّرُواْ ٱللَّهَ عَلَىٰ مَا هَدَىٰكُمۡ وَلَعَلَّكُمۡ تَشۡكُرُونَ ١٨٥
Ramadān is de maand waarin de Qur’ān werd geopenbaard als een gids voor de mensheid met duidelijke bewijzen van leiding en de standaard om onderscheid te maken tussen goed en kwaad. Dus wie van jullie de nieuwe maan (van de eerste nacht) van de maand Ramadān ziet, moet die maand vasten en iedereen die ziek of op reis is, moet hetzelfde aantal dagen inhalen op andere dagen.
Allah wenst voor jullie het gemakkelijke en Hij wenst niet voor jullie het ongemak. En maakt het aantal (dagen) vol en prijs Allah’s Grootheid omdat Hij jullie leiding schonk, hopelijk zullen jullie dankbaar zijn. (al-Baqarah, 2/185).
De vermelding "wie deze maand bereikt, laat hem vasten" verwijst naar de maand Ramadān .Hoewel in dit vers wordt vastgesteld dat het vasten in (رضي الله عنه) verplicht is, wordt niet uitgelegd wanneer het begint en eindigt. Het vermeldt enkel dat gezonde en niet-reizende moslims moeten vasten, terwijl zieken en reizigers later hun gemiste vastendagen mogen inhalen.
Volgens een overlevering van Salama ibn al-Akwa’ (رضي الله عنه): In de tijd van Rasulullah (صلى الله عليه وسلم )werd in Ramadān gevast door ieder die dat wilde; wie niet wilde deed het niet en kocht zich af (fidyah) door een arme te eten te geven.
وَعَلَى ٱلَّذِينَ يُطِيقُونَهُۥ فِدۡيَةٞ طَعَامُ مِسۡكِينٖۖ
“…Er is een fidyah (boetegift) voor degenen die niet kunnen vasten..”Toen werd het vers (al-Baqarah, 2/184) geopenbaard. Degenen die moeite hadden met vasten , waren toegestaan om in plaats daarvan een behoeftige te voeden. Dit bood een keuzevrijheid, maar met de openbaring van vers 185 werd deze keuzemogelijkheid opgeheven. (Muslim, Siyam, 149-150; Abu Dāwūd, Sawm, 2, I, 737).
De metgezel Mu`adh ibn Jabal (رضي الله عنه): verklaarde dat het bevel
فَمَن شَهِدَ مِنكُمُ ٱلشَّهۡرَ فَلۡيَصُمۡهُۖ
"Wie deze maand bereikt, laat hem vasten" betekent dat Allah het vasten verplicht heeft gesteld voor gezonde en niet-reizende mensen, maar voor zieken en reizigers een vrijstelling heeft gegeven. Het betalen van een fidya (boetegift) geldt enkel voor ouderen die fysiek niet in staat zijn om te vasten. (Ahmad, V, 246).
Vóór de openbaring van vers 187 van surah al-Baqarah mochten de mu’mins na zonsondergang iftâr benuttigen; eten, drinken en seksuele omgang hebben, zolang zij niet in slaap vielen of de 'Isha-salâh verrichtten. Als zij in slaap vielen of het 'Isha-salâh verrichtten, golden deze handelingen als verboden tot zonsondergang van de volgende dag. (Ahmad, V, 247).
Een van de metgezellen, Sirma ibn Qays (رضي الله عنه), had de hele dag hard gewerkt en was bij thuiskomst na de salâh in slaap gevallen zonder iets te eten. De volgende dag was hij extreem verzwakt. An-Nabie (صلى الله عليه وسلم) vroeg hem waarom hij zo uitgeput was, waarop hij antwoordde: "O Rasûlullah ! Ik werkte de hele dag, en toen ik thuis kwam, viel ik in slaap zonder te eten.
Daarom vast ik nu zonder iets gegeten te hebben." (al-Buhârî, Sawm, 15; Abu Dāwūd, Sawm, 1; Ahmad, V, 247).
Naast Sirma ibn Qays (رضي الله عنه) waren ook anderen die moeilijkheden ondervonden of zelfs deze regel overtraden. (Abu Dāwūd, Sawm, 1). Zo had bijvoorbeeld Umar ibn al-Khattab (رضي الله عنه) na het verbreken van het vasten gemeenschap met zijn vrouw, waarna hij spijt kreeg en dit aan an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) meedeelde. Andere metgezellen begingen een soortgelijke fout. Daarop werd vers 187 van surah al-Baqarah geopenbaard: (Ahmad, V, 247).
أُحِلَّ لَكُمۡ لَيۡلَةَ ٱلصِّيَامِ ٱلرَّفَثُ إِلَىٰ نِسَآئِكُمۡۚ هُنَّ لِبَاسٞ لَّكُمۡ وَأَنتُمۡ لِبَاسٞ لَّهُنَّۗ عَلِمَ ٱللَّهُ أَنَّكُمۡ كُنتُمۡ تَخۡتَانُونَ أَنفُسَكُمۡ فَتَابَ عَلَيۡكُمۡ وَعَفَا عَنكُمۡۖ فَٱلۡـَٰٔنَ بَٰشِرُوهُنَّ وَٱبۡتَغُواْ مَا كَتَبَ ٱللَّهُ لَكُمۡۚ وَكُلُواْ وَٱشۡرَبُواْ حَتَّىٰ يَتَبَيَّنَ لَكُمُ ٱلۡخَيۡطُ ٱلۡأَبۡيَضُ مِنَ ٱلۡخَيۡطِ ٱلۡأَسۡوَدِ مِنَ ٱلۡفَجۡرِۖ ثُمَّ أَتِمُّواْ ٱلصِّيَامَ إِلَى ٱلَّيۡلِۚ وَلَا تُبَٰشِرُوهُنَّ وَأَنتُمۡ عَٰكِفُونَ فِي ٱلۡمَسَٰجِدِۗ تِلۡكَ حُدُودُ ٱللَّهِ فَلَا تَقۡرَبُوهَاۗ كَذَٰلِكَ يُبَيِّنُ ٱللَّهُ ءَايَٰتِهِۦ لِلنَّاسِ لَعَلَّهُمۡ يَتَّقُونَ ١٨٧
Het is jullie (in de nachten van het vasten) toegestaan om (sexuele) omgang te hebben met jullie vrouwen (d.w.z. tot fajr-salâh: dan begint het vasten weer).
Zij zijn (als) kleding voor jullie en jullie zijn (als) kleding voor hen (om elkaars lichamelijke en geestelijke behoeften te bevredigen, zodat er geen ontsporingen zullen plaatsvinden). Allah wist dat jullie jezelf bedrogen. Hij aanvaardde jullie berouw en vergaf jullie. Nu mogen jullie dan omgang met hen hebben (met jullie vrouwen tijdens de nachten van Ramadān ) en zoek naar datgene Allah voor jullie heeft bepaald. En eet en drink totdat bij de dageraad de witte draad en de zwarte draad voor jullie te onderscheiden is.
Maakt daarna het vasten vol tot zonsondergang. En heb geen omgang met hen als jullie jezelf geheel afzonderen voor salâh en smeekbedes in de moskee en de wereldlijke activiteiten achter je laat. Dit zijn de grenzen van Allah, nader deze daarom niet. Allah maakt Zijn Tekenen aan de mensheid duidelijk, zodat zij godvrezend kunnen worden. (al-Baqarah 187)
Het woord أُحِلَّ ‘Het is jullie toegestaan’ in dit vers geeft aan dat het eerder geldende verbod is opgeheven. Zoals blijkt uit overleveringen en de inhoud van het vers zelf, werd het verbod op seksuele omgang in de nacht van het vasten opgeheven, behalve voor wie zich in i`tiqāfbevindt.
Het schenden van Allah’s geboden wordt in het vers aangeduid als ۡ تَخۡتَانُونَ أَنفُسَكُمjullie jezelf bedrogen’. De vers verklaart dat de mu’mins die door ongehoorzaam te zijn de geboden en verboden schenden zondig zijn, maar dat zij vergeven zullen worden als zij berouw tonen voor hun zonden.
In het vers wordt verder verduidelijkt wanneer het vasten begint en eindigt, en hoe het moet worden uitgevoerd.
Zo werden de voorschriften met betrekking tot het vasten voltooid, en het vasten werd een van de vijf pijlers van de islam. (al-Buhârî, Iman, 34, 40).
Toen Jibriel (عليه السلام) an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) vroeg: "Wat is Islâm ?" Antwoordde hij: "Islâm betekent dat je Allah alleen aanbidt zonder Hem deelgenoten toe te kennen, de salâh correct verricht, de zakāh geeft, de Ka`bah bezoekt en het vasten in Ramadān onderhoudt." (al-Buhârî, Iemaan, 37).
In een andere hadieth heeft an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) deze handelingen als de fundamentele zuilen van de Islâm beschreven.
Rasûlullah صلى الله عليه وسلم heeft gezegd:De Islâm is gebouwd op vijf [zuilen]:1) Getuigen dat er is geen godheid dan Allah is en dat Mohammed صلى الله عليه وسلم, Zijn `Abd (Dienaar) en Zijn Rasûl (Gezant) is;2) De (vijfmaal dagelijks) salât verrichten;3) De (jaarlijkse) zakāh opbrengen;4) De haj (bedevaart) naar het Huis (Ka`bah);5) En het vasten in de maand Ramadān .(al-Buhârî, Iemaan, 2; Muslim, Iemaan 5)
Rasûlullah صلى الله عليه وسلم werd benaderd door een man uit de Najd, wiens haar door de war was. Zijn stem was van verre te horen, maar wat hij zei was niet te verstaan. Uiteindelijk kwam hij dichterbij Rasûlullah صلى الله عليه وسلم, , en ik zag dat hij hem over de Islâm vroeg. Rasûlullah صلى الله عليه وسلم, zei: "De verplicht vijfmaal dagelijks salât te verrichten gedurende de dag en de nacht.""Is er iets anders wat ik moet doen?" vroeg de man."Nee, maar je kunt vrijwillige salât verrichten" antwoordde Rasûlullah صلى الله عليه وسلم En hij zei verder: "Je vast in de (maand) Ramadān.""Is er iets anders wat ik moet doen?" vroeg de man."Nee, maar je kunt vrijwillig vasten," zei Rasûlullah صلى الله عليه وسلم,
Rasûlullah صلى الله عليه وسلم, legde hem de zakaah uit, en de man vroeg weer: "Is er iets anders wat ik moet doen?""Nee, maar je kunt vrijwillige sadaqah geven," antwoordde Rasûlullah صلى الله عليه وسلم,
Toen de man wegging, zei hij: "Bij Allah, ik zal hier niets aan toevoegen of weglaten."Rasûlullah صلى الله عليه وسلم, zei: "Als hij zijn woorden waarmaakt, zal hij het succes en de redding behalen." (al-Buhârî, İman 34, Sawm 1, Şehadat 26, Hiyal 4; Muslim, İman 8)
De verzen uit surah al-Baqarah (183-185, 187) en dergelijke authentieke ahadieth geven duidelijk aan dat het vasten tijdens de Ramadān verplicht is. Er is consensus onder de ummah (moslimgemeente) over de verplichting van het vasten.
III. De deugden van het vasten
Moslims worden in de verzen en ahadieth aangemoedigd om te vasten. Degenen die vasten, worden geprezen en hun wordt de barmhartigheid, tevredenheid, beloning en vergelding van Allah beloofd.
In vers 35 van surah al-Ahzaab wordt vermeld dat mannen en vrouwen die tien eigenschappen bezitten – waaronder het vasten – vergeving en een geweldige beloning zullen ontvangen.
إِنَّ ٱلۡمُسۡلِمِينَ وَٱلۡمُسۡلِمَٰتِ وَٱلۡمُؤۡمِنِينَ وَٱلۡمُؤۡمِنَٰتِ وَٱلۡقَٰنِتِينَ وَٱلۡقَٰنِتَٰتِ وَٱلصَّٰدِقِينَ وَٱلصَّٰدِقَٰتِ وَٱلصَّٰبِرِينَ وَٱلصَّٰبِرَٰتِ وَٱلۡخَٰشِعِينَ وَٱلۡخَٰشِعَٰتِ وَٱلۡمُتَصَدِّقِينَ وَٱلۡمُتَصَدِّقَٰتِ وَٱلصَّٰٓئِمِينَ وَٱلصَّٰٓئِمَٰتِ وَٱلۡحَٰفِظِينَ فُرُوجَهُمۡ وَٱلۡحَٰفِظَٰتِ وَٱلذَّٰكِرِينَ ٱللَّهَ كَثِيرٗا وَٱلذَّٰكِرَٰتِ أَعَدَّ ٱللَّهُ لَهُم مَّغۡفِرَةٗ وَأَجۡرًا عَظِيمٗا ٣٥
Waarlijk, de mannen die zich hebben overgegeven (aan Allah) en de vrouwen die zich hebben overgegeven, en de mu’min mannen en de mu’min vrouwen, en de mannen en vrouwen die (Allah en Zijn Nabie)" gehoorzaam zijn, en de mannen en vrouwen die waarachtig zijn (zowel in hun uitspraken als in hun daden), en de mannen en vrouwen die geduldig zijn (door hun lusten en hartstochten in bedwang te houden, door weg te blijven van zonden en beproevingen doorstaan zonder daar Allah de schuld van te geven),en de mannen en vrouwen die nederig zijn (vanwege hun ontzag voor Allah), en de mannen en vrouwen die (de zakāh betalen en een deel van hun vermogens aan) liefdadigheid uitgeven, en de mannen en vrouwen die (niet alleen Ramadān) vasten (maar ook de aanbevolen dagen op vrijwillige basis vasten), en de mannen en vrouwen die hun kuisheid beschermen (tegen ontucht en overspel), en de mannen en vrouwen die Allah veelvuldig gedenken met hun harten en hun tongen (na de salâh en tijdens de nacht): voor hen heeft Allah vergiffenis voorbereid, (gevolgd door) een grote beloning (in het Paradijs). (Al-Ahzaab 33/35)
Het vers maakt duidelijk dat er geen verschil is tussen mannen en vrouwen op het gebied van geloof (iemaan), aanbidding (`ibadah) en morele waarden (akhlâq). Daarnaast beschrijft het de eigenschappen die een moslim behoort te hebben en de waarde en beloning die zij bij Allah zullen ontvangen. Een moslim die de kenmerken die in het vers worden genoemd, in zich draagt, heeft volmaaktheid bereikt en de goddelijke tevredenheid verworven.
Er zijn veel ahadieth die de waarde en deugden van het vasten benadrukken. In dit hoofdstuk zullen we enkele van deze ahadieth analyseren en bespreken.
1. Vasten is een aanbidding met grote beloning
Het vasten wordt beschouwd als een van de aanbiddingen met de hoogste beloning, omdat het de vorm van aanbidding is waarin de minste ruimte is voor riya (zelfverheerlijking of schijnvertoon). Allahu Ta`ala beloont daden van tien tot zevenhonderd maal, maar de beloning voor het vasten kent geen grens.
Rasûlullah صلى الله عليه وسلم heeft overgeleverd dat Allah zei:
"De kinderen van Adam krijgt voor al zijn daden een beloning van tien tot zevenhonderd maal. Maar vasten is hierop een uitzondering, want het is voor Mij, en Ik zal er Zelf de beloning voor geven. Want het vastende laat zijn eten, drinken en begeerte omwille van Mij achterwege." (Muslim, Siyām, 164; Tirmidhi, Sawm, 55)
In een andere hadieh staat:
"Behalve het vasten, is elke daad van de zoon/dochter van Adam voor hem/haarzelf. Maar het vasten is voor Mij, en Ik zal er Zelf de beloning voor geven."(al-Buhârî, Siyām, 9)
Uit deze ahadieth kunnen twee belangrijke punten worden opgemaakt. Ten eerste is het vasten een daad die puur en alleen omwille van Allah wordt verricht en waarin riya’ vrijwel geen plaats heeft. Ten tweede is de beloning voor een oprechte (ikhlaas) vastende bij Allah buitengewoon groot.
De reden waarom het vasten zo hoog wordt beloond, is dat het vastende vrijwillig zijn eten, drinken en begeerten opgeeft, zonder enig werelds voordeel na te streven – enkel en alleen om Allah’s tevredenheid te verkrijgen.
In tegenstelling tot andere aanbiddingen zoals de salâh, de zakāh en de haj, die door anderen waargenomen kunnen worden en waarin riya kan sluipen. Maar het vasten is een aanbidding tussen een persoon en Allah. Alleen Allah weet of iemand werkelijk vast of niet.
2. Het vasten in de maand ramadan is een kaffârah (boetedoening/verzoening) voor zonden
Rasûlullah صلى الله عليه وسلم heeft gezegd:"Een persoon kan door zijn gezin, bezit en buren in zonden vallen. De salâh, het vasten en de zakāh dienen als kaffârah (boetedoening) voor deze zonden." (al-Buhârî, Sawm, 3)
Ook heeft hij gezegd:
"Wie uit geloof en in de hoop op beloning het vasten van Ramadān verricht, diens voorgaande zonden zullen worden vergeven." (al-Buhârî, Siyām, 6)
In deze overlevering wordt niet gespecificeerd of het gaat om kleine of grote zonden. Er wordt absoluut vermeld dat het vastende vergeven zal worden. Echter, wanneer we dit onderwerp in samenhang met de Qur’ān en sunnah beschouwen, wordt duidelijk dat voor het vergiffenis van grote zonden zoals het drinken van alcohol, gokken, diefstal, het verwaarlozen van de salâh en teruggave van onrechtmatig verkregen rechten en verzoening met de benadeelden een oprechte tawbah (berouw) vereist en noodzakelijk is.
3. De Rayyān-poort van het paradijs is bestemd voor de vastenden
In een authentieke (sahieh) hadieth wordt dit als volgt vermeld:
"Het Paradijs heeft een poort die Rayyān genoemd wordt. En door deze poort gaan op de Dag der Opstanding alleen mensen binnen die gevast hebben, en niemand anders. Er zal gevraagd worden: Waar zijn degenen die gevast hebben.? En dan zullen zij opstaan en niemand anders zal door deze poort het Paradijs mogen binnengaan. En als ze zijn ingegaan wordt hij gesloten en gaat er niemand meer door naar binnen."(Muslim, Siyām, 166)
Een andere overlevering van al-Buhârî over dit onderwerp luidt:
"Wie op weg van Allah een paar (van iets) uitgeeft, zal worden geroepen vanuit de poorten van het Paradijs: ‘O dienaar van Allah, dit is iets goeds!’ Degene die tot de lieden van salâh behoort zal worden geroepen vanuit de poort van de salâh.Degene die tot de lieden van de jihaad (strijder op weg van Allah) behoort zal worden geroepen vanuit de poort van de jihaad. Degene die tot de lieden van het vastende behoort zal worden geroepen vanuit de poort genaamd Reyyān.Degene die tot de lieden van de sadaqah (zakāh) behoort zal worden geroepen vanuit de poort van de sadaqah."
Toen vroeg Abū Bakr رضي الله عنه:"Moge mijn ouders voor u opgeofferd worden, o Rasûlullah ! Zal er iemand zijn die door alle poorten wordt geroepen?"Rasûlullah صلى الله عليه وسلم antwoordde:"Ja, en ik hoop dat jij een van hen zult zijn."(al-Buhârî, Sawm, 4)
Uit deze ahadieth begrijpen we dat het Paradijs acht poorten heeft, elk bestemd voor bepaalde daden van aanbidding, en dat de Rayyān-poort exclusief is voor degenen die vasten. Dit betekent dat het vastende mu’mins beloond zullen worden met het Paradijs en beschermd zullen worden tegen het Hellevuur.
In een andere hadieth wordt gezegd:
"Wie één dag vast omwille van Allah, Allah zal hem zeventig jaar ver van het Hellevuur houden."(Muslim, Siyām, 168)
Ook zei Rasûlullah صلى الله عليه وسلم:
"Het vastende heeft twee vreugdes: de eerste op het moment van iftār (het verbreken van het vasten) en de tweede op het moment dat hij zijn Rab ontmoet. De geur die uit de mond van het vastende komt, is bij Allah aangenamer dan de geur van musk."(Muslim, Siyām, 164; at-Tirmidhie, Sawm, 55)
Tijdens het vasten ervaart de moslim honger, en tegen de avond kan er een geur ontstaan door het niet eten en drinken. In de overlevering wordt benadrukt dat deze geur bij Allah waardevoller is dan de meest aangename geuren op aarde.
Moslim die vast, verbreekt zijn vasten zodra de avond-adhân wordt opgeroepen. Hij ervaart vreugde omdat hij een daad van aanbidding voor Allah heeft voltooid en geniet tegelijkertijd van het eten en drinken aan de iftâr-tafel. Echter, zijn ware vreugde zal hij in het Hiernamaals beleven, wanneer hij wordt geroepen om door de poorten van het Paradijs binnen te treden—een moment van geluk dat al zijn eerdere vreugden zal overtreffen.
Voor het binnengaan van het Paradijs via deze poorten is het noodzakelijk dat de mu’min zijn andere Islamitische verplichtingen naleeft en zich onthoudt van grote zonden. Dit wordt expliciet vermeld in de volgende hadieth:
"Er is geen (moslim) die de dagelijkse vijf salât verricht, het vasten van Ramadān onderhoudt, de zakāh betaalt en zich onthoudt van de zeven grote zonden*, of de poorten van het Paradijs zullen voor hem worden geopend. Er zal tegen hem gezegd worden: 'Treed (het Paradijs) binnen in vrede/veiligheid.'"(al-Mundhirī, hadieth nr. 452)
Tijdens de afscheidsrede gaf Rasûlullah صلى الله عليه وسلم de blijde boodschap dat degene die deze vijf verplichtingen naleeft, het Paradijs zal binnengaan. Een van deze verplichtingen is het vasten:
"Vrees Allah, verricht de dagelijks vijf salât, vast tijdens de maand Ramadān, geef zakāh van je bezittingen en gehoorzaam je leiders (in zaken die in overeenstemming zijn met de Islâm ). Dan zullen jullie de Paradijstuin van jullie Rab binnengaan."(Muslim, `Imarah 38; Tirmidhie, Jumu'ah, 80)
4. Het zonder geldige reden niet vasten is een grote zonde
Een moslim die zonder geldige reden het vasten in de maand Ramadān nalaat, heeft gezondigd tegen Allah, zichzelf beroofd van vele beloningen en spirituele gunsten, en een grote zonde begaan. Zelfs als hij zijn hele leven lang vast om deze gemiste dag in te halen, kan hij die ene dag niet volledig compenseren.
Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) heeft hierover gezegd:"Wie zonder ziekte of geldige reden een dag van de Ramadān niet vast, zal dit niet kunnen goedmaken, zelfs al zou hij de rest van de dagen vasten."(Ebû Dâvûd, Sawm, 38; Tirmidhî, Sawm, 27; Ibn Mâdja, Sawm, 14)
[*: De zeven grote zondes zijn in deze hadieth beschreven:
Hij (صلى الله عليه وسلم) zei:Vermijd de zeven vernietigende zonden.Er werd gevraagd: "Welke zijn dat, o Rasûlullah ?"Hij antwoordde:Shirk (het toekennen van deelgenoten aan Allah).Toverij (sihr).Onrechtmatig een leven nemen dat Allah verboden heeft.Bezit van weeskinderen uitgeven.Het nemen van rente (riba).Deserteren uit de oorlog.Een kuise, eerbare vrouw valselijk beschuldigen van zedeloosheid.(Muslim, Iemân, 145)]
IV. De wijsheid in het vasten
In de Islâm zijn er veel wijsheden en voordelen voor zowel het individu als de samenleving, zowel in de verplichtingen die Allah ons heeft opgelegd als in het zich onthouden van de dingen die Hij ons heeft verboden. In geen van Allah's geboden of verboden is er nutteloosheid; niets wordt zonder reden opgelegd.
De Islâm verlangt dat het individu in de samenleving harmonieus, betrouwbaar en verdraagzaam is. Met dit doel heeft Allah bepaalde verboden ingesteld. Een van de doelstellingen van de aanbiddingen is dat de moslim zich verre houdt van kwaad en zich onthoudt van het schenden van de rechten van anderen. Dit wordt duidelijk gemaakt in de laatste zin van de ayah die het vasten verplicht stelt:
يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ كُتِبَ عَلَيۡكُمُ ٱلصِّيَامُ كَمَا كُتِبَ عَلَى ٱلَّذِينَ مِن قَبۡلِكُمۡ لَعَلَّكُمۡ تَتَّقُونَ ١٨٣
O jullie die geloven! Het vasten is jullie verplicht, zoals het ook verplicht was voor degenen die vóór jullie waren, hopelijk zullen jullie Allah vrezen. (Al-Baqarah, 2:183)
Het doel van het verplicht stellen van het vasten is om een persoon te helpen zich te onthouden van kwaadheden en verboden handelingen. Het achterliggende doel van het verplicht stellen van vasten is dat de moslim in staat is om zijn seksuele verlangens, spreken, eten en drinken onder controle te houden, zijn akhlâq (karakter en ethiek) te verfraaien en de vaardigheid te ontwikkelen om zijn eigen ego (nafs) te beheersen (en zichzelf in balans te houden, door zijn verlangens en impulsen te beheersen).
Er zijn veel ahadieth die de wijsheid van het vasten verduidelijken. In dit hoofdstuk zullen we enkele van deze ahadieth analyseren en toelichten:
1. Het vasten is een beschermer tegen het hellevuur
an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) heeft het vasten vergeleken met een schild. Zoals een schild een persoon beschermt tegen schadelijke aanvallen, zo beschermt het vasten de moslim tegen de het Hellevuur. Deze hadieth maakt dit duidelijk:
“Zoals een schild je beschermt in de strijd, zo beschermt vasten je tegen het Hellevuur .” (Ibn Mâjah, Sawm, 1)
2. Het vasten beschermt iemand tegen haraams
Het wordt aangegeven dat het vasten verplicht is gesteld om iemand te beschermen tegen slechtheid en verboden zaken. Dit heeft betrekking op de plaats en invloed van aanbidding in het persoonlijke en sociale leven van de mens. Zo meldt Allahu Ta`ala dat de vijfmaals dagelijkse salât de mens beschermen tegen onzedelijkheid en slecht gedrag. (Ankabût, 29/45) Evenzo moet het vasten de mens beschermen tegen verboden zaken en slechtheden.
Vasten is een schild tegen het Hellevuur, evenals is het een schild tegen slechtheden. Het vastende distantieert zich van slechte woorden en gedragingen. In deze hadieth heeft an-Nabie dit verduidelijkt:
“Vasten is een schild; laat niemand van jullie die vast uit onwetendheid slecht spreken. Als iemand hem lastigvalt of slechte woorden zegt, laat hem zeggen: ‘Ik ben vastend, ik ben vastend.’” (al-Buhârî, Sawm, 9; Muslim, Siyam, 30)
Vasten is niet alleen het beteugelen van de eetlust en verlangens, maar ook het beschermen van de tong tegen het uiten van slechte en grove woorden. Het vastende persoon kan en mag niet uit onwetendheid slecht spreken of ruzie maken. Zelfs als iemand hem lastigvalt, kan en mag het vastende moslim geen antwoord geven. Zoals an-Nabie صلى الله عليه وسلم hierover zei:
“Vasten is niet alleen het nalaten van eten en drinken. Vasten is ook het vermijden van grove, slechte en onbeleefde woorden. Als iemand je lastigvalt, scheldt, schreeuwt of zich onbehoorlijk gedraagt, zeg dan tegen hem: ‘Ik ben vastend, ik ben vastend.’ (Mundhirie, II, 148, Nr. 4)
Als het vasten iemand niet beschermt tegen verboden dingen en slechtheden, dan heeft het zijn doel niet bereikt. An-Nabie صلى الله عليه وسلم zei hierover:
“Wie het liegen en werken met leugens niet nalaat, heeft Allah geen behoefte (aan zijn vasten) en aan zich onthouden van voedsel en drinken.” (al-Buhârî, Sawm, 8; Abu Dawoed, Sawm, 25; Tirmidhi, Sawm, 16; Ibn Mâjah, 21)
Deze hadieth benadrukt dat het doel van vasten is om de akhlâq (ethiek en moraal) van de persoon te verbeteren, hem te beschermen tegen slechtheden en verboden zaken. Als het doel van het vasten niet wordt gehaald, kan men de daarvoor verwachte beloning niet verkregen. Zoals an-Nabie صلى الله عليه وسلم zei:“Er zijn veel mensen die vasten, maar hun aandeel van het vasten is alleen maar honger (en dorst). Er zijn veel mensen die ’s nachts salâh verrichten, maar hun aandeel van de salâh is alleen maar wakker blijven.” (Ibn Mâjah, 21)
Daarom moet het vastende zich onthouden van leugens, valse getuigenissen, roddelen, laster, bedrog, misleiding, slechte woorden en andere soortgelijke gedragingen. Hij moet eerlijk en rechtvaardig zijn in zijn werk, handelen, woorden, contracten, koop en verkoop.
