"Het Boek van de Mysteriën van de Haj"
De deugdzaamheid van de Haj, de deugdzaamheid van de Bayt (de Ka`bah) en Makkah, en de deugdzaamheid van al-Madienah al-Munawwara. De voorwaarden voor het verplicht zijn van de Haj, de pilaren en verplichte handelingen, de geldigheid ervan en de verboden.
De volgorde van uiterlijke handelingen die moeten worden verricht vanaf het begin van de Haj-reis tot aan de terugkeer naar het thuisland.
De verfijnde etiquette van de Haj en de innerlijke daden van aanbidding.
Inleiding
Alle lof behoort aan Allah, die het woord van tawhied (eenheid van Allah) een toevluchtsoord voor Zijn dienaren heeft gemaakt en de Bait al-‘Atieq (de Ka`bah) een centraal punt van toevlucht. Allahu Ta`âlâ heeft de Bait al-‘Atieq in Zijn Genade en Eer met Zichzelf verbonden (door ‘Mijn Huis’te noemen). Hij heeft het bezoek/tawaaf (gewijde staat) aan de Ka`bah tot een bescherming en schild gemaakt tussen Zijn dienaren en Zijn straf. Moge de zegeningen en vrede van Allah zijn met an-Nabie صلى الله عليه وسلم, de Boodschapper van barmhartigheid en de leider van de ummah (moslim gemeenschap), en met zijn familie, de edelen van het volk, en zijn metgezellen, de gidsen van de waarheid.
Weet dat de Haj een van de pijlers en fundamenten van de Islaam is. Het is de aanbidding van een maal in mensenleven uitgevoerd moet worden, het sluitstuk van goede daden en de voltooiing van de Islaam. Haj is de perfectie van de Allahsdienst (ad-dien):ٱلۡيَوۡمَ أَكۡمَلۡتُ لَكُمۡ دِينَكُمۡ وَأَتۡمَمۡتُ عَلَيۡكُمۡ نِعۡمَتِي وَرَضِيتُ لَكُمُ ٱلۡإِسۡلَٰمَ دِينٗاۚ
…Vandaag heb Ik de Allahsdienst voor jullie voltooid en Mijn gunst voor jullie volmaakt en heb de Islaam voor jullie als Allahsdienst gekozen…(Ma’ida: 3)
Over de Haj heeft Rasûlullah صلى الله عليه وسلم gezegd:"Wie in staat is de Haj te verrichten maar dat nalaat, kan sterven als een jood of christen." (Overgeleverd door Tırmizie, Darimie, Beyhaqie)
Hoe groot is deze aanbidding, want zonder haar mist de Islaam haar perfectie, en degene die in staat is om deze aanbidding te verrichten maar deze nalaat, is in dwaling gelijk aan de joden en christenen. Daarom is het van het grootste belang om de menselijke capaciteit te richten op het begrijpen van deze aanbidding en om uitleg te geven over haar verplichtingen, handelingen, voorschriften, deugden en mysteries. Dit alles zal, met de hulp van Allah, in drie delen worden uitgelegd:
Eerste deel: De deugden van de Haj, Makkah en de Bait al/-‘Atieq (Ka`bah), en de verplichtingen (roekoen) en voorwaarden (woejoeb) van de Haj.Tweede deel: De volgorde van uiterlijke handelingen vanaf het begin van de Haj reis tot de terugkeer van Haj.Derde deel: De fijne etiquette (aadaab), mysteriën en innerlijke handelingen van deze aanbidding.
EERSTE DEELDit deel bestaat uit twee secties.
Eerste Sectie
Deze sectie bestaat uit twee delen:Het eerste deel: De deugden van de Haj, de Ka`bah, Makkah, Madienah en het bezoeken van deze heilige plaatsen.
I. De deugden van de Haj
وَأَذِّن فِي ٱلنَّاسِ بِٱلۡحَجِّ يَأۡتُوكَ رِجَالٗا وَعَلَىٰ كُلِّ ضَامِرٖ يَأۡتِينَ مِن كُلِّ فَجٍّ عَمِيقٖ ٢٧
En verkondig aan de mensheid de Haj. Zij zullen te voet en op elke magere kameel naar jou komen, zij zullen van diepe en verre bergpassen komen.(Haj: 22/27)
Qatada zegt: Allahu Ta`âlâ , gebood Zijn dienaar en profeet Ibrahiem عليه السلام om aan alle mensen de oproep tot de Haj te doen. Ibrahiem عليه السلام (a.s.) begon deze oproep en zei: "O mensen! Allahu Ta`âlâ heeft een huis (laten) gebouwd; bezoek het!"
Allahu Ta`âlâ , verklaart de wijsheid van de Haj in de Qur’aan als volgt:لِّيَشۡهَدُواْ مَنَٰفِعَ لَهُمۡDat (de aanwezigen) mogen getuigen van de (vele) voordelen (Haj: 22/28)
Sommige geleerden hebben uitgelegd dat met deze voordelen zowel wereldlijke handelswinst in het seizoen van de Haj als beloning in het Hiernamaals wordt bedoeld.
Toen een geleerde uit de salaf (vroegere generaties) deze uitleg hoorde, zei hij: "Bij de Rab (Heer) van de Ka`bah, de pelgrims zijn vergeven."
Sommige geleerden hebben bij de uitleg van het vers:قَالَ فَبِمَآ أَغۡوَيۡتَنِي لَأَقۡعُدَنَّ لَهُمۡ صِرَٰطَكَ ٱلۡمُسۡتَقِيمَ ١٦Hij (Iblies) zei: “En omdat U mij hebt doen dwalen, zal ik hen (de kinderen van Adam) belemmeren op het rechte Pad (dat naar U leidt). (A’raf:7/16)opgemerkt dat dit pad (siratim Mustaqiem) verwijst naar de weg naar Makkah (Haj). Ze zeggen dat Iblis op deze weg gaat zitten om de mensen ervan te weerhouden deze route te nemen en de Haj te verrichten.
An-Nabie صلى الله عليه وسلمzei: ‘Wie het Huis (de Ka`bah) bezoekt zonder obscene taal te gebruiken of zich over te geven aan verdorvenheid, keert terug als op de dag dat zijn moeder hem baarde, gereinigd van zonden’. (Boekhari en Moeslim, (overgeleverd door Abu Hurayrah (رضي الله عنه)
‘Shaytaan wordt op de dag van Arafah nooit zo vernederd, ellendig, veracht en boos gezien als op die dag’. (Imam Malik, (van ibn Abie Ablah (رضي الله عنه) De reden voor deze toestand van shaytaan is dat hij de genade van Allah voor de bedevaartgangers (op de Dag van Arafa) aanschouwt en ziet hoe Allah grote zonden vergeeft.
‘Voor sommige zonden is alleen al het staan op de Arafat-berg een verzoening’. (Ja‘far ibn Muhammad heeft deze uitspraak toegeschreven aan an-Nabie ﷺ. (Imam Abdurrahîm b. Huseyn Hâfîz al-Iraqi (de geleerde die dit boek heeft voorzien van hadieth kritiek) geeft aan dat hij deze bron niet heeft kunnen verifiëren)
Een van de dienaren die dicht bij Allah staan (muqarrabien), vertelt:Op Arafah verscheen Iblies mij in de gedaante van een mens. Wat ik zag was een extreem magere gestalte, met een bleek gezicht, tranende ogen en een kromme rug. Ik vroeg hem:– O Iblies! Wat doet je huilen?– De bedevaartgangers trekken op naar hun Arafa zonder enige wereldse bedoeling. Ik vrees dat Allah hen niet teleur zal stellen en zal aanvaarden. Dit maakt mij bedroefd en doet mij huilen.– Wat heeft je zo verzwakt?– Als de paarden op weg van Allah hinniken, terwijl ze op mijn weg hadden kunnen worden ingezet, zou dat mij meer plezier hebben gedaan.- Wat maakt je kleur zo bleek?- Het wederzijdse helpen van de gemeenschap in aanbidding. Als zij elkaar hadden geholpen in zonden, zou dat mij liever zijn geweest.- Wat heeft je rug krom gemaakt?- De doe`ah van de dienaar aan Allah: "O mijn Heer (Rab), ik vraag U om een goede afloop." Ik wacht altijd op het moment waarop een dienaar trots wordt op zijn goede daden, en ik vrees dat hij mijn valstrik doorziet en het vermijden van trots verkiest.
Over de verdienste van de Haj zei an-Nabie صلى الله عليه وسلم:Wie zijn huis verlaat voor de Haj of `Umrah en onderweg overlijdt, voor hem wordt jaarlijks, tot de Dag des Oordeels, de beloning van een Haj enuomrah opgeschreven.
Wie in Makkah of Madienah sterft, zal niet op het vlakte van de Wederopstanding verschijnen noch rekenschap afleggen. Tegen hem wordt gezegd: "Ga het Paradijs binnen." (Overgeleverd door al-Bayhaqi (gedeelte van Abu Hurayrah (رضي الله عنه) en al-Daraqutnie (gedeelte van Aisha) (رضي الله عنها) ; beide versies zijn zwakke ahadieth)
‘Een aanvaardde Haj (mabroer) is beter dan de wereld en alles wat erin is. De beloning van een aanvaardde Haj is het Paradijs’.(Overgeleverd door Muslim en Bukhari (van Abu Hurayrah (رضي الله عنه) .
‘Degene die met de intentie van Haj of `Umrah reist, behoort tot het volk van Allah en zijn Zijn gasten. Als zij iets van Allah vragen, schenkt Hij het hun. Als zij tot Hem bidden, aanvaardt Hij hun gebeden. Als zij bemiddelen (voor iemand), wordt hun bemiddeling geaccepteerd’. (Overgeleverd door Boekhari (van Abu Hurayrah (رضي الله عنه) .
In een overlevering via de Ahl al-Bayt (familie van an-Nabie) wordt gezegd:‘De grootste zondaar is degene die bij de berg van Arafat staat en denkt dat Allahu Ta`âlâ hem niet heeft vergeven.’(Overgeleverd door al-Khatib in al-Muttafaq wa'l-Muftaraq en al-Daylami in Musnad al-Firdaws, met een zwakke keten van overlevering.)Ibn ‘Abbas (ra) heeft van an-Nabie صلى الله عليه وسلم overgeleverd:‘Elke dag dalen er op dit Huis (de Ka`bah) 120 genades neer: 60 voor de bezoekers, 40 voor degenen die salaahverrichten en 20 voor degenen die enkel kijken (naar Ka`bah)."(Overgeleverd door Ibn Hibban en al-Bayhaqie (van Ibn ‘Abbas) met een goede (hasan) keten)
Bezoek het Huis (de Ka`bah) vaak door de tawaaf (rondgang) te verrichten.
Want op de Dag des Oordeels zal tawaaf het grootste goedheid zijn dat je op je bladzijden van goede daden zult vinden. Het zal de meest winstgevende daad zijn.’Overgeleverd door Ibn Hibban en al-Hakim (van Ibn ‘Umar((رضي الله عنه)
Vanwege dit mysterie is het aanbevolen (mustahaab) om de Ka`bah te bezoeken zonder dat Haj of `Umrah wordt verricht. In een andere overlevering wordt gezegd:‘Wie zonder blote voeten en met een kaal hoofd zeven keer achter elkaar de Tawaaf verricht, krijgt de beloning van het bevrijden van een slaaf. Wie in regenachtig weer de Ka`bah zeven keer bezoekt, worden zijn vroegere zonden vergeven.’(De overlevering is door imaam Abdurrahîm b. Huseyn Hâfîz al-Irāqī nergens in deze bewoordingen gevonden, maar met een andere formulering van Ibn ‘`Umar (رضي الله عنه) in Tirmizī en Ibn Mājah.)
Er wordt gezegd dat als Allahu Ta`âlâ op de Dag van Arafat een zonde van een dienaar vergeeft, Hij ook de zonden van anderen die dezelfde zonde hebben begaan, zal vergeven.
Een van de geleerden uit de Salaf zei: “Als de Dag van Arafat samenvalt met de vrijdag, dan zal Allahu Ta`âlâ iedereen op Arafat vergeven. Het is de meest deugdzame dag van het jaar. Op deze dag heeft an-Nabie صلى الله عليه وسلم zijn afscheidsHaj verricht.”Overgeleverd door Muslim en al-Bukhārī (van`Umar (رضي الله عنه) .
Tijdens het afscheidsHaj van an-Nabie صلى الله عليه وسلمwerd het volgende vers geopenbaard:ٱلۡيَوۡمَ أَكۡمَلۡتُ لَكُمۡ دِينَكُمۡ وَأَتۡمَمۡتُ عَلَيۡكُمۡ نِعۡمَتِي وَرَضِيتُ لَكُمُ ٱلۡإِسۡلَٰمَ دِينٗاۚVandaag heb Ik de Allahsdienst voor jullie voltooid en Mijn gunst voor jullie volmaakt en heb de Islaam voor jullie als Allahsdienst gekozen. (Mā’idah, 5/3)
De mensen van het Boek (de Joden en Christenen) zeiden: “Als dit vers voor ons was geopenbaard, zouden wij die dag als een feestdag beschouwen.” Daarop zei `Umar (رضي الله عنه) : “Ik getuigen voor Allah dat dit vers werd geopenbaard op de dag dat zowel Arafat als vrijdag samenvielen. Dit was de dag waarop an-Nabie صلى الله عليه وسلم op Arafat stond.”
An-Nabie صلى الله عليه وسلم verrichtte eens doe`ah:“O Allah! Vergeef de pelgrims en degenen voor wie de pelgrims bidden!’Overgeleverd door al-Ḥākim (van Abu Hurayrah (رضي الله عنه)
Er wordt overgeleverd dat Ali b. Muvaffak namens an-Nabie صلى الله عليه وسل صلى الله عليه وسلم meerdere keren de Haj had verricht. Hij vertelt: “Ik zag an-Nabie صلى الله عليه وسلم in mijn droom. Hij zei tegen me:- O zoon van Muvaffak! Heb jij voor mij meerdere keren de Haj verricht?- Ja, o Rasûlullâh! Ik heb de Haj namens jou verricht.- Heb jij in mijn plaats talbiyya ('Labbayk' gezegd)?- Ja, o Rasûlullâh! Ik zei 'Labbayk' in jouw plaats.- Ik zal je voor deze daad belonen op de Dag des Oordeels.
Op de dag van het verzamelen zal ik je hand vasthouden en je meenemen naar het Paradijs, terwijl de mensheid in angst verkeert vanwege hun verantwoording.”
Mujahid en andere geleerden hebben gezegd: “Wanneer pelgrims in Makkah arriveren, begroeten de engelen de kamelenrijders met de salâm, schudden de handen van de ezelrijders en omarmen de mensen die te voet komen.”
Hasan al-Basri zei: “Wie sterft aan het einde van de maand Ramadân, tijdens een oorlog of aan het einde van de Haj, sterft als een martelaar.”
`Umar (رضي الله عنه) zei: “Wie de Haj verricht heeft, zijn zonden worden vergeven. Degene die de Haj heeft verricht, zal tijdens de maanden Zilhijja, Muharram, Safar en de eerste twintig dagen van Rabī' al-Awwal voor anderen om vergeving vragen, zullen ook vergeven worden.”
Het is een gewoonte (sunnah) van de Salaf (de vroege deugdzame voorgangers) om degenen die naar de oorlog gingen uit te zwaaien. De pelgrims te ontmoeten bij aankomst van de Haj, hen tussen de ogen te kussen en vragen hen om voor ze doe`ah te doen. Ze deden dit allemaal voordat de pelgrims zich met zonden bevuilden.
Ali b. Muvaffak vertelt: “Op een keer ging ik op Haj. Op de nacht van Arafah sliep ik in de Masjid al-Khayf bij Mina. In mijn droom zag ik twee engelen met groene gewaden die uit de hemel daalden. De ene zei tegen de andere:O dienaar van Allah!Ja, o dienaar van Allah!Weet je hoeveel pelgrims dit jaar het Huis van onze Rab hebben bezocht en hoeveel hun Haj is geaccepteerd?Nee, dat weet ik niet!Zes van hen is hun Haj geaccepteerd.Toen stegen de engelen ten hemel en verdwenen. Ik werd angstig wakker. Ik was bijna flauwgevallen van verdriet. Dit raakte me diep. Ik dacht bij mezelf: ‘Als slechts zes pelgrims geaccepteerd zijn, hoe kan ik dan een van hen zijn?’ Terwijl ik nadacht over de vele pelgrims en de weinigen van hen wiens Haj geaccepteerd was, viel ik in slaap in Muzdalifah bij het Mash‘ari’l Haram.
Toen kwam hetzelfde tweetal engelen weer naar me toe. Zoals eerder stelden ze elkaar vragen en gaven ze antwoorden. De ene zei tegen de andere:Weet je welk oordeel onze Rab vanavond heeft uitgesproken?Nee, dat weet ik niet.Onze Heer heeft deze nacht voor elke van die zes mensen honderdduizend zonden vergeven.Op dat moment werd ik plotseling wakker. Ik voelde een onbeschrijfelijke vreugde en verlichting.”
Ali b. Muvaffak vertelt verder: “Op een keer ging ik op Haj. Toen de handelingen van de Haj waren afgerond, dacht ik aan degenen wiens Haj niet geaccepteerd was. Ik zei: ‘O mijn Rab! Ik geef de beloning van mijn Haj aan degenen wiens Haj niet is geaccepteerd.’ Daarna zag ik mijn Rab in mijn droom. Hij zei tegen me:O Ali! Terwijl Ik de meest genereuze ben, en de Maker van de genereuzelingen, probeer jij voor Mij vrijgevigheid te tonen? Ik ben de meest genereuze van degenen die geschenken geven, de meest gastvrije van de gastheren, en degene die het meest verdient om geëerd en begiftigd te worden. Ik heb degenen wiens Haj niet werd geaccepteerd, alsnog geaccepteerd vanwege degenen wiens Haj wel werd geaccepteerd.”
II. De deugden van de Ka`bah en Makkah
An-Nabie صلى الله عليه وسلم zei:"Allahu Ta‘ala heeft aan deze Bayt (Ka`bah) beloofd dat elk jaar (minstens) zeshonderdduizend mensen deze zullen bezoeken. Als er minder dan zeshonderdduizend mensen komen, vult Hij dit aantal aan met engelen. Op de Dag des Oordeels zal de Ka`bah verschijnen als een bruid met haar sieraden, begeleid door degenen die haar op aarde bezochten, terwijl zij aan haar sluiers vasthouden. De Ka`bah zal hen naar het Paradijs leiden en met hen het Paradijs binnentreden."(Imaam Abdurrahîm b. Huseyn Hâfîz Irâkî geeft aan dat hij deze bron niet heeft kunnen verifiëren)
"Hajar al-Aswad is een robijn van de edelstenen van het Paradijs. Op de Dag des Oordeels zal het worden opgewekt, met twee ogen om te zien en een tong om te spreken. Het zal getuigenis afleggen ten gunste van degenen die het met waarheid en oprechtheid op aarde hebben gezoend of aangeraakt."(Overgeleverd door Tirmizi ve Nesai, (van İbn` Abbaas (رضي الله عنه)
An-Nabie صلى الله عليه وسلم kuste Hajar al-Aswad veelvuldig. (Overgeleverd door Muslim en Bukhariee, (van `Umar (رضي الله عنه) Het is ook overgeleverd dat hij ﷺ zijn voorhoofd op Hajar al-Aswad legde (sajdah). (Overgeleverd door Bazzar en Haakim van `Umar (رضي الله عنه) Verder is overgeleverd dat hij ﷺ, terwijl hij op zijn kameel zat en de Ka`bah bezocht, zijn staf gebruikte om de Zwarte Steen aan te raken en daarna de staf kuste. (Overgeleverd door Muslim ve Bukharie, van Abu Tufayl (رضي الله عنه) en Jaabir (رضي الله عنه)
Umar (r.a.) zei, nadat hij Hajar al-Aswad had gekust:"Ik weet dat jij slechts een steen bent. Je kunt niemand schaden noch voordeel. Als ik niet had gezien dat Rasûlullah صلى الله عليه وسلم jou kuste, zou ik je nooit hebben gekust." Na deze woorden begon `Umar (رضي الله عنه) te huilen. Daarna keek hij achterom en zag dat Ali (ra) daar stond. Hij richtte zich tot Ali (r.a.) en zei: "O Abu Hasan! Hier storten mensen hun tranen en worden hun doe`ahs verhoord." Ali (r.a.) antwoordde: "O leider der gelovigen!
Je zei dat de Zwarte Steen geen schade of voordeel kan brengen, maar het brengt zowel schade als voordeel." `Umar (رضي الله عنه) vroeg: "Hoezo?" Ali (ra) antwoordde: "Toen Allah Ta‘ala de nakomelingen van Adam bijeenbracht en hen een gelofte liet afleggen, bewaarde Hij deze belofte in deze steen. Daarom zal deze steen op de Dag des Oordeels getuigen ten gunste van de gelovigen die hun belofte nakwamen en tegen de ongelovigen die hun belofte braken."(Overgeleverd door Bukharie en Muslim, maar hebben de woorden van Ali (ra) niet opgenomen in de hadieth)
Hassan al-Basri zei:"Eén dag vasten in Makkah is gelijk aan honderdduizend dagen vasten elders. Eén dirham als liefdadigheid gegeven in Makkah is gelijk aan honderdduizend dirham elders. En iedere goede daad verricht in Makkah is gelijk aan honderdduizend goede daden elders."
Er wordt gezegd:"Zeven keer de Ka`bah omcirkelen (tawaaf) is gelijk aan één `Umrah, en drie `Umrah's zijn gelijk aan één Haj."
"Een `Umrah verricht in de maand Ramadan is als het verrichten van een Haj samen met mij."(Overgeleverd door Muslim en Bukharie, van Ibn `Abbaas (رضي الله عنه)
"Op de Dag des Oordeels zal ik als eerste uit mijn graf opstaan. Vervolgens zal ik naar de begraafplaats Jannat al-Baqi‘ in al-Madienah al-Munawwara gaan. De bewoners van deze begraafplaats zullen ook uit hun graven opstaan en zich bij mij voegen. Daarna zal ik naar de bewoners van Makkah gaan, en ik zal worden verzameld tussen Makkah en Madienah."(Overgeleverd door Tirmidhie een Ibn Hibbaan, van Ibn`Umar (رضي الله عنه)
Toen Adam صلى الله عليه وسلم zijn Haj voltooide en de handelingen van de Haj (Manasikah al-Haj) had uitgevoerd, kwamen de engelen hem tegemoet en zeiden tegen hem:"Marhabaka, O Adam! Je Haj is aanvaard. Wij bezoeken dit Huis al tweeduizend jaar vóór jou."(Overgeleverd door al-Mufaddal, al-Jundi en Ibn Jawzi, van Ibn `Abbaas (رضي الله عنه)
Allah `Azza wa Jalla kijkt elke nacht naar de mensen op aarde. De eersten naar wie Hij kijkt, zijn de bewoners al-Haram). Onder hen kijkt Hij eerst naar degenen die zich in de Masjid al-Haram bevinden. Wie Hij ook ziet die tawaaf rond de Ka`bah verrichten, zal Hij vergeven. Wie Hij ziet salaat verrichten, zal Hij ook vergeven. Wie Hij ziet staan en kijken naar de Ka`bah, zal Hij eveneens vergeven.(bron onbekend)
Een van de ‘geliefde dienaren van Allah (awliya Allah) heeft in de sfeer van onthulling (kashf) het volgende gezien:"Ik zag dat alle grenzen van de Islaam (die de vrees voor een vijandelijke inval hadden) zich in prosternatie (sajdah) bevonden richting het eiland Abadan (gelegen nabij de Perzische Golf), en ik zag ook dat het eiland Abadan zich in prosternatie bevond richting Makkah."