3. Het vasten beheerst de verlangensVasten weerhoudt iemand van ontucht en immoreel gedrag. an-Nabie صلى الله عليه وسل heeft dit als volgt uitgedrukt:“Wie in staat is om te trouwen, laat hem trouwen. Want het huwelijk beschermt je oog (van het kijken naar andere vrouwen) en beschermt je geslachtsdeel (van verboden zaken). Degene die niet in staat is om te trouwen, raad ik aan om te vasten. Want vasten heeft het kenmerk om de verlangens te onderdrukken.” (al-Buhârî, Sawm, 10)Er zijn meestal twee oorzaken waardoor mensen zonden begaan: de eerste zijn de wellustige verlangens en de andere is de tong en de maag. Degene die zijn verlangens, tong en maag onder controle heeft, en het geloofsgetuigenis oprecht met hart en ziel zegt, zo’n moslim die dit in al zijn aspecten uitvoert, heeft zijn dienstaak vervuld en zal het paradijs in het hiernamaals verkrijgen. An-Nabie heeft dit als volgt gezegd:“Wie zijn tong en geslachtsdeel onder controle heeft, geef ik garantie dat hij het Paradijs zal binnengaan.” (Tirmidhî, Zuhd, 60)“Wie zijn tongs en geslachtsdeels slechtheden ( het begaan van zonden) beschermt, Allah zal hem het Paradijs doen binnengaan.” (Tirmidhî, Zuhd, 60)
4. Vasten is een opleiding in geduld en wilskrachtVasten betekent vrijwillig afstand doen van de verlangens van de nafs. In deze zin is het vasten een oefening in wilskracht. Het is tegelijkertijd ook een oefening in geduld, omdat men het ongemak van honger en dorst moet doorstaan. Allahu Ta`ala zegt:
يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ ٱسۡتَعِينُواْ بِٱلصَّبۡرِ وَٱلصَّلَوٰةِۚ إِنَّ ٱللَّهَ مَعَ ٱلصَّٰبِرِينَ ١٥٣
O jullie die geloven! Zoek hulp met geduld en salâh. Waarlijk. Allah is met de geduldigen. (al-Baqarah 2/153) إِنَّمَا يُوَفَّى ٱلصَّٰبِرُونَ أَجۡرَهُم بِغَيۡرِ حِسَابٖ ١٠
Slechts degenen die geduldig zijn (tijdens het vasten, in gehoorzaamheid aan Allah en Zijn beproevingen), zullen hun beloning volledig ontvangen zonder berekening (in maten of eenheden. (Zumar 39/10). Met deze verzen moedigt Allah aan tot geduld. Een manier om geduld te leren is door te vasten. Immers,“Vasten is de helft van geduld.” (Tirmidhî, Da’avât, 86)“De maand Ramadān is de maand van geduld.” (İbn Mâjah, Taharet, 43)“Geduld is licht.” (İbn Mâjah, Taharet, 5)Een geduldig persoon zal in dit licht zijn weg niet kwijtraken.
Om in het leven succesvol te kunnen zijn, moet een mens zijn wil onder controle houden en standhouden tegenover moeilijkheden, met andere woorden: geduld hebben. Vasten is een effectieve manier om de verlangens van de nafs (ego) onder controle te houden.
De excessen en buitensporigheden in het maatschappelijke leven komen meestal voort uit de gehechtheid van de mens aan lichamelijke geneugten. De belangrijkste hiervan zijn eten, drinken en geslachtsgemeenschap. Het vasten is het medicijn om de nafs al-ammârah (de egoïstische echo die tot het kwaad aanspoort) tot rust te brengen.
Deze nafs laat de mens achter zijn lusten en verlangens aanjagen en zet hem ertoe om zichzelf en anderen onrecht aan te doen.
Daarnaast helpt vasten om de situatie van de armen beter te begrijpen en daardoor wordt men aangespoord om zich in te spannen om hun moeilijkheden te verlichten.
Deskundige artsen geven aan dat vasten veel voordelen heeft voor de gezondheid. Het geeft het lichaam dat een jaarlang heeft geploeterd rust geeft en het geeft als het ware een onderhoudsbeurt aan het lichaam. Vooral voor de maag en de spijsverteringsorganen is vasten een goede vorm van onthouding. An-Nabie صلى الله عليه وسلم heeft gezegd: "Elke zaak heeft een zakāh en de zakāh van het lichaam is het vasten." (Mundzirie, nr. 579)
[Van Ibn Abbās ((رضي الله عنهما): Rasulullah (صلى الله عليه وسلم ) was de vrijgevigste van alle mensen, en in Ramadān, als hij Jibriel (as) ontmoette, was hij nog vrijgeviger dan anders. Jibriel (as) kwam in Ramadān iedere nacht bij hem tot het donker werd; dan legde Rasulullah (صلى الله عليه وسلم ) hem de Qur’ān [ter goedkeuring] voor. Ja, als Jibriel (عليه السلام) bij hem was, was Rasulullah (صلى الله عليه وسلم ) nog vrijgeviger dan een wind die met regen gestuurd is.]
Kortom, een moslim die vast:— gehoorzaamt Allah en an-Nabie صلى الله عليه وسلم en behaalt een grote beloning;— betoont dankbaarheid voor de gunsten van Allah en leert de toestand van de behoeftigen kennen;— beschermt zijn gezondheid, zuivert zijn nafs en oefent zijn wilskracht;— verwerft geduld en standvastigheid en blijft gevrijwaard van slechte woorden en daden;— verbetert zijn akhlâq en bereikt het bewustzijn van zijn iemaan;— proeft de vreugde van aanbidding en is op weg om Allah’s welbehagen en het Paradijs te verdienen.
V. Kinderen, jongeren en het vastenaanbidding
Kinderen bereiken op de leeftijd van 6 à 7 jaar de fase van onderscheidingsvermogen, opvoeding en onderwijs. Op deze leeftijd beginnen ze met hun eerste leerproces.
Meisjes bereiken de puberteit wanneer ze beginnen te menstrueren, en jongens wanneer ze een zaadlozing krijgen of de leeftijd ervoor bereiken. Voordat kinderen de puberteit bereiken, zouden ze Qur’ān moeten leren lezen, kennis moeten hebben van de aanbiddingen, het toegestane (halaal) en het verbode (haraam), en vooral gewend moeten raken met het verrichten van de salâh. Ze dienen ook geleidelijk vertrouwd te raken met het vasten.
Vanaf het moment dat kinderen de puberteit bereiken, begint hun jongvolwassenheid. Deze periode begint met het intreden van de ‘al `aql wa’l-baaligh’ (verstandelijke en lichamelijke rijpheid), wat varieert afhankelijk van de fysieke gesteldheid, lichamelijke ontwikkeling en de regio waarin men leeft.
Volgens een onderzoek in Türkiye (Seyfullah Kara, Peygamber Döneminde Gençlik, p. 14) is vastgesteld dat de `aql wa’l-baaligh periode bij meisjes van 10 tot 18 jaar is, en bij jongens van 9 tot 19 jaar is.
In een hadieth wordt de overgang van de kindertijd naar de jeugd beschreven als het intreden van `aql wa’l-baaligh’:
"De verantwoordelijkheid is opgeheven voor iemand die slaapt totdat hij ontwaakt, voor een kind totdat het de `aql wa’l-baaligh’ bereikt, en voor een geesteszieke (of iemand die flauw valt) totdat hij weer bij bewustzijn komt." (Tirmidzie, Hudud, 1; Ahmad, I, 118)
Deze vaststellingen en waarnemingen tonen aan dat islamitische houdingen en gedragingen vanaf jonge leeftijd het beste kan geschieden door het aan te leren, herhaling en nadoen. Daarom is het vanuit islamitische oogpunt van groot belang dat kinderen vóór de puberteit worden onderwezen in de aanbiddingen en eraan gewend raken.
Een jongere die vriendschap sluit met mensen die slechte gewoonten hebben en onverschillig staan tegenover de geboden en verboden van de Islâm, kan zelf ook deze slechte gewoonten overnemen.
Aangezien de `aql wa’l-baaligh’ periode begint met de puberteit, beginnen ook de Islamitische verplichtingen en verantwoordelijkheden in deze fase. Alle Islamitische verplichtingen vangen aan bij `aql wa’l-baaligh’.
Jongeren die deze fase bereiken, zijn nu verplicht om hun Schepper, hun profeet en hun religie te kennen, op de juiste manier in geloof te staan, vijfmaal daags de salâh te verrichten, te vasten tijdens de maand Ramadān en zich te onthouden van zaken die door de Islâm als haram zijn verklaard, zoals drinken van alcohol, gokken, ontucht, diefstal, leugens, bedrog, misleiding en laster. Het verwaarlozen van Islamitische verplichtingen en het begaan van verboden daden maakt hen zondig.
Wanneer jongeren `aql wa’l-baaligh’ bereiken, is hun "boek van daden" nog volledig schoon wat betreft zonden. Als iemand zijn Islamitische verplichtingen nalaat, beginnen er zonden in zijn boek geschreven te worden. Hoe meer de zonden zich opstapelen, hoe donkerder en verhard het hart wordt, waardoor men afkoelt van en vervreemdt van de Islâm :
Rasûlullah صلى الله عليه وسلم heeft gezegd:"Wanneer een mu’min zondigt, verschijnt er een zwarte vlek op zijn hart. Als hij vervolgens berouw heeft, zich afkeert van de zonde en vergeving van Allah vraagt, wordt zijn hart gereinigd en gepolijst van die vlek. Maar als de mu’min zijn zonden vermeerdert, neemt de zwarte vlek op zijn hart toe. Dit is wat Allah in Zijn Boek zegt:
كـَلَّاۖ بَلۡۜ رَانَ عَلَىٰ قُلُوبِهِم مَّا كَانُواْ يَكۡسِبُونَ ١٤
Nee! Wat zij plachten te doen heeft zelfs hun harten bedekt. (al-Mutaffifīn, 83:14). (Ibn Mâjah Zuhd, 29)
Daarom is het belangrijk dat jongeren de geboden en verboden van de Islâm leren en praktiseren. Echter, de jongvolwassenheid periode doorbrengen met aanbidding en het vermijden van zonden is niet eenvoudig. Dit komt doordat het voor jongeren moeilijker is dan voor volwassenen om bedachtzaam en kalm te blijven en hun egoïstische gevoelens te beheersen. Daarom zijn de daden van aanbidding die de jeugd verricht, waardevoller.
an-Nabie صلى الله عليه وسلم noemde, terwijl hij de zeven groepen mensen opsomde die op de Dag des Oordeels onder de schaduw van Allah’s Troon ( `Arsh) zullen verblijven, direct na rechtvaardige leiders op de tweede plaats de jongeren die zijn opgegroeid in aanbidding van Allah. (Zie al-Buhârî, Adhan, 36).
Het doorbrengen van de jongvolwassenheid periode met aanbidding is een grote winst voor latere jaren en het hiernamaals. Want degene die zijn jeugd in aanbidding en zonder zonden doorbrengt, zal ook op zijn oude dag in aanbidding doorbrengen, en zo zal hij de tevredenheid van Allah en het geluk in het hiernamaals verwerven.
An-Nabie صلى الله عليه وسلم hechtte veel belang aan het naleven van de islamitische regels, geboden en verboden, en halal en haram door de jongeren. Hij nam de nodige maatregelen om jongeren op te voeden tot vrome mensen die in aanbidding opgroeien, te beginnen vanaf het huwelijksen kinderleven. Hij raadde jongeren aan om vrome partners te kiezen (al-Buhârî, Nikah, 15), de adhaan in het rechteroor van hun pasgeborene en de qamah in het linker oor te reciteren (Munâwî, VI, 238), op zevenjarige leeftijd de salâh aan te leren en op tienjarige leeftijd de salâh zonder onderbreking te laten verrichten (Abu Dāwūd, Salaat, 26).
Daarom moeten jongeren vanaf de puberteit bijzonder zorg dragen om hun vijf dagelijkse salât en het vasten van Ramadān te verrichten. Want salâh en vasten zullen hen beschermen tegen alles wat haraam, slecht, zonden en ongepaste gedragingen is. (al-Baqarah, 2/183; Ankabut, 29/45).
Wat betreft de religiositeit van jongeren, hun vermogen om hun vijfmaals dagelijkse salât te verrichten, hun vasten te onderhouden en andere Islamitische verplichtingen na te komen, speelt niet alleen hun Islamitische kennis een rol, maar ook de invloed van hun ouders en familie, evenals hun vriendengroep. Dit komt omdat de vriendengroep een grote invloed heeft op hen of jongeren raken gewend aan goede en mooie dingen, of ze richten zich op wat haraam is. Daarom zei an-Nabie صلى الله عليه وسلم:
"Een persoon is volgens de religie/akhlâq van zijn vriend.
Let daarom goed op met wie je vriendschap sluit." (Tirmidhî, Zuhd, 45)
Volgens een onderzoek is er ook een parallel tussen het percentage ouders die vasten en het percentage kinderen die vasten, binnen het gezin. (Uysal, Psiko-Sosyal Acidan Oruc, s 76)
Tweede hoofdstuk: De verplichting en soorten vasten
Inleiding
Vasten is een verplichting (fard al-`ayn) voor elke moslim die voldoet aan de voorwaarden. fard al-`ayn betekent een Islamitische plicht die elke moslim persoonlijk moet vervullen.
Het vervullen van deze plicht door een ander persoon namens iemand die ziek is of om een andere reden kan niet als het vervullen van de verplichting worden beschouwd.
De verplichting van vasten wordt bevestigd door de Qur’ān , de sunnah van an-Nabie صلى الله عليه وسلم en het consensus van de islamitische geleerden (ijma).
In de Qur’ān staat: يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ كُتِبَ عَلَيۡكُمُ ٱلصِّيَامُ كَمَا كُتِبَ عَلَى ٱلَّذِينَ مِن قَبۡلِكُمۡ لَعَلَّكُمۡ تَتَّقُونَ ١٨٣
O jullie die geloven! Het vasten is jullie verplicht, zoals het ook verplicht was voor degenen die vóór jullie waren, hopelijk zullen jullie Allah vrezen.(al-Baqarah, 2/183)
فَمَن شَهِدَ مِنكُمُ ٱلشَّهۡرَ فَلۡيَصُمۡهُۖ
…Dus wie van jullie de nieuwe maan (van de eerste nacht) van de maand Ramadān ziet, moet die maand vasten…(al-Baqarah, 2/185)
In de hadieth waarin an-Nabie صلى الله عليه وسلم de basisprincipes van de islam uitlegde, werd het vasten als volgt genoemd: "De islam is gebouwd op vijf pijlers: getuigenis dat er geen godheid is behalve Allah en dat Muhammad Rasulullah (de Boodschapper van Allah) is, de salâh verrichten, de zakāh betalen, de Haj verrichten en het vasten in van Ramadān ." (al-Buhârî, Iman, 1)
Ook in de laatste toespraak (Khutba) van an-Nabie صلى الله عليه وسلم tijdens de bedevaart (Haj) worden dezelfde punten genoemd: "Vrees jullie Rab, verricht de vijfmaals dagelijkse salât, vast in de maand Ramadān , geef de zakāh van jullie rijkdom en gehoorzaam jullie je leiders, zodat jullie het Paradijs van jullie Rab binnengaan." (Tirmizi, Abwab al-Salat, 434)
Zoals te zien is in de bovengenoemde verzen en ahadieth, wordt de verplichting van vasten op een duidelijke en ondubbelzinnige manier uitgedrukt.
I. Degenen die verplicht zijn te vasten
Elke moslim, man of vrouw, die bij bewustzijn is en de leeftijd van `aql wa’l-baaligh’ heeft bereikt en de maand Ramadān meemaakt, is verplicht om te vasten. Dit onderwerp zal uitgebreider worden besproken onder het kopje "De verplichtingen van het vasten".
II. Geldige redenen om niet te hoeven vasten
De bovenstaande uitleg vormt de algemene regel voor de verplichting om te vasten. Echter, in bepaalde uitzonderlijke situaties waarin vasten onmogelijk, uiterst moeilijk of schadelijk is, mag men van deze algemene regel afwijken en vasten achterwege laten. In de Islâm is verlichting een fundamenteel principe en Islamitische verplichtingen worden niet opgelegd voorbij de menselijke draagkracht. De Qur’ān bevestigt dit:لَا يُكَلِّفُ ٱللَّهُ نَفۡسًا إِلَّا وُسۡعَهَاۚ
"Allah belast geen enkele ziel boven haar vermogen." (al-Baqarah, 2:286)
يُرِيدُ ٱللَّهُ بِكُمُ ٱلۡيُسۡرَ وَلَا يُرِيدُ بِكُمُ ٱلۡعُسۡرَAllah wenst voor jullie het gemakkelijke en Hij wenst niet voor jullie het ongemak. (al-Baqarah, 2:185)
De specifieke situaties waarin men niet hoeft te vasten zijn als volgt:
1. Ziekte
Degenen die tijdens de maand Ramadān te ziek zijn om te vasten of vrezen dat hun ziekte zal verergeren door het vasten, mogen hun vasten uitstellen. In deze situatie moet men niet alleen afgaan op eigen inschatting, maar ook de adviezen van medische specialisten in acht nemen. Zodra men hersteld is, dient men de gemiste vastendagen in te halen. Dit is gebaseerd op het volgende vers:
فَمَن كَانَ مِنكُم مَّرِيضًا أَوۡ عَلَىٰ سَفَرٖ فَعِدَّةٞ مِّنۡ أَيَّامٍ أُخَرَۚ …Maar als één van jullie ziek is of zich op reis bevindt, dan kan hetzelfde aantal dagen worden ingehaald op andere dagen… (al-Baqarah, 2:184)
2. Reis
In Islamitische termen wordt iemand als reiziger beschouwd wanneer men een afstand van minstens 90 km aflegt en van plan is om minder dan 15 dagen op de bestemming te blijven (volgens de Hanafi madhab), of volgens de Shafi’i madhab minder dan vier dagen exclusief de reisdagen.
Wie tijdens de maand Ramadān op reis is, mag het vasten overslaan. Indien men echter al vóór zonsopkomst de intentie heeft genomen om te vasten en pas daarna op reis gaat, dient men het vasten van die dag te voltooien. Mocht men vasten toch verbreken, dan is enkel inhalen (qadā’) vereist, en geen boetedoening (kaffârah). (al- Mawdhîlî, I, 134)
De Qur’ān vermeldt hierover: zie hierboven al-Baqarah, 2:184. an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) heeft zelf tijdens een reis niet gevast (Tirmidhi, Sawm, 18) en verklaarde:"Het is geen daad van vroomheid om te vasten tijdens een reis (als het moeilijk is)." (Tirmidhi, Sawm, 18)
Dit geldt specifiek voor reizigers die moeilijkheden ondervinden. Indien een reiziger zich sterk voelt en geen last ondervindt, dan mag hij vasten. Zo vroeg de metgezel Hamza ibn Amr al-Aslamie رضي الله عنه aan an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) of hij mocht vasten tijdens een reis. an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) antwoordde:"Als je wilt, vast dan. Als je niet het wilt, vast dan niet." (Tirmidhi, Sawm, 19)
Sommige metgezellen vastten tijdens reis, terwijl anderen dat niet deden (Tirmidhi, Sawm, 18). Beiden keurden elkaars keuze niet af; degenen die zich sterk voelden, vastten, terwijl degenen die zwak waren, vastten niet. (Tirmidhi, Sawm, 18)
[Van `Aaishah (رضي الله عنها), de vrouw van Rasulullah (صلى الله عليه وسلم ) : Hamza ibn Amr al-Aslami, die dikwijls vastte, vroeg Rasulullah (صلى الله عليه وسلم ) : ‘Moet ik op reis ook vasten?’ Rasulullah (صلى الله عليه وسلم ) antwoordde: ‹Als je wilt moet je vasten en als je niet wilt doe je het niet. (Bukharie en Muslim)Van Abu Sa`ied al Khudrie (رضي الله عنه): Wij maakten eens een veldtocht met an-Nabie (صلى الله عليه وسلم ) op de zestiende Ramadān. Sommigen van ons vastten, anderen niet, en niemand nam de ander iets kwalijk.]
3. ZwangerschapZwangere vrouwen hoeven niet te vasten als er zorgen zijn over de ontwikkeling van het ongeboren kind.
(Tirmidhî, Sawm, 21) Later dienen ze de gemiste vastendagen in te halen. Zwangerschap wordt in dit opzicht als een ziekte beschouwd.
4. BorstvoedingVrouwen die borstvoeding geven hoeven, net als zwangere vrouwen, niet te vasten als ze vrezen dat het kind zonder melk zal komen te zitten en ondervoed raakt. Later dienen ze de gemiste vastendagen in te halen. Er is geen verschil tussen het geven van borstvoeding aan het eigen kind of aan het kind van iemand anders. Echter, als het om een ander kind gaat, moet er geen andere vrouw beschikbaar zijn om het kind te voeden.
5. OuderdomMensen die zo oud zijn dat ze niet meer in staat zijn om te vasten en ook geen kans meer hebben om in de toekomst te vasten, hoeven niet te vasten. Voor elke dag die ze niet vasten, geven ze een fidyah ter waarde van een sadaqah al-fitr aan een behoeftige. Over dit onderwerp zegt de Qur’ān :
وَعَلَى ٱلَّذِينَ يُطِيقُونَهُۥ فِدۡيَةٞ طَعَامُ مِسۡكِينٖۖ
Er is een fidyah voor degenen die niet kunnen vasten (door ouderdom en ongeneselijke ziekte). Zo hoort men voor elke gegeten dag een behoeftige te voeden. (al-Baqarah, 2/184)
De kwestie van fidyah zal later worden besproken onder de titel "Fidya en Isqāt as-Sawm".
6. Extreme honger en dorstAls iemand door het vasten ernstige gezondheidsproblemen krijgt vanwege extreme honger of dorst, mag men het vasten uitstellen tot een later moment. Of dit nodig is, kan worden vastgesteld door eigen ervaring of door de verklaring van een deskundige arts.
[Van Djabir ibn Abdallah (رضي الله عنه): Toen Rasulullah (صلى الله عليه وسلم ) eens op reis was zag hij een menigte mensen om een man heen staan, die ze in de schaduw hadden neergelegd.
Ze antwoordden: ‘Deze man vast.’ Rasulullah (صلى الله عليه وسلم ) zei: ‹Op reis vasten heeft niets met vroomheid te maken (Bukhârî, Sawm, 35)
7. Zwaar fysiek werkIemand die zwaar fysiek werk verricht en door vasten zijn gezondheid in gevaar zou brengen, mag zijn vasten uitstellen.Als iemand begonnen is met het vasten en tijdens zijn werk ernstige gezondheidsproblemen krijgt door de inspanning, mag hij zijn vasten verbreken. Zonder een legitieme reden mag dit echter niet. (O.N.Bilmen, blz. 304)
De Slag bij Badr en de verovering van Makkah vonden plaats in de maand Ramadān . Vanwege de drukte en de ontberingen van de strijd, vastten de metgezellen niet. Over dit onderwerp zei ʿUmar رضي الله عنه:
"Wij voerden de slagen van Badr en de verovering van Makkah in de maand Ramadān met Rasûlullah , en in beide gevallen hebben wij niet gevast." (Tirmidhî, Sawm, 20)
Bovendien zei de metgezel Abū Saʿīd رضي الله عنه :
"De Profeet beval ons om het vasten te verbreken tijdens een oorlog die hij in de maand Ramadān leidde." (Tirmidhî, Sawm, 20)
Deze en vergelijkbare ahadieth duiden erop dat mensen die zeer zwaar werk verrichten, hun vasten mogen uitstellen.
8. Tijdelijk verlies van verstand of bewusteloosheidIemand die tijdelijk zijn verstand verliest of de hele maand Ramadān bewusteloos/in coma doorbrengt en zijn verstand niet terugkrijgt, is niet verplicht om te vasten. Zo iemand wordt geacht de maand Ramadān niet bewust te hebben meegemaakt.Als hij echter op bepaalde dagen in Ramadān weer bij bewustzijn komt, dan vast hij die dagen. De dagen die hij niet bewust heeft meegemaakt, moet hij na Ramadān inhalen.
III. Vasten fidyah en isqat as-SawmHet woord "fidyah" betekent in de algemene zin een compensatie die wordt gegeven om iemand uit een moeilijke situatie te redden. In Islamitische context verwijst het naar een materiële vergoeding die wordt betaald om vrijgesteld te worden van een verplichting van onvolledig of niet-uitgevoerde aanbidding.
1. Fidyah van het vasten
De fidyah van het vasten is een vorm van compensatie die wordt gegeven door ouderen of ongeneeslijk zieken die niet in staat zijn om te vasten en ook geen hoop meer hebben om hun vasten later in te halen (qadā’).
De verplichting om fidyah te betalen voor degenen die niet kunnen vasten, wordt in de Qur’ān als volgt beschreven:
أَيَّامٗا مَّعۡدُودَٰتٖۚ فَمَن كَانَ مِنكُم مَّرِيضًا أَوۡ عَلَىٰ سَفَرٖ فَعِدَّةٞ مِّنۡ أَيَّامٍ أُخَرَۚ وَعَلَى ٱلَّذِينَ يُطِيقُونَهُۥ فِدۡيَةٞ طَعَامُ مِسۡكِينٖۖ فَمَن تَطَوَّعَ خَيۡرٗا فَهُوَ خَيۡرٞ لَّهُۥۚ وَأَن تَصُومُواْ خَيۡرٞ لَّكُمۡ إِن كُنتُمۡ تَعۡلَمُونَ ١٨٤
(Vast) het bepaald aantal dagen (van Ramadān ) Maar als één van jullie ziek is of zich op reis bevindt, dan kan hetzelfde aantal dagen worden ingehaald op andere dagen. Er is een fidyah voor degenen die niet kunnen vasten (door ouderdom, ziekte). Zo hoort men voor elke gegeten dag een arme te voeden. Maar diegene die meer doet (dan slechts de aflossing), weet dat dit beter is voor hem. En dat jullie vasten (i.p.v. te eten en nadien te moeten aflossen) is beter voor jullie, als jullie dat maar weten." (Al-Baqarah, 2:184)
De fidyah voor het niet kunnen vasten is vergelijkbaar met de sadaqah al-fitr: het voeden van een behoeftige voor een dag of het geven van een geldbedrag dat overeenkomt met de kosten van een dagelijks maaltijd. Omdat het in de moderne tijd niet altijd praktisch is om een maaltijd uit te delen, wordt de fidyah meestal in geld gegeven ter waarde van een dagelijkse maaltijd.
Als men tijdens zijn leven niet in staat is de fidyah te betalen voor zijn gemiste vastendagen, moet men in zijn testament opnemen dat dit uit zijn nalatenschap wordt voldaan. Indien een derde van de nalatenschap voldoende is om deze betaling te doen, dan is het een Islamitische plicht voor de erfgenamen om dit uit te voeren. Als dit niet mogelijk is, wordt erfgenamen aangeraden om de fidyah vrijwillig te betalen als een vorm van liefdadigheid.