Er wordt verteld dat er geen enkele dag voorbijgaat zonder dat op die dag één van de abdal (uitverkoren dienaren van Allah) tawaaf verricht rond dit Huis (de Ka`bah). En er breekt geen enkele dageraad aan zonder dat één van de avtaad (steunpilaren van de Islaam) tawaaf verricht rond de Ka`bah. Wanneer de tawaaf van de abdal en awtaad ophouden, zal dit een aanleiding zijn voor de Ka`bah om van de aarde te worden weggenomen.Wanneer de mensen op een ochtend wakker worden, zullen ze zien dat de Ka`bah is verdwenen en er geen enkel spoor van is achtergebleven.Wanneer de mensen 's ochtends opstaan, zien ze dat er niets meer over is van de Ka`bah. Dit zal gebeuren nadat rond de Ka`bah zeven jaar lang door niemand meer tawaaf is verricht. Na het verdwijnen van de Ka`bah zullen de verzen van de Qur'aan worden uitgewist van de pagina's van de mushaf, en er zal geen enkele letter meer zichtbaar zijn. Vervolgens zal de Qur'aan uit de harten worden verwijderd; de huffaaz (zij die de Qur'aan hebben gememoriseerd) zullen zich geen enkel woord meer herinneren.
Daarna zullen mensen zich richten op poëzie, liederen en verhalen uit de tijd van onwetendheid (jâhiliyyah) en die gebruiken om hen onderling te oordelen. Hierna zal de Dajjal verschijnen, en daarna zal `Iesa صلى الله عليه وسلم neerdalen om de Dajjaal te doden. In die tijd zal de Dag des Oordeels nabij zijn, zoals de geboorte van een kameel wiens draagtijd bijna voorbij is.[opm. vertaler AS: Sommige zaken die Imaam al-Ghazali schrijft over de 'âlam-i al-kubrâ' (de metafysische wereld) zijn zwak. Dit implicerrt dat bepaalde interpretaties of uitspraken van Imaam al-Ghazali over de metafysische wereld als minder sterk of overtuigend worden beschouwd, vanwege gebrek aan bewijsmateriaal of onderbouwing.]
In een overlevering wordt gezegd:"Verricht de tawaaf rond dit Huis (de Ka`bah) veelvuldig voordat het wordt weggenomen. Want de Ka`bah is tweemaal verwoest, en bij de derde verwoesting zal het volledig worden weggenomen."(Overgeleverd door Bazzaar, Ibn Hibban en Hakim, van Ibn`Umar (رضي الله عنه)
Het wordt overgeleverd dat Hz. Ali de volgende hadieth heeft overgebracht van Rasûlullah صلى الله عليه وسلم zei: Allahu Ta`âlâ zei: "Wanneer Ik de wereld wil vernietigen, zal Ik beginnen met Mijn Huis (Ka`bah). Ik zal het verwoesten en daarna de wereld vernietigen."(Imaam Irakî geeft aan dat hij deze bron niet heeft kunnen verifiëren)
De voordelen (fadilah) en nadelen (karahah) van in Makkah wonen
Geleerden hebben voorzichtigheidshalve het verblijf in Makkah als bezwaarlijk (karaha) beschouwd, dit vanwege drie redenen:
De angst voor verveling en het verminderen van liefde voor de Ka`bah.Dit komt doordat zowel verveling als een afname in liefde voor de Heilige Ka`bah kunnen leiden tot een verminderde hartelijke verbondenheid ermee.`Umar (رضي الله عنه) zei tegen de pelgrims na afloop van het Haj-seizoen:"O mensen van Jemen, keer terug naar Jemen! O mensen van Sham, keer terug naar Sham!
O mensen van Irak, keer terug naar Irak!"Om dezelfde reden overwoog hij mensen te verbieden om te vaak tawaaf (rondgangen om de Ka`bah) te verrichten, en zei:"Ik vrees dat door veelvuldige tawaaf de heiligheid van deze Ka`bah zou worden aangetast.
Het verlangen om terug te keren naar Makkah na vertrek.Wanneer iemand Makkah verlaat, groeit het verlangen naar de Ka`bah, wat hen ertoe aanzet om opnieuw te komen. Allah heeft de Ka`bah immers gemaakt als een plaats waar mensen telkens naar terugkeren en als een centrum van veiligheid (daru’l amaan). Dit betekent: Mensen keren van tijd tot tijd naar haar terug om haar te bezoeken en verbreken hun band niet met haar."
Sommige geleerden hebben gezegd:"Het is beter om in een ander land te wonen en een hart te hebben dat verlangt naar Makkah en verbonden is met de Ka`bah, dan in de heilige stad te zijn en verveling in je hart te voelen. In Makkah zijn terwijl je hart aan een andere plaats verbonden is, is beter dan in een ander land zijn terwijl je hart aan Makkah verbonden is."
Iemand van de salaf zei: "Er zijn in het land van Khorasan mensen die dichter bij de Ka`bah staan dan degenen die haar daadwerkelijk bezoeken. Ze zijn dichterbij Ka`bah"Er wordt ook gezegd dat Allahu Ta`âlâ enkele dienaren heeft voor wie de Ka`bah zelf reist om hen te ontmoeten en hen dichter bij Allah te brengen.
De angst om fouten te maken en zonden te begaan in Makkah.(De beloningen voor de goede daden hier zijn groot, maar) de fouten zijn ook gevaarlijk en de straffen zwaarder (hebben geleerden afgeraden om in Makkah te wonen. Vanwege de eer van deze plaats zou een dergelijke handeling (zondes begaan) ertoe kunnen leiden dat men de toorn van Allah over zich afroept.
Het is overgeleverd van Wuhayb b. Ward al-Makkî: "Op een nacht was ik salaah aan het verrichten in Hijr Ismaïl (Halfrond deel van de Ka`abah).
Ik hoorde een stem die uit de Ka`bah en haar doek leek te komen, die zei: ‘Ik klaag eerst bij Allah en daarna bij jou, o Jibriel, over degenen die tawaaf rond mij verrichten, omdat zij zich overgeven aan wereldse zaken, nutteloze gesprekken voeren en veronachtzaam zijn. Als zij niet worden weerhouden van deze achteloosheid, zweer ik dat ik zo zal barsten, dat elke steen die in mij zit, zal terugkeren naar de berg waar hij vandaan kwam.’”
Ibn Mas‘ud (رضي الله عنه) zei: "Behalve in Makkah wordt een dienaar door Allah niet ter verantwoording geroepen enkel vanwege zijn intentie, totdat hij die in een daad omzet. In Makkah wordt een persoon echter al verantwoordelijk gehouden voor zijn intentie." Vervolgens haalde hij dit vers aan als bewijs:إِنَّ ٱلَّذِينَ كَفَرُواْ وَيَصُدُّونَ عَن سَبِيلِ ٱللَّهِ وَٱلۡمَسۡجِدِ ٱلۡحَرَامِ ٱلَّذِي جَعَلۡنَٰهُ لِلنَّاسِ سَوَآءً ٱلۡعَٰكِفُ فِيهِ وَٱلۡبَادِۚ وَمَن يُرِدۡ فِيهِ بِإِلۡحَادِۭ بِظُلۡمٖ نُّذِقۡهُ مِنۡ عَذَابٍ أَلِيمٖ ٢٥
Waarlijk! Degenen die ongelovig zijn en (de mens) hinderen op het Pad van Allah, en van de Masdjied al-Haram die Wij voor (alle) mensen (geopend) hebben; de bewoner daarvan en de bezoeker van het land zijn daar gelijk. En ieder die daar tot kwade daden nijgt, of zonden begaat daarvoor zullen Wij zorgen dat hij een pijnlijke bestraffing te proeven heeft. (Haj:22/25)___________________________________________________________________________[ Opmerking van de vertaler (Ahmed SERDAROĞLU (AS):Vanwege het belang van dit onderwerp willen we het, zij het kort, enigszins verduidelijken.
De gedachten die in het hart van de mens opkomen, worden in enkele categorieën verdeeld: Voor de dingen die iemand niet vastberaden is om te doen en die alleen maar door het hart gaan, of het nu om goede of slechte zaken gaat, is men niet verantwoordelijk. De zaken waarvoor men wel een beslissing neemt om ze uit te voeren, worden ook verdeeld in goede en slechte daden. Als iemand het goede dat hij wil doen niet in praktijk kan brengen wegens gebrek aan middelen, maar binnen zijn mogelijkheden wel goede daden verricht, krijgt hij alsnog de volledige beloning voor datgene wat hij niet heeft kunnen doen.
Wat de slechte daden betreft: Deze worden verdeeld in twee categorieën: de slechte daden die enkel met het hart te maken hebben, en die welke verband houden met de ledematen.
A) De slechte daden die met het hart te maken hebben: Jaloezie, hypocrisie, ongeloof... en dergelijke. Voor deze zaken is men volledig verantwoordelijk, waar men zich ook bevindt, want ze zijn het werk van het hart.
B) Wat betreft de slechte daden die verband houden met de ledematen: Als iemand in zijn hart heeft besloten deze uit te voeren, zijn er twee manieren waarop hij deze niet uitvoert:
1. Als hij voor de slechte daad heeft besloten, er geen belemmering of obstakel voor is, en hij alles heeft voorbereid, maar vanwege zijn vrees voor Allah van de slechte daad afziet, verdient hij hiermee een beloning.
2. Als hij de slechte daad niet kan uitvoeren vanwege fysieke belemmeringen, obstakels of gebrek aan middelen, is hij hiervoor verantwoordelijk. Maar zijn verantwoordelijkheid is niet hetzelfde als die van iemand die de daad daadwerkelijk heeft uitgevoerd; hij wordt alleen gestraft voor zijn intentie, vastberadenheid en voornemen. Want in de verheven verzen staat: "Voorwaar, het oog, het oor en het hart, voor alles zullen zij ter verantwoording worden geroepen."]______________________________________________________________________
Dit betekent dat deze bestraffing zelfs enkel vanwege de slechte intentie en louter vanwege zijn intentie wordt opgelegd.Men zegt: "Net zoals de beloningen in Makkah honderdduizend keer worden vermenigvuldigd, worden ook de zonden daar vele malen zwaarder."Ibn `Abbaas (رضي الله عنه) zei:In Makkahh speculeren of de prijzen opdrijven, is alsof je intentie neemt om onrecht te plegen in de heilige grenzen.” Ook wordt gezegd dat hetzelfde geldt voor het liegen. Ibn `Abbaas (رضي الله عنه) zei:"Ik zou liever zeventig zonden begaan in Rukyah (is een plaats tussen Makkah en Taïf ) dan één enkele zonde in Makkah. Uit angst hiervoor vermeden sommige mensen die in Makkah woonden om hun behoefte te doen binnen de grenzen van de heilige gebieden. Zij verlieten deze grenzen, deden wat nodig was en keerden vervolgens terug. Sommigen bleven een maand in Makkah zonder ooit te gaan liggen om te slapen.Sommige geleerden vonden het zelfs afkeurenswaardig om huizen in Makkah te verhuren, om te ontmoedigen dat men er langdurig verbleef.Wees niet in de veronderstelling dat de afkeurenswaardige aard van het wonen in Makkah in tegenspraak is met de deugd van de regio Makkah. De reden voor de afkeurenswaardigheid van het wonen daar is dat de mensen in die regio vaak zwak zijn in hun geloof en niet voldoen aan de rechten en plichten die gepaard gaan met de heilige plaatsen.Daarom betekent ons zeggen "het is beter om niet in Makkah te wonen" dat het beter is om niet langer in Makkah te verblijven wanneer het deugdzaam wonen daar bemoeilijkt, en men het gevoel krijgt dat de heilige plaatsen niet met respect worden behandeld.Echter, als men daar met volledige naleving van de rechten van de heilige plaatsen woont, is het zonder twijfel een betere situatie, en dit wordt nooit ter discussie gesteld. Hoe zou het anders kunnen zijn? Toen an-Nabie صلى الله عليه وسلم van Madienah naar Makkah kwam, stond hij voor de Heilige Ka`bah en zei: "Zeker weet ik dat jij het beste plaats van Allah bent en het meest geliefde gebied voor Allah bent.
Als ik niet uit jou verbannen zou zijn, zou ik nooit vrijwillig van jou weggaan."(Overgeleverd door Tirmidhie, Nasaie, İbn Majah en İbn Hibbaan, van Abdullah b. Adiy b. al-Hamra (رضي الله عنه)Daarnaast is het absoluut beter om te wonen in Makkah met volledige naleving van de rechten en plichten die de Ka`bah en de heilige plaatsen vereisen, dan om daar niet te wonen. Het kijken naar de Ka`bah is zelf een daad van aanbidding, en de goede daden die in Makkah worden verricht, worden vele malen vermenigvuldigd door Allah. (Zoals eerder werd vermeld.)
III. De deugd van Madienah al-Munawwarah
Na Makkah is er geen stad die beter is dan Madienah. De aanbiddingen die daar verricht worden, worden vele malen geaccepteerd door Allah. An-Nabie صلى الله عليه وسلم zei:‘In mijn moskee is één salaah, behalve in de Masjid al-Haram, meer deugdzaam dan duizend salaahs die in andere moskeeën worden verricht.’ (Overgeleverd door Muslim en Bukharie (van Abu Hurayra (رضي الله عنه)Zo is elke goede daad die in Madienah wordt verricht, gelijk aan duizend goede daden die op andere plaatsen worden verricht. Na de Madienah van an-Nabie صلى الله عليه وسلم komt Qudusi Sharief (Jeruzalem) qua deugd. Een salaah dat in Masjid al-Haram van Qudus wordt verricht, is gelijk aan vijfhonderd salaahs die in andere moskeeën worden verricht, behalve in de Masjid al-Haram en Madienah. Dit geldt ook voor andere daden.Ibn `Abbaas (رضي الله عنه) heeft van an-Nabie صلى الله عليه وسلم overgeleverd:Een salaah in de Masjid al-Madienah is gelijk aan tienduizend gebeden, een salaah in de Masjid al-Aqsa is gelijk aan duizend salaahs, en een salaah in de Masjid al-Haram is gelijk aan honderdduizend salaahs”. (Imam Iraki merkt op dat deze hadieth "gharib" is (m.a.w. afwijkend in keten van overleveraars en afwijkend in inhoud)
__________________________________________________________________________[Opm. van de vertaler (AS): Een belangrijk punt om op te letten is dat het feit dat een salaah gelijkstaat aan duizend salaahs, niet betekent dat één salaah wordt beschouwd als duizend salaahs. Hoe waardevol het ook is, een salaah blijft slechts één salaah. Bijvoorbeeld, je kunt een kledingstuk kopen voor vijftig lira, maar ook voor vijfduizend lira of meer. Uiteindelijk zijn het beide slechts één kledingstuk van dezelfde grootte. Het vervangt geen twee kledingstukken. De waarde van salaahs is op dezelfde manier te begrijpen].__________________________________________________________________________
‘Wie de moeilijkheden en ontberingen van Madienah verdragen kan, voor diegene zal ik op de Dag des Oordeels voorspraak doen bij Allah.’(Overgeleverd door Muslim (van Abu Hurayra (رضي الله عنه, Ibn `Umar (رضي الله عنه en Abu Sa'id (رضي الله عنه‘Wie in Madienah kan sterven (dat wil zeggen, die daar wil wonen), laat diegene daar sterven, want voor degene die in Madienah sterft, zal ik op de Dag des Oordeels voorspraak bij Allah doen....’(Overgeleverd door Tirmidhie en Ibn Majah (van Ibn`Umar (رضي الله عنه) . Volgens Tirmidhie is deze hadieth Hasan).
Deze drie regio's buiten beschouwing gelaten, is de rest van de wereld gelijkwaardig voor het verblijf. Echter, het verblijf aan de grenzen van de islamitische staat valt buiten deze regel. Het verblijf aan de grenzen, om de grenzen te bewaken, heeft ook een grote deugd. Zoals an-Nabie صلى الله عليه وسلم zei om deze regel te verduidelijken:"Reizen voor het bezoek aan slechts drie moskeeën is toegestaan:De Masjid al-Haram,Deze moskee van mij (in Madienah),De Masjid al-Aqsa." (Overgeleverd door Muslim en Bukharie, van Abu Hurayrah (رضي الله عنه) en Abu Sa'id (رضي الله عنه
Bezoek aan de graven van de heiligen (Maqbaraat)Sommige geleerden hebben door zich te baseren op deze hadieth, het bezoeken van de graven van de geleerden en de vrome personen ontmoedigd. Maar volgens mij kan deze hadieth niet zo worden geïnterpreteerd. Integendeel, het bezoeken van de graven van de geleerden en vrome personen is aanbevolen. Zoals an-Nabie صلى الله عليه وسلم zei:"Ik had jullie verboden om graven te bezoeken, maar bezoek ze nu.En spreek niet verkeerde of onrechtvaardige (over hen)." (Overgeleverd door Muslim en Bukharie, van Abu Hurayrah (رضي الله عنه) en Abu Sa'id (رضي الله عنه
De bovenstaande hadieth betreft alleen moskeeën. Het woord "mashhad" (grafplaats) heeft nooit de betekenis van moskee. Want de drie moskeeën (Masjid al-Haram, Masjid al-Nabawie en Masjid al-Aqsa) zijn de enige moskeeën die qua deugd verschillen van andere moskeeën op aarde. Er is geen islamitische stad zonder moskee. In dit opzicht is er geen betekenis in het bezoeken van een moskee in een andere stad als men al een moskee in zijn eigen stad heeft. Wat betreft de grafplaatsen, deze kunnen nooit als gelijkwaardig worden beschouwd. De zegen die men verkrijgt door hun (de heiligen en vrome personen) graven te bezoeken, hangt af van de rang van de persoon die in het graf ligt.
Dus, men bezoekt ze omwille van de tevredenheid van Alla te verkrijgen, en dit bezoek wordt op een manier gedaan die in overeenstemming is met de goedkeuring van Allahu Ta`ala.Ja, als er geen moskee in een bepaalde stad is, kan men een karavaan organiseren om een stad met een moskee te bezoeken. Men kan zelfs besluiten zich daar permanent te vestigen. Zou de persoon die het bezoeken van graven verbiedt, ook het bezoeken van de graven van de profeten zoals Ibrahim (عليه السلام), Musa (عليه السلام), Yahya (عليه السلام) en andere profeten verbieden? Het verbieden van het bezoeken van de graven van deze grote personen is uiterst ongepast en misplaatst. Als men het bezoeken van de graven van de profeten toestaat, waarom dan niet ook het bezoeken van de graven van de vrome personen, geleerden? Het bezoeken van de graven van deze mensen is zeker onderdeel van de reisdoelen, zoals het bezoeken van levende geleerden ook een doel kan zijn.
De beste benadering voor iemand die Allahs tevredenheid zoekt, is om in zijn eigen land te blijven als er geen noodzaak is om elders te reizen voor onderwijs of andere voordelen. Zolang de situatie in zijn land normaal is dient hij daar te blijven. Echter als het verblijf in zijn land moeilijk wordt, moet hij zich verplaatsen naar een plaats die rustiger is en bevorderlijker voor zijn Allahsdienst, waar hij zijn aanbiddingen gemakkelijker kan uitvoeren. Die plaats zal dan de meest deugdzame plek voor hem zijn. Zoals an-Nabie صلى الله عليه وسلم zei:"De aarde behoort aan Allah `Azza wa Jalla toe. En de mensen zijn de dienaren van Allah. Dus waar je ook genade ervaart, blijf daar en prijst Allahu Ta`ala!" (Overgeleverd door Imaam Ahmad, Tabaranie van Zubayr b. Awwaam (رضي الله عنه, sanad is zwak)"Wie zegen (barakah) vindt in iets, moet zich eraan vastklampen en het niet loslaten. Wie zijn levensonderhoud uit iets haalt, moet daar blijven totdat die situatie verandert en niet naar een andere plaats verhuizen."(Overgeleverd door Ibn Mâjah, van Anas (رضي الله عنه en Aisha (رضي الله عنها), de eerste zin met een hasan sanad)
Abu Nuaym vertelt: Ik zag Sufyaan as-Sawrie met zijn tas op zijn schouder en zijn schoenen in zijn hand, en ik vroeg hem:O Abu Abdullah! Waar ga je heen in deze toestand?Ik ga naar een land waar ik mijn tas kan vullen met een dirham. Ik heb gehoord dat er een dorp is waar alles goedkoop is. Ik wil daarheen gaan en me vestigen.O Abu Abdullah! Denk jij ook zo?Ja! Wanneer je hoort dat er in een land iets goedkoop is, emigreer (hijrah) dan meteen daar naartoe. Want dat land zal veiliger zijn voor je Allahsdienst en zal je verlangens meer beperken.
Sufyaan as-Sawrie zei ook: "Dit is de tijd van het kwaad. In deze tijd moet men zelfs vrezen voor degenen die geen naam of faam hebben. Wat dan te zeggen van degenen die beroemd zijn? Dit is de tijd om van de ene plaats naar de andere te gaan.Iemand moet in deze tijd, met de intentie uit vrees voor fitna, van dorp naar dorp, van land naar land emigreren."
Op een keer zei Sufyaan as-Sawrie: "Ik zweer, ik kan niet zeggen welke stad rustiger is." Daarop werd hem gevraagd:Hoe is het in Khorasan?In Khorasan zijn er verschillende recht scholen (mathahib) en corrupte ideeën.Hoe is het in Shaam (Syrië)?In Shaam zul je met je vinger worden aangewezen/daar is er een obsessie met roem.Hoe is het in Irak?Het is het land van tirannen en onderdrukkers.Hoe is het in Makkah?Het vreet de portemonnee en het lichaam; het is heet.Een vreemd persoon vroeg Sufyaan as-Sawrie: 'Ik wil in Makkah als inwoner verblijven. Wat voor advies heb je voor mij?'Sufyaan antwoordde: 'Ik geef je drie adviezen: 1) Verricht de salaah niet in de eerste rij, 2) Wees geen vriend met iemand die van de Quraish afkomst is en zoek geen confrontatie met hem, 3) Geef je zakaah niet in het openbaar.'Sufyaan as-Sawrie vond het niet wenselijk om in de eerste rij salaah te verrichten, omdat dit roem aantrekt.
Iemand die voortdurend in de eerste rij salaah verricht, wordt gemist wanneer hij niet aanwezig is, en dit kan leiden tot de geur van riyâ (hypocrisie) in zijn hart. Dit zou kunnen vervuilen wat anders een oprechte daad zou zijn.
De voorwaarden voor het verplicht stellen van de Haj, de juiste uitvoering van de handelingen en de beperkingen
Voorwaarden voor de HajEr zijn twee voorwaarden voor een geldige Haj:a) Tijd (het Haj seizoen)b) Islaam (de persoon die Haj verricht moet moslim zijn)In dit opzicht is de Haj van een kind dat de puberteit nog niet heeft bereikt geldig. Als het kind leeftijd van aql-baligh (verstandig en adolescent) heeft, kan het zelf de staat van ihraam (gewijde staat) aannemen. Als het kind nog geen aql-baligh is, neemt de voogd de ihraam voor hem aan en voert de handelingen (tawaaf, sa'y en de overige handelingen) voor hem uit.[AS: volgens de Hanafie madhab is dit niet geldig.]