De fidyah voor niet-gevaste dagen kan aan één behoeftige persoon worden gegeven of verdeeld worden onder meerdere behoeftigen. Voorwaarde is dat het bedrag per persoon niet minder mag zijn dan de dagelijkse voedselkosten van één persoon.
Omdat bij ouderen en ernstig zieken de kans om alsnog te vasten uiterst klein is, wordt ervan uitgegaan dat deze kans niet bestaat en wordt fidyah als een alternatief gegeven.
Als iemand die fidyah heeft betaald later toch in staat is om te vasten, dan wordt de reeds gegeven fidyah beschouwd als een vrijwillige liefdadigheid (sadaqah), en de persoon dient alsnog zijn gemiste dagen in te halen.
Mensen die niet eens in staat zijn om fidyah te betalen, zoals zeer oude of zieke mensen zonder middelen, hoeven niets te doen behalve Allah om vergeving vragen. Zoals de Qur’ān zegt:
لَا يُكَلِّفُ ٱللَّهُ نَفۡسًا إِلَّا وُسۡعَهَاۚ
"Allah belast geen enkele ziel boven haar vermogen." (al-Baqarah, 2:286)
Hoewel het aanbevolen is om de fidyah zo snel mogelijk te betalen, is er geen straf voor het uitstellen ervan.
Behalve vergevorderde ouderdom en ernstige ziekte, in gevallen zoals menstruatie, kraamtijd of reizen, waar het vasten tijdelijk niet mogelijk is, is fidyah niet van toepassing. In dergelijke situaties moeten de gemiste vastendagen later alsnog ingehaald worden.
2. Iskaat as-Sawm (opheffen van het vasten)"İskaat", een term die verwijst naar het verlossen van een persoon van Islamitische verplichtingen, zoals salâh, vasten, offer, gelofte en boetedoening, door het betalen van een fidyah na de dood van deze persoon, als deze verplichtingen tijdens diens leven niet zijn vervuld.
"İskaat as-Sawm" betekent: iemand die vanwege een aanhoudend excuus het vasten niet heeft kunnen vervullen, zonder het betalen van fidyah overlijdt. Of door tijdelijk excuus niet in staat is om de gemiste vasten in te halen, zonder het betalen van fidyah overlijdt . In beide geval wordt er na zijn of haar dood fidyah betaald voor de gemiste vasten waardoor vasten-schuld vervalt.
In de Qur’ān staat:
وَعَلَى ٱلَّذِينَ يُطِيقُونَهُۥ فِدۡيَةٞ طَعَامُ مِسۡكِينٖۖ"Wie niet in staat is om te vasten, moet een arme voeden." (Bakara, 2/183)
Volgens het oordeel van dit vers, moeten mensen die niet in staat zijn om te vasten, hetzij door zwakte of door geldige excuses, voor elke gemiste vastendag fidyah betalen. Dit geldt zowel voor het vasten tijdens de Ramadān als voor andere vasten buiten de Ramadān .
De meerderheid van de islamitische geleerden heeft geoordeeld dat de reden voor het betalen van fidyah in plaats van het vasten, zoals vermeld in dit vers, "onvermogen" is. Daarom moeten moslims die niet in staat zijn om te vasten, hetzij door geldige redenen of door persoonlijke onmacht, en die zonder in te halen komen te overlijden, fidyah betalen voor hun vastenverplichtingen. Ze zouden zelfs moeten vastleggen in hun testament om dit fidyah te betalen.
Omdat de overledene niet in staat is om te vasten, kan de situatie van deze personen vergeleken worden met de situatie van degenen die, door hun onvermogen, fidyah moeten betalen voor het vasten dat ze niet hebben kunnen volbrengen. Dit is bevestigd door zowel de verzen als de ahadieth. Als de overledene hierover een testament heeft opgesteld, wordt deze vergelijking nog sterker. Daarom zou iemand die om verschillende redenen niet heeft gevast, hoewel hij de tijd en gelegenheid had, en ook niet heeft ingehaald (qadā’) voor zijn overlijden, dan moet hij in zijn testament vastleggen dat voor elke gemiste vastendag een fidyah aan een behoeftige gegeven moet worden. Dit is pas mogelijk als hij bezittingen heeft. In dat geval moet, na aftrek van de begrafeniskosten en eventuele schulden, een derde van het nalatenschap worden gebruikt om het testament te vervullen. Op een derde deel van de erfenis hebben de behoeftigen recht op. Op twee derde deel van het nalatenschap is voor de erfgenamen. Als er geen testament is, zijn de erfgenamen niet verplicht om fidyah te betalen. Echter, als zij dat willen, kunnen de erfgenamen de fidye voor het vasten betalen uit de nalatenschap van de overledene. Als er geen nalatenschap is of als de achtergelaten bezittingen niet voldoende zijn, kunnen de erfgenamen de fidyah ook uit hun eigen vermogen vrijwillig betalen.
In een hadieth wordt gezegd:"Wie sterft en een maand vasten verschuldigd is, dient (de voogd) voor elke dag een behoeftige te voeden." (Tirmidhî, Sawm, 23)
Het betalen van fidyah voor gemiste vasten na het overlijden van een persoon is in overeenstemming met de Islamitische voorschriften.
[Van Ibn Abbaas (رضي الله عنهما): Er kwam een vrouw bij an-Nabie (صلى الله عليه وسلم ) zei:‘O Rasulullah, mijn moeder is gestorven terwijl ze nog een maand te vasten had.Hij zei: Als zij een schuld had gehad, zou je die niet voor haar aflossen?Ja, zei ze.Hij zei: Welnu, een schuld aan Allah verdient des te meer te worden afgelost.]
Soorten vastenHet vasten wordt onderverdeeld in drie categorieën: fard, wājib en nafilah (sunnah en mustahab).
1. Fard vasten
Verplichte (fard) vasten kunnen worden onderverdeeld in twee soorten:
Vasten met een vastgestelde tijd: Dit verwijst naar het vasten in de maand Ramadān .
Vasten zonder een vastgestelde tijd: Dit betreft in te halen vasten van Ramadān en boetevasten (kaffārah).
a) Het vasten van Ramadān
Elke moslim die aan de voorwaarden voldoet, is verplicht om in de maand Ramadān te vasten. In de Qur’ān staat:
فَمَن شَهِدَ مِنكُمُ ٱلشَّهۡرَ فَلۡيَصُمۡهُۖDus wie van jullie de nieuwe maan (van de eerste nacht) van de maand Ramadān ziet, moet die maand vasten. (al-Baqarah, 2:185)Daarom moet elke moslim zonder geldige reden de maand Ramadān vastend doorbrengen.
b) Het inhalen van gemiste vastendagen in Ramadān
Het begrip qadā’ betekent dat een aanbidding zoals de salâh, de hajj of het vasten, die niet op de juiste manier en tijd is verricht, later wordt ingehaald.
Het inhalen van vasten (qadā’) verwijst naar vasten buiten Ramadān ter compensatie van dagen die men in Ramadān niet heeft kunnen vasten of die men na intentie om welke redenen dan ook heeft verbroken. Dit is verplicht (fard). Allah zegt in de Qur’ān :
فَمَن كَانَ مِنكُم مَّرِيضًا أَوۡ عَلَىٰ سَفَرٖ فَعِدَّةٞ مِّنۡ أَيَّامٍ أُخَرَۚMaar als één van jullie ziek is of zich op reis bevindt, dan kan hetzelfde aantal dagen worden ingehaald op andere dagen. (Al-Baqarah, 2:184)
Mensen met gemiste vastendagen moeten deze zo snel mogelijk inhalen.Als iemand vanwege een geldige reden (zoals ziekte of reizen) niet kan vasten in Ramadān , en deze reden verdwijnt gedurende de dag, dan dient men de rest van de dag niets te eten of te drinken, alsof men vast. Omdat men dezelfde voorwaarden draagt als degenen die vasten, dient men zich daarom net als zij te gedragen. Dit geldt ook voor:Een kind dat overdag de puberteit bereikt;Een niet-moslim die zich tijdens de Ramadān dag tot de Islâm bekeert;Een zieke die overdag geneest;Een vrouw wier menstruatie of kraambloeding overdag eindigt;Een reiziger die overdag thuis aankomt;Iemand die op de dag van twijfel eet en er later achter komt dat het Ramadān is;Iemand die zijn vasten bewust heeft verbroken.
Volgens de Shafiʿi-madhab is het aanbevolen dat degene voor wie het vasten aan het begin van de dag niet verplicht was, de rest van de dag zonder eten en drinken doorbrengt. Echter, deze persoon mag niet openlijk eten en drinken in aanwezigheid van iemand die niet op de hoogte is van zijn vrijstelling, omdat hij zichzelf daarmee verdacht zou maken. (Shîradhî, II,587-588)
Degenen die moesten vasten maar er niet aan begonnen zijn, of die hun vasten opzettelijk hebben verbroken, moeten de rest van de dag zonder eten en drinken doorbrengen. (Shîradhî, II,610)
Er is geen vaste tijd voor het inhalen van Ramadān-vasten. Dit kan gedurende het gehele jaar worden gedaan, behalve op de dagen waarop vasten verboden is. Men mag deze dagen achter elkaar vasten of los van elkaar. Er is geen verplichting om ze achtereenvolgens te vasten, zoals bij de kaffârah-vasten.
Volgens de Shāfi‘ī-madhab moet iemand die zijn vasten niet heeft ingehaald vóór de volgende Ramadān , niet alleen qadā’ verrichten, maar ook fidyah (een boetevoeding aan een arme) betalen. (Shîradhî, II,623)
c) Boetevasten (kaffārah)
Als iemand zijn Ramadān -vasten zonder geldige reden opzettelijk en uit vrije wil verbreekt, is verplicht een boetevasten te verrichten (kaffārah). Dit betekent dat hij twee maanmaanden (zestig dagen) achter elkaar moet vasten. Meer details hierover zullen later worden besproken.
2. Wājib vastenNa het uitvoeren van verplichte (fard) vasten komt de wājib vasten. Wājib vasten kan in twee categorieën worden verdeeld.
a) Gelofte (nazir) vasten"Nazir" betekent in het woordenboek gelofte/belofte. In Islamitische termen betekent het dat een persoon zich verplicht om een geoorloofde daad te verrichten ter verheerlijking van Allahu Ta`ala. Hij maakt dit wājib (verplichting) voor zichzelf. Met het doel om de tevredenheid van Allah te verkrijgen. Volgens de Islâm kan men belofte doen aan Allah om een handeling uit te voeren die als aanbidding wordt beschouwd, maar die niet verplicht is, bijvoorbeeld door te zeggen: "Ik beloof 10 dagen extra te vasten." Het uitvoeren van wat men heeft beloofd (nazir) is verplicht. Daarom is het wājib (verplicht) om het beloofhet vasten na te komen.
Als er een specifieke dag voor het nazir vasten is gekozen, bijvoorbeeld door te zeggen "Ik zal op een bepaalde dag van een bepaalde maand vasten," dan wordt dit een specifieke belofte en moet het vasten op die dag worden uitgevoerd. Als er geen specifieke dag is vastgesteld, kan het nazir-vasten op elk moment buiten de Ramadān en buiten de dagen waarop het verboden is om te vasten.
b) De qadā’ van het onafgemaakte nafilah-vastenHet is wājib (verplicht) om een nafilah-vasten te voltooien. Daarom is het is wājib (verplicht) om onafgemaakte nafilah-vasten (nl vroegtijdig het vasten verbreken) in te halen.
Volgens de Shafi'i madhab is het niet verplicht (wājib) om een begonnen nafilah-vasten te voltooien, daarom is het inhalen van een onafgemaakte nafilah-vasten niet wājib. (Shirbinie, II, 186)
c) Vasten ter vervanging van het slachten van het Haj-offerHet is wājib om een offerdier te offeren tijdens Haj at-Tamattu`of Haj al-Qiraan. Degenen die niet in staat zijn om het vereiste offer voor de Haj te slachten door het niet kunnen vinden of kopen van een offerdier, is verplicht om 10 dagen te vasten. Drie dagen ervan moeten tijdens de Haj en de overige zeven dagen na de Haj worden uitgevoerd. Betreffende ayah zegt hierover het volgende:
فَمَن لَّمۡ يَجِدۡ فَصِيَامُ ثَلَٰثَةِ أَيَّامٖ فِي ٱلۡحَجِّ وَسَبۡعَةٍ إِذَا رَجَعۡتُمۡۗ تِلۡكَ عَشَرَةٞ كَامِلَةٞۗ ذَٰلِكَ لِمَن لَّمۡ يَكُنۡ أَهۡلُهُۥ حَاضِرِي ٱلۡمَسۡجِدِ ٱلۡحَرَامِۚ
… (het betreft) degene die de `umrah verricht in de maanden van de Haj, voordat de Haj (verricht wordt) deze moet een offerdier slachten wat hij zich kan veroorloven, maar als hij het zich niet kan veroorloven moet hij drie dagen tijdens de Haj vasten en zeven dagen bij zijn thuiskomst, om de tien dagen vol te maken. Dit geldt voor degene wiens gezin niet aanwezig is in de Masdjied al-Haram… (Bakara, 2/196)
De eerste drie dagen van het vasten moeten binnen de maand van de Haj, nadat men in de staat van Ihram is gegaan, en vóór `Iedu’l ʿAḍḥā (het Offerfeest) worden verricht. Het is beter om deze drie dagen achtereenvolgens te vasten, maar het is geen vereiste.
Na drie dagen vasten, als er een mogelijkheid is ontstaat om het offer alsnog te slachten voordat men het haar heeft geschoren/geknipt, moet het offer worden gebracht. Het vasten vervangt het offer niet. Als men echter het haar heeft geschoren/afgeknipt (uit de staat van Ihraam is gekomen) of de dagen van het Offerfeest zijn verstreken, is het slachten van het offer niet meer verplicht, ook niet als men later de mogelijkheid krijgt.
Voor ouderen of voor mensen met een ongeneeslijke ziekte is het niet toegestaan om in plaats van het vasten een fidyah te geven. In dit geval kunnen ze uit de Ihraam treden zonder een offer te brengen of te vasten.
Echter, afhankelijk van het type Haj moet men de volgende offers brengen: een offer is van Haj at-Tamattu` of Haj al-Qiraan en het andere offer is vanwege het feit dat ze uit ihraam zijn getreden zonder offer te brengen, de zogenaamde boete-offer. Dus ze moeten een schuld van twee offers brengen. Wanneer ze in staat zijn, kunnen ze deze twee offers later slachten.
De zeven dagen vasten na de Haj kan, als het mogelijk is, voor het verlaten van Makkah verricht worden, maar het is meer deugdzaam om het na de terugkeer in het thuisland te verrichten. Het is beter om deze zeven dagen achtereenvolgens te vasten, maar dit is geen vereiste.
3. Nafilah (tatavvu`) vasten
Nafilah-vasten zijn vasten die extra worden verricht en niet fard of wājib zijn. De nafilah vasten die Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) regelmatig verrichtte, worden "masnun-vasten" genoemd. Het vasten die hij soms verrichtte en soms oversloeg, worden "mandoeb/mustahab-vasten" genoemd. Daarnaast zijn er ook nafilah-vasten waarbij de tijd en duur volledig door het vastende persoon worden bepaald, deze worden "absolute nafilah-vasten" genoemd. Buiten de verboden dagen mag men dit vasten naar wens verrichten.
a) `Aashuraa’-vasten
Dit is een mesnun-vasten dat op de tiende dag van de maand Muharram wordt verricht. `Aishah (رضي الله عنها) heeft hierover gezegd:"De Quraysh pleegden in de periode van de onwetendheid (‘jahiliyyah’) op de dag van `Aashura’ te vasten. Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) vastte deze dag eveneens. Nadat hij naar Madienah was geëmigreerd, bleef hij deze dag vasten en droeg hij zijn metgezellen ook te vasten. Toen het vasten in de Ramadān verplicht werd gesteld, stond het de mensen vrij om de `Aashura’-vasten voort te zetten of het achterwege te laten.” (Muslim, Siyam, 113)
In een hadieth heeft Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) gezegd:"Door het vasten op de dag van Aashuraa’ hoop ik dat Allah de zonden van het afgelopen jaar zal vergeven." (Tirmidhi, Sawm, 48)
Vasten op enkel de dag van `Aashura’ wordt als makruh (afkeurenswaardig) beschouwd, omdat dit op de joden zou lijken. Daarom wordt aangeraden om naast de tiende dag van Muharram ook de negende of elfde dag te vasten. Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) vastte niet uitsluitend op de tiende dag van Muharram (Tirmidhi, Sawm, 50) en hij zei:"Vast op de 9e en 10e dag van Muharram en handel anders dan de de joden." (Tirmidhi, Sawm , 49)
b) Maandagen donderdag-vasten
Usamah ibn Zayd (رضي الله عنه) heeft overgeleverd:"Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) vastte op maandag en donderdag. Toen hem werd gevraagd naar de reden hiervan, antwoordde hij: ‘De daden van de dienaren worden op maandag en donderdag aan Allah gepresenteerd.’ (Abu Dāwūd, Sawm , 60)
c) Ayyam al-Bid` vasten
Het wordt aanbevolen om elke maand drie dagen te vasten. Het is nog beter als deze dagen samenvallen met "Ayyam al-Bid’", de dagen van de volle maan, namelijk de 13e, 14e en 15e dag van de maankalender.
Milhaan al-Qaysie (رضي الله عنه) heeft overgeleverd:"Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) droeg ons op om te vasten op de 'Bid`-dagen, dat wil zeggen op de 13e, 14e en 15e dag van elke maand." (Abu Dāwūd, Sawm , 68)
Ook heeft Abu Hurayrah (رضي الله عنه) gezegd:"Mijn dierbare vriend (Rasûlullah صلى الله عليه وسلم) heeft mij aangeraden om drie dagen van de maand te vasten, twee raka`ah ad-Duhaa-salâh te verrichten en de witr-salâh te verrichten voordat ik ga slapen." (al-Buhârî, Sawm , 59)
d) Vasten van de maand ShawwālDit is een vrijwillig vasten van zes dagen in de maand Shawwāl. Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) zei: Wie de Ramadān vast en vervolgens zes dagen vast in de maand Shawwāl, het is alsof hij het gehele jaar heeft gevast. (Muslim, Siyām, 204)
E) Vasten in de Heilige MaandenDe "Heilige Maanden" (al-Ashhur al-Hurum) waar de Qur’ān naar verwijst, zijn Dhul-Qa'dah, Dhul-Hijjah, Muharram en Rajab. Het is aanbevolen (mandub/mustahab) om te vasten op de donderdagen, vrijdagen en zaterdagen van deze maanden en gedurende de eerste tien dagen van Dhul-Hijjah. Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) zei:"Na de Ramadān is de meest deugdzame vasten die in de maand van Allah Muharram." (Muslim, Siyām, 202; Tirmidhi, Sawm, 39)
f) Vasten in de maand Sha'bānRasûlullah (صلى الله عليه وسلم) vastte vaak in de maand Sha'bān. ʿĀ’ishah (رضي الله عنها) zei: Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) vastte zoveel dat wij zeiden: Hij breekt de vasten niet’, en hij brak de vasten zo vaak dat wij zeiden: Hij vast niet. Ik heb an-Nabie nooit meer zien vasten in een andere maand vasten (behalve in de Ramadān) dan in Sha`baan. (Bukharie en Muslim)g) Dāwūd-vastenDit is een manier van vasten waarbij men om de dag vast.
Deze manier van vasten is vernoemd naar de profeet Dāwūd (عليه السلام) en werd door Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) aanbevolen als de beste vorm van vrijwillig vasten. De metgezel ʿAbdullāh ibn ʿAmr (رضي الله عنه) wilde veel vrijwillig vasten, waarop Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) hem dit type vasten adviseerde.
Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) zei tegen mij:"Ik heb vernomen dat jij je nachten doorbrengt in salâh en overdag vast." "Ja, o Rasûlullah !" antwoordde ik. Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) zei toen: "Vast soms en vasten soms niet. Verricht salâh 's nachts, maar slaap ook. Want je lichaam heeft rechten over jou, je echtgenote heeft rechten over jou en je bezoekers (gasten) hebben rechten over jou. Drie dagen vasten per maand is voldoende voor jou."Ik vroeg om meer, en hij verhoogde het. "O Rasûlullah ! Ik heb de kracht ervoor," zei ik. Hij antwoordde: "Vast dan drie dagen per week."Ik bleef aandringen, en hij bleef het verhogen. Ik zei opnieuw: "O Rasûlullah ! Ik heb de kracht ervoor."Toen zei hij: "Vast zoals de profeet Dāwūd (عليه السلام) vastte." "O Rasûlullah ! Wat is het vasten van Dāwūd?" vroeg ik. "Hij vastte om de dag." (Ahmad, II, 198)
h) Vasten op de dag van ‘Arafah
Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) heeft gezegd:"Ik hoop dat het vasten op de dag van ‘Arafah een boetedoening zal zijn voor de zonden van het voorgaande jaar en het komende jaar." (Tirmidhî, Sawm, 45)
Daarnaast heeft hij gezegd:"Degenen die de Hadj verrichten, vasten niet op de dag van ‘Arafah." (Tirmidhî, Sawm, 46)[Umm al-Fadl bint al-Harith (رضي الله عنها), vertelde: Bij mij zaten mensen eens te kibbelen over de vraag of Rasulullah (صلى الله عليه وسلم ) op de dag van ‘Arafah gevast had. Sommigen zeiden van wel, anderen van niet. Maar ik heb hem zelf een schaal melk gestuurd terwijl hij op zijn kameel in ‘Arafah vertoefde, en die heeft hij leeggedronken.]
4. Mekroeh Vasten
a) Tahrīmen mekroeh vasten (strikt afkeurenswaardig vasten)
Hoewel het vasten een belangrijke vorm van aanbidding is, is het tahrīmen mekroeh (bijna haram) om te vasten op de eerste dag van ‘Ied al-Fitr (Ramadaanfeest) en de vier dagen van ‘Ied al-ʿAḍḥā (Offerfeest).
Er is zelfs een mening dat het vasten op deze dagen haraam is.
Het is niet moeilijk om de wijsheid achter het verbod op vasten op deze dagen te begrijpen. De wijsheid achter het verbod op vasten tijdens deze dagen is als volgt:
1. ‘Ied al-Fitr (Ramadaanfeest) Na een maand van vasten tijdens de Ramadān is ‘Ied al-Fitr een dag waarop moslims gezamenlijk eten en drinken als teken van dankbaarheid aan Allah. Daarom wordt het ook wel het "feest van het verbreken van het vasten" genoemd. Vasten op deze dag zou betekenen dat men niet deelneemt aan Allah’s gastmaal.
2. ‘Ied al-ʿAḍḥā (Offerfeest)‘Ied al-ʿAḍḥā dagen is op dezelfde manier Allah’s gastmaal dagen. Want er worden offerdieren geslacht, en het vlees wordt verdeeld onder familie, buren en de armen. Iedereen, rijk of arm, profiteert van het vlees. Vasten op deze dagen zou indruisen tegen de sociale en feestelijke betekenis van het Offerfeest.
Dat het verboden is om op de eerste dag van de beide ‘Ied-dagen te vasten, blijkt uit de woorden van ʿUmar ibn al-Khattab (رضي الله عنه):"Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) heeft het vasten op deze twee dagen verboden: de dag waarop jullie het vasten van Ramadān verbreken (‘Ied al-Fitr) en de dag waarop jullie van het offerdier eten (‘Ied al-ʿAḍḥā).” (Muslim, Siyām, 138)
Wat betreft het verbod op vasten tijdens de tweede, derde en vierde dag van ‘Ied al-ʿAḍḥā, heeft Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) gezegd:"De dag van ‘Arafah, de dag van ‘Ied en de Tashrīq-dagen (de drie dagen na ‘Ied al-ʿAḍḥā) zijn onze feestdagen. Dit zijn dagen van eten en drinken." (Tirmidhî, Sawm, 58)
Daarnaast is het voor vrouwen haraam om te vasten tijdens hun menstruatie (hayd) of postnatale periode (nifās). Als zij toch vasten, is dit niet geldig en worden zij zondig.
b) Tanzihan makruh vasten
1.
Vasten met de intentie om Ramadān te verwelkomenHet is niet voorgeschreven om te vasten met de bedoeling om Ramadān te verwelkomen. Zowel in het verleden als in het heden zijn er mensen die een 'welkomstvasten' voor Ramadān verrichten. Echter, an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) heeft aangegeven dat zo'n vasten niet gewenst is:
Vast niet vóór Ramadān (om het te verwelkomen)." (Tirmidhî, Sawm, 1)
Vast niet één of twee dagen vóór de maand Ramadān om het te verwelkomen. Echter, als iemand al gewend is op bepaalde dagen te vasten en die dagen toevallig direct vóór Ramadān vallen, dan mag hij vasten." (Tirmidhî, Sawm, 1)
Volgens deze overlevering is het ongepast om een of twee dagen voor Ramadān te vasten met de intentie om zich op Ramadān voor te bereiden. (Zie ook: Muslim, Sawm, 21; al-Bukhârî, Sawm, 14; Tirmidhî, Sawm, 1; Abû Dâwûd, 11)
2. Vasten op de "Dag van Twijfel" (Yawm ash-Shak)Als de hemel bewolkt is en de waarneming van de nieuwe maan niet mogelijk is, waardoor men niet zeker weet of het de eerste dag van Ramadān of de laatste dag van Sha'bân is, wordt deze dag "Yawm ash-Shak" (Dag van Twijfel) genoemd.
Metgezel Ammâr ibn Yâsir (رضي الله عنه) wilde op zo’n dag mensen uitnodigen om van zijn geslachte schaap te eten. Toen sommigen weigerden te eten omdat ze aan het vasten waren, waarop hij zei: "Wie op de Dag van Twijfel vast, heeft zich tegen an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) verzet." (Tirmidhî, Sawm, 1; Abû Dâwûd, Sawm, 10)
Tirmidhî vermeldt na deze overlevering dat de meerderheid van de metgezellen en de tabi`în deze mening deelt.
Als iemand gewoonlijk de hele maand Sha'bân of een deel ervan vast, mag hij doorgaan tot aan het begin van Ramadān . Dit wordt niet beschouwd als het verwelkomen van Ramadān met een speciaal vasten.
An-Nabie (صلى الله عليه وسلم) vastte buiten Ramadān het meest in Sha'bân. Soms vastte hij de hele maand en verbond deze met Ramadān , soms vastte hij helemaal niet en soms slechts een deel ervan. (Muslim, Sawm, 175-176; Ibn Mâjah, Sawm, 4; Abû Dâwûd, Sawm, 11)
Tegenwoordig, dankzij astronomische berekeningen, is er nauwelijks nog onzekerheid over de exacte starten einddata van de maanden.
3. Vasten op 10e van Muharram (de Dag van `Aashura’)Zoals uitgelegd in het derde hoofdstuk, heeft an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) geadviseerd om te vasten op de 9e en 10e of de 10e en 11e dag van de maand Muharram. Vasten op alleen de 10e dag van Muharram wordt echter als makruh (afgeraden) beschouwd.
4. Nawruz en Mihrijaan vastenHet vasten op Nawruz (21 maart) in de lente en op Mihrijaan (de 16e dag van de zevende maand van de Perzische kalender) in de herfst is tanzihan makruh (afgeraden). Dit komt doordat deze dagen gerespecteerd werden door de Zoroastriërs (vuuraanbidders), en het vasten op deze dagen zou kunnen worden opgevat als een poging om hen na te volgen. Als echter vasten dat normaal gesproken wordt verricht, toevallig op deze dagen valt, is er geen bezwaar tegen vasten.
5. Bedevaartgangers vasten op `Arafah DagHet vasten op de `Arafah-Dag (de dag vóór `Ied al-ʿAḍḥā) door bedevaartgangers wordt als makruh beschouwd, vooral als het leidt tot zwakte en vermoeidheid. Ook vasten op de Tarwiyah-dag (de 8e dag van de maand Dhu al-Hijjah) wordt als makruh gezien in het geval dat de bedevaartgangers te moe worden.