De tijd voor de Haj is van de maand Shawwal tot de tiende dag van Dhul-Hijjah. De negende dag duurt tot de ochtend van al `iedu’l adha (het feest van het offer). Wie buiten deze periode de ihraam voor de Haj aanneemt, heeft geen Haj verricht, maar `Umrah. Alle maanden van het jaar zijn geschikt voor `Umrah. Maar het is niet gepast om tijdens de dagen van Mina een `Umrah te verrichten, omdat iemand die de handelingen van Haj uitvoert, geen tijd heeft om zich bezig te houden met de handelingen van de `Umrah.
De vervulling van de 'Haj al-Islaam' (de verplichte Haj) is afhankelijk van vijf voorwaarden:
Islaam: Moslim zijn
Hurriyah: Vrij zijn
Bulûgh: Volwassen zijn
`Aql: Verstand hebben (aql-baligh)
Istitaat: Tijd hebben om de Haj uit te voeren
Als een kind of een slaaf de ihraam aanneemt voor de Haj en later, tijdens Arafat of Muzdalifah, het kind volwassen wordt of de slaaf bevrijd wordt, en ze voor het einde van de feestdag terugkeren naar Arafat, wordt hun Haj als geldig beschouwd, omdat Haj het staan op Arafat betekent. In dit geval hoeven ze geen bloedoffer te brengen of een offerdier te slachten.
De verplichting om de `Umrah uit te voeren hangt af van de aanwezigheid van deze voorwaarden, behalve de istitaat. __________________________________________________________________________[Opm. AS: De verplichting van de `Umrah is volgens de Shafii en Hanbalie recht scholen volgens de Hanafie recht school is het sunnah.] __________________________________________________________________________
De voorwaarden voor een Haj, van iemand die vrij en aql-baligh is, als nafile (vrijwillige) Haj te worden geaccepteerd zijn als volgt: De Haj al-Nafilah (vrijwillige Haj) volgt nadat de Haj al-Islaam (verplichte Haj) is verricht. Omdat de Haj al-Islaam de belangrijkste aanbidding is, volgt daarna de qada (vervanging) van een ongeldig gemaakte Haj, vanwege het teniet doen van het verblijf in Arafat). Dan volgt de "Haj al-Muwadda" (het verwijst naar een verplichting of een toegewijde pelgrimstocht die met opzet wordt verricht, bijvoorbeeld als gevolg van een belofte, een persoonlijke toewijding of een andere verplichting). Daarna volgt de Haj al-Wakalah (het verwijst naar een situatie waarin iemand een ander machtigt om namens hem of haar de Haj uit te voeren. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als iemand fysiek niet in staat is om de Haj zelf te verrichten, bijvoorbeeld door ziekte, ouderdom of andere beperkende omstandigheden). En ten slotte de Haj al-Nafilah (het verwijst naar de aanbevolen of vrijwillige Haj, die geen verplichting is voor moslims, maar die wordt uitgevoerd om extra beloning van Allah te verkrijgen. Het is een vrijwillige Haj, in tegenstelling tot de verplichte Haj al-Islaam (de verplichte Haj die eenmaal in het leven moet worden uitgevoerd door moslims die daartoe in staat zijn). Dit is de volgorde, en zelfs als men iets anders bedoelt, wordt het op deze manier geaccepteerd.
De voorwaarden voor de Haj die verplicht zijn voor een moslim zijn vijf:
Islaam: Moslim zijn
Hurriyah: Vrij zijn
Bulûgh: Volwassen zijn
`Aql: Verstand hebben (aql-baligh)
Istitaat: Tijd hebben om de Haj uit te voeren
Wie verplicht is om de Haj uit te voeren, is ook verplicht om `Umrah te verrichten. (Volgens de Hanafie en Malikie rechtscholen is `Umrah een Sunnah, geen verplichting)."
Wie naar Makkah-i Mukarrama gaat met de bedoeling om te bezoeken of handel te drijven, moet, (tenzij hij bepaalde beroepen uit oefent, volgens een mening), zeker de staat van ihraam aannemen en op die manier Makkah betreden. Nadat hij Makkah in de staat van ihraam is binnengekomen, kan hij pas uit de ihraam komen door de handelingen van Haj of `Umrah uit te voeren.
Wat betreft het vermogen om Haj te verrichten, istitaat, zijn er twee soorten:A) Het daadwerkelijk uitvoeren. Dit heeft verschillende vereisten:1. De persoon moet gezond zijn.2. De reisroute moet gemakkelijk en veilig zijn, zonder gevaarlijke zeeën of vijandige aanvallen.3. Financieel gezien moet de persoon voldoende middelen hebben om zijn reis en de terugkeer naar zijn thuisland te financieren. Dit geldt zowel voor degenen die een gezin hebben als voor degenen die dat niet hebben. Het leven ver weg van thuis is namelijk moeilijk. Daarnaast moet de persoon genoeg middelen hebben om zichzelf tijdens de Haj te onderhouden. Hij moet in staat zijn om zijn schulden af te betalen. Ook moet hij over een vervoermiddel beschikken, of een eigen vervoermiddel of een gehuurde. Hij moet in staat zijn om op dit vervoermiddel te reizen, of door zelf te rijden of door met iemand anders af te wisselen.
B) Wie niet in staat is om Haj zelf uit te voeren, bijvoorbeeld vanwege handicaps, kan iemand anders in zijn plaats sturen. Hij kan een persoon inhuren die voor hem de Haj al-Islaam uitvoert. Bij het sturen van iemand voor de Haj is het voldoende om hem de reisbehoeften voor de heenreis te verstrekken (tenzij anders gevraagd, is het niet nodig om voor de terugreis geld te geven).________________________________________________________[Opm. AS: Volgens Imam Abu Hanifah s de Haj voor invaliden geen verplichting, maar als de situatie zich voordoet nadat ze eraan zijn begonnen, stellen ze een plaatsvervanger aan.]_______________________________________________________
Als een zoon/kleinzoon tegen zijn invalide vader zegt: "Ik zal in jouw plaats Haj verrichten", wordt de vader als in staat beschouwd om de Haj uit te voeren. Als de zoon echter zegt: "Ik zal mijn geld geven zodat jij niet zelf de Haj hoeft te doen", wordt de vader niet als in staat beschouwd om Haj uit te voeren. Dit is omdat het een eer is voor de zoon om zijn vader te dienen met zijn eigen lichaam, maar hem geld geven creëert een schuld voor de vader.
___________________________________________________________________________[Opm.AS: Imam Abu Hanifah en Ahmad bin Hanbel accepteren dit niet. Hij kan wel de beloning van de daad schenken, maar de istitaat van iemand anders worden niet als istitaat voor een ander beschouwd.]__________________________________________________________________________
Iemand die fysiek in staat is om Haj uit te voeren, wordt verplicht om de Haj te verrichten. Hij kan het echter uitstellen. Het uitstellen heeft echter risico's. Als hij uiteindelijk Haj verricht, zelfs als het aan het einde van zijn leven is, wordt de verplichting van Haj van hem afgenomen. Als hij in staat was om de Haj uit te voeren, maar ervoor kiest het uit te stellen en daarna sterft zonder Haj te verrichten, komt hij als een zondaar voor Allah. Van zijn erfenis wordt het geld voor de Haj afgetrokken en wordt de Haj alsnog uitgevoerd, zelfs als hij dit niet (in zijn testament) heeft opgenomen. De kwestie van Haj is net als andere schulden; het moet zelfs zonder testament worden uitgevoerd.
_________________________________________________________________________[Opm. AS: Volgens de Hanafie madhab, als iemand geen testament maakt of als een derde van zijn bezit, na het aflossen van andere schulden, niet voldoende is voor het uitvoeren van Haj, wordt de schuld niet overgedragen aan de erfgenamen maar blijft het op zijn eigen verantwoordelijkheid rusten. Als hij echter een testament heeft gemaakt en een derde van zijn bezit wel voldoende is, dan wordt de schuld overgedragen aan de erfgenamen.]_________________________________________________________________________
Als iemand het vermogen heeft om binnen een jaar Haj te verrichten, maar niet vertrekt met de groep, en vervolgens sterft voordat de groep Makkah bereikt, komt de Haj niet op zijn verantwoording. Het is zeer riskant voor iemand, nl. zijn positie bij Allah, die rijk genoeg is om Haj te verrichten, maar sterft zonder dit te doen. Zoals de metgezel van an-Nabie, `Umar (رضي الله عنه) , zei: "Ik wilde bevelen stuurde naar alle gouverneurs om haraj te heffen (een belasting die werd opgelegd aan niet-moslims die in een islamitisch rijk woonden) van degenen die in staat zijn om Haj te verrichten maar dit niet doen."
Er wordt overgeleverd dat Said b.
Jubayr, İbrahim an-Nahaî, Mücâhid en Tâwus zeiden: "Als ik weet dat een rijke persoon, die Haj al-Islaam (verplichte pelgrim) diende te verrichten, overleden is zonder Haj te verrichten, zal ik zijn begrafenis salaah niet verrichten." Er wordt ook verteld over een geleerde wiens rijke buurman overleed zonder Haj te verrichten, zijn begrafenis salaah niet heeft verricht.
Ibn `Abbaas (رضي الله عنه) zei: "Degenen die,( ondanks dat hun situatie het toelaat), geen zakaah geven en de Haj niet uitvoeren, en die sterven, dat hij een tweede keer naar de wereld kan worden teruggekeerd," en citeerde de volgende vers: حَتَّىٰٓ إِذَا جَآءَ أَحَدَهُمُ ٱلۡمَوۡتُ قَالَ رَبِّ ٱرۡجِعُونِ ٩٩لَعَلِّيٓ أَعۡمَلُ صَٰلِحٗا فِيمَا تَرَكۡتُۚ كـَلَّآۚ إِنَّهَا كَلِمَةٌ هُوَ قَآئِلُهَاۖ وَمِن وَرَآئِهِم بَرۡزَخٌ إِلَىٰ يَوۡمِ يُبۡعَثُونَ ١٠٠
Maar wanneer de dood tot één van hen komt, zegt hij: “Mijn Rab! Stuur mij terug, Zodat ik goed daden kan verrichten in datgene wat ik heb achtergelaten!” Nee! Het is slechts een woord dat hij spreekt, en achter hem een scheiding tot de Dag dat zij zullen herrijzen (Muminûn/99-100) Daarna voegde hij eraan toe: "De goede daden waarnaar wordt verwezen in dit vers, zijn Haj."
De Rukoen (de pilaren) van de Haj
Zonder deze rukoen (essentiële handelingen: pijlers) is de Haj niet geldig. Er zijn vijf rukoen:
1. In de staat van ihraam gaan (niyah en talbiyah);2. De Ka`ba zeven keer tawaaf verrichten vanaf de dag van het Offerfeest;3. Na deze tawaaf (zeven keer) rond de Ka`bah en de sa‘y tussen Safa en Marwa (zeven keer);4. Stilstaan (waqfah) op Arafat;5. Na de Arafa-waqfah zich scheren.
Alleen de Arafa-waqfah op Arafat is specifiek voor de Haj, maar de andere rukoen zijn ook verplicht voor de `Umrah.
_________________________________________________________________________Opm. van AS: Volgens de Hanafie madhab zijn er drie verplichtingen voor de Haj. 1. ihraam, oftewel de intentie, en dit is een voorwaarde, geen pijler. 2. Arafa-Waqfa: een klein deel van de dag op de dag van Arafah, van het middaggebed tot het ochtendgebed van de feestdag, op Arafat te verblijven. Dat wil zeggen, wie vóór zonsopgang van de 10e Dhu al-Hijjah op Arafat aankomt, heeft zijn Haj verricht. Zelfs als het maar voor een minuut is, is dat voldoende. 3. tawaf al-ziyara, de tawaf rond de Ka`bah na Arafat-Waqfa. Punten 2 en 3 zijn de pijlers van de Haj. Als deze twee verricht zijn, is de Haj als verplichting vervuld. De overige handelingen zijn wajib of sunnah.]________________________________________________________________________
Het negeren van de verplichte handelingen die een offer vereisen (wajibaat), zijn de volgende zes punten:
In ihraam gaan op de miqaat (de vastgestelde plaats). Degene die de miqaat passeert zonder in ihraam en niyah te hebben verricht, moet een schaap offeren.
Het gooien van zeven steentjes: Degene die op de eerste dag van `Iedu’l Adha (10e dag van Dhu al-Hijjah) geen zeven steentjes gooit naar Jamrah al-‘Aqaba, vereist volgens een mening dat er bloed (een offer) wordt vergoten.
Stilstaan op Arafa (waqfah) tot de zon ondergaat.
's Nachts verblijven in Muzdalifah tot ochtendschemering.
's Nachts verblijven in Mina.
De laatste afscheidstawaaf (al-wada) maken.
De laatste vier van deze verplichtingen vereisen volgens een uitspraak van Imam Shafi'i dat het verzuimen ervan wordt gecorrigeerd door een offer. Volgens een andere mening is het echter aanbevolen (maar niet verplicht) om een offer te brengen bij het verzuimen van deze handelingen.
_________________________________________________________________________[Opm. van AS: Volgens de Hanafie-madhab zijn de verplichtingen (wâjibaat) van de Haj:
In de ihram gaan bij de mīqāt en het dragen van ongestikte kleding.Na de tawaaf, de sa`i verrichten tussen Safa en Marwah, en tussen de twee streepjes rennen of snel lopenOp de dag van Arafah, tot de zonsondergang, op Arafat blijven.De nacht doorbrengen in Muzdalifah.De Jamrah (stenenpilaren) werpen. Op de eerste dag van het offerfeest (de 10e Dhu al-Hijjah) zeven stenen gooien bij de Jamrah al-‘Aqaba, en op de tweede en derde dag zeven stenen gooien bij alle drie de jamaraat, in totaal 49 stenen. Als het op de vierde dag nog niet gedaan is, worden er nog 21 stenen gegooid, wat het totaal op 70 brengt.Voor degene die de Hajal-Qiraan of Haj at-Tamattu' , is het verplicht om een offerdier te slachten.De verplichte tawaaf al-ziyara (bezoekstawaf) verrichten tijdens de dagen(1e, 2e, 3e en 4e dag tot het`asr salaat) van het offerfeest.De tawaaf verrichten met wudu en het bedekken van de 'awrah (lichaamsbedekking).De tawaaf verrichten door rechtsom te lopen en de Hatim (gedeelte van de Ka`bah) binnen de tawaaf op te nemen.De tawaaf met zeven shawt (rondjes) verrichtenNa het uit de ihraam komen, het hoofd scheren of de haren kort knippen.De Tawaaf al- Wadâ (afscheidstawaaf) verrichten.Twee rak'ahs tawaaf-salaat verrichten.Deze salaat buiten de tijden van karahah (verboden tijden) verrichten.]___________________________________________________________________________
De Manieren van de Haj en `Umrah
Er zijn drie manieren om de Haj en `Umrah te verrichten:
Haj al-IfraadHaj al-Ifraad is de meest verdienstelijke vorm van de Haj. Het volgende is de manier waarop het wordt uitgevoerd: de persoon maakt alleen de intentie voor de Haj en voert de Haj uit voordat hij de `Umrah doet. Zodra de Haj voltooid is, verlaat hij de heilige gebieden en keert terug naar de Hıll (een gebied buiten de heilig gebied) om de ihraam voor de `Umrah opnieuw aan te trekken. Het beste gebied voor de ihraam voor de `Umrah is het gebied van Jir`ana (plaats tussen Makkah en Taaif), gevolgd door Taniem (plaats tussen Makkah en Madienah waar de mimbar (preekstoel) van onze moeder `Aisha (رَضِيَ اللَّهُ عَنْهَا) is), en daarna Hudaybiyah (op de weg naar Jiddah). Voor degene die de Haj al-Ifraad uitvoert, is het niet verplicht om een offer te brengen, maar het is aanbevolen om een vrijwillig offer te brengen.
Haj al-QiraanHaj al-Qiraan wordt als volgt uitgevoerd: de persoon combineert de Haj en de `Umrah en doet de niyah als volgt: “O Allah! Ik ben uw dienaar, en ik begin de Haj en `Umrah tegelijk.” De persoon trekt dan de ihraam aan, voor zowel de Haj als de `Umrah. De verplichtingen (wudu, ghusl etc) van de Haj verrichten zijn voldoende, en men hoeft geen aparte `Umrah handelingen (wudu, ghusl etc) te verrichten. Als de persoon vóór de waqfah op Arafat, tawaaf rond de Ka`bah heeft verricht en de sa‘y tussen Safa en Marwa heeft verricht, wordt die sa‘y zowel voor de Haj als voor de `Umrah geaccepteerd. De tawaaf wordt echter niet als de tawaaf van de Haj geaccepteerd, omdat de verplichtingen van de Haj vereisen dat de tawaaf na de waqfah op Arafat wordt uitgevoerd. Degene die de Haj al-Qiraan uitvoert, moet een offer brengen, behalve als de persoon uit Makkah komt; in dat geval is het niet verplicht om een offer te brengen, omdat de ihraam al in Makkah is beëindigd.
Haj al-Tamattu'Haj al-Tamattu' wordt als volgt uitgevoerd: de persoon gaat in ihraam voor de `Umrah, passeert de miqaat en arriveert in Makkah. Na het verrichten van de `Umrah-handelingen, verbreekt hij de ihraam en maakt gebruik van alle dingen die verboden zijn tijdens de staat van ihraam totdat het tijd is voor de Haj. Wanneer de tijd voor de Haj aanbreekt, trekt de persoon de ihraam aan voor de Haj in Makkah en begint hij zijn reis naar Arafat
De Voorwaarden voor een persoon die de Haj al-Tamattu' uitvoert:
Een persoon kan alleen als "muttamatti" worden beschouwd onder vijf voorwaarden:
Hij mag geen inwoner zijn van de buurt van de Masjid al-Haram. De inwoners van de Masjid al-Haram zijn degenen die zich op een korte afstand bevinden, waarbij de salaahs niet worden ingekort.
De `Umrah moet vóór de Haj worden uitgevoerd.
De `Umrah moet plaatsvinden in de maanden van de Haj (de maand Shawwal tot de tiende dag van Dhul-Hijjah)
De persoon mag niet opnieuw de staat van ihraam aandoen bij het bereiken van de miqaat (de vastgestelde haram grens).
Zowel de Haj als de `Umrah moeten voor dezelfde persoon zijn.
Wanneer deze vijf voorwaarden vervuld zijn, wordt de persoon beschouwd als muttamatti (degene die in de staat van ihraam voor de Haj en `Umrah komt (Haj al Tamattu`) en is het verplicht voor zo’n persoon om een offerdier te offeren. Als iemand zich dat niet kan veroorloven, moet hij drie dagen vasten vóór het Offerfeest. Dit kan aaneengeschakeld of gespreid worden gedaan. Daarna moet hij zeven dagen vasten nadat hij naar zijn land is teruggekeerd, zodat het totaal tien dagen vasten is.
Als de persoon de drie dagen vasten tijdens de Haj niet heeft uitgevoerd, moet hij deze na terugkeer in zijn land alsnog vasten, ook in aaneengeschakelde of gespreide vorm, om het totaal op tien dagen vasten te krijgen. De verplichting van het offer voor de Haj al-Qiran en de Haj al-Tamattu' is gelijk.
De meest verdienstelijke vorm van Haj is Haj al-Ifraad. Daarna volgt Haj al-Tamattu' en vervolgens Haj al-Qiraan. (Volgens de Hanafie rechtschool is Haj al-Qiraan de meest verdienstelijke).
De Verboden Handelingen tijdens de Haj en `Umrah
Er zijn zes belangrijke verboden handelingen tijdens de Haj en `Umrah:
Het dragen van onderkleding, het dragen van schoenen of het dragen van een hoofddeksel. De meest geschikte kleding voor een man in de staat van ihraam is een doek die om de middel wordt gewikkeld en een andere doek over de schouders wordt gelegd, met houten sandalen aan de voeten. Als houten sandalen niet beschikbaar zijn, mag men schoenen dragen zolang de hakken zichtbaar zijn. Als men geen doek heeft om de middel te bedekken, moet men een lange broek dragen die voldoende bedekking biedt.Dragen van een riem en in de schaduw van een plaats zitten is geen probleem, zolang het hoofd van de man onbedekt blijft. Dit komt omdat voor mannen tijdens ihraam de bedekking van het hoofd verboden is.Voor vrouwen is het toegestaan om gestikte kleding te dragen, maar ze mogen hun gezicht niet bedekken met een sluiers of iets anders dat in contact komt met de huid van hun gezicht. Dit is omdat het gezicht van een vrouw deel uitmaakt van haar ihraam en het bedekken ervan verboden is.
Het gebruik van geurige stoffen. Iemand in de staat van ihraam moet vermijden geuren, zoals parfum of geurige zalf, omdat dit verplicht is voor hen. Als iemand geurtjes gebruikt of gestikte kleding draagt, moet hij een schaap offeren.
Het scheren of knippen van de haren of nagels. Voor het scheren of knippen van haren of nagels is er een fidyah (boete offer) vereist, wat een schaap is. Er is geen bezwaar tegen het aanbrengen van kohl, het nemen van een bad, het bloed afnemen, het ondergaan van een Hajamah (bloedzuigen) of het kammen van het hoofdof baardhaar (als na het kammen geen haren eruit vallen dan is er geen probleem maar wel afkeurenswaardig. Als er wel haren er uitvallen dan is dat haraam).
Seksuele handelingen. Als iemand tijdens de eerste "tahallul" (wat de eerste en tweede tahallul zijn, zal later worden besproken) seksuele relaties heeft, wordt zijn Haj ongeldig, en moet hij als boete een dromedaris, een koe of zeven schapen offeren. Als de seksuele handelingen plaatsvinden na de eerste tahallul, wordt de Haj niet ongeldig verklaard, maar is het verplicht om een dromedaris te offeren.
Het aanraken of kussen van een vrouw waarbij wudu wordt verbroken. Dit wordt gezien als een voorloper van seksuele handelingen. Als dit na de eerste tahallul gebeurt, is er onenigheid over wel of niet haraam (verboden) is. Echter men moet als boete een schaap offeren. Hetzelfde geldt voor zelfbevrediging. Het is haraam om een huwelijk te sluiten tijdens de staat van ihraam, maar als dit gebeurt, wordt het huwelijk niet als geldig beschouwd en hoeft men geen boetedoening te doen (m.a.w. geen offerdier offeren).
Het doden van een landdier door jacht. Het doden van dieren die als halal worden beschouwd, is verboden. Als iemand een jachtwild doodt, moet hij een vergelijkbaar dier uit de halal-dieren als boetoffer slachten. Er moet een gelijkenis zijn tussen het gedode dier en het geofferde dier in grootte en type. Zeevis echter is toegestaan en vereist geen boete.
==============================================================
(Tahallul is een term die wordt gebruikt tijdens de Haj en verwijst naar de handeling van het kaal scheren van het hoofd of het knippen van het haar na het voltooien van de handelingen van de Haj of `Umrah. Het wordt beschouwd als een symbool van reiniging en bescheidenheid, en het markeert het moment waarop een pelgrim uit de staat van ihraam komt.
Er zijn twee soorten tahallul:
Eerste tahallul: Dit gebeurt na de Arafat-pelgrimstocht, wanneer de pelgrim het hoofd scheert (of het haar kort knipt) als een teken van het voltooien van de belangrijkste handelingen.