6. Vasten op vrijdagSpecifiek vasten op vrijdag is makruh, vooral als het alleen op vrijdag gebeurt.
Als iemand echter normaal gesproken op een andere dag vast en het vasten toevallig op vrijdag valt, bijvoorbeeld door het vasten op donderdag of zaterdag, dan is vasten op vrijdag niet makruh. An-Nabie (صلى الله عليه وسلم) zei:"Vasten op vrijdag is niet toegestaan, tenzij je ook op de dag daarvoor of daarna vast." (Muslim, Sıyam, 147; Tirmidhî, Sawm, 41)
Opmerking: Mihrijaan is de naam van de grootste feestdag van de Iraanse Zoroastriërs na Nawruz. De Mihrijaan-viering begint op de 16e dag van de 7e zonnekalendermaand en duurt zes dagen, tot en met de 21ste dag. Het begin van deze periode wordt "Mihrican-ı âmme" genoemd en de laatste dag "Mihrican-ı hâssa". Deze feestdag valt samen met het moment waarop de zon het sterrenbeeld Weegschaal ("Mizan") binnengaat. Over de redenen waarom de oude Perzen deze dagen als feest beschouwden, bestaan verschillende overleveringen.
Fiqh regels (juridische bepalingen volgens de islamitische wetgeving) met betrekking tot het vasten
I. De verplichte (fard) voorschriften van het vasten
Het woord "fard" verwijst naar een handeling/daad (fi`il/`amal) die door een bindend en onweerlegbaar Islamitisch bewijs verplicht is gesteld.
De verplichting (fard) van een bepaalde handeling/daad omvat niet alleen de last om deze daadwerkelijk uit te voeren, maar ook de structurele vereisten waaraan deze handeling/daad moet voldoen om geldig te zijn. Bijvoorbeeld, om een verplichte vorm van aanbidding in overeenstemming met de wil van Allah te verrichten, moeten de handelingen/daden die Allah als verplicht heeft vastgesteld, worden nageleefd. Deze handelingen/daden worden de fard (verplichtingen) van die aanbidding genoemd.
De verplichtingen (fard) worden onderverdeeld in voorwaarden (shurut) en pijlers (arkaan):
Een voorwaarde (shart: iets dat moet worden vervuld voordat de handeling of het ritueel kan plaatsvinden): de aanwezigheid van een oordeel (hukm) hangt af van datgene waarop het gebaseerd is. Als de voorwaarde ontbreekt, ontbreekt het oordeel (hukm). Maar het aanwezig zijn van de voorwaarde vereist niet noodzakelijkerwijs het bestaan van het oordeel. Bijvoorbeeld: het verrichten van de kleine wassing (wudu) is een voorwaarde voor de salâh. Zonder wudu is de salâh niet geldig, maar alleen wudu verrichten betekent niet dat men de salâh heeft verricht. Pas door zowel de wudu als de salâh uit te voeren, is de salâh verplichting vervuld.
Een pijler (rukn: de essentiële elementen die een ritueel of verbintenis vormen) verwijst naar de essentiële/fundamentele elementen die de aanbidding of de overeenkomst geldig maken. Bijvoorbeeld: in de salâh zijn rechtop staan (kıyaam), het reciteren (qıraat), buigen (rukû) en neerknielen (sajdah) essentiële pijlers. In de bedevaart (haj) zijn het verblijf in `Arafah (Waqfah)) en de tawaaf rond de Ka'bah essentiële pijlers.
Eerst moeten de voorwaarden (shurut) worden vervuld voordat de pijlers (arkaan) betekenis krijgen. Zonder het naleven van de voorwaarden, wordt het uitvoeren van de pijlers niet geldig geacht.
Ook het vasten heeft bepaalde voorwaarden en pijlers. We zullen eerst de voorwaarden van het vasten uitleggen, gevolgd door de pijler ervan.
Op basis van de verplichting en de correcte uitvoering wordt vasten ingedeeld in drie categorieën:
Voorwaarden van verplichting (shurut al-wujoeb): Voorwaarden die bepalen of iemand verplicht is om te vasten.
Voorwaarden van uitvoering (shurut al-adaa’): Voorwaarden die nodig zijn om het vasten correct te kunnen verrichten.
Voorwaarden van geldigheid (shutut as-Sihhah): Voorwaarden die bepalen of het vasten geldig is.
1.
Voorwaarden van verplichting (shurut al-wujoeb) van het vastenplichtOm het vastenplicht voor iemand van toepassing te laten zijn, moet diegene een moslim, verstandelijk gezond en in de puberteit (aql wa’l baaligh) zijn:
Voor niet-moslims is vasten, net als andere Islamitische verplichtingen, geen plicht. De Islamitische verplichtingen van de Islâm komen alleen tot stand door in deze religie te geloven. Als een niet-moslim moslim wordt, hoeft hij het vasten die hij eerder niet heeft verricht, evenals andere verplichtingen, in te halen. Dit komt doordat het omarmen van de Islâm alle eerdere zonden wist, en een nieuw leven begint. In de Qur’ān wordt gezegd:قُل لِّلَّذِينَ كَفَرُوٓاْ إِن يَنتَهُواْ يُغۡفَرۡ لَهُم مَّا قَدۡ سَلَفَ وَإِن يَعُودُواْ فَقَدۡ مَضَتۡ سُنَّتُ ٱلۡأَوَّلِينَ ٣٨
Zeg tegen degenen die ongelovig zijn: “Als jullie ophouden, zullen jullie worden vergeven voor wat reeds voorbij is. Maar als jullie in herhaling vervallen, dan (geldt) voor hen de handelwijze (van Allah) zoals die reeds gold voor de vroegeren. (Al-Anfal, 8/38)
Een persoon wiens verstand niet in orde is en niet in staat is om te beredeneren, is niet verantwoordelijk voor Islamitische verplichtingen, omdat alleen degenen met gezond verstand verantwoordelijk zijn voor Islamitische verplichtingen. Kinderen die de puberteit nog niet hebben bereikt, zijn ook niet verplicht om te vasten, omdat Islamitische verplichtingen pas beginnen na het bereiken van de puberteit (aql wa’l baaligh). Net als bij de salâh is het echter passend om kinderen die nog niet de puberteit hebben bereikt, maar wel de kracht hebben, te laten vasten.
Volgens de Sjafi'i madhab moeten de volgende voorwaarden aanwezig zijn voor het vasten: - moslim zijn, - verstandelijk gezond, - de puberteit hebben bereikt, - niet in menstruatie of kraamperiode verkeren,- geen reiziger zijn, - en in staat zijn om vasten te houden. (Shiradhi, II, 586)
2.
Voorwaarden van uitvoering (shurut al-adaa’) van het vastenplicht Elke verstandelijk gezonde (aql wa’l bulugh) moslim die de puberteit heeft bereikt, is verplicht om te vasten. Voor iemand om de plicht daadwerkelijk te vervullen, mag er echter geen excuus zijn, zoals ziekte, reis, ouderdom, zwangerschap, borstvoeding, of het verrichten van zwaar werk.
3. Voorwaarden van geldigheid (shutut as-Sihhah) van het vastenplicht Om het vasten geldig te maken, moeten de volgende voorwaarden (shurut) aanwezig zijn:
a) De intentie hebben Intentie betekent dat iemand zich bewust is van de handeling die hij gaat verrichten. Intentie is een fundamentele voorwaarde (shart) voor alle vormen van aanbidding. Geen enkele aanbidding is geldig zonder intentie, omdat aanbidding een handeling is die een dienaar met zijn eigen wil en bewustzijn verricht met de bedoeling Allah’s geboden na te volgen en Zijn tevredenheid te verkrijgen. Wil en bewustzijn kunnen niet zonder intentie plaatsvinden.
Het verschil tussen vasten als een gewoonte of dieet en vasten als aanbidding ligt in de intentie. Het vasten, dat inhoudt dat men gedurende een bepaalde periode van de dag zich onthoudt van eten, drinken en seksuele betrekkingen, wordt alleen een Islamitische handeling door de intentie. An-Nabie صلى الله عليه وسلم zei:"De werken worden beoordeeld naar de intentie (niyyah). Een mens krijgt wat hij beoogd heeft." (Al-Buhârî, "Bad’u-Wahy", 1)
Voor het vasten in de maand Ramadān of in andere maanden is het noodzakelijk om voor elke dag afzonderlijk de intentie te nemen. Dit komt doordat elke vastendag een op zichzelf staande vorm van aanbidding is.
"Niyyah" betekent in gedachten en het hart weten van de handeling/daad die men wil verrichten. Dit wordt een absolute intentie genoemd. Opstaan voor de sahur geldt ook als intentie voor het vasten.
Het is niet verplicht om de intentie mondeling te doen, maar het is wel aanbevolen. Voor de Ramadān -vasten", "vasten op een vastgestelde dag als gelofte (nazir)" en de "absolute vrijwillige vasten" is het voldoende om een algemene intentie te nemen zonder de specifieke vastensoort te benoemen.
Bijvoorbeeld, iemand die in de Ramadān vast, kan simpelweg zeggen: "Ik heb de intentie om te vasten omwille van Allah" of dit in gedachten nemen. Dit geldt ook voor andere soorten vasten.
Volgens de Shafi'i-madhab is een algemene intentie slechts geldig voor vrijwillig vasten. Bij fard (en wājib) vasten dient men de specifieke soort vasten te benoemen. Zo moet men expliciet zeggen: "Ik neem de intentie voor de Ramadān -vasten", "Ik neem de intentie voor de qadā’-vasten", "Ik neem de intentie om mijn nazir-vasten te verrichten" of "Ik neem de intentie om mijn kaffârah-vasten te verrichten". (Shiradhie, II, 600-601)
Wanneer men begint met het vasten voor de intentie van vrijwillig vasten, terwijl het in feite een Ramadān - of nazir-vasten betreft, dan telt het alsnog als een Ramadān - of nazir-vasten.
Een reiziger die in de maand Ramadān niet specifiek de intentie neemt voor "de Ramadān -vasten" maar slechts zegt: "Ik neem de intentie om te vasten", heeft alsnog de Ramadān -vasten verricht.
Als diezelfde persoon echter de intentie niet voor Ramadān -vasten maar voor kaffârah-vasten of in te halen Ramadān (qadā’)-vastendag of een nazir-vasten neemt, dan is volgens Abu Hanifah het vasten waarvoor hij intentie heeft genomen geldig. Volgens Imaam Mohammed, Imaam Abu Yusuf en Imaam Shafi'i is dit niet geldig. (Shiradhie, II, 600-601)
De "tijd voor niyayh" begint na zonsondergang en loopt door tot aan het begin van imsâk (de ochtendschemering). Dit is de algemene regel, maar voor de Ramadān -vasten, de nazir-vasten op een vastgestelde dag en de absolute vrijwillige vasten is er meer ruimte. Voor deze soorten vasten kan de intentie nog worden gemaakt na imsâk, zolang men niets doet wat het vasten verbreekt, tot tien minuten voor de dhuhr-adhaan.
Voor qadā’-vasten, kaffârah-vasten en nazir-vasten zonder vastgestelde dag, moet de intentie vóór imsâk worden genomen.
Als men de intentie uitstelt tot na imsâk, dan is het vasten niet geldig. Over dit onderwerp heeft an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) gezegd: "Wie niet vóór imsâk de intentie neemt, heeft niet gevast." (Nasa'i, Siyaam, 68)
Het consumeren van voedsel of drank tussen de niyyah en imsâk schaadt vasten niet.
b) Vermijden zaken die het vasten verbreken
Vasten is pas geldig als men zich vanaf imsâk tot zonsondergang onthoudt van eten, drinken en geslachtsgemeenschap. Als men een van deze zaken vóór zonsondergang doet, dan is het vasten verbroken.
c) Niet in staat van menstruatie (hayd) of kraambloeding (nifaas)
Vrouwen die menstrueren of in hun kraamtijd verkeren, mogen niet vasten. Zij moeten de gemiste vastendagen later inhalen.
Aisha (رضي الله عنها) heeft hierover gezegd: "Wij werden in de tijd van Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) ongesteld en na onze reiniging werd ons opgedragen de gemiste vastendagen in te halen, maar niet de gemiste salât." (Tirmidhī, Sawm, 67)
De staat van janabah (grote rituele onreinheid) heeft geen invloed op de geldigheid van het vasten. Wie 's nachts in deze staat verkeert door geslachtsgemeenschap of een natte droom, kan gewoon vasten en dient zich later ghusl te verrichten. Aisha (رضي الله عنها) heeft hierover gezegd: "Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) werd soms wakker in een staat van janabah nadat hij bij een van zijn vrouwen was geweest en vastte daarna gewoon." (Bukhārī, Sawm, 22)
3. Vasten op tijd uitvoeren
Vasten dient gedurende de dag te worden verricht, vanaf het aanbreken van de dageraad (fajr as-saadiq) tot zonsondergang. Dit geldt voor zowel verplichte (fard en wājib) als vrijwillige (nafilah) vasten. Vasten die 's nachts wordt verricht is geen vasten. Over het tijdstip van het vasten zegt Allah in de Qur’ān :
وَكُلُواْ وَٱشۡرَبُواْ حَتَّىٰ يَتَبَيَّنَ لَكُمُ ٱلۡخَيۡطُ ٱلۡأَبۡيَضُ مِنَ ٱلۡخَيۡطِ ٱلۡأَسۡوَدِ مِنَ ٱلۡفَجۡرِۖ ثُمَّ أَتِمُّواْ ٱلصِّيَامَ إِلَى ٱلَّيۡلِۚ
En eet en drink totdat bij de dageraad de witte draad en de zwarte draad voor jullie te onderscheiden is. Maakt daarna het vasten vol tot zonsondergang. (al-Baqarah, 2:187)
Omdat de wijsheid van het verplicht stellen van het vasten bedoeld is als een vorm van zelfdiscipline en taqwa’, zou vasten in de avond en de nacht, tijd van rust en ontspanning, deze doelen niet volledig dienen.
II. Sunnan en mustahab (aanbevolen) van het vasten
Hierboven hebben we gesproken over het vasten die soennah en mustahabb zijn om te verrichten. Hier zullen we de soennahen mustahabb-handelingen van iemand die aan het vasten is, opsommen.
1. Sunnah van het vasten
a) Opstaan voor de sahur an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) heeft aangeraden om vóór het aanbreken van de dageraad op te staan en te eten op de dag dat gevast wordt, en hij heeft gezegd:Jullie moeten sahur (ontbijten) vóór het aanbreken van de dageraad, want op sahur rust zegen!(Tirmidhî, Savm, 18; Ibn Mâjah, Siyam, 22)
Het opstaan voor de sahur is deugdzaam, omdat het iemand helpt sterker te zijn gedurende de dag van het vasten.
An-Nabie (صلى الله عليه وسلم) heeft dit verduidelijkt door te zeggen: "Neem de sahurontbijt, want deze geeft jullie kracht voor het vasten overdag." (Ibn Maajah, Siyam, 22)
b) Na het verbreken van het vasten du`aa’ verrichten: Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) verrichtte de volgende smeekbede: "O Allah, omwille van U heb ik gevast, met Uw voorziening verbreek ik mijn vasten, op U vertrouw ik en in U geloof ik. De dorst is verdwenen, de aderen zijn bevochtigd, en als Allah het wil, is mijn beloning verzekerd." (Abu Dāwūd, Sawm, 22)
c) Haast maken met het verbreken van het vasten Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) spoorde aan om direct na zonsondergang het vasten te verbreken en zei: "Zolang mensen zich haasten met het verbreken van het vasten, zullen zij in het goede verkeren." (Al-Buhârî, Sawm, 45; Tirmidhî, Sawm, 13)
Het is aanbevolen om het vasten te verbreken met dadels of water: an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) zei:"Wanneer iemand van jullie zijn vasten verbreekt, laat hem dat doen met dadels. Als hij die niet heeft, laat hem dan met water verbreken, want water is schoon/schoonmakend." (Tirmidhî, Sawm, 10)
d) Iftâr aanbieden aan vastenden Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) zei: "Wie een vastende van iftâr voorziet, krijgt dezelfde beloning als degene die vast, zonder dat diens beloning verminderd wordt." (Tirmidhî, Sawm, 82)
e) Vermijden van fysieke uitputting Onnodig te weinig eten of indien niet nodig activiteiten ondernemen die het lichaam ernstig verzwakken, wordt afgeraden.
2. Aanbevolen handelingen (mustaḥabbāt) van het vastenMustaḥabbāt zijn de handelingen/daden die Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم)te soms verricht en soms achterwege liet.
a) Het uitstellen van de sahur tot vlak voor imsâk, zonder te twijfel over het begin van de dageraad.
b) Bij twijfel over het aanbreken van de dageraad, dient men niet te eten. Het vermijden van twijfelachtige zaken behoort tot taqwa’ (godvruchtigheid). Echter, als iemand zich in zo’n situatie bevindt en toch iets eet, hoeft hij die dag niet in te halen (qadā’).
c) Het verrichten van de ghusl vóór imsâk bij menstruatie, kraamvloed of janabah.
d) Goedheid tonen aan familie en vrienden.
e) Ruimhartig sadaqah geven aan armen en behoeftigen.
f) Zich bezighouden met kennis, de Qur’ān lezen en proberen te begrijpen.
g) De laatste tien dagen van Ramadān in i`tikāf doorbrengen.
3. Afgeraden handelingen (makruhaat) bij het vastenEr zijn bepaalde handelingen die voor een vastend persoon als makruh worden beschouwd. Deze kunnen als volgt worden opgesomd:
a) Onafgebroken vasten (wiṣāl-vasten), zonder iets te eten of drinken tussen twee vastendagen. Volgens de overlevering van Abû Hurayra (رضي الله عنه): Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) verbood de wiṣāl -vasten. Een van de moslims zei:— O, Rasûlullah , u vast toch ook onafgebroken (de wiṣāl-vasten), waarop hij antwoordde:— Ik ben niet zoals jullie; mij wordt spijs en drank gegeven? Mijn Rab voedt mij ‘s nachts."(Al-Buhârî, Sawm, 49)
b) Kauwen van kauwgomDit wordt als makruh beschouwd, omdat er een kans bestaat dat een deel of het gehele kauwgom in de maag terechtkomt, wat de indruk kan wekken dat het vasten wordt verbroken. Het gebruik van miswak en tandenborstel is echter niet makruh.Als de kauwgom suiker of andere toevoegingen bevat, wordt het vasten verbroken.
c) Het proeven van dingen zoals olie, honing of soep, of het kauwen van iets in de mond, is makruh voor een vastend persoon.In geval van nood kan een moeder voedsel in haar mond nemen en het aan haar baby geven.
d) Het kussen of strelen van de echtgenoot/echtgenote door iemand die zich niet zeker voelt over het verder gaan, is makruh: [Onze moeder `Aaisha (رضي الله عنها), heeft gezegd: ‘an Nabie (صلى الله عليه وسلم) kuste mij altijd als hij vastte, maar wie van jullie kan zijn lid zo goed beheersen als an-Nabie?’ en ze zei ook: an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) kuste altijd een van zijn vrouwen als hij vastte,’ en ze lachte.]
III. Zaken die het vasten verbreken en die het niet verbreken
Het vasten wordt verbroken wanneer een van de belangrijkste basisprincipes van het vasten, zoals eten, drinken of zich distantieert van seksuele relaties, wordt geschonden. Vasten die om welke reden dan ook wordt verbroken, moet worden ingehaald (qadā’). Als vasten van de Ramadān wordt verbroken, is het afhankelijk van de aard van de handeling die vasten heeft verbroken, of zowel het inhalen (qadā’) als de boetedoening (kaffârah) vereist is, of alleen het inhalen (qadā’).
Voordat we de zaken die het vasten verbreken behandelen, is het nuttig om kort de concepten van "qadā’" en "kaffârah" te verduidelijken.
Qadā’ betekent in het woordenboek - naast andere betekenissen - vervullen. Als Islamitische term betekent het inhalen van Islamitische verplichtingen, zoals salâh, Haj of vasten, die niet op hun juiste tijd of op de juiste manier zijn uitgevoerd, of die zijn afgebroken nadat ze waren begonnen. Het dient te worden ingehaald op een ander moment.
kaffârah betekent in het woordenboek bedekken, vernietigen of verwijderen. Als Islamitische term betekent dat bepaalde zonden, tekortkomingen en fouten door Allahu Ta`ala vergeven worden, door middelen die door Allah zelf zijn vastgesteld.
De vier soorten kafarahs zijn: kaffârah van het vasten, kaffârah van de zihaar, kaffârah van de moord, kaffârah van de eed. Hier zullen we alleen kort het vasten-kaffârah behandelen. (Einde van het hoofdstuk worden de andere kaffâraat behandeld.)
Kaffârah van het vasten is de boetedoening die vereist is voor degene die opzettelijk en met eigen wil zijn vasten in de Ramadān verbreekt zonder geldige reden. Het verbreken van vasten buiten de Ramadān vereist geen kaffârah.
Kaffârah van het vasten, is geregeld volgens de praktijk van Rasûlullah صلى الله عليه وسلم . (al-Buhârî, Sawm, 30). Volgens deze praktijk wordt kaffârah van het vasten voldaan door (in tijden waarin slavernij bestond) een slaaf vrij te laten/kopen) of door twee opeenvolgende (maan)maanden te vasten. Als dit niet mogelijk is, moet men 60 arme moslims voor één dag voeden. In plaats van hen eten te geven, is het ook geldig om voor het eten te betalen.
Voor het vervullen van de kaffârah is het niet alleen nodig om het vasten opzettelijk en met eigen wil te verbreken, maar men moet ook voor de imsâk niyyah doen voor de Ramadān vasten en er mag geen situatie zich voordoen zoals ziekte die het niet-vasten of verbreken van het vasten vereist. In dat geval is slechts qadā’ nodig.
Het is zeer onwaarschijnlijk dat een bewuste moslim opzettelijk zijn Ramadān -vasten verbreekt zonder geldige Islamitische reden. Naast het vervullen van de kaffârah, moet men ook berouw (taubah) tonen en ervoor zorgen dat dezelfde zonde niet opnieuw wordt begaan.
De kaffârah-vasten moeten achtereenvolgens zonder onderbreking worden verricht. Om deze reden, tenzij het gaat om de menstruatie van vrouwen, moet het vasten zonder enige onderbreking verricht worden. Als er om welke reden dan ook een onderbreking van één dag (of meer) plaatsvindt, dan moet men opnieuw beginnen. Om deze reden moeten degenen die het kaffârah-vasten willen verrichten, vóór aanvang rekening houden met de tijden waarin vasten voor hen niet mogelijk zal zijn.
Daarom moeten de dagen van kaffârah-vasten absoluut niet samenvallen met de Ramadān -vastendagen of de feestdagen (de eerste dag van het Ramadān -feest en de vier dagen van het Offerfeest).
Als het vasten meerdere keren of in verschillende jaren zonder geldige reden wordt verbroken, is voor het geheel maar een kaffârah vereist.
Nu we kort informatie hebben gegeven over de concepten van qadā’ en kaffârah, kunnen we verder gaan met de zaken die het vasten verbreken en die het niet verbreken. De zaken die het vasten verbreken, worden in twee categorieën behandeld: 1. Zaken die zowel qadā’ als kaffârah vereisen, en2. Zaken die alleen qadā’ vereisen.
1. Zaken die zowel qadā’ als kaffârah vereisen
Het opzettelijk verbreken van het vasten zonder geldige reden door een van de volgende handelingen bewust en met vrije wil te verrichten, maakt het vasten ongeldig en vereist zowel qadā’ als kaffârah. an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) heeft hierover gezegd:
"Wie zonder door Allah toegestane reden het vasten in de maand Ramadān verbreekt, kan dit zelfs niet goedmaken als hij een heel jaar vast." (Abû Dâwûd, Siyâm, 38)
Deze zaken kunnen in twee hoofdcategorieën worden onderverdeeld:
a) Geslachtsgemeenschap
Geslachtsgemeenschap tijdens het vasten verbreekt vasten en vereist zowel qadā’ als kaffârah voor beide partners. Over dit onderwerp heeft Abû Hurayrah (رضي الله عنه) het volgende overgeleverd:
"Wij zaten bij Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) toen er een man langskwam en zei:— 'O Rasûlullah , het is gedaan met mij!'Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) vroeg:— Hoezo, met je gedaan?'De man antwoordde:— 'Ik heb geslachtsgemeenschap gehad met mijn vrouw terwijl ik aan het (Ramadan) vasten was.'Hierop vroeg Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم):--- ‘Heb je een slaaf die je ter boetedoening kunt vrijlaten?’De man antwoordde:’Nee.’Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) vroeg:— 'Kun je twee maanden achter elkaar vasten?'De man zei:— 'Nee!'Toen vroeg Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم):— 'Kun je zestig arme mensen te eten te geven?'De man antwoordde weer:— 'Nee!'Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) zei niets. Na enige tijd werd er een grote mand met dadels gebracht. Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) vroeg:— 'Waar is de man van zoëven (die de vraag stelde)?'De man antwoordde:— Hier ben ik.'Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) zei:— 'Neem deze dadels en geef ze als aalmoezen (sadaqah).'De man zei toen:— 'Aan mensen die nog behoeftiger zijn dan ik, o Rasûlullah ? Bij Allah, er is in Madienah geen huishouden dat ze harder nodig heeft dan het mijne!'Hierop lachte Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) zo hard dat zijn hoektanden te zien waren en hij zei:— Ga ze dan maar aan jouw gezin brengen.'(al-Bukhârî, Sawm, 30; Hiba, 20; Nafaqât, 13; Kaffârât, 2-4; Muslim, Siyâm, 81; Abû Dâwûd, Tahârah, 123; Sawm, 37; zie ook Tirmidhî, Sawm, 23)
Alle islamitische wetscholen zijn het erover eens dat geslachtsgemeenschap tijdens het vasten het vasten verbreekt en zowel qadā’ als kaffârah vereist. Hun bewijs is de voorgaande hadieth. Er is geen andere hadieth die expliciet de verplichting van kaffârah vermeldt.
b) Het consumeren van voedsel of voedselachtige stoffen
Het nuttigen van eten, drinken, alle soorten alcoholische dranken en verdovende middelen valt onder deze categorie.
"Voedsel" omvat alle normaal geconsumeerde gekookte, rauwe of gedroogde soorten vlees en vleesproducten, alle soorten groenten en fruit, alle soorten granen en de producten die daarvan worden gemaakt.
Volgens de Hanafi masdhab is iemand die zijn vasten in de maand Ramadān verbreekt door te eten of te drinken, te vergelijken met iemand die zijn vasten verbreekt door geslachtsgemeenschap. Daarom is zowel qadā’ als kaffârah vereist.
Volgens de Shafi'i mahab daarentegen stellen dat kaffârah alleen verplicht is voor degene die het vasten verbreekt door geslachtsgemeenschap. Wie zijn vasten verbreekt door te eten of te drinken, begaat weliswaar een zonde, maar hoeft alleen qadā’ te verrichten en geen kaffârah. (Shiradhi, II, 610; Shirbini, II, 178)
2. Handelingen die alleen qadā’ vereisen
Het plegen van een van de onderstaande handelingen verbreekt het vasten, maar vereist geen kaffârah; alleen qadā’ is nodig:
Per ongeluk eten of drinkenBijvoorbeeld: als iemand die zich bewust is van zijn vasten, per ongeluk water inslikt tijdens het verrichten van de wassing (wudu), dan verbreekt dit het vasten en moet hij het inhalen.
[Van Aboe Hoeraira (رضي الله عنه): Rasulullah (صلى الله عليه وسلم ) heeft gezegd: Als iemand vergeet dat hij aan het vasten is en per ongeluk toch eet of drinkt moet hij zijn vasten gewoon afmaken, want het is Allah die hem te eten en te drinken heeft gegeven.]
b) Het opzettelijk inslikken van oneetbare voorwerpen zoals een ongepelde hazelnoot, ongepelde amandel, papier of katoenHoewel deze handelingen uiterlijk lijken op eten, hebben ze geen voedingswaarde. Daarom is geen kaffârah vereist, maar wel qadā’.
c) Het per ongeluk inslikken van water dat in de neus is gebracht of van medicijnen die op het gebit zijn aangebracht
d) Het doorslikken van een groot voedseldeeltje dat tussen de tanden zat of in de mondholteEen kruimel ter grootte van een kikkererwt wordt als veel beschouwd en vereist qadā’ als het wordt doorgeslikt. Kleinere deeltjes worden als verwaarloosbaar beschouwd.
e) Het bewust eten of inslikken van een tarwekorrel of sesamzaadje dat van buiten de mond is genomen
f) Het verbreken van het vasten op basis van een verkeerde inschatting van de tijdBijvoorbeeld:
Denken dat er nog tijd is vóór fajr en toch eten terwijl de dageraad al is begonnen.