Tweede tahallul: Dit vindt plaats na de handelingen van de stenen werpen in Mina, wat het moment is waarop de pelgrim het haar of het hoofd opnieuw kan scheren of knippen, als onderdeel van het afmaken van de Haj-handelingen.
Het scheren of het knippen van het haar (bij vrouwen) is een essentieel onderdeel van de handelingen en symboliseert dat de pelgrim zich heeft ontdaan van zijn oude zonden.)
=============================================================
TWEEDE HOOFDSTUKDe volgorde van de uiterlijke daden vanaf het begin van de bedevaartreis tot de terugkeer naar het vaderland
Al deze daden kunnen in tien punten worden samengevat:
I. De zaken die plaatsvinden vanaf het vertrek uit huis tot aan het betreden van de staat van ihraam.Deze omvatten acht onderdelen:
Betreft goederen:Een persoon die op Haj gaat, dient allereerst oprecht berouw te tonen (voor al zijn zondes). Bezittingen die hij onrechtmatig heeft verkregen, moeten aan de rechtmatige eigenaar worden teruggegeven. Hij dient al zijn schulden volledig af te lossen. Hij moet zorgen dat de levensonderhoudskosten van degenen voor wie hij verantwoordelijk is, gedekt zijn tot aan zijn terugkeer. Ook moet hij bezittingen die hij in bewaring heeft, teruggeven aan de eigenaren.
Hij dient van zuiver en halal inkomen voldoende middelen mee te nemen voor zijn reis en verblijf. Ook moet hij in staat zijn de armen onderweg te ondersteunen.
Voor vertrek is het aanbevolen om een kleine hoeveelheid liefdadigheid (sadaqa) te geven. Hij moet een geschikt vervoermiddel kopen of huren. Indien hij een vervoermiddel huurt, moet hij de eigenaar informeren over de belasting die het dier zal dragen en zijn instemming verkrijgen.
Een vrome metgezel zoeken:Het is aanbevolen om een rechtschapen, behulpzame reisgenoot te zoeken. Zo iemand dient hem te herinneren wanneer hij iets vergeet, hem ondersteunen bij goede daden. Als hij bang is, dient hij hem moed te geven. Als hij zwak is, dient hem kracht te schenken. In tijden van moeilijkheden dient hij hem geduld aan te raden en hem aanmoedigen om geduldig en standvastig te zijn. Hij dient afscheid te nemen van vrienden die niet meegaan naar Haj. Hij dient het in orde te maken met zijn geloofsbroeders en buren en hun zegeningen en du`a’s vragen. Allahu Ta`âlâ heeft in hun du`a’s grote voordelen en goedheden voor hen beschikt.
Het afscheid nemen (wadaa’) volgens de Sunnah is als volgt:"Ik vertrouw je Allahsdienst, je vertrouwen en de vruchten van je goede daden toe aan Allah."(Overgeleverd door Abu Dawud, Tirmizie en Nasaie, van İbn `Umar (رضي الله عنه) (Met andere woorden, in alle opzichten vertrouwt ik jou toe aan Allah)An-Nabie صلى الله عليه وسلم zei tegen iemand die op reis ging:"Moge Allah je beschermen en ondersteunen. Moge Hij je voorzien van Allahsvrucht (taqwa) als je reisvoorraad, je zonden vergeven en je leiden naar goedheid waar je ook bent."(Overgeleverd door Tabaranie van Anas (رضي الله عنه)
Salaah verrichten en smeekbede (du`a) doen voor vertrek:Voordat hij zijn huis verlaat, is het aanbevolen om twee rak‘aat salaah te verrichten. In de eerste rak‘a reciteert hij Surat al-Faatihah en Surat al-Kaafirun. In de tweede rak‘a reciteert hij Surat al-Faatihah en Surat al-Ikhlaas.
Na het gebed heft hij zijn handen op en verricht hij oprechte smeekbeden met de volgende woorden:“O Allah! U bent mijn metgezel op mijn reis en de behoeder van mijn familie, bezittingen en vrienden die ik achterlaat. Bescherm ons en hen tegen alle rampen en tegenslagen.O Allah!
Wij vragen U in deze reis om Allahsvrucht en daden die U tevredenstellen. O Allah! Wij vragen U om de weg voor ons korter te maken en de reis voor ons te vergemakkelijken. Schenk ons tijdens deze reis gezondheid van lichaam, bescherming van onze Allahsdienst en veiligheid voor onze bezittingen. Laat ons uw Huis bezoeken en laat ons de gezegende graftombe van uw geliefde, Nabie Muhammad Mustafa صلى الله عليه وسلم, bereiken.O Allah! Wij zoeken toevlucht bij U tegen de ontberingen van de reis, de droevige omstandigheden bij terugkomst van onze families, bezittingen, kinderen en vrienden.O mijn Rab, bescherm ons en hen in Uw zorg. Ontneem ons niet Uw gunsten en weerhoud ons niet van Uw genade en welzijn."
4. Wanneer hij zijn huis verlaat, kan hij de volgende du`a te zeggen:
" Bismillaah, tawakkaltu `alallah wa lâ hawla wa lâ kuwwata illâ billâh.: In de naam van Allah begin ik. Ik stel mijn vertrouwen op Allah. Er is geen terugkeer van zonde en geen kracht tot aanbidding, behalve met de hulp van Allah.
O mijn Rab! Ik zoek toevlucht bij U tegen het dwalen en anderen doen dwalen, tegen vernederd worden en anderen vernederen,tegen het afdwalen en anderen doen afdwalen, tegen onrecht plegen en onrecht ondergaan, tegen onwetendheid en dat men mij onwetend behandelt.
O Allah! Ik vertrek op deze reis niet als een onrechtpleger, overschrijder, opschepper of eerzuchtig persoon. De reden van mijn vertrek is om aan Uw toorn te ontsnappen, Uw tevredenheid te verkrijgen, mijn verplichte aanbidding te vervullen, de sunnah van Uw Nabie صلى الله عليه وسلم na te volgen en de hoop te ervaren op een (spirituele) ontmoeting met U."
Wanneer hij zijn reis voortzet, kan hij te zeggen:
"O mijn Rab! Met Uw kracht loop ik. Ik stel mijn vertrouwen op U. Ik houd me vast aan Uw onbreekbare touw. Ik richt mijn hart op U. Voor mijn veiligheid bent U mijn hoop.Schenk mij uit Uw goedheid alles wat belangrijk voor mij is, zelfs als ik het zelf niet begrijp.Uw nabijheid is een ongeëvenaarde nabijheid. Uw glorie/eer is groots/verheven. Er is geen Allahheid behalve U.O mijn Rab!
Schenk mij vroomheid (taqwa) als proviand, vergeef mijn zonden en waar ik ook heen ga, leid mij naar het goede." Bij elke halte kan hij dit smeekbede te reciteren.
5. Wanneer hij op een vervoermiddel stapt, kan hij de volgende du`a zeggen:
"Bismillaah: In de naam van Allah. Allahu Akbar: Allah is het grootst. Ik stel mijn vertrouwen op Allah. Er is geen terugkeer van zonde en geen kracht tot aanbidding, behalve met de kracht van Allah. Wat Allah wil, geschiedt, en wat Hij niet wil, geschiedt niet. Subhanallah (Glorie zij Allah) Degene die dit (vervoermiddel) voor ons dienstbaar heeft gemaakt, want wij waren daar niet toe in staat, en voorwaar, wij keren terug naar onze Rab.
O mijn Rab! Ik richt mijn gezicht naar U.Ik vertrouw al mijn zaken aan U toe. In alles stel ik mijn vertrouwen op U. U bent voldoende voor mij, en U bent de beste Beschermer."
Wanneer hij stevig op het vervoermiddel zit, kan hij zevenmaal zeggen:سُبْحَانَ اللَّهِ، وَالْحَمْدُ لِلَّهِ، لَا إِلٰهَ إِلَّا اللَّهُ، اللَّهُ أَكْبَرُ"Glorie aan Allah. Alle lof behoort toe aan Allah. Er is geen Allahheid behalve Allah. Allahu akbar."
Daarna kan hij de volgende du`a reciteren:الْحَمْدُ لِلَّهِ الَّذِي هَدَانَا لِهَذَا وَمَا كُنَّا لِنَهْتَدِيَ لَوْلَا أَنْ هَدَانَا اللَّهُ. اللَّهُمَّ أَنتَ الَّذِي رَكَبْنَا عَلَىٰهَا وَأَنْتَ النَّاصِرُ فِي جَمِيعِ الْأُمُورِ.
"Alle lof behoort toe aan Allah, die ons naar dit rechte pad heeft geleid. Als Allah ons niet had geleid, zouden wij het nooit zelf hebben gevonden. O Allah! U bent degene die ons op het rijdier heeft geplaatst. U bent de Helper in alle zaken."
6. Het is sunnah om door te reizen totdat de zon fel begint te branden. De meeste reisuren zouden 's nachts moeten zijn, omdat an-Nabie صلى الله عليه وسلم heeft gezegd:
"Reis zoveel mogelijk 's nachts, want 's nachts wordt de aarde korter dan overdag."(Overgeleverd door Abu Dawud van Anas (رضي الله عنه)
Bij aankomst op een halte kan hij de volgende du`a zeggen:
"O Allah! Rab van de zeven hemelen en wat er onder diens schaduw is, (Rab van) de zeven lagen van de aarde en wat erop is, , (Rab van) de duivels en wat zij verleiden, , (Rab van) de winden en wat zij meeslepen, en , (Rab van) de zeeën en wat zij opslokken. Ik vraag U om het goede van deze rustplaats en alles wat zich erin bevindt. En ik zoek toevlucht bij U tegen het kwaad van deze plaats en alles wat zich erin bevindt. Houd het kwaad van de slechten hier ver van mij."
Na aankomst op de halte kan hij twee rak‘at salaah verrichten. Na de salaah zegt hij:"أعوذ بكلمات الله التامات من شر ما خلق."
"Ik zoek toevlucht bij Allah met Zijn volmaakte woorden, die niemand, goed of slecht, kan passeren, tegen het kwaad van Zijn schepselen."(Overgeleverd door Muslim)
Bij nacht kan hij te zeggen:
"O aarde! Jouw Rab en mijn Rab is Allah. Ik zoek mijn toevlucht bij Allah tegen het kwaad van jou, het kwaad van wat je bevat, het kwaad van wat op je beweegt, het kwaad van leeuwen, slangen, schorpioenen, en het kwaad van degenen die in dit land zijn. Ik zoek mijn toevlucht bij Allah tegen het kwaad van zowel vaders als kinderen."
Daarna kan hij het volgende vers te reciteren: وَلَهُۥ مَا سَكَنَ فِي ٱلَّيۡلِ وَٱلنَّهَارِۚ وَهُوَ ٱلسَّمِيعُ ٱلۡعَلِيمُ ١٣
En aan Hem behoort alles wat er in de nacht en in de dag bestaat, en Hij is de Alhorende, Alwetende. (Soerah Al-An‘am: 6/13)
Zichzelf beschermenHet is passend om overdag voorzichtig te handelen.
Daarom moet men niet alleen reizen buiten de groep om, omdat men anders vaak in verleiding kan komen of de weg kan kwijtraken. Ook 's nachts moet men voorzichtig zijn tijdens de slaap. Als men aan het begin van de nacht slaapt, moet men met een uitgestrekte arm slapen. Als men aan het einde van de nacht slaapt, moet men zijn arm als kussen gebruiken en zijn hoofd in de palm van zijn hand leggen. Dit was de gewoonte van an-Nabie صلى الله عليه وسلم tijdens zijn reizen. Dit is omdat er een mogelijkheid is dat de slaap intens is en men tot zonsopgang in slaap blijft. In dat geval zou men de zegeningen van de salaahs, die (wat betreft belangrijkheid) boven die van de Haj staan, kunnen missen. Het beste is dat twee vrienden 's nachts elkaar afwisselen en de wacht houden (overgeleverd door Beyhaqie, via İbn İshaq van Jaabir (رضي الله عنه) . Het is een sunnah dat als de ene slaapt, de ander waakt.
Als iemand onderweg naar de Haj wordt aangevallen door een vijand of een wild dier, moet hij Ayat al-Kursi, Surah al-Ikhlas en de Mu'awwadhatayn(laatste twee surahs) reciteren en het volgende zeggen:
"Ik lees in de naam van Allah. Wat Allah wil, gebeurt. Kracht komt alleen van Allah. Allah is voldoende voor mij. Ik vertrouw op Allah. Wat Hij wil, gebeurt. Het goede komt alleen van Allah. Wat Hij wil, gebeurt. Het kwaad wordt alleen door Allah afgewend. Allah is voldoende voor mij. Allah accepteert de smeekbeden van degenen die du`a verrichten. Na Allah is er geen doel meer. Er is geen toevlucht behalve bij Allah. Allah heeft het volgende bevolen: 'Bij Mijn Majesteit, Ik zal overwinnen en ook Mijn Profeet.' Er is geen twijfel, Allah is de Almachtige en heeft de overhand over alles."
Ik heb toevlucht gezocht bij de vesting van Allahu Adhiem. O mijn Rab! Bewaak ons met Uw ogen, die niet in slaap vallen. Bescherm ons onder Uw bescherming, waar geen vijand ons kan bereiken. U bent onze hoop en de bron van ons vertrouwen, verleen ons Uw genade met Uw macht, zodat wij niet ten onder gaan. O mijn Rab!
Maak de harten van Uw mannelijke en vrouwelijke dienaren vol mededogen voor ons. Vul hun harten met genade en medeleven voor ons. U bent de enige die de genade schenkt aan degenen die genadig zijn.
Wanneer men een heuvel beklimt, is het aanbevolen om drie keer de takbier (Allahu Akbar) uit te spreken. Na de takbier dient men te zeggen: "O Allah! Elke hoogte boven ons is Uw eigendom. In alle gevallen alle lof en dank zijn voor U."
Wanneer men in een vallei daalt, moet men de tasbieh (het verheerlijken van Allah: Subhanallah) uitspreken. Als men zich tijdens de reis zorgen maakt over wild dieren, moet men het volgende zeggen:
" Allah is verheven boven alle tekortkomingen (subhanallah), de Heilige (al Quddus) en de Koning (al Malik), Rab van de Roehs (zielen) en de engelen. De hemelen erkennen Zijn Eer en Zijn majestueuze kracht."
II. De etiquette (of aanbevolen handelingen) van de ihraam, van het moment van de miqaat (de grens waar de pelgrims in de staat van ihraam moeten komen) tot het binnengaan van Makkah, zijn vijf:
Het is noodzakelijk om een rituele wassing (ghusl) te verrichten met de bedoeling de ihraam aan te trekken. Wanneer men de bekende miqaat bereikt, moet men de grote wassing verrichten (ghusl). De ghusl moet worden voltooid door het schoonmaken van het lichaam, het kammen van het haar en de baard, het knippen van de nagels en het korten van zijn snor afronden door het gedeelte aan de voorkant te knippen. De voorwaarden van reinheid die we eerder beschreven hebben (Boek van de taharah), moeten hier volledig worden nageleefd.
Het is verplicht (voor de man) om de kleding met naden uit te trekken en de ihraam-kleding te dragen, die bestaat uit twee doeken: één voor over de schouders (rida: een overkleed) en de andere om de taille (izaar: een lendendoek) te binden (beide doeken moeten ongenaaide of ongezoomde zijn). Het is beter dat deze doeken wit zijn, aangezien bij Allah is wit het meest geliefd.
Voordat men in ihraam gaat, dient men zowel zijn lichaam als zijn kleding met parfum behandelen. Er is geen bezwaar tegen het gebruik van geurstoffen die na de ihraam nog een geur achterlaten, aangezien er geuroverblijfsel van muskus in het haar van an-Nabie صلى الله عليه وسلم was, zelfs nadat hij in ihraam was gegaan.(Overgeleverd door Muslim en Bukharie van Aisha (رضي الله عنها)
Na het aantrekken van de ihraam-kleding moet men niet meteen de intentie maken. Men moet wachten totdat het vervoermiddel in beweging komt of men zelf begint te reizen. Op dat moment dient men de intentie te maken om de ihraam voor de Haj (Haj-i Qiraan of Haj-i Ifraad) of `Umrah, te accepteren. Het is voldoende om simpelweg de intentie te maken, maar de sunnah is om samen met de intentie de talbiya uit te spreken, en men moet zeggen:لَبَّيْكَ اللَّهُمَّ لَبَّيْكَ، لَبَّيْكَ لَا شَرِيكَ لَكَ لَبَّيْكَ، إِنَّ الْحَمْدَ وَالنِّعْمَةَ لَكَ وَالْمُلْكَ، لَا شَرِيكَ لَكَ."Hier ben ik (om U te dienen), o Allah, hier ben ik (om U te dienen). Hier ben ik (om U te dienen), U heeft geen deelgenoot, hier ben ik (om U te dienen). Voorwaar, alle lof, alle gunsten en de heerschappij behoren U toe. U heeft geen deelgenoot."
Als hij meer wil zeggen dan deze woorden, kan hij het volgende toevoegen:'Hier ben ik, o Allah, tot Uw dienst.Ik zal Uw Allahsdienst steunen.Ik zal Uw Allahsdienst steunen. Al het goede is in Uw macht. Enkel bij U zijn de verlangens. In waarheid.Als dienaar ben ik gekomen met de intentie van aanbidding en toewijding voor de Haj om U te dienen. O Rab! Laat Uw oceaan van genade zich uitstorten over Muhammad (صلى الله عليه وسلم ) en zijn familie.'Na het aannemen van de ihraam en het uitspreken van de talbiyah is het aanbevolen om het volgende te zeggen:'O Rab, ik heb de intentie om de Haj te verrichten. Maak het mij gemakkelijk. Help mij de verplichte handelingen van de Haj uit te voeren en accepteer de verrichte handelingen van mij.
O Rab, ik heb de intentie uitgesproken om de verplichte handelingen van de Haj te verrichten. Maak mij tot een van degenen die reageren op Uw oproep, geloven in Uw belofte en gehoorzamen aan Uw bevelen. Maak mij tot een van degenen die U tevreden over bent, die U hebt aanvaard en van wie de daden door U worden geaccepteerd. Maak het verrichten van de handelingen die ik heb bedoeld gemakkelijk voor mij, O Rab! O Rab, voor U heb ik mijn vlees, haar, bloed, aderen, merg en botten in ihraam gestoken. Ik heb vrouwen en geur voor mijzelf verboden gemaakt. Ik heb kleding met stiksels voor mijzelf verboden verklaard. Al deze dingen doe ik met het doel Uw Aangezicht te mogen aanschouwen (in Jannah) en het hiernamaals te verwerven.'
Na het aannemen van de ihraam worden zes eerder genoemde verboden handelingen haram (verboden) voor de pelgrim. Hij moet zich daarom streng onthouden en ervoor waken.
5. Het is aanbevolen om tijdens de ihraam op verschillende momenten de talbiyah te herhalen. Vooral wanneer men samenkomt met medereizigers in groepen, bij beklimmen of afdalen van een plek, bij het opstijgen op het vervoermiddel of het afstijgen ervan, is het herhalen van de talbiyah zeer aanbevolen. Hij dient zijn stem te verheffen bij het zeggen van de talbiyah, zolang dit zijn keel niet irriteert of vermoeit. Overmatig de stem verheffen heeft geen betekenis, want wij roepen geen dove of afwezige aan. Zoals vermeld is in een hadieth:'Hij roept geen dove of afwezige aan.'(Overgeleverd door Muslim en al-Bukharie van Abu Musa al-Ash'ari (رضي الله عنه)
Het is toegestaan om in drie moskeeën luid de talbiyah te zeggen:De Masjid al-Haram, de Masjid al-Khayf (masjid in Mina) en de Miqaat-moskee. Want er wordt aangenomen dat dit de 'plaatsen van de handelingen van de Haj' (Manasik al Haj) zijnIn andere moskeeën is het stil zeggen van de talbiyah toegestaan an-Nabie صلى الله عليه وسلم zei wanneer hij iets zag dat hem beviel:'Hier ben ik, O Allah, tot Uw dienst.
Het ware leven is enkel het leven van het Hiernamaals.'(Overgeleverd door al-Shafi'i in al-Musnad van Mujahid, hadieth is mursal)
III. Etiquettes van Makkah betreden tot aan de tawaaf:Deze Etiquettes omvatten zes punten:
1.Het uitvoeren van ghusl bij een plek genaamd Dhul-Tuwa voordat men Makkah betreedt.De aanbevolen en sunnah ghusl tijdens de Haj zijn negen:a. Voor het aannemen van de ihraam bij de miqaat.b. Bij het betreden van Makkah.c. Voor de aankomst-tawaaf (Tawaaf al-Qudoem)d. Voor de waqfah in Arafate. Voor de waqfah in Muzdalifah.f. Drie afzonderlijke ghusls voor 2,3 en 4 dagen van `Iedu’l Adha voor het werpen van de steentjes op de drie Jamraat (behalve de 1e dag voor Jamrah al-Aqaba).g. Voor de afscheids-tawaaf (Tawaaf al-Wada)
Imam Shafi'i heeft in zijn latere mening verklaard dat ghusl niet verplicht is voor de tawaaf az-Ziyarah en de afscheids-tawaaf (Tawaaf al-Wada). Daarom worden de aanbevolen ghusl tijdens de Haj teruggebracht tot zeven.
Van buiten Makkah begint het (vanaf een korte afstand tot Mekka) bij het binnengaan van de Haram. Het is buiten Makkah toegestaan om gras te maaien, bomen te kappen en te jagen. Binnen de grenzen van de Haram zijn dergelijke handelingen absoluut verboden Bij het eerste betreden van het Haram-gebied van Makkah vanaf buiten, dient men te zeggen:
"O Allah! Dit is Uw heilige gebied, Uw veilig gebied. Maak daarom mijn vlees, bloed, haar en huid (mijn hele lichaam) die hier binnenkomt, verboden voor het vuur. Bescherm mij tegen Uw straf op de dag dat U Uw dienaren verzamelt en laat mij behoren tot Uw vrienden en dienaren die U aanbidden."
3.
Men dient Makkah binnen te gaan via de al-Abtah route, langs de weg van Saniyyat’ul-Qudâ.an-Nabie صلى الله عليه وسلم betrad Makkah via deze weg nadat hij van richting veranderde en deze route nam.(Overgeleverd door Muslim en Bukharie, van İbn `Umar (رضي الله عنه) Het is daarom beter om Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) te volgen. Bij het verlaten van Makkah gebruikte hij de lagere weg, genaamd Saniyyat’ul-Qudâ. De toegangsroute bevindt zich aan de bovenkant van Makkah.
4. Bij het betreden van Makkah, wanneer men Ra`su’r-Radm bereikt en het heilige Ka`bah ziet, dient men het volgende te reciteren:Er is geen Allah behalve Allah (La ilaha illalah). Allahu akbar.O Allah! Eén van Uw Namen is as-Salaam, vrede en veiligheid komen van U, en het Paradijs is de woning van vrede (Dâru’s-Salâm). O Allah, de Bezitter van edelmoedigheid en majesteit; U bent vrij van elke tekortkoming (subhanallah). O Allah! Dit is Uw Huis, dat U heeft geëerd en verheven met grootheid en eer. O Allah! Verhoog de glorie van Uw Huis nog meer, vermeerder zijn eer, zijn majesteit en zijn ontzag, en vermeerder de goedheid en de edelmoedigheid voor hen die het bezoeken. O Allah! Open voor mij de deuren van Uw barmhartigheid, laat mij het Paradijs binnentreden en bescherm