Denken dat de zon onder is gegaan en daardoor te vroeg het vasten verbreken.In beide gevallen is er sprake van een fout en is qadā’ vereist.
g) Het onder dwang verrichten van een handeling die het vasten verbreektAls iemand door een ander wordt gedwongen iets te doen wat het vasten verbreekt, moet hij vasten inhalen (qadā’), maar kaffârah is niet vereist.
h) Opzettelijk mondvol overgeven en het opzettelijk doorslikken van braakselRasûlullah (صلى الله عليه وسلم) zei:"Wie onvrijwillig overgeeft, diens vasten blijft geldig. Wie opzettelijk overgeeft, diens vasten is verbroken en moet worden ingehaald (qadā’)." (Tirmidhî, Sawm, 25)
3. Handelingen die het vasten niet verbreken
Handelingen die bewust en opzettelijk worden verricht en normaal gesproken het vasten verbreken, doen dit niet als ze per ongeluk of uit vergeetachtigheid worden begaan. Dit geldt voor zowel de Ramadān als andere vrijwillige of verplichte (fard en wājib) vasten. Zodra iemand zich herinnert dat hij aan het vasten is, moet hij onmiddellijk stoppen met de handeling die vasten zou verbreken. Indien hij toch doorgaat, verbreekt hij zijn vasten bewust.
Na deze algemene principes volgt hieronder specifieke handelingen die vasten niet verbreken:
a) Eten, drinken of geslachtsgemeenschap uit vergeetachtigheidRasûlullah (صلى الله عليه وسلم) zei:"Wie zich niet bewust is van zijn vasten en iets eet of drinkt, laat hem dan doorgaan met zijn vasten, want het is Allah die hem gevoed en gelaafd heeft." (al-Bukharie, Sawm, 26; zie ook Tirmidhi, Sawm, 26)Wanneer iemand onbewust eet of drinkt, dient hij eraan herinnerd te worden als hij daartoe in staat is. Als men het niet doet dan is het afkeurenswaardig (makroeh). Als hij fysiek zwak is, is het beter hem niet te herinneren.
b) Door eraan te denken te of kijken een zaadlozing krijgenHoewel dit niet het vasten verbreekt, is het wel een zondige handeling.
c) Oogcosmetica of oogdruppels gebruikenRasûlullah (صلى الله عليه وسلم) gebruikte in de Ramadān kohl terwijl hij vastte. (Tirmidhi, Sawm, 30)
d) Tanden poetsen met een tandenborstel of miswakRasûlullah (صلى الله عليه وسلم) poetste zijn tanden met een miswak terwijl hij vastte. (Tirmidhi, Sawm, 29)
e) Na mondwassing waterig speeksel, slijm of neusslijm inslikkenAls er na het spoelen van de mond wat vocht achterblijft en dit wordt doorgeslikt, of als neusslijm in de keel loopt en wordt doorgeslikt, verbreekt dit het vasten niet.
f) Kleine voedselresten tussen de tanden doorslikken wat de maag niet bereikt
g) De mond spoelen of water opsnuiven zonder dat er iets in de keel komt
h) Wassen en zwemmen
ı) De echtgenoot of echtgenote kussen (Tirmidhi, Sawm, 31)
i) Geur op het lichaam aanbrengen
j) Onvermijdelijke stof of rook inademenBijvoorbeeld stof dat van de straat opwaait. Dit is niet hetzelfde als bewust rook inhaleren.Sigarettenrook en soortgelijke dampen bewust inhaleren verbreekt het vasten en vereist zowel qadā’ als kaffârah.
k) Onvrijwillig overgeven
l) Opzettelijk minder dan een mondvol overgeven
m) Onopzettelijk braaksel inslikken
n) Opzettelijk een mondvol overgeven en dit bewust inslikken verbreekt het vasten en vereist qadā’.o) In een staat van janabah (grote rituele onreinheid) de dag beginnen
p) Een zaadlozing krijgen in een droom (ihtilaam)Dit is niet opzettelijk en verbreekt het vasten niet. Rasûlullah صلى الله عليه وسلم zei:
"Drie zaken verbreken het vasten niet:Bloed laten afnemen, (onvrijwillig) overgeven en een nattige droom hebben."(Tirmidhie, Sawm, 24)
Tot zover hebben we kort de zaken genoemd die het vasten verbreken of niet, zoals vermeld in fiqhen handboeken. Echter, we zijn niet ingegaan op medische handelingen en of deze het vasten verbreken, zoals besproken in de genoemde bronnen.
Door de vooruitgang in technologie en geneeskunde zijn er niet alleen veel nieuwe behandelingsmethoden ontstaan, maar zijn ook traditionele methoden opnieuw beoordeeld op basis van fiqh-maatstaven om te bepalen of ze het vasten verbreken of niet. Daarom is het noodzakelijk geworden om bepaalde onderzoeken en behandelingsmethoden opnieuw te evalueren met betrekking tot hun invloed op het vasten.
Om deze reden heeft de Hoge Raad voor Religieuze Zaken van het Presidium voor Religieuze Zaken (Diyanet) de kwestie besproken, geëvalueerd en een besluit genomen. Hieronder volgen de relevante artikelen uit dat besluit (9) Din işleri Yüksek Kurulunun 20.02.2005 tarihli kararı):
4. Onderzoek en behandelingsmethoden in relatie tot het verbreken van het vasten
a) Inhalatiespray voor astmapatiënten
Bij het gebruik van een inhalatiespray voor longpatiënten wordt een zeer kleine hoeveelheid, ongeveer 0,05 ml, in de mond gespoten. Een groot deel hiervan wordt opgenomen in de monden luchtwegen en verdwijnt. Er is geen zekerheid over de hoeveelheid die achterblijft en via het speeksel de maag bereikt.
Wanneer dit vergeleken wordt met het water dat in de mond achterblijft bij het verrichten van wudu, is te zien dat de hoeveelheid van de inhalatiespray zeer gering is. Terwijl er een overlevering is (Dârimî, Sawm, 21) en een consensus onder islamitische geleerden dat het resterende water in de mond bij wudu het vasten niet verbreekt.
Daarnaast geldt dat bepaalde onvermijdelijke zaken, zoals kleine miswak-deeltjes of chemische stoffen die tijdens het tandenpoetsen in de maag terechtkomen, het vasten niet verbreken. an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) gebruikte een miswak terwijl hij aan het vasten was, zoals vermeld in authentieke hadithbronnen. (al-Buhârî, Sawm, 27; Tirmidzie, Sawm, 29). Dit is gebaseerd op de islamitische rechtsregel: "Wat met zekerheid is vastgesteld, wordt niet opgeheven door twijfel." Als er twijfel bestaat over het bereiken van de maag, dan verbreekt dit het vasten niet.
Voor astmapatiënten: als een inhalator zuurstof met medicatie in de mond sproeit om de ademhaling te vergemakkelijken en de patiënt verder gezond is, verbreekt dit het vasten niet.
b) OogdruppelsVolgens informatie van oogspecialisten is de hoeveelheid medicatie in oogdruppels zeer klein (50µl, oftewel 0,05 ml). Een deel ervan wordt door het knipperen van het oog naar buiten afgevoerd, een ander deel wordt via de slijmvliezen van het oog en de neusholte geabsorbeerd. Er is een zeer kleine kans dat een fractie ervan het spijsverteringsstelsel bereikt. Gezien deze feiten verbreken oogdruppels het vasten niet.
c) NeusdruppelsEen druppel neusmedicatie heeft een volume van ongeveer 0,06 ml. Een deel ervan wordt door de neusslijmvliezen opgenomen, terwijl slechts een zeer kleine hoeveelheid de maag bereikt. Deze kleine hoeveelheid wordt, net zoals bij het spoelen van de mond (mazmaza), als verwaarloosbaar beschouwd en verbreekt het vasten niet.
d) Onder-de-tong-tablettenBij sommige hartaandoeningen wordt medicatie onder de tong geplaatst, waar het direct door het mondslijmvlies wordt opgenomen en in de bloedbaan terechtkomt om een hartaanval te voorkomen. Omdat deze medicatie volledig in de mond wordt opgenomen en niet de maag bereikt, verbreekt het gebruik ervan het vasten niet.
e) Endoscopie, colonoscopie en inwendige echografie via anus of vaginaBij een endoscopie wordt een medisch instrument via de mond in de maag gebracht om deze te onderzoeken of weefselmonsters te nemen. Bij een colonoscopie wordt een soortgelijk instrument via de anus in de darmen ingebracht. Tijdens deze procedures wordt vaak water gebruikt om het gebied te reinigen.Hoewel deze handelingen op zich geen eten of drinken zijn, wordt vasten verbroken als er water of een substantie met voedingswaarde in het spijsverteringsstelsel komt. Als er echter geen vloeistof of voedingsstoffen in de maag terechtkomen, verbreken deze onderzoeken het vasten niet.
f) Urineweg onderzoek en het inbrengen van medicatie via de urinebuisHet inbrengen van medische instrumenten in de urinewegen of het toedienen van medicatie via de urinebuis verbreekt het vasten niet.
g) AnesthesieDe blokkering van pijnsignalen op verschillende niveaus vormt anesthesie. Er zijn drie soorten anesthesie: lokale, regionale en algemene anesthesie.
Bij kleine operaties wordt anesthesie toegediend door het toedienen van medicijnen die de zenuwgeleiding in de directe omgeving van het operatiegebied blokkeren. Dit wordt lokale verdoving genoemd.
Wanneer een groter deel van het lichaam, zoals de onderkant van het lichaam of één zijde, wordt verdoofd door het blokkeren van zenuwgeleiding op het niveau van het ruggenmerg of bij de zenuwbundels voordat ze het ruggenmerg bereiken, wordt dit regionale anesthesie genoemd.
Als de patiënt in slaap wordt gebracht en de pijnwaarneming op hersenniveau wordt onderdrukt, spreken we van algemene anesthesie.
Anesthesie wordt toegediend via inhalatie of injectie. Dit bereikt de maag niet en wordt niet als eten of drinken beschouwd. Echter, bij regionale en algemene anesthesie wordt vaak een infuus aangelegd om in noodgevallen medicatie en vloeistoffen toe te dienen. Aangezien via dit infuus tijdens de ingreep serum wordt toegediend, wordt het vasten verbroken bij regionale en algemene anesthesie, maar niet bij lokale verdoving.
h) Oordruppels en OorspoelingEr is een kanaal tussen het oor en de keel (buis van Eustachius), maar het trommelvlies blokkeert deze verbinding. Daarom bereiken vloeistoffen die in het oor worden ingebracht de keel niet.
Oordruppels en het uitspoelen van het oor verbreken het vasten niet.
Als het trommelvlies geperforeerd is, kunnen druppels alsnog in het oor worden geabsorbeerd en in verwaarloosbare hoeveelheden de maag bereiken. Dit wordt als vergeven beschouwd en verbreekt het vasten niet.
Bij een geperforeerd trommelvlies kan het spoelen van het oor echter resulteren in een significante hoeveelheid water die de maag bereikt. In dat geval wordt het vasten verbroken.
ı) Gebruik van Zetpillen en Klysma’sZetpillen worden via de anus toegediend voor doeleinden zoals pijnverlichting, koortsverlaging en andere medische behandelingen. Daarnaast worden zetpillen via de vagina gebruikt bij de behandeling van schimmelinfecties en bepaalde gynaecologische aandoeningen.
Een lavement wordt toegepast vóór een medische ingreep of bij verstopping. Hierbij wordt vloeistof via de anus ingebracht om de dikke darm te reinigen en de ontlasting naar buiten te drijven.
Het spijsverteringsstelsel begint bij de mond en eindigt bij de anus. Het bestaat uit het spijsverteringskanaal en de spijsverteringsklieren. Het spijsverteringskanaal begint bij de mond, waarna de keelholte (farynx) volgt. Vervolgens komen de slokdarm, maag, dunne darm, dikke darm, endeldarm (rectum) en uiteindelijk de anus.
De spijsvertering wordt voltooid in de dunne darm. In de dikke darm worden alleen water, vitaminen, korte-keten vetzuren en elektrolyten (zouten en mineralen) opgenomen. Er is geen verbinding tussen de vagina van de vrouw en het spijsverteringsstelsel.
In dit verband verbreken de zetpillen die via de vrouwelijke geslachtsdelen worden gebruikt het vasten niet. Zetpillen die via de anus worden gebruikt, verbreken het vasten ook niet, hoewel ze deel uitmaken van het spijsverteringssysteem, omdat de spijsvertering in de dunne darm wordt voltooid, zetpillen geen voedingsfunctie hebben en het inbrengen van een zetpil via de anus niet hetzelfde is als eten of drinken.
Wat betreft het uitvoeren van een klysma, zijn er twee situaties: wanneer vloeistof die voedingsstoffen bevat aan de darmen wordt toegediend of wanneer water in de darmen blijft in een hoeveelheid die het vasten zou verbreken, wordt het vasten ongeldig.
Echter, wanneer het water direct na toediening niet wordt vastgehouden en de darmen onmiddellijk worden gereinigd, wordt de ontlasting samen met het toegediende water uit de darmen verwijderd en wordt het water, dat in zeer kleine hoeveelheden wordt geabsorbeerd, niet voldoende geacht om het vasten te verbreken.
i) Het geven van een injectie, serum of bloed aan een patiëntOf een injectie het vasten verbreekt, kan worden beoordeeld op basis van het doel waarvoor deze wordt gegeven. Injecties worden toegediend om pijn te verlichten, te behandelen, de weerstand van het lichaam te verhogen of voedsel te verstrekken. Injecties die geen voedsel of genotmiddelen bevatten, verbreken het vasten niet, omdat ze niet hetzelfde zijn als eten of drinken. Echter, injecties die voedsel en/of genotmiddelen bevatten, verbreken het vasten wel. Het toedienen van serum of bloed aan een patiënt valt onder hetzelfde oordeel.
j) DialyseDialyse, wordt toegepast bij patiënten met nierfalen en is van twee soorten: peritoneale dialyse en hemodialyse.Peritoneale dialyse is het proces waarbij een speciaal oplossing in de buikholte wordt gebracht via een katheter. Het buikvlies (peritoneum) fungeert als een natuurlijk filter, waarna de vloeistof met afvalstoffen weer wordt afgevoerd. Hierdoor is het lichaam ontdaan van schadelijke stoffen en de vochtbalans wordt. Hemodialyse daarentegen is het proces waarbij het bloed buiten het lichaam wordt gefilterd en gereinigd met behulp van een machine en vervolgens weer in het lichaam wordt teruggegeven. Het bloed wordt via een naald uit de arm van de patiënt gehaald. De hemodialyse-machine filtert het bloed continu door een filter genaamd de "dialyseer", waarbij schadelijke stoffen en overtollig water uit het bloed worden verwijderd. Het gefilterde, schone bloed wordt via een tweede naald weer in de ader van de patiënt teruggegeven. Bij deze procedure is het soms nodig om vloeistoffen die voedsel bevatten toe te dienen.Volgens deze situatie verbreekt het vasten niet bij hemodialyse, zolang er geen vloeistof met voedingsstoffen aan de patiënt wordt toegediend.
Bij andere vormen van dialyse, waar vloeistoffen met voedingsstoffen aan het lichaam worden toegediend, wordt het vasten wel verbroken.
k) Het ondergaan van een angiografieDe operatie die in de volksmond als angiografie bekendstaat, wordt zowel voor diagnostische doeleinden (angiografie) als voor behandeling toegepast. Angiografie is een medische beeldvormingstechniek waarmee bloedvaten in het lichaam zichtbaar worden gemaakt met behulp van een contrastvloeistof en röntgenstraling. Dit onderzoek wordt gebruikt om vernauwingen, blokkades, aneurysma’s (verwijdingen), of andere afwijkingen in de bloedvaten op te sporen.
De klassieke behandelingsmethode die bij angiografie wordt toegepast, is angioplastie. Angioplastie is een medische procedure die wordt gebruikt om vernauwde of verstopte bloedvaten, meestal slagaders, weer open te maken. Dit wordt vaak toegepast bij patiënten met harten vaatziekten, zoals een vernauwing in de kransslagaders (coronaire hartziekte).
Inbrengen van een katheter – Een dunne buis (katheter) met aan het uiteinde een ballonnetje wordt via een bloedvat in de lies of pols naar de vernauwde slagader geleid.
Opblazen van de ballon – Eenmaal op de juiste plek wordt het ballonnetje opgeblazen, waardoor de vernauwde ader wijder wordt en de bloeddoorstroming verbetert.
Plaatsen van een stent (optioneel) – Vaak wordt een klein metalen buisje, een stent, ingebracht om de slagader open te houden en te voorkomen dat deze opnieuw vernauwt.
Verwijderen van de katheter – Na de procedure wordt de ballon leeggelaten en verwijderd, terwijl de stent op zijn plaats blijft.
Gezien deze informatie wordt het vasten niet verbroken door zowel angiografie als angioplastie, omdat deze procedures geen eten of drinken inhouden.
l) Het ondergaan van een biopsieEen biopsie is een medische procedure waarbij een klein stukje weefsel of cellen uit het lichaam wordt genomen voor verder onderzoek onder de microscoop. Dit wordt gedaan om afwijkingen te analyseren, zoals bij de diagnose van kanker, infecties of andere ziekten.Geen van de vormen van biopsie (naald-, chirurgische-, huiden bot biopsie) verbreekt het vasten niet.
m) BloedafnameOver de vraag of bloedafname (het proces waarbij een kleine hoeveelheid bloed uit een ader wordt afgenomen voor medisch onderzoek) het vasten verbreekt, hebben sommige islamitische geleerden, gebaseerd op de overlevering van an-Nabie (صلى الله عليه وسلم), waarin staat: “Het vasten van degene die hijamah (cuppingterapie) ondergaat en degene die het doet, wordt verbroken” (Abû Dâwûd, Siyam, 28), gezegd dat bloedafname het vasten verbreekt. En van Ibn Abbaas (رضي الله عنهما) is overgeleverd dat an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) zich liet zich aderlaten (hijamah) als hij vastte.
De meerderheid van de geleerden, echter, baseren zich op de overlevering waarin wordt vermeld dat an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) tijdens het vasten hijamah onderging (al-Buhârî, Sawm , 32; Abû Dâwûd, Siyam, 29) en stellen dat bloedafname het vasten niet verbreekt.Wanneer deze twee overleveringen en andere overleveringen samen worden beoordeeld, moet de uitspraak “Het vasten van degene die hijamah doet en degene die het ondergaat, wordt verbroken” worden begrepen als “Degene die hijamah doet en degene die het ondergaat, lopen het risico dat hun vasten verbroken kan worden.” Dit komt doordat degene die hijamah uitvoert de bloedzuigende handeling verricht, waardoor er een kans bestaat dat er bloed in de keel terechtkomt, en degene die de hijamah ondergaat, zou zwak kunnen worden en daardoor in de verleiding kunnen komen om te eten of drinken. (Tegenwoordig wordt hijamah met kopjes uitgevoerd, vroeger werd het bloed met de mond uitgezogen). Zoals ook Anas ibn Malik (رضي الله عنه) zei, dat het ondergaan van hijamah tijdens het vasten als ongewenst wordt beschouwd, omdat het het vastende persoon zou verzwakken (al-Buhârî, Sawm , 32).Daarom verbreekt bloedafname het vasten niet.
n) Zalf en medicinale pleistersSommige stoffen die in zalf of medicinale pleisters zitten kunnen via de hoornlaag (de buitenste laag van de huis) opgenomen worden in de bloedbaan. Echter, deze opname door de huid is zeer langzaam en in kleine hoeveelheden.
Bovendien betekent dit niet dat het eten of drinken betreft. Daarom verbreekt het aanbrengen van zalf of het plakken van medicinale pleisters op de huid het vasten niet.
5. Enkele vragen over het vasten
a) Hoe moeten mensen die voortdurend op reis zijn vasten?Degenen die volgens de islamitische regelgeving als reizigers worden beschouwd, mogen, als zij dat willen, het vasten in de maand Ramadān uitstellen en de gemiste vastendagen later inhalen wanneer zij daar de mogelijkheid toe hebben. Zoals in het tweede deel is uitgelegd, is reizen een geldige reden om het vasten uit te stellen. (Surah al-Baqarah, 2:185) Zolang deze reden blijft bestaan, blijft ook de dispensatie gelden.Mensen met dit soort excuses kunnen hun salâh echter niet uitstellen; wel mogen zij, zolang zij als reiziger worden beschouwd, de verplichte salât van vier rak`aat verkorten tot twee rak`aah.
b) Verbreken baden en zwemmen het vasten?Zolang er geen water via de mond of neus wordt doorgeslikt, schaadt het nemen van een bad of zwemmen in zee het vasten niet. an-Nabie صلى الله عليه وسلم heeft na de imsâk gedoucht. (al-Buhârî, Sawm, 22)
c) Verbreekt het gebruik van parfum en eau de cologne het vasten?Het gebruik van parfum of eau de cologne verbreekt het vasten niet.
d) Kan iemand die vast een tandheelkundige behandeling ondergaan?Het ondergaan van een tandheelkundige behandeling, met of zonder verdoving, verbreekt het vasten niet. Echter, als er tijdens de behandeling bloed of gebruikte substanties worden ingeslikt, dan verbreekt dat wel het vasten.
e) Verbreekt make-up aanbrengen of laten aanbrengen het vasten?Het aanbrengen van crème, make-up of het laten aanbrengen ervan verbreekt het vasten niet.
f) Kan iemand die vast naalden op bepaalde acupunctuurpunten zetten?Acupunctuur is een behandelmethode waarbij naalden op specifieke punten in het lichaam worden geplaatst om verschillende aandoeningen te behandelen. Omdat bij acupunctuur geen voeding of voedingsstoffen in het lichaam worden opgenomen, verbreekt het vasten niet.
g) Wat is de Islamitische status van het onafgebroken vasten tijdens de drie heilige maanden (Rajab, Sha`baan en Ramadān )?Het vasten in de maand Ramadān is verplicht. In de maanden Rajab en Sha‘`aan heeft an-Nabie صلى الله عليه وسلم, zoals eerder vermeld, vaker vrijwillig gevast dan in andere maanden. Echter, er is geen enkel bewijs in authentiek bronnen dat an-Nabie صلى الله عليه وسلم deze twee maanden zonder onderbreking heeft gevast. Daarom is er geen Islamitische basis voor het onafgebroken vasten tijdens Rajab en Sha`baan en het toevoegen van deze maanden aan Ramadān om drie maanden achtereen te vasten.
h) Moeten gemiste vastendagen (qadā’) achter elkaar worden ingehaald?Er is geen regel die vereist dat gemiste vastendagen zonder onderbreking moeten worden ingehaald.
Daarom kunnen de gemiste vastendagen, behalve op dagen waarop vasten als afkeurenswaardig wordt beschouwd, achter elkaar of afzonderlijk worden ingehaald.
i) Hoe bepalen reizigers die met vliegtuig reizen hun iftâr-tijd?Een reiziger dient zich te houden aan de salât tijden en iftâren imsâk-tijden aan de locatie waar men zich op dat moment bevindt. Ook een vastend persoon die met het vliegtuig reist, moet zich tijdens de vlucht houden aan de salât tijden en imsâken iftâr-tijden van de locatie waar het vliegtuig zich op dat moment bevindt.
j) Mag iemand die vrijwillig vast en uitgenodigd wordt voor een maaltijd zijn vasten verbreken?Het ingaan op een uitnodiging is een Islamitische verplichting. Daarom mag iemand die vrijwillig vast en voor een maaltijd wordt uitgenodigd, zijn vasten verbreken. Dit wordt zelfs als meer gepast beschouwd. Enkele metgezellen رضي الله عنهم hebben in de aanwezigheid van an-Nabie صلى الله عليه وسلم hun vrijwillige vasten verbroken. (Tirmidhie, Sawm, 34-35)
j) Hoe vasten moslims die in gebieden wonen waar de zon (maanden) niet ondergaat / opkomt of waar dag en nacht niet normaal afwisselen?
Salaat, vasten en Haj zijn tijdsgebonden verplichtingen die gebaseerd zijn op de bewegingen van de zon, aarde en maan. Deze handelingen zijn geordend volgens de normale tijdsindelingen van plaatsen waar dag en nacht op een reguliere manier afwisselen. Moslims die in gebieden wonen waar de zon (maanden) niet ondergaat/opkomt of waar dag en nacht niet normaal afwisselen, dienen hun vastentijden te baseren op de dichtstbijzijnde regio waar de tijden nog normaal verlopen.
Het bewijs hiervoor is de volgende hadieth:Van een van de metgezellen, Nawwās ibn Sam‘ān رضي الله عنه : an-Nabie صلى الله عليه وسلم sprak over Dajjāl. Daarop vroegen de metgezellen رضي الله عنهم: "O Rasûlullah , hoe lang zal hij op aarde verblijven?" Hij antwoordde: "Veertig dagen.
Eén dag zal zijn als een jaar, één dag als een maand, één dag als een week en de overige dagen zullen zijn zoals jullie gewone dagen." De metgezellen رضي الله عنهم vroegen: "O Rasûlullah , zal de salâh van één dag voldoende zijn voor die dag die als een jaar duurt?" Hij antwoordde: "Nee, bepaal de tijden volgens de normale dagen." (Muslim, Fitan, 110)
Voetnoten:
Zihaar-Kaffārah: Dit is de boetedoening die vereist is wanneer iemand zijn vrouw vergelijkt met een vrouw met wie het huwelijk permanent verboden is, bijvoorbeeld door te zeggen: "Jij bent voor mij als mijn moeder." Zolang deze boetedoening niet is verricht, is het verboden om seksuele omgang met zijn echtgenote te hebben. Net als bij vasten- Kaffārah wordt deze boetedoening vervuld door (in tijden waarin slavernij bestond) een slaaf vrij te laten/kopen), of door twee opeenvolgende maanden te vasten. Als iemand daartoe niet in staat is, moet hij zestig behoeftigen ’s ochtends en ’s avonds voeden. In de Qur’ān staat:
ٱلَّذِينَ يُظَٰهِرُونَ مِنكُم مِّن نِّسَآئِهِم مَّا هُنَّ أُمَّهَٰتِهِمۡۖ إِنۡ أُمَّهَٰتُهُمۡ إِلَّا ٱلَّٰٓـِٔي وَلَدۡنَهُمۡۚ وَإِنَّهُمۡ لَيَقُولُونَ مُنكَرٗا مِّنَ ٱلۡقَوۡلِ وَزُورٗاۚ وَإِنَّ ٱللَّهَ لَعَفُوٌّ غَفُورٞ ٢
وَٱلَّذِينَ يُظَٰهِرُونَ مِن نِّسَآئِهِمۡ ثُمَّ يَعُودُونَ لِمَا قَالُواْ فَتَحۡرِيرُ رَقَبَةٖ مِّن قَبۡلِ أَن يَتَمَآسَّاۚ ذَٰلِكُمۡ تُوعَظُونَ بِهِۦۚ وَٱللَّهُ بِمَا تَعۡمَلُونَ خَبِيرٞ ٣
Degenen" onder jullie die hun echtgenotes onwettig maken door tegen hen te zeggen: “Jullie zijn als de rug van mijn moeder,” deze zijn hun moeders niet, hun moeders zijn slechts degenen die hun gebaard hebben. En waarlijk, zij uiten een slecht woord en een leugen. En waarlijk, Allah is Vergevingsgezind, Genadevol.
En degenen die hen (hun echtgenotes) onwettig hebben gemaakt en zich van hun uitspraken wensen te bevrijden: (de straf) in dat geval (is) het vrijlaten van een slaaf voordat zij elkaar aanraken. Dat is een vermaning voor jullie. En Allah is Zich welbewust van wat jullie doen.
Moord (doodslag) Kaffārah: Dit is de boetedoening die vereist is voor iemand die per ongeluk een moslim of een niet-moslim die in een islamitisch land leeft, doodt. (In tijden waarin slavernij bestond werd dit voldaan door een moslim-slaaf vrij te laten/kopen), of anders door twee opeenvolgende maanden te vasten. In de Qur’ān staat:
وَمَا كَانَ لِمُؤۡمِنٍ أَن يَقۡتُلَ مُؤۡمِنًا إِلَّا خَطَـٔٗاۚ وَمَن قَتَلَ مُؤۡمِنًا خَطَـٔٗا فَتَحۡرِيرُ رَقَبَةٖ مُّؤۡمِنَةٖ وَدِيَةٞ مُّسَلَّمَةٌ إِلَىٰٓ أَهۡلِهِۦٓ إِلَّآ أَن يَصَّدَّقُواْۚ فَإِن كَانَ مِن قَوۡمٍ عَدُوّٖ لَّكُمۡ وَهُوَ مُؤۡمِنٞ فَتَحۡرِيرُ رَقَبَةٖ مُّؤۡمِنَةٖۖ وَإِن كَانَ مِن قَوۡمِۭ بَيۡنَكُمۡ وَبَيۡنَهُم مِّيثَٰقٞ فَدِيَةٞ مُّسَلَّمَةٌ إِلَىٰٓ أَهۡلِهِۦ وَتَحۡرِيرُ رَقَبَةٖ مُّؤۡمِنَةٖۖ فَمَن لَّمۡ يَجِدۡ فَصِيَامُ شَهۡرَيۡنِ مُتَتَابِعَيۡنِ تَوۡبَةٗ مِّنَ ٱللَّهِۗ وَكَانَ ٱللَّهُ عَلِيمًا حَكِيمٗا ٩٢
En nooit mag een mu’min een andere mu’min doden, behalve per vergissing. En iedereen die per ongeluk een mu’min doodt (is verplicht om) een mu’min slaaf te bevrijden en compensatie te betalen aan de familie van de overledene, tenzij zij daarvan afzien.
Als de overledene tot een volk behoort, waar jullie mee in oorlog zijn en hij een mu’min was, dan is het bevrijden van een mu’min slaaf (voorgeschreven) en als hij tot een volk behoort waar jullie een verdrag mee hebben, dan moet de compensatie aan zijn familie worden betaald en moet er een mu’min slaaf bevrijd worden. En degene waarvoor de straf (van het bevrijden van een slaaf) te duur is; hij moet twee aaneengesloten maanden vasten om zo berouw van Allah te verkrijgen. En Allah is de Alwetende, de Alwijze.(an-Nisaa 4/92)
Eed-Kaffārah: Dit is de boetedoening voor iemand die een belofte over een toekomstige zaak niet nakomt.
(In tijden waarin slavernij bestond werd dit voldaan door een slaaf vrij te laten/kopen), of anders door tien behoeftigen ’s ochtends en ’s avonds te voeden, of hen te kleden met kleding van gemiddelde kwaliteit. In de Qur’ān staat:
لَا يُؤَاخِذُكُمُ ٱللَّهُ بِٱللَّغۡوِ فِيٓ أَيۡمَٰنِكُمۡ وَلَٰكِن يُؤَاخِذُكُم بِمَا عَقَّدتُّمُ ٱلۡأَيۡمَٰنَۖ فَكَفَّٰرَتُهُۥٓ إِطۡعَامُ عَشَرَةِ مَسَٰكِينَ مِنۡ أَوۡسَطِ مَا تُطۡعِمُونَ أَهۡلِيكُمۡ أَوۡ كِسۡوَتُهُمۡ أَوۡ تَحۡرِيرُ رَقَبَةٖۖ فَمَن لَّمۡ يَجِدۡ فَصِيَامُ ثَلَٰثَةِ أَيَّامٖۚ ذَٰلِكَ كَفَّٰرَةُ أَيۡمَٰنِكُمۡ إِذَا حَلَفۡتُمۡۚ وَٱحۡفَظُوٓاْ أَيۡمَٰنَكُمۡۚ كَذَٰلِكَ يُبَيِّنُ ٱللَّهُ لَكُمۡ ءَايَٰتِهِۦ لَعَلَّكُمۡ تَشۡكُرُونَ ٨٩
Allah zal jullie niet bestraffen voor datgene wat in jullie eden onbedoeld is, maar Hij zal jullie straffen voor de eden die jullie (bewust) vastleggen.
(Bij het verbreken van jullie eden) geldt Kaffārah hiervoor: het voeden van tien armen, zoals jullie gemiddeld jullie families voeden; of het hen kleden; of het vrijlaten van een slaaf. Maar eenieder die zich dat niet kan veroorloven, die moet drie dagen vasten. Dat is de boetedoening voor de eden die jullie gezworen hebben. En bescherm jullie eden. Dus Allah heeft Zijn Tekenen voor jullie duidelijk gemaakt, dat jullie dankbaar moge zijn. (Maaidah 5/89)]
Vierde hoofdstuk: De vreugde van Ramadān en vasten: ‘Ied al-Fitr
Inleiding
De feestdagen zijn dagen van vreugde en blijdschap. Ze hebben een positieve invloed op de mu’mins. Ze versterken het Islamitische bewustzijn en de gevoelens, geven mensen een nieuwe energie en zijn een middel tot sociale verbondenheid, solidariteit en verzoening.
In de Islâm zijn er twee feesten: Ramadānfeest (`Ied al-Fitr) ) en Offerfeest (‘Ied al-ʿAḍḥā).
Toen an-Nabie صلى الله عليه وسلم naar Madienah immigreerde, hadden de mensen van Madienah twee dagen waarop ze plezier maakten. an-Nabie صلى الله عليه وسلم vroeg: "Wat zijn deze dagen?" Zij antwoordden: "Wij vieren deze dagen al sinds de tijd van de onwetendheid." Daarop zei an-Nabie صلى الله عليه وسلم:
"Allah heeft jullie in plaats van die twee dagen twee betere feesten gegeven: yawmu’l ʿAḍḥā (Offerfeest) en yawmu’l Fitr (Ramadānfeest)." (Aboe Dawoed, Salaat, 245)
Ramadān - en Offerfeest worden sinds het tweede jaar na de Hijrah gevierd.
an-Nabie صلى الله عليه وسلم zei over de feestdagen en hun betekenis:
"‘Yawmu’l `Arafah (`Arafah-dag) en ayyamu’t Tashrieq (de dagen van Tashrieq) zijn onze feestdagen, lieden van Islâm (ahla’l Islâm ). Dit zijn de dagen van eten en drinken." (Aboe Dawoed, Sawm, 49)
[Ka’b ibn Malik(رضي الله عنه) heeft verteld dat Rasulullah (صلى الله عليه وسلم ) zijn vader en Aus ibn al-Hadathaan op de tashriek-dagen uitzond om af te kondigen: ‘Alleen moslims komen in het Paradijs, en de dagen in Mina zijn dagen om te eten en te drinken.’]
`Ied al-Fitr (Ramadān feest) wordt gevierd op de 1e, 2e en 3e dag van de maand Shawwaal en `Ied al-ʿAḍḥā (Offerfeest) op de 10e, 11e, 12e en 13e dag van de maand Dhul-Hijjah.
Omdat de feestdagen dagen van vreugde, blijdschap en eten en drinken zijn, is het verboden (tahriman makroeh) om te vasten op de eerste dag van Ramadān feest en alle vier de dagen van Offerfeest.
Het is niet correct om de feestdagen uitsluitend te zien als een periode van reizen, amusement en genot, maar ook niet als louter dagen van aanbidding. Een evenwicht tussen beide is het beste: aanbidding verrichten en binnen de toegestane grenzen genieten en ontspannen.
an-Nabie صلى الله عليه وسلم heeft, net zoals bij huwelijken, ook tijdens de feestdagen amusement en spel niet afgekeurd.
Moeder der mu’mins ‘Aa’ishah رضي الله عنها vertelt:
"Op (het Offerfeest) kwam Rasûlullah صلى الله عليه وسلم bij mij binnen, terwijl er twee meisjes tegenover mij zaten die liederen van Bu’ath (over oude veldslagen) speelden op de duff (tamboerijn). Hij lag op zijn bed en keerde zijn gezegend gezicht af. Toen kwam mijn vader Aboe Bakr binnen en riep: ‘Wat is dit?! Speel je instrumenten van de shaytaan in aanwezigheid van Rasûlullah صلى الله عليه وسلم?!’ Daarop draaide Rasûlullah صلى الله عليه وسلم zich naar hem toe en zei: ‘Laat hen, o Aboe Bakr! Voor iedere gemeenschap is er een feestdag, en dit is onze feestdag.’" (al-Buhârî, ‘Iedayn, 2, 3; Muslim, ‘Iedayn, 16)
[Abu `Ubayd (رضي الله عنه), de vrijgelaten slaaf van Ibn Azhar heeft gezegd: Ik maakte het feest mee met `Umar; hij kwam de salaat verrichten en daarna hield hij een preek en zei: ‘Op de volgende twee dagen heeft Rasulullah (صلى الله عليه وسلم ) verboden te vasten: de dag van het feest van het breken van de vasten (`iedu’l Fitr), en de dag waarop jullie eten van je offerdier (`iedu’l ʿAḍḥā).’
Op een andere feestdag vroeg ‘Aa’ishah رضي الله عنها toestemming om naar de Abyssiniërs te kijken die in de moskee van an-Nabie صلى الله عليه وسلم speelden met speren en schilden. an-Nabie صلى الله عليه وسلم gaf haar toestemming en bleef bij haar totdat ze zelf aangaf dat ze genoeg had gezien. (al-Buhârî, ‘Iedayn, 2; Muslim, ‘Iedayn, 19)
Elke moslim heeft bepaalde taken en verantwoordelijkheden vóór en tijdens de feestdagen. Deze kunnen als volgt worden samengevat:
I. Het Verrichten van de `Ied-salâh
Op de ochtend van ‘Ied dient men vroeg op te staan, te douchen, parfum te gebruiken en schone en nette kleding te dragen.
Op `Iedu’l Fitr is het aanbevolen (mustahab) om vóór de `ied-salâh iets te eten. Op `Iedu’l ʿAḍḥā is het daarentegen aanbevolen (mustahab) voor degenen die een offerdier gaan slachten om niets te eten of te drinken totdat zij van het offerdier hebben gegeten. an-Nabie صلى الله عليه وسلم heeft dit zo gedaan. (Tirmidhî, Salât, 385)
Op de dag van ‘Ied wordt de Fadjr-salâh in de moskee verricht, waarna men naar de preek luistert. De `Ied-salâh wordt ongeveer 50 minuten na zonsopkomst verricht.
an-Nabie صلى الله عليه وسلم zei in zijn preek tijdens het Offerfeest:
"Het eerste wat wij vandaag doen, is de salâh verrichten. Daarna keren wij terug en slachten ons offerdier. Wie dit op deze manier doet, heeft ongetwijfeld onze sunnah gevolgd." (al-Buhârî, ‘Iedayn, 3)
De `Ied-salâh bestaat uit twee rak`aat. Volgens de Hanafi madhab is het wājib (verplicht) en volgens de Shafi`i madhab is het een bevestigde soennah (sunnah al-mu`aqqadah). (Shirbini, I, 587)
De Hanafi madhab beschouwen de ‘Ied-salâh als wājib, als bewijs voeren ze het vers:
فَصَلِّ لِرَبِّكَ وَٱنۡحَرۡ ٢
Bidt daarom tot jouw Heer en offer (voor Hem alleen) (Surah al-Kawthar, 108:2)
De `Ied-salâh is verplicht voor moslim mannen die aql wa’l baligh, gezond, vrij, gevestigd (muqiem) zijn.
Volgens de Shafi‘i madhab is de `Ied-salâh ook sunnah voor vrouwen en reizigers, maar het hoeft niet per se in de moskee samen met de gemeenschap (jama`ah) te worden verricht; men kan het ook individueel verrichten. Toch is het verrichten van de ‘Ied-salâh in de moskee met de gemeenschap beter. (Shirbini, I, 587)
De volgende groepen zijn niet verplicht om de ‘Ied-salâh te verrichten:- Personen die zo ernstig ziek, verlamd of gehandicapt zijn dat ze niet naar de moskee kunnen gaan.- Zij die verplicht zijn voor zulke mensen te zorgen.- Degenen die vrezen dat hun ziekte zal verergeren of langer zal duren als zij naar de ‘Ied-salâh gaan.- Ouderen die niet kunnen lopen, en - Mensen van wie de benen verlamd of geamputeerd zijn.Blinden die zelf naar de moskee kunnen gaan of iemand hebben die hen kan begeleiden, zijn verplicht (wājib) de ‘Ied-salâh te verrichten.
Wanneer hevige regen, extreme kou of hitte, of modderige wegen iemand in ernstige moeilijkheden of schade zouden brengen bij het bijwonen van de ‘Ied-salâh, vervalt deze verplichting.
Degenen die vrezen voor hun eigendommen, leven of eer als zij naar de ‘Ied-salâh gaan, hoeven niet naar de moskee te gaan voor `ied-salâh.
Reizigers en vrouwen zijn niet verplicht om de ‘Ied-salâh te verrichten, maar zij mogen dit wel doen als zij dat willen. (Tirmidhî, salât, 383) an-Nab صلى الله عليه وسلم zei:"Verhinder jullie vrouwen niet als zij naar de moskee willen gaan." (Muslim, “Masâjid”, 135-36)
In de tijd van an-Nabie صلى الله عليه وسلم en de metgezellen رضي الله عنهم namen vrouwen deel aan de salât (in de moskee).
De ‘Ied al Fitr-salâh kan worden verricht tot aan de afgeraden tijd vóór de tijd van de Dhuhr-salâh. Als het op de eerste dag niet kan worden verricht, kan het op de tweede of derde dag op dezelfde tijd worden verricht.
Net zoals een offer niet per se op de eerste dag van ‘Ied al-ʿAḍḥā geslacht hoeft te worden, kan het ook op de tweede of derde dag worden geofferd. Zo kan de ‘Ied-salâh op de tweede of derde dag worden ingehaald als het op de eerste dag niet mogelijk was. (Kâsanî, I, 276)
De ‘Ied-salât bestaan uit twee rak‘aat en worden in gemeenschap verricht.
Wanneer de salâh tijd is aangebroken, verricht de imam zonder oproep tot salâh (adhan of iqamah) de intentie voor de ‘Ied-salâh. De aanwezigen maken dezelfde intentie om achter de imam salâh te verrichten.
Het ‘Iedsalâh wordt gezamenlijk in moskeeën of gebedsplaatsen (namazgaah) verricht en niet individueel.
Wie de ‘Ied-salâh mist, kan in plaats daarvan Duha-salâh van twee of vier rak‘aat verrichten.
`Ied-salaah wordt als volgt verricht:
De imam zegt "Allâhu akbar" (de openings-takbier,) waarna hij zijn handen vouwt. De gemeenschap (jamā‘ah) doet hetzelfde. Vervolgens reciteren de imam en de gemeenschap in stilte de "Subhānaka"-du‘ā.Daarna zegt de imam "Allâhu akbar", heft zijn handen op tot ter hoogte van de oren en laat ze weer zakken. Dit wordt nog twee keer herhaald. Bij de derde takbier worden de handen gevouwen. Tussen elke takbier wordt zo lang gewacht dat men driemaal "Subhānallāhil-‘Azīm" kan zeggen. Daarna blijft de gemeenschap stil terwijl de imam in stilte "A‘ūdhu billāhi min ash-shaytān ir-radjīm" zegt en vervolgens luidop de Fātiha en een andere surah reciteert. Hierna worden de rukū‘ en sujūd uitgevoerd en staat men op voor de tweede rak‘ah.
In de tweede rak‘a zegt de imam zachtjes "Bismillāhirrahmanirrahiem" en reciteert hij opnieuw de Fātiha en een surah hardop. Daarna worden weer drie extra takbiers uitgesproken, waarbij de handen telkens tot ter hoogte van de oren worden geheven en weer worden neergelaten. Na de derde takbier gaat men direct in rukū‘, waarna de sujūd wordt voltooid.
Na de tweede sujūd blijft men zitten en reciteert men "At-Tahiyyāt", gevolgd door "Allāhumma salli ‘alā Muhammad", "Allāhumma bārik ‘alā Muhammad", "Rabbanā ātinā" en "Rabbighfir lī". Tot slot wordt de taslīm (groet) uitgesproken door eerst naar rechts en daarna naar links "As-salāmu ‘alaykum wa rahmatullāh" te zeggen.
In totaal bevat de `Ied-salâh in beide rak‘aat zes extra takbiers, die "zawā‘idtakbīrāt " worden genoemd. Het is verplicht (wājib) om deze takbiers uit te spreken.
Volgens de Shāfi‘ī-madhhab worden in beide rak‘aat extra takbiers uitgesproken vóór de recitatie van surah al-Fātiha: in de eerste rak‘ah zeven takbiers en in de tweede rak‘ah vijf takbiers. (Shirbīnī, I, 588)
Na het beëindigen van salâh met de taslīm, loopt de imam-khatīb de minbar op en houdt hij een khutba zonder eerst te gaan zitten. (Abū Dāwūd, Salāt, 248) Deze khutba bestaat uit twee delen.
Bij het jumu`ah-salâh is de khutba een voorwaarde (shart) voor de geldigheid van de salâh, terwijl het bij de `ied-salâh een sunnah is. Ook wordt de khutba bij de juma`ah-salâh vóór de salâh gehouden en bij de `ied-salâh ná de salâh.
In de `ied-khutba spreekt de imam-khatīb meestal over de verenigende en verbindende aard van de `ied, evenals over islamitische broederschap en liefdadigheid. Tijdens de `Iedu’l Fitrkhutba wordt er extra aandacht besteed aan zakāt en sadaqah, terwijl in de ìedu’l ʿAḍḥā khutba het offeren en de tashrīq-takbiers worden besproken.
Degene die daartoe in staat is, wordt aangemoedigd om lopend naar de salâh te gaan en onderweg de takbiers uit te spreken. Ook wordt men aangespoord om een blije en opgewekte houding te tonen. Dit was de gewoonte van Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم). (Tirmidhī, Salāt, 384)
II. Sadaqah al-Fitr geven tijdens de `iedu’l Fitr
Het woord “fitr” betekent letterlijk "het verbreken van het vasten", terwijl "fitrah" verwijst naar "de schepping".
Sadaqah al-Fitr, in de volksmond bekend als "fitrah", is een vorm van liefdadigheid die wordt gegeven aan de armen als een uitdrukking van dankbaarheid voor het vasten en het behalen van de `Iedu’l Fitr.
Sadaqah al-Fitr was wājib voordat zakāh fard was. In Sha‘bān van het tweede jaar na Hijrah was Sadaqah al-Fitr ingesteld. Het is wājib voor degenen die islamitisch gezien als rijk worden beschouwd. Zij dienen niet alleen voor zichzelf, maar ook voor degenen die financieel van hen afhankelijk zijn Sadaqah al-Fitr te betalen.
Het wordt wājib bij het aanbreken van de fajr as-sādiq (ochtendschemering) op de eerste dag van de `Ied.
Het is sunnah om de Sadaqah al-Fitr tussen Fajrsalâh en de `Ied-salâh te geven. Echter, het is toegestaan om het tijdens de hele maand Ramadān te geven of na de `Ied, als men het niet op tijd kan betalen. Er is geen verschil in geldigheid tussen het geven voor of na de `Ied.
Volgens de Hanafī-madhhab dient de Sadaqah al-Fitr te worden betaald in de vorm van graansoorten zoals tarwe, gerst, dadels of rozijnen. Ook mag men de geldwaarde ervan geven.
De hoeveelheid Sadaqah al-Fitr bedraagt:
½ sā‘ tarwe (Abū Dāwūd, Zakāt, 20)
1 sā‘ gerst, dadels of rozijnen (Bukhārī, Zakāt, 72)
1 sā‘ = 2,917 kg.
Volgens de Shāfi‘ī-madhhab dient de Sadaqah al-Fitr 1 sā‘ te zijn van elke soort graan, dadels of rozijnen, en bij voorkeur het meest geconsumeerde basisvoedsel in de regio.
De essentie van Sadaqah al-Fitr is het voorzien in de voedselbehoefte van een arme persoon voor één dag. De exacte geldwaarde van fitrah wordt elk jaar vastgesteld door de Hoge Raad voor Religieuze Zaken op basis van de levensomstandigheden.
Er zijn veel overleveringen (ahadieth) over Sadaqah al-Fitr. Bijvoorbeeld, een hadieth over dit onderwerp luidt als volgt:
" Sadaqah al-Fitr is verplicht (wajib) voor iedere moslim, man of vrouw, vrij of slaaf, groot of klein. De hoeveelheid ervan is twee mudd (een halve maat) tarwe of één sâ’ van andere voedingsmiddelen."(Nasai, Zakaat, 35; Ibn Mâjah, Zakaat, 21)
Sadaqah al-Fitr dient te worden gegeven aan degenen die vermeld staan in surah at-Tawbah (9:60), dezelfde categorieën als de ontvangers van zakāh.
۞ إِنَّمَا ٱلصَّدَقَٰتُ لِلۡفُقَرَآءِ وَٱلۡمَسَٰكِينِ وَٱلۡعَٰمِلِينَ عَلَيۡهَا وَٱلۡمُؤَلَّفَةِ قُلُوبُهُمۡ وَفِي ٱلرِّقَابِ وَٱلۡغَٰرِمِينَ وَفِي سَبِيلِ ٱللَّهِ وَٱبۡنِ ٱلسَّبِيلِۖ فَرِيضَةٗ مِّنَ ٱللَّهِۗ وَٱللَّهُ عَلِيمٌ حَكِيمٞ ٦٠
De verplichte liefdadigheid is door Allah ingesteld en is slechts bedoeld voor de armen die niet bedelen en de armen die bedelen en degenen die in dienst zijn gesteld om de fondsen te innen en voor degenen wiens harten verzoend zijn en om gevangenen te bevrijden; en voor de schuldenaren; en voor Allah’s Zaak en voor de reiziger. En Allah is Alwetend, Alwijs. (at-Tawbah 9/60)
Men mag Sadaqah al-Fitr niet geven aan:
Degenen die islamitisch gezien als rijk worden beschouwd.
Zijn/haar echtgenoot, ouders, grootouders en voorouders (usūl).
Zijn/haar kinderen, kleinkinderen en verdere afstammelingen naar beneden (furū‘).
Degenen die financieel afhankelijk zijn van de betaler.
Het is aanbevolen om de Sadaqah al-Fitr aan arme familieleden te geven, zelfs als zij ver weg wonen. Men kan zijn Sadaqah al-Fitr aan één behoeftige geven, maar hij kan deze ook verdelen over meerdere behoeftigen. Daarnaast kunnen meerdere mensen gezamenlijk hun Sadaqah al-Fitr aan één behoeftige geven.
Men mag:
De hele Sadaqah al-Fitr aan één persoon geven
De Sadaqah al-Fitr verdelen over meerdere armen
Meerdere mensen mogen samen Sadaqah al-Fitr geven aan één persoon
III. Bezoek afleggen
Op de `Ied dagen behoren het bezoeken van ouders, verwanten, vrienden, buren, zieken en kennissen, evenals het uitwisselen van `Ied-bezoek, tot de belangrijkste verplichtingen. Allahu Ta`ala wil dat familiebanden niet verbroken worden en waarschuwt dat degenen die dit doen, gestraft zullen worden:
وَٱلَّذِينَ يَنقُضُونَ عَهۡدَ ٱللَّهِ مِنۢ بَعۡدِ مِيثَٰقِهِۦ وَيَقۡطَعُونَ مَآ أَمَرَ ٱللَّهُ بِهِۦٓ أَن يُوصَلَ وَيُفۡسِدُونَ فِي ٱلۡأَرۡضِ أُوْلَٰٓئِكَ لَهُمُ ٱللَّعۡنَةُ وَلَهُمۡ سُوٓءُ ٱلدَّارِ ٢٥
En degenen die het verbond met Allah verbreken, na zijn totstandkoming, en datgene wat Allah bevolen heeft te verenigen (familiebanden) geweld aandoen en verderf zaaien in het land, op hen is de vloek. En voor hen is er een slechte verblijfplaats. (surah ar-Ra`d, 13:25)
Het doen van goed aan verwanten en buren en het onderhouden van goede relaties met hen is een aanbeveling van onze Rab:
وَٱعۡبُدُواْ ٱللَّهَ وَلَا تُشۡرِكُواْ بِهِۦ شَيۡـٔٗاۖ وَبِٱلۡوَٰلِدَيۡنِ إِحۡسَٰنٗا وَبِذِي ٱلۡقُرۡبَىٰ وَٱلۡيَتَٰمَىٰ وَٱلۡمَسَٰكِينِ وَٱلۡجَارِ ذِي ٱلۡقُرۡبَىٰ وَٱلۡجَارِ ٱلۡجُنُبِ وَٱلصَّاحِبِ بِٱلۡجَنۢبِ وَٱبۡنِ ٱلسَّبِيلِ وَمَا مَلَكَتۡ أَيۡمَٰنُكُمۡۗ إِنَّ ٱللَّهَ لَا يُحِبُّ مَن كَانَ مُخۡتَالٗا فَخُورًا ٣٦
Aanbidt Allah en ken Hem geen deelgenoten toe en wees goed voor jullie ouders, jullie verwanten, wezen, armen die bedelen, de buur die verwant is, de buur die een vreemde is, de metgezel aan jullie zijde, de reiziger en degenen die jullie rechterhand bezitten. Waarlijk, Allah houdt niet van de hoogmoedigen die anderen de ogen uitsteken (met hun bezit). (surah an-Nisa, 4:36)
IV. Helpen van de armen en behoeftigen
Een van de belangrijkste daden tijdens de `Ied-dagen is het bekommeren om wezen, hulpelozen en behoeftigen, hen zowel materieel als geestelijk ondersteunen en hen niet het gevoel geven dat ze alleen zijn. Dit is zowel een menselijke als een islamitische plicht. Ook gezinsleden en kinderen dienen blij gemaakt te worden.
V. Verzoening van ruziënde personenOmdat de feestdagen dagen van vrede en vreugde zijn, moeten degenen die ruzie hebben, zich met elkaar verzoenen. Islâm staat niet toe dat iemand langer dan drie dagen boos blijft. Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) heeft gezegd:Het is een moslim niet toegestaan om langer dan drie dagen boos te blijven op een andere moslim. (al-Buhârî, Adab, 57)
Samenvattend zouden moslims de feestdagen moeten doorbrengen met hun familieleden, naasten, buren en vrienden in vreugde en plezier. Ze moeten de verplichtingen van het verrichten van de feest-salâh, het slachten van de offerdieren, het geven van Sadakah al-Fitr en het bezoeken van dierbaren nakomen.
De nachten van de feestdagen moeten worden doorgebracht met aanbidding, het inhalen van gemiste salât, het reciteren van de Qur’ān , het vragen om vergiffenis aan Allah Ta’ala en het verrichten van smeekbeden.
Ter afsluiting
De mens is geschapen om Allah te dienen. Om deze taak te kunnen vervullen, moet hij zich houden aan de geboden en verboden van de Islâm , rekening houden met halaals en haraams, en zijn plichten jegens Allah, zichzelf, zijn familie, andere mensen en alle schepselen nakomen. Hij dient zijn dagelijkse, maandelijkse, jaarlijkse en levenslange aanbiddingen te verrichten. Een van onze jaarlijkse aanbiddingen is het vasten.
Het vastenverplichting wordt in de maand Ramadān vervuld, omdat de moslim in deze gezegende maand:— Vasten verricht,— Tarawīh-salât verricht,— Zijn zakāh opbrengt,— De Qur’ān overvloedig reciteert,— Veel smeekbeden (ad`iyah) verricht,— Berouw toont en om vergeving vraagt voor zijn zonden,— Iftâr-maaltijden organiseert,— De armen en behoeftigen helpt,— Zijn ziel (nafs) disciplineert en zijn wilskracht traint,— Geduld, zelfbeheersing en verdraagzaamheid leert,— Laylat al-Qadr beleeft,— Itikaaf verricht,— Preken bijwoont,— Muqabalah luistert/meeleest,— En sadaqah geeft.
De maand Ramadān is een maand van vergeving, barmhartigheid en zuivering van zonden. Een moslim doet in deze maand extra zijn best in aanbidding en vermijdt verboden zaken. Hij leeft bewuster als dienaar van Allah. Allah Ta’ala schenkt in deze maand Zijn genade overvloediger, beloont degenen die vasten en de maand Ramadān tot in zijn ziel beleeft, geeft Zijn dienaren overvloedige beloning en vergeeft hen.
Een moslim wordt aan het einde van de maand Ramadān , na een maand van intensieve zelfdiscipline en inspanning, spiritueel gereinigd.
Aan het einde van de maand viert hij het feest en deelt hij zijn vreugde. Tot de volgende Ramadān let hij erop om spiritueel rein te blijven, zijn geloof te behouden, zijn aanbiddingen voort te zetten en zich verre te houden van zonden.
Ons laatste woord is de uitspraak van Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم):Wie met geloof en in de hoop op beloning het vasten in Ramadān verricht, zijn vorige zonden zullen vergeven worden. (al-Buhârî, Sawm, 6)
Woordenlijst van termen
Fajr: De ochtendschemering vóór zonsopgang, het moment waarop de nacht en de dag van elkaar worden onderscheiden.
Fajr-i kâthib: De valse ochtendschemering; een tijdelijke, verticale lichtstreep aan de oostelijke horizon die kort verschijnt en snel verdwijnt aan het einde van de nacht.
Fajr-i sâdıq: De ware ochtendschemering; het moment waarop de duisternis van de nacht begint te verdwijnen en de eerste tekenen van het zonlicht verschijnen. Dit licht verspreidt zich horizontaal over de horizon. Met het begin van fajr-i sâdıq begint de dag, treedt de tijd van het ochtendgebed (fajr) in en begint het vastenperiode (imsâk).
Fidyah: Een materiële compensatie die wordt gegeven om een verplichting te verlichten of een tekortkoming in een Islamitische handeling te compenseren om iemand uit een benarde situatie te redden. Ouderen en chronisch zieken die niet in staat zijn om te vasten en hier geen herstel van verwachten, betalen voor elke gemiste vasten-dag een fidyah.
Fitrah: Zie Sadakah al- Fıtr
İsqah as-Sawm: "Isqah" betekent letterlijk "laten vallen" of "opheffen". In Islamitische context verwijst het naar het aflossen van vasten-schulden na iemands overlijden. Als iemand tijdens zijn leven door een blijvende belemmering niet kon vasten of, na een tijdelijke belemmering, zijn gemiste vasten-dagen niet heeft ingehaald en overlijdt, kunnen zijn nabestaanden fidyah geven aan de armen om deze schuld te voldoen. Zodat hij van de verantwoordelijkheid wordt bevrijd..
Iftâr: Het verbreken van het vasten, het laten verbreken van het vasten door een ander, of het vasten vroegtijdig verbreekt. Hoewel "iftâr" in brede zin een handeling betekent die tegen het vasten ingaat, wordt het doorgaans gebruikt voor het correct en tijdig verbreken van het vasten na zonsondergang.
Imsâk: Zich onthouden, terughouden of zich weerhouden. In islamitische terminologie verwijst "imsâk" naar het begin van het vastenperiode bij de eerste ochtendschemering (fajr-i sâdıq). Vanaf dit moment tot de iftâr mogen vastenden niet eten, drinken of andere zaken verrichten die het vasten verbreken.
`Itiqâf : Voor een aanbidding of ander doel, jezelf op een bepaalde plek vasthouden, verblijven, je terugtrekken; op een afgelegen plaats ver van de mensen verblijven, je aan iets binden.
In het bijzonder is het aanbevolen (sunnah) om tijdens de laatste tien dagen van Ramadān in `Itiqâf te gaan. an-Nabie صلى الله عليه وسلم verbleef na zijn emigratie naar Madienah elk jaar in `Itiqâf gedurende de laatste tien dagen van Ramadān .
Laylah al-Qadr: De nacht die zich bevindt in de maand Ramadān en die wordt beschouwd als beter dan duizend maanden, het moment waarop de Qur'an werd geopenbaard. Deze nacht is bijzonder belangrijk in de islamitische traditie en wordt vaak in de laatste tien dagen van Ramadān gezocht, vooral in de oneven nachten.
Qada: Het vervangen van Islamitische verplichtingen (zoals salâh, vasten of bedevaart) die niet op het juiste moment of op de juiste manier zijn uitgevoerd. Dit kan inhouden dat men de gemiste verplichtingen op een later moment inhaalt.
Kaffârah: Het woord "kafr" betekent bedekken, vernietigen of verwijderen. In woordenboeken wordt kaffârah gedefinieerd als "iets dat een tekortkoming of zonde bedekt of verwijdert."
Het is een middel dat door Allah is bepaald om zonden of tekortkomingen te vergoeden. Vasten-kaffârah voor iemand die opzettelijk zijn vasten verbreekt tijdens Ramadān zonder een geldige reden, wordt de kaffârah voorgeschreven: het bevrijden van een slaaf, als dat niet mogelijk is, vasten van twee opeenvolgende maanden of het voeden van of geld geven aan zestig arme mensen. Het is toegestaan om het voedselgeld in 60 dagen aan één arme te geven, of om het in één dag aan 60 armen te geven. Het is echter niet toegestaan om alles op één dag aan slechts één arme persoon te geven. Als het vasten-kaffârah (boetedoening) op de eerste dag van de maankalender is begonnen, moet de persoon twee maanden vasten. Als het later is begonnen, moet men 60 dagen aaneengeschakeld vasten. Als een vrouw haar menstruatie heeft, wordt er een pauze genomen, en wanneer deze eindigt, wordt het vasten direct voortgezet.
Muqabalah: Het reciteren van de Qur'an door iemand, terwijl anderen het lezen of uit hun geheugen volgen.
De traditie van Muqabalah komt voort uit de praktijk tussen an-Nabie صلى الله عليه وسلم en de engel Jibriel عليه السلام (Gabriël), waarbij Jibriel عليه السلام elke Ramadān de geopenbaarde Qur'an aan an-Nabie صلى الله عليه وسلم voorlas om te controleren wat er was geopenbaard en geüpload.
Ramadān : De maand waarin de verplichte vasten wordt gehouden, gebaseerd op de islamitische maankalender.
Ru’yah al-hilaal: Het zien van de nieuwe maan, een proces dat wordt gebruikt om de beginen einddatums van islamitische maanden. Bij het vaststellen van de tijden voor de salâh wordt rekening gehouden met de bewegingen van de zon, terwijl de tijden voor het vasten, de hadj, zakāh, fitrah, offerfeest en de feestdagen gebaseerd zijn op de bewegingen van de maan. Het juist vaststellen van de tijden voor deze Islamitische handelingen is afhankelijk van de correcte bepaling van de maankalender, vooral voor de eerste dagen van de maanden Ramadān , Shawwal en Dhul-Hijjah.
Sadaqaq al-Fitr: Een verplichte aalmoes die aan bepaalde mensen wordt gegeven door een moslim die het einde van de Ramadān bereikt en die financieel in staat is om het te geven.
Sahûr: De maaltijd die door degenen die vasten wordt genuttigd vóór het ochtendgebed (imsâk), als voorbereiding op het vasten gedurende de dag.
Taravieh: De vrijwillige salât die na de nacht salâh (`Ish) worden verricht tijdens de maand Ramadān . Het woord komt van "tarwîhah", wat "verlichten" of "rusten" betekent. Deze salât zijn extra en helpen bij spirituele verdieping tijdens Ramadān .
Ahadieth uit Sahieh Bukharie en Sahieh Muslim over het vasten
De deugden van de maand Ramaḍān
652 - Van Abû Hurayrah (رضي الله عنه): Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) zei:"Wanneer de maand Ramaḍān aanbreekt, worden de poorten van het Paradijs (Jannah) geopend, de poorten van het Hellevuur (Jahannam) gesloten en de duivels (shayatin) geketend."
De verplichting (wājib) om (in de maand) Ramaḍān te vasten door het zien van de (nieuwe) maan (hilāl) en het beëindigen van het vasten (`iedu’l Fitr: Ramaḍānfeest) door het zien van de (nieuwe) maan. En als aan het begin of het einde (van de maand) de lucht bewolkt blijft, dan wordt het aantal dagen van de maand voltooid tot dertig dagen.
653 - Van ‘Abdullah bin ‘Umar (رضي الله عنهما): Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) sprak over Ramaḍān en zei:"Vast niet totdat jullie de (nieuwe) maan (hilāl) zien, en verbreek het vasten niet totdat jullie hem zien. Maar als de lucht bewolkt blijft, bereken het dan."
654 - Van Ibn ‘Umar (رضي الله عنهما): an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) zei:"De maand is zo, zo en zo" – en (hij toonde zijn handen) hij bedoelde daarmee dertig (dagen). Daarna zei hij: "En zo, zo en zo" – en (hij toonde zijn handen) hij bedoelde daarmee negenentwintig (dagen)."Hij gaf aan dat de maand soms dertig dagen is en soms negenentwintig dagen.
655 - Van Ibn ‘Umar (رضي الله عنهما): an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) zei:"Waarlijk, wij zijn een ongeletterde gemeenschap (ummah ummiyah); wij schrijven niet en rekenen niet. De maand is zo en zo". (Hij bedoelde daarmee dat) deze soms negenentwintig dagen is en soms dertig dagen.
656 - Van Abû Hurayrah (رضي الله عنه): an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) – of hij zei: Abû al-Qāsim (صلى الله عليه وسلم) – zei:"Vast wanneer jullie (de nieuwe maan) zien en verbreek het vasten wanneer jullie hem zien. Maar als de lucht bewolkt blijft, voltooi dan het aantal dagen van Sha‘ban tot dertig."
Niet een of twee dagen vóór Ramaḍān vasten (om Ramaḍān te verwelkomen)
657 - Van Abû Hurayrah (رضي الله عنه): an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) zei:"Laat niemand van jullie Ramaḍān voorafgaan door één of twee dagen te vasten, behalve iemand die gewoon is een bepaald vasten te verrichten; laat hem dan dat (zelfde) vasten op die dag verrichten."
De maand kan negenentwintig dagen zijn
658 - Van Umm Salamah (رضي الله عنها): an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) zwoer een eed dat hij een maand lang niet naar sommige van zijn vrouwen zou gaan. Toen er negenentwintig dagen waren verstreken, bezocht hij (’s ochtends of ’s avonds) hen.Er werd tegen hem gezegd: "O Nabie van Allah, u hebt gezworen dat u een maand lang niet bij hen zou komen!"Hij (صلى الله عليه وسلم) zei: "De maand kan negenentwintig dagen zijn."
Uitleg van de betekenis van het woord van Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم): "Twee (feest-)maanden die nooit verkorten"
659 - Van Abû Bakrah (رضي الله عنه): Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) zei:"Twee (feest-)maanden die nooit verkorten, namelijk Ramaḍān en Dhu al-Hijjah."
Uitleg over het begin van het vasten bij de opgang van de fajr en de toegestane tijd voor het eten tot de fajr opgang. En de kenmerken van de fajr waarop regels zoals het begin van het vasten en het ingaan van de ochtend ṣalāh van toepassing zijn
660 - Van ‘Adi ibn Hatim (رضي الله عنه):"Toen het volgende vers werd geopenbaard: حَتَّىٰ يَتَبَيَّنَ لَكُمُ ٱلۡخَيۡطُ ٱلۡأَبۡيَضُ مِنَ ٱلۡخَيۡطِ ٱلۡأَسۡوَدِ مِنَ ٱلۡفَجۡرِۖ …totdat bij de dageraad de witte draad en de zwarte draad voor jullie te onderscheiden is…' (Baqarah 2:187), nam ik een zwart koord en een wit koord, en legde ze onder mijn kussen. Ik keek gedurende de nacht (naar de koorden), maar ik kon ze niet onderscheiden.
Dus ging ik (’s ochtends) naar Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) en vertelde hem wat ik had gedaan. Hij zei: '(De witte en de zwarte koord die in het vers worden genoemd). Dit is het zwart van de nacht en het wit van de dag.'"
661 - Van Sahl bin Sa'd (رضي الله عنه):Het vers حَتَّىٰ يَتَبَيَّنَ لَكُمُ ٱلۡخَيۡطُ ٱلۡأَبۡيَضُ مِنَ ٱلۡخَيۡطِ ٱلۡأَسۡوَدِ …totdat de witte draad en de zwarte draad voor jullie te onderscheiden is…' (Baqarah 2:187), werd geopenbaard, maar het gedeelte (مِنَ الْفَجْرِ ‘bij de dageraad’) was nog niet geopenbaard. Sommige mensen die wilden vasten, bonden daarom een wit en een zwart koord aan hun voet en bleven eten totdat zij het verschil tussen de twee konden waarnemen. Daarna openbaarde Allah het gedeelte gedeelte (مِنَ الْفَجْرِ ‘bij de dageraad’) waarna zij begrepen dat hiermee de scheiding tussen de nacht en de dag bedoeld werd.
662 - Van Ibn 'Umar (رضي الله عنهما): Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) zei: "Bilāl roept de adhān op tijdens de nacht, dus eet en drink totdat Ibn Umm Maktum de oproep tot de (ochtend)ṣalāh verricht."Daarna zei de overleveraar: "Ibn Umm Maktum was blind. Hij riep de adhān op pas wanneer men tegen hem zei: ‘De tijd voor de ochtendṣalāh is aangebroken.’
663 - Van ʿĀʾishah (رضي الله عنها): ‘Bilāl (رضي الله عنه) riep 's nachts de adhān op.
Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) zei: "Eet en drink totdat Ibn Umm Maktoem (رضي الله عنه) de adhān oproept, want hij doet dat pas wanneer de dageraad aanbreekt’.
664 - Van ʿAbdullah ibn Masʿoed (رضي الله عنه): an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) zei:Laat de adhān van Bilaal niemand van jullie weerhouden van zijn sahûr, want hij roept de adhān op in de nacht om degene die in tahajjud-ṣalāh staat terug te laten keren en de slapende niet wakker te maken (denkende dat de tijd voor de Fajr-ṣalāh is aangebroken). Maar het is niet aan hem om te zeggen: 'De dageraad is aangebroken' of 'Het is ochtend.' Hij (صلى الله عليه وسلم) maakte daarbij een gebaar met zijn vingers, waarbij hij ze omhoog hief en omlaag bracht totdat hij zei: 'Zo is het.'
De deugd van sahûr, de nadrukkelijke aanbeveling ervan, het aanbevolen om de sahûr uit te stellen en het bespoedigen van de iftār (verbreken van het vasten)
665 - Van Anas ibn Mālik (رضي الله عنه): an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) zei: Ontbijt met sahûr, want er is zegen in de sahûr.
666 - Van Zayd ibn Thābit (رضي الله عنه), via Anas (رضي الله عنه), dat Zayd ibn Thābit (رضي الله عنه) hem vertelde: Wij ontbeten sahûr met an-Nabie (صلى الله عليه وسلم), en daarna stonden wij op voor de (ochtend)ṣalāh.Ik vroeg: Hoeveel tijd zat daartussen? Hij antwoordde: "(De tijd om) ongeveer vijftig of zestig verzen (āyāt) (te lezen)."
667 - Van Sahl ibn Saʿd (رضي الله عنه): Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) zei:"De mensen zullen in het goede(khayr) blijven zolang zij de iftār (vasten verbreking) bespoedigen."
Uitleg over het tijdstip van het beëindigen van het vasten en het einde van de dag
668 - Van ʿUmar (رضي الله عنه): Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) zei:"Wanneer de nacht van deze kant (oosten) komt, de dag van die kant (westen) vertrekt en de zon ondergaat, dan mag de vastende zijn vasten verbreken (iftār)."
669 - Van (Abdullah) Ibn Abi Awfā’ (رضي الله عنه), dat hij zei:"Wij waren met Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) op reis, en hij zei tegen een man (Bilāl): ‘Stap (van je rijdier) af en bereid voor mij pap (geroosterde tarwe tot meel vermalen en vervolgens met water of melk mengen) te maken.’De man zei: ‘O Rasûlullah, de zon is nog niet ondergegaan.’Hij (صلى الله عليه وسلم) zei: ‘Stap af en bereid voor mij pap.’De man zei weer: ‘O Rasûlullah, de zon is nog niet ondergegaan.’Hij (صلى الله عليه وسلم) zei opnieuw: ‘Stap af en bereid voor mij pap.’Dus de man stapte af, bereidde de pap en Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) at ervan. Daarna wees hij met zijn hand in een richting en zei:‘Wanneer jullie de nacht van deze kant zien naderen, dan heeft de vastende zijn vasten verbroken.’
Het verbod op wisāl (vasten zonder onderbreking)
670 - Van Abdullah ibn Umar (رضي الله عنهما):"Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) verbood wisāl (vasten zonder sahûr en iftār). Zij zeiden: ‘Maar u vast (wel) wisāl-vasten.’ Hij (صلى الله عليه وسلم) antwoordde: ‘Ik ben niet zoals jullie, want (mijn Rab) voedt en geeft mij te drinken.’
671 - Van Abû Hurayrah (رضي الله عنه):"Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) verbood wisāl-vasten. Een man onder de moslims zei tegen hem: 'O Rasûlullah, maar u vast (zonder iftār en suhûr) wisāl.' Hij (صلى الله عليه وسلم) zei: 'En wie van jullie is zoals ik?
Waarlijk, ik breng de nacht door terwijl mijn Rab mij voedt en mij te drinken geeft.'Toen zij (de metgezellen) weigerden te stoppen met wisāl-vasten, liet hij hen twee dagen achter elkaar wisāl-vasten (zonder iftar en sahûr). Toen ze de sikkel (nieuwe maan: hilāl) zagen, zei hij: 'Als (de maand) later was aangebroken, had ik het voor jullie verder voortgezet.Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) leek hen te willen straffen als les, omdat zij vasthielden aan wisāl-vasten en niet hadden opgegeven.
672 - Van Abû Hurayrah (رضي الله عنه): an- Nabie (صلى الله عليه وسلم) zei twee maal:"Pas op voor het verrichten van wisāl-vasten".Zij zeiden: "O Rasûlullah, maar u vast zonder iftār en sahûr (wisāl-vasten)."Hij (صلى الله عليه وسلم) antwoordde: "Ik breng de nacht door terwijl mijn Rab mij voedt en mij te drinken geeft. Verricht van de daden wat je kunt verdragen."
673 - Van Anas (رضي الله عنه): "An-Nabie (صلى الله عليه وسلم) verrichtte wisāl-vasten (zonder iftār en sahûr) aan het einde van de maand (Ramaḍān), en sommige mensen deden dat ook. Toen bereikte dit an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) en hij zei: 'Als de maand langer was gemaakt voor mij, zou ik verder hebben gevast zonder iftār en sahûr, zodat de extremisten hun extremisme zouden verlaten. Ik ben niet zoals jullie, want mijn Rab voedt en geeft mij te drinken.'
674 - Van ʿĀʾishah (رضي الله عنها): "Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) verbood het vasten zonder iftār en sahûr (wisāl), uit genade voor hen (zijn metgezellen). Zij zeiden: ‘U vast zonder iftār en sahûr (wisāl).’ Hij (صلى الله عليه وسلم) antwoordde: ‘Ik ben niet zoals jullie, want mijn Rab voedt en geeft mij te drinken.’"
De uitleg dat het kussen tijdens het vasten niet verboden is voor degene van wie de verlangens niet worden opgewekt.
675 - Van ʿĀʾishah (رضي الله عنها): "Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) kuste sommige van zijn vrouwen terwijl hij vastte.” En daarna lachte zij.
676 - Van ʿĀʾishah (رضي الله عنها): "Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) kuste en had lichamelijk contact terwijl hij vastte, en hij was het meest in staat om zijn verlangens onder controle te houden."
De geldigheid van het vasten van degene bij wie de fadjr (ochtend) aanbreekt terwijl hij in de staat van janabah (grote rituele onreinheid) verkeert.
677 – Van ʿĀʾishah (رضي الله عنها) en Umm Salamah (رضي الله عنها) via Abû Bakr ibn Abd al-Rahman ibn al-Harith ibn Hisham, dat zijn vader Abd al-Rahman vertelde dat Marwan ibnu’l Hakam hem had geïnformeerd dat ʿĀʾishah (رضي الله عنها) en Umm Salamah (رضي الله عنها) hem vertelden dat Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) de fadjr-ṣalāh vaak had bereikt terwijl hij in de staat van janabah (grote rituele onreinheid) was van zijn vrouwen. Daarna verrichtte hij de ghusl (rituele grote wassing) en vastte. Marwan zei tegen Abd al-Rahman ibn al-Harith: "Ik zweer bij Allah, door dit te zeggen, zet je Abû Hurayrah in een moeilijke positie!" Marwan was toen de gouverneur van Madienah. Toen zei Abû Bakr: "Mijn vader Abd al-Rahman vond (deze woorden van Marwan) niet prettig om dit te herhalen." Vervolgens hadden we de gelegenheid om elkaar te ontmoeten in Dhul-Hulaifa, waar Abû Hurayrah land had.Abd al-Rahman zei tegen Abû Hurayrah: "Ik wil je iets vertellen, en als Marwan niet had gezworen dat ik het zou zeggen, zou ik het niet hebben gevraagd." En hij vertelde wat ʿĀʾishah (رضي الله عنها) en Umm Salamah (رضي الله عنها) hadden gezegd.
Abû Hurayrah zei: "Zo heeft mij al-Fadl ibn Abbās (رضي الله عنه) verteld, en hij is degene die dit het beste weet."Abû Hurayrah رضي الله عنه had overleverd dat: Rasûlullah صلى الله عليه وسلم beval degene die in staat van janabah (rituele onreinheid) de ochtend inging, om niet te vasten.Imaam Bukharie zei: De hadieth van de moeder der gelovigen رضي الله عنهن is qua isnaad (overleveringsketen) betrouwbaarder dan die van Abû Hurayrah رضي الله عنه.
Het is strikt verboden dat een vastende persoon gemeenschap heeft tijdens het Ramaḍān(vasten), de verplichting van de grote boetedoening (kaffarah) daarvoor. Kaffarah is voor zowel de welgestelde als de behoeftige een verplicht, en de schuld van de behoeftige blijft totdat hij in staat is om het te betalen.
678 - Van Abû Hurayrah (رضي الله عنه): Een man kwam naar an-Nabie صلى الله عليه وسلم en zei: "Een van de meest behoeftige onder de gemeenschap (hij bedoelt zichzelf mee) heeft gemeenschap gehad met zijn vrouw in de maand Ramaḍān." Hij vroeg: "Kun je een slaaf (ter boetedoening) vrijlaten?" Hij zei: "Nee." Hij vroeg: "Kun je twee opeenvolgende maanden vasten?" Hij zei: "Nee." Hij vroeg: "Kun je zestig arme mensen voeden?" Hij zei: "Nee." Toen werd an-Nabie صلى الله عليه وسلم een zak met dadels gebracht, en hij zei:"Geef dit als aalmoes." De man antwoordde: "Zijn er mensen die in meer behoefte verkeren dan wij? (Onder de mensen van Madienah) is niemand behoeftiger dan wij." Hij zei: "Geef het aan je familie."
679 - Van ʿĀʾishah (رضي الله عنها): "Wij zaten bij Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) toen er een man langskwam en zei:'O Rasûlullah , het is gedaan met mij!'Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) vroeg:Hoezo, is het met je gedaan?'De man antwoordde:'Ik heb geslachtsgemeenschap gehad met mijn vrouw terwijl ik aan het (Ramaḍān) vasten was.'Hierop vroeg Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم): ‘Heb je een slaaf die je ter boetedoening kunt vrijlaten?’De man antwoordde:’Nee.’Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) vroeg: 'Kun je twee maanden achter elkaar vasten?'De man zei: 'Nee!'Toen vroeg Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم): 'Kun je zestig arme mensen te eten te geven?'De man antwoordde weer: 'Nee!'Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) zei niets. Na enige tijd werd er een grote mand met dadels gebracht. Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) vroeg: 'Waar is de man van zoëven (die de vraag stelde)?'De man antwoordde: Hier ben ik.'Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) zei:'Neem deze dadels en geef ze als aalmoezen (sadaqah).'De man zei toen: 'Aan mensen die nog behoeftiger zijn dan ik, o Rasûlullah ? Bij Allah, er is in Madienah geen huishouden dat ze harder nodig heeft dan het mijne!'Hierop lachte Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) zo hard dat zijn hoektanden te zien waren en hij zei: Ga ze dan maar aan jouw gezin brengen.'
Het is toegestaan voor de reiziger om te vasten of te breken in de maand Ramaḍān, zolang het geen zonden betreft, als zijn reis twee of meer fasen (dagafstanden) beslaat.
680 - Van Ibn Abbās (رضي الله عنهما), dat Rasûlullah صلى الله عليه وسلم naar (verovering van) Makkah ging tijdens de maand Ramaḍān, en vastte totdat ze Kadied bereikten. Daarna brak hij zijn vasten en de mensen braken ook hun vasten.
681 - Van Jabir ibn Abdullah (رضي الله عنه): Toen Rasûlullah صلى الله عليه وسلم eens op reis was, zag hij een menigte om een man (die onwel was geworden) heen staan, die ze in de schaduw hadden neergelegd. Hij zei: "Wat is dit?" Ze zeiden: "Een vastende man." Hij zei: " Op reis vasten heeft niets met goedheid te maken."
682 - Van Anas ibn Mālik (رضي الله عنه): Hij zei: "We reisden met an-Nabie صلى الله عليه وسلم, Sommigen van ons vastten, anderen niet, en niemand nam de ander iets kwalijk."
[Opmerking: In de overlevering van Muslim, overgeleverd van Abû Sa'id, staat het volgende: "We gingen met Rasûlullah, صلى الله عليه وسلم, op veldtochten. Tijdens de reis bekritiseerden we geen van degenen die wel vastten of degenen die niet vastten. Degene die zich sterk voelde, vastte en beschouwde het als iets goeds. En wie zich zwak voelde, vastte niet. De metgezellen beschouwden dit ook als iets goeds, en beide werd met volwassenheid geaccepteerd."]
De beloning van degene die zijn vasten verbreekt tijdens een reis, op voorwaarde dat hij een taak heeft.
683 - Van Anas رضي الله عنه, hij zei: "We waren samen met an-Nabie صلى الله عليه وسلم, en de meesten van ons zochten schaduw onder onze kleding. Wat betreft degenen die vastten (waren verzwakt waardoor ze) geen enkel taak op zich konden nemen, maar degenen die hun vasten hadden verbroken verzorgden de kamelen, zorgden voor de reizenden/zieken. Ze werkten hard. Toen zei an-Nabie صلى الله عليه وسلم: 'De niet vastenden hebben vandaag de beloning ontvangen.'"
684 - Van ʿĀʾishah (رضي الله عنها), de echtgenote van an-Nabie (صلى الله عليه وسلم): Hamzah bin ʿAmr al-Aslamie (رضي الله عنه) vroeg aan an-Nabie (صلى الله عليه وسلم): “Moet ik vasten tijdens de reis?” Hij vastte namelijk vaak. Daarop zei hij: “Als je wilt, vast dan; en als je wilt, verbreek dan het vasten.”
685 - Abū ad-Dardāʾ (رضي الله عنه) zei: "Wij trokken met an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) eropuit tijdens een van zijn reizen. Het was op een zeer hete (Ramaḍān)dag. Vanwege de hitte legden mensen hun hand op hun hoofd. Niemand van ons was aan het vasten, behalve an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) en Abdullah Ibn Rawāḥah (رضي الله عنه)."
[Opmerking: In de overlevering van Saʿīd ibn ʿAbd al-ʿAzīz, overgeleverd in Muslim, wordt vermeld:"Wij trokken met Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) eropuit tijdens de maand Ramaḍān, op een moment waarop de hitte zeer intens was."]
De aanbeveling om niet te vasten voor de haj in ʿArafah op de dag van ʿArafah
686 - Van Umm al-Faḍl bint al-Ḥārith (رضي الله عنها): Er was op de dag van ʿArafah (Afscheidshaj) onenigheid ontstond onder sommige mensen over het vasten van an-Nabie (صلى الله عليه وسلم). Sommigen zeiden: "Hij vast," en anderen zeiden: "Hij vast niet." Daarop stuurde zij hem een beker melk terwijl hij op zijn kameel (`Arafah-Waqfah) verrichtte, en hij dronk ervan.
687 - Van Maymūnah (رضي الله عنها): De mensen twijfelden over het vasten van an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) op de dag van ʿArafah. Daarop stuurde zij hem een beker melk terwijl hij op de `Arafa-Waqfah stond, en hij dronk ervan terwijl de mensen toekeken.
Het vasten op de dag van ʿĀshūrāʾ
688 - Van ʿĀʾishah (رضي الله عنها): De Qoeraysh-stam vastte in de tijd van de onwetendheid (jahiliyyah) de dag van ʿĀshūrāʾ. Vervolgens droeg Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) op om deze dag te vasten, totdat de vastenmaand Ramaḍān verplicht werd gesteld. Toen zei Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم): “Wie wil, laat hem vasten; en wie wil, laat hem het vasten verbreken.”
689 - Van Ibn ʿUmar(رضي الله عنهما): "De mensen van de jahiliyyah vastten op de dag van ʿĀshūrāʾ. Toen (het vasten in) de maand Ramaḍān verplicht werd gesteld, zei hij: 'Wie wil, laat hem vasten; en wie wil, laat hem niet vasten.'
690 - VanʿAbdullāh ibn Masʿūd (رضي الله عنه): Hij werd bezocht door al- Ashʿath bin Qays terwijl hij aan het eten was. Al-Ashʿath zei: "Vandaag is het ʿĀshūrāʾ." Daarop antwoordde hij: "Deze dag werd gevast voordat de Ramaḍān werd verplicht gesteld. Toen Ramaḍān werd neergezonden (verplicht), werd het vasten op deze dag verlaten. Kom dichterbij en eet."
691 – Van Muʿāwiyah bin Abī Sufyān (رضي الله عنهما) van Ḥumayd bin ʿAbd ar-Raḥmān dat hij Muʿāwiyah bin Abī Sufyān (رضي الله عنهما) op de dag van ʿĀshūrāʾ hoorde spreken vanaf de minbar, in het jaar waarin hij de haj verrichtte. Hij zei:"O inwoners van al-Madīnah, waar zijn jullie geleerden? Ik hoorde Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) zeggen: 'Dit is de dag van ʿĀshūrāʾ, en het vasten ervan is niet verplicht voor jullie. Maar ik vast. Wie wil, laat hem vasten; en wie wil, laat hem het vasten verbreken.'
692 – Van Ibn ʿAbbās (رضي الله عنهما), hij zei: "Toen an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) in al-Madīnah aankwam, zag hij dat de joden de dag van ʿĀshūrāʾ vastten. Hij vroeg: 'Wat is dit (vasten)?' Zij zeiden: 'Dit is een goede dag, de dag waarop Allah de kinderen van Israël redde van hun vijand, en daarom vastte Moesa.' Hij zei: 'Ik heb meer recht op Moesa dan jullie. Dus ik vast deze dag. Hij beval (de metgezellen) om deze dag (ook) te vasten.'
693 – Van Abū Mūsā (رضي الله عنه) zei: "De joden beschouwden de dag van ʿĀshūrāʾ als een feestdag. Toen zei an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) (aan zijn metgezellen): 'Vasten jullie deze dag (ook).
694 - Van Ibn ʿAbbās (رضي الله عنهما) zei: "Ik heb an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) nooit gezien die het vasten op een bepaalde dag boven andere dagen verkoos, behalve op deze dag, de dag van ʿĀshūrāʾ, en deze maand, dat wil zeggen de maand Ramaḍān."
Wie op de dag van ʿĀshūrāʾ eet, moet de rest van de dag vasten
695 – Van Salamah bin al-Akwaʿ (رضي الله عنه): "An-Nabie (صلى الله عليه وسلم) stuurde een man om op de dag van ʿĀshūrāʾ de mensen te verwittigen: 'Wie eet, laat hem de rest van de dag vastend doorbrengen. En wie (tot nu toe) niet heeft gegeten, laat hem dan niet eten.'
696 – Van Ar-Rubayʿah bint Muʿawidh (رضي الله عنها): "An-Nabie (صلى الله عليه وسلم) stuurde op de ochtend van ʿĀshūrāʾ boodschappen naar de dorpen van de Anṣār: 'Wie de dag met iftār is begonnen (m.a.w. heeft gegeten), laat hem de rest van de dag niet eten en drinken. En wie vastend de ochtend is begonnen, laat hem de rest van de dag vasten.' Daarna vastten wij ʿĀshūrāʾ altijd, en wij lieten onze kinderen ook vasten. Wij gaven hen een speeltje van wol en wanneer een van hen begon te huilen van de honger, gaven wij hem dat totdat het tijd was om (het vasten) te breken."
Het verbod op het vasten op de dagen van `Iedu’l Fitr en `iedu’l-ʿAḍḥā
697 – Van ʿUmar ibn al-Khaṭṭāb (رضي الله عنه), hij zei: "Deze twee dagen zijn de dagen waarop Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) het vasten verbood: de dag van na jullie vasten, `Iedu’l Fitr, het feest na de vastenmaand, en de andere dag waarop jullie van jullie offerdieren eten ( `Iedu’l ʿAḍḥā)."
698 – Van Abū Saʿīd al-Khudrī (رضي الله عنه): an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) zei: "Er mag niet gevast worden op twee dagen: de dag van het Fitrfeest ( `Iedu’l Fitr) en de dag van het Offerfeest (`iedu’l-ʿAḍḥā)."
699 – Van Ibn ʿUmar (رضي الله عنهما) via Ziyād ibn Jubayr, hij zei: "Een man kwam naar Ibn ʿUmar en zei: 'Een man heeft een belofte gedaan om een dag te vasten, en ik denk dat hij bedoelt op een maandag, maar het valt samen met een feestdag.' Toen zei Ibn ʿUmar: 'Allah heeft bevolen dat men zijn belofte moet nakomen, maar an-Nabie(صلى الله عليه وسلم) verbood om op deze dag te vasten.'"
Het afkeuren van alleen op vrijdag vasten.
700 – Van Jābir (رضي الله عنه) via Muḥammad ibn ʿAbbād, die zei: "Ik vroeg Jābir (رضي الله عنه): Heeft 'an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) vasten op vrijdag verboden?' Hij antwoordde: 'Ja.'
701- Van Abū Hurayrah (رضي الله عنه): "Ik hoorde an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) zeggen: 'Laat niemand van jullie op vrijdag vasten, behalve als hij op de dag ervoor of de dag erna vast.'
Uitleg over de afschaffing van het vers: "En voor degenen die het kunnen volhouden, een boetedoening (fidyah)" door het vers "En wie van jullie de maand (Ramaḍān) meemaakt, laat hem dan vasten."
702 – Van Salamah ibn’l Akwā’ (رضي الله عنه), hij zei: "Toen de vers werd geopenbaard: وَعَلَى ٱلَّذِينَ يُطِيقُونَهُۥ فِدۡيَةٞ طَعَامُ مِسۡكِينٖۖ Er is een boetedoening (fidyah) voor degenen die niet kunnen vasten (door ouderdom ziekte of reizen) (Baqarah 184),' konden degenen die wilden breken en een fidyah geven, dat doen, totdat het vers (Baqarah 185) werd geopenbaard dat het daarna kwam en dat het het vorige vers afschafte (naskh)."
[ فَمَن شَهِدَ مِنكُمُ ٱلشَّهۡرَ فَلۡيَصُمۡهُۖ وَمَن كَانَ مَرِيضًا أَوۡ عَلَىٰ سَفَرٖ فَعِدَّةٞ مِّنۡ أَيَّامٍ أُخَرَۗ يُرِيدُ ٱللَّهُ بِكُمُ ٱلۡيُسۡرَ وَلَا يُرِيدُ بِكُمُ ٱلۡعُسۡرَ وَلِتُكۡمِلُواْ ٱلۡعِدَّةَ Dus wie van jullie de nieuwe maan (van de eerste nacht) van de maand Ramaḍān ziet, moet die maand vasten en iedereen die ziek of op reis is, moet hetzelfde aantal dagen inhalen op andere dagen. (Baqarah 185)]
Het inhalen van het vasten van Ramaḍān in (de maand) Shaʿbān.
703 - ʿĀ'ishah (رضي الله عنها) zei: "Ik had een vasten-schuld van de Ramaḍān in te halen(qadā’), maar ik was niet in staat om het in te halen, behalve (het jaar daarop) in (de maand) Shaʿbān."
Het inhalen van vasten voor een overledene
704 – VanʿĀishah (رضي الله عنها): Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) zei: "Wie sterft en nog vasten-schuld heeft, dan vast degene die achterblijft voor hem."
705 - Ibn ʿAbbās (رضي الله عنهما) zei: "Een man kwam naar an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) en zei: 'O Rasûlullah, mijn moeder is overleden en zij had een maand vasten-schuld. Moet ik het voor haar inhalen (qadā’)?' Hij zei: 'Ja.' Hij zei toen: 'De schuld (fidyah) bij Allah is meer rechtvaardig om in te halen.'"
Het beschermen van de tong voor de vastende
706 – Van Abû Hurayrah (رضي الله عنه): "Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) zei: 'Vasten is een bescherming (tegen het vuur van de Hel). Laat hem (de vastende) niet slecht praten, en laat hem niet onbeschoft gedragen. Als iemand hem aanvalt of beledigt, laat hem dan twee maal: 'Ik ben vastend,' zeggen. Bij degene in Wiens Hand mijn ziel is, de geur uit de mond van de vastende is beter bij Allahu Ta`ala dan de geur van musk. (Allahu Ta`ala zegt): Hij laat zijn eten, drinken en seksuele verlangens achterwege voor Mij. Het vasten is voor Mij, en Ik zal het belonen. En elke goede daad wordt tien keer vermenigvuldigd.'
[Goede daden worden beloond met tienvoudige beloning. Deze uitspraak is bevestigd in de Qur’aan: مَن جَآءَ بِٱلۡحَسَنَةِ فَلَهُۥ عَشۡرُ أَمۡثَالِهَاۖ وَمَن جَآءَ بِٱلسَّيِّئَةِ فَلَا يُجۡزَىٰٓ إِلَّا مِثۡلَهَا وَهُمۡ لَا يُظۡلَمُونَ ١٦٠Iedereen die een goede daad verricht zal tien maal daarvan de prijs krijgen en iedereen die een slechte daad verricht zal slechts de vergelding van het gelijkwaardige krijgen en hen zal geen onrecht aangedaan worden. (al-An`aam: 6/160)]
De deugden van het vasten
707 - Van Abû Hurayrah ( رضي الله عنه): Rasûlullah صلى الله عليه وسلم zei: Allah zei: "Alle daden van de kinderen van Adam zijn voor hen, behalve het vasten, want dat is voor Mij en Ik beloof de beloning ervoor. Het vasten is een schild (tegen het vuur van de Hel). Laat niemand van jullie die vast schelden of ruzie maken. Als iemand hem beledigt of met hem wil vechen, moet hij zeggen: 'Ik ben een vastende persoon.' Bij Degene in Wiens Hand de ziel van Muhammed ligt, de geur uit de mond van de vastende is beter bij Allah dan de geur van musk.
De vastende heeft twee vreugden: wanneer hij iftār nuttigt, is hij blij, en wanneer hij (op de Dag des Opstanding) zijn Rab ontmoet, is hij blij met zijn vasten."
708 - Van Sahl (رضي الله عنه): An-Nabie (صلى الله عليه وسلم) zei: "In het Paradijs is er een poort genaamd Ar-Rayyān, waardoor de vastenden op de Dag der Opstanding zullen binnengaan. Niemand anders zal erdoor binnengaan. Er zal worden geroepen: 'Waar zijn de vastenden?' Dan zullen zij opstaan en binnengaan. Zodra zij zijn binnengegaan, wordt de poort gesloten, en niemand anders zal erdoor binnengaan."
De deugd van het vasten op weg van Allah ijveren voor degene die het kan zonder schade of het verwaarlozen van rechten (van mensen).
709 - Van Abie Sa`ied (رضي الله عنه): Ik hoorde an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) zeggen: "Wie op weg van Allah strijdt en daarbij een dag vast, Allah zal zijn gezicht zeventig jaar ver van het Vuur houden."
Het eten, drinken en geslachtsgemeenschap van iemand die vergeet, verbreekt het vasten niet.
710 - Van Abū Hurayrahh (رضي الله عنه): an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) heeft gezegd:"Als iemand uit vergeetachtigheid eet en drinkt, laat hij dan zijn vasten voltooien, want het is Allah die hem te eten en te drinken heeft gegeven."
Het vasten van an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) buiten Ramaḍān en de aanbeveling om geen enkele maand zonder vasten te laten voorbijgaan.
711 - Van ʿĀʾishah (رضي الله عنها): Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) vastte (sommige maanden) zoveel dat wij dachten dat hij niet zou stoppen met (nafilah) vasten, en hij brak zijn vasten zoveel dat wij dachten dat hij niet zou (nafilah) vasten. Ik heb Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) nooit een volledige maand zien vasten, behalve Ramaḍān, en ik heb hem nooit meer zien (nafilah) vasten in een maand dan in Sha`ban.
712 - Van ʿĀʾishah (رضي الله عنها): an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) vastte nooit in een maand meer dan Sha`ban, want hij vastte de hele maand Sha`ban. En hij zei: Neem taken op je die binnen je vermogen liggen, want uiteindelijk raken jullie vermoeid maar Allah raakt mooit vermoeid.' En de meest geliefde ṣalāh bij an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) was wat hij continu verrichtte, zelfs als het weinig was. En wanneer hij een ṣalāh verrichtte, bleef hij het volhouden.
713 - Van Ibn 'Abbās (رضي الله عنهما): an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) heeft nooit een volledige maand gevast, behalve de maand Ramaḍān. Hij vastte zo lang dat men zei: 'Bij Allah, hij vast aan een stuk door.' En hij vasten een heel tijd niet dat men zei: 'Bij Allah, hij zal niet vasten.'
Verbod op continu vasten voor degene die er schade van ondervindt, of het recht van (mensen) schendt, of doorgaat met het vasten (ook) op de twee feesten (Eidsen Tashrieqdagen). En de deugd van om de dag vasten.
715 – Abdullah ibn Amr ibn al-`Aas (رضي الله عنهما): "Rasûlullah صلى الله عليه وسلم werd geïnformeerd dat ik zei: 'Bij Allah, ik zal de dag vasten en de nacht ṣalāh verrichten zolang ik leef.' Ik zei tegen hem: 'Ik heb het gezegd, moge mijn vader en moeder voor jou opgeofferd worden.' Rasûlullah صلى الله عليه وسلم zei: 'Jij kunt dat niet volhouden. Vasten soms en verbreek het soms. Verricht ṣalāh in een gedeelte van de nacht en slaap het andere gedeelte. Vast drie dagen per maand, want elke goede daad wordt door Allah beloond met tien goede daden, en dat is gelijk aan het vasten van het hele jaar.' Ik zei: 'Ik kan meer dan dat aan.' Hij zei: 'Vast één dag en verbreek twee dagen.
Ik zei: 'Ik kan meer dan dat aan.' Hij zei: Vast om de dag, dat is het vasten van Dawood عليه السلام, en het is het voortreffelijkste vasten.' Ik zei: 'Ik kan meer dan dat aan.' Rasûlullah صلى الله عليه وسلم zei: 'Er is geen beter vasten dan dat.'
715 - Van Abdullah ibn Amr ibn al-`Aas (رضي الله عنهما): Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) zei tegen mij: "O Abdullah, is het mij niet ter ore gekomen dat jij overdag vast (nafilah) en 's nachts aanbidding (nafilah ṣalāh) verricht?" Ik zei: "Jawel, o Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم)." Hij zei: "Doe dat niet! Vast en verbreek je vasten, aanbid soms en slaap soms. Want jouw lichaam heeft recht op jou, jouw ogen hebben recht op jou, jouw echtgenote heeft recht op jou en jouw bezoeker heeft recht op jou. Het is voldoende voor jou om drie dagen in een maand te vasten, want elke goede daad wordt tien keer beloond, en dat is alsof je het hele jaar vast."Ik hield echter voet bij stuk, dus werd het mij streng opgelegd.Ik zei: "O Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم), ik kan meer dan dit aan." Hij zei: "Vast zoals de vasten van an-Nabie Allah Dāwûd (عليه السلام) en doe niet meer dan dat." Ik vroeg: "Wat was de vasten van an-Nabie Allah Dāwûd (عليه السلام)?" Hij antwoordde: "Hij vastte de helft van de tijd (één dag vasten en één dag niet)."Na verloop van tijd, toen hij ouder werd, zei Abdullah: "Had ik maar de verlichting van an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) geaccepteerd."
716 - Van Abdullah ibn Amr (رضي الله عنهما): Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) zei: "Lees de Qur'aan in een maand uit." Ik zei: "Ik kan meer dan dit doen." Uiteindelijk zei hij: "Lees het in zeven dagen uit en ga daar niet overheen."
717 - Van Abdullah ibn Amr ibn al-`Aas (رضي الله عنهما): Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) zei tegen mij: "O Abdullah, wees niet zoals die-en-die. Hij stond 's nachts op voor de (tahajjud) ṣalāh en liet daarna het (opstaan voor de ṣalāh) achterwege."
718 - Van Abdullah ibn Amr ibn al-`Aas (رضي الله عنهما): Het bereikte an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) dat ik onafgebroken vastte en 's nachts (Allah) aanbad. Ofwel stuurde hij iemand naar mij, ofwel ontmoette ik hem, en hij zei: "Is het niet aan mij verteld dat jij vast zonder te onderbreken en bidt zonder rust? Vast en verbreek je vasten, sta op voor ṣalāh en slaap, want jouw ogen hebben recht op rust, en jouw nafs en jouw familie hebben recht op jou."Hij (Abdullah) zei: " Ik kan meer dan dit aan." Hij zei: "Vast zoals Dāwūd (عليه السلام) vastte."Ik vroeg: "Hoe was dat?" Hij zei: "Hij vastte één dag en brak de vasten de volgende dag, en hij vluchtte niet van de strijd als hij vijanden ontmoette."Hij (Abdullah) zei: "O Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم)!
Wie staat voor mij garant wat betreft deze eigenschap van Daawoed (عليه السلام), vooral met betrekking tot het niet vluchten uit de strijd?"‘Ataa’ (een van de overleveraars) zei: "Ik weet niet hoe hij het vasten voor altijd (ṣiyām al-abad) noemde." An-Nabie (صلى الله عليه وسلم) zei: "Degene die elke dag vast, heeft in feite niet gevast.," en hij herhaalde dit twee keer.
719 – Van Abdullah ibn Amr ibn al-`Aas (رضي الله عنهما): An-Nabie (صلى الله عليه وسلم) zei tegen mij: "Ben jij degene die het hele jaar vast en de nachten doorbrengt met het verricht van ṣalāh." Ik zei: "Ja."Hij zei: "Als je dat doet, zullen je ogen moe worden en je ziel uitgeput raken. Degene die het hele jaar vast, heeft in feite niet gevast. Het vasten van drie dagen per maand staat gelijk aan het vasten van het hele jaar."Ik zei: "Maar ik kan meer dan dat aan."Hij zei: "Vast zoals de vasten van Dāwūd (عليه السلام). Hij vastte één dag en brak het vasten de volgende dag. En hij vluchtte niet wanneer hij de vijand ontmoette."
720 – Van Abdullah ibn Amr ibn al-`Aas (رضي الله عنهما): Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) zei tegen hem: "De meest geliefde ṣalāh bij Allah is de ṣalāh van Dāwūd (عليه السلام), en het meest geliefde vasten bij Allah is de vasten van Dāwūd. Hij sliep de helft van de nacht, stond op voor een derde ervan en sliep weer een zesde ervan. Hij vastte één dag en brak het vasten de volgende dag."
721 – Van Abdullah ibn Amr ibn al `Aas (رضي الله عنهما): Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) hoorde over mijn vasten en kwam bij mij binnen. Ik legde een kussen van leer, gevuld met vezels, voor hem neer.
Hij ging op de grond zitten, terwijl het kussen tussen mij en hem in lag.Hij zei: "Is het niet voldoende voor jou om drie dagen in de maand te vasten?"Ik zei: "O Rasûlullah, maar ik kan meer dan dat aan.Hij zei: "Dan vijf dagen in de maand te vasten?"Ik zei: "O Rasûlullah, maar ik kan meer dan dat aan.Hij zei: "Dan zeven dagen in de maand te vasten?"Ik zei: "O Rasûlullah, maar ik kan meer dan dat aan.Hij zei: "Dan negen dagen in de maand te vasten?"Ik zei: "O Rasûlullah, maar ik kan meer dan dat aan.Hij zei: "Elf dagen in de maand te vasten?"Daarna zei an-Nabie (صلى الله عليه وسلم): "Er is geen vasten beter dan de vasten van Dāwūd (عليه السلام): de helft van het jaar – vast één dag en verbreek het vasten de volgende dag."
Vasten in de maand Sha`baan
722 – Van ʿImrān ibn Ḥuṣayn (رضي الله عنه): an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) vroeg hem, of een man vroeg terwijl ʿImrān luisterde: "O Abū [zo-en-zo], heb je de Sarar (laatste dagen) van deze maand gevast?"Hij (overleveraar Abû Nu`mān) zei: "Bedoel je de maand Ramaḍān?"De man antwoordde: "Nee, o Rasûlullah."Daarop zei hij (صلى الله عليه وسلم): "Als je niet hebt gevast vast dan twee dagen daarvoor in de plaats.
De voortreffelijkheid van Laylat al-Qadr, de aansporing om haar te zoeken, haar plaats en de meest waarschijnlijke tijdstippen om haar te vinden
723 Van ʿAbdullāh ibn ʿUmar (رضي الله عنهما): Sommige metgezellen zagen in hun dromen Laylat al-Qadr in de laatste zeven nachten van Ramaḍān.
An-Nabie (صلى الله عليه وسلم) bevestigde deze dromen en zei: "Ik zie dat jullie dromen overeenkomen over (het plaatsvinden van) Laylat al-Qadr in de laatste zeven nachten. Wie Laylat al-Qadr zoekt, laat hem dan in de laatste zeven nachten zoeken."
724 – Van Abū Saʿīd (رضي الله عنه): "Wij verrichtten met an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) iʿtikāf (afzondering in de moskee) in de middelste tien dagen van Ramaḍān. Op de ochtend van de twintigste dag kwam hij naar de preekstoel en hield een toespraak (khutba), waarin hij zei: ‘Mij is Laylat al-Qadr getoond, maar ik ben het vergeten of het is mij doen vergeten. Zoek haar in de laatste tien nachten, in de oneven nachten. En ik zag in mijn droom dat ik in water en modder neerknielde (sajdah).’Wie met Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) iʿtikāf heeft verricht, laat hem terugkeren (voor de laatste tien nachten).’Dus keerden wij terug (na de khuba ), terwijl wij in de lucht geen enkel wolkje zagen. Vervolgens kwam er een wolk, en het regende totdat het dak van de moskee (dat van palmtakken was gemaakt) begon te lekken. De `iqamah werd opgeroepen en ik zag Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) neerknielen(sajdah) in het water en de modder, tot ik de afdruk van de modder op zijn voorhoofd zag."
725 – Van Abū Saʿīd al-Khudrie (رضي الله عنه): "An-Nabie (صلى الله عليه وسلم) verbleef in de middelste tien dagen van Ramaḍān (in iʿtikāf).
Wanneer de twintigste nacht voorbij was en hij de eenentwintigste nacht inging, keerde hij terug naar zijn huis en degenen die met hem iʿtikāf verrichtten, keerden ook terug (naar hun huis).In een bepaalde maand (Ramaḍān) bleef hij echter in iʿtikāf op de nacht waarin hij normaal gesproken terugkeerde naar huis. Vervolgens hield hij een toespraak (khutba) tot de mensen en droeg hen op wat Allah wilde. Daarna zei hij: ‘Ik verrichtte eerder iʿtikāf in deze middelste tien dagen, maar nu heb ik openbaring ontvangen iʿtikāf te verrichten in de laatste tien dagen. Wie met mij iʿtikāf heeft verricht, laat hem zijn verblijf (masjid) niet verlaten.Mij is de Laylat al-Qadr getoond, maar ik ben hem vergeten. Zoek hem in de laatste tien nachten en zoek hem op in de oneven nachten. Ik zag in mijn droom dat ik neerknielde in water en modder.’Toen an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) deze woorden uitsprak, viel er die nacht hevige regenval. Op de eenentwintigste nacht van Ramaḍān stroomde het regenwater door het dak van de moskee naar de plek waar an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) zijn ṣalāh verrichtte. Ik zag an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) met mijn eigen ogen en keek naar hem. Toen hij de ṣalāh van aṣ-ṣubḥ (ochtendgebed) beëindigde, was zijn voorhoofd bedekt met modder en water.
726 – VanʿĀʾishah (رضي الله عنها):"Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) verrichtte iʿtikāf (in de moskee) gedurende de laatste tien dagen van Ramaḍān en zei: 'Zoek Laylat al-Qadr in de laatste tien nachten van Ramaḍān.'"
Het Boek van Iʿtikāf
Iʿtikāf in de laatste tien dagen van Ramaḍān
727 - Van ʿAbdullah bin ʿUmar (رضي الله عنهما): Rasûlullah صلى الله عليه وسلم verrichtte iʿtikāf in de laatste tien dagen van Ramaḍān.
728 - Van ʿĀʾishah (رضي الله عنها), de echtgenote van an-Nabie صلى الله عليه وسلم:An-Nabie صلى الله عليه وسلم verbleef in iʿtikāf in de laatste tien dagen van Ramaḍān, totdat Allah (zijn roeh) wegnam. Daarna verrichtten zijn echtgenotes iʿtikāf (in hun huizen) na hem.
Wanneer betreedt degene die iʿtikāf wil verrichten zijn plek van iʿtikāf?
729 - Van ʿĀʾishah (رضي الله عنها): "An-Nabie (صلى الله عليه وسلم) verrichtte iʿtikāf in de laatste tien dagen van Ramaḍān. Ik zette een wollen tent (in de moskee ruimte) voor hem op. Vervolgens verrichtte hij de ṣubḥ-ṣalāh en betrad daarna zijn tent. Ḥafṣa vroeg ʿĀʾishah om toestemming om ook een tent op te zetten, waarop zij haar toestemming gaf, en dus zette Ḥafṣa een tent (in de moskee ruimte) op. Toen Zaynab bint Jaḥsh dit zag, zette zij ook een andere tent op. Toen an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) de volgende ochtend de tenten zag, vroeg hij: 'Wat is dit?' Men informeerde hem (dat het de tenten van Ḥafṣa en Zaynab waren), waarop an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) zei: 'Denken jullie dat het goedheid is wat zij hiermee beogen?' Vervolgens liet hij in die maand de iʿtikāf achterwege en verrichtte hij iʿtikāf gedurende tien dagen van Shawwāl."
Zich extra inspannen in de laatste tien dagen van de maand Ramaḍān
730 - Van ʿĀʾishah رضي الله عنها:Zij zei: Wanneer de laatste tien (dagen) begonnen, bracht an-Nabie صلى الله عليه وسلم zijn nachten door met aanbidding en wekte zijn familie voor (aanbidding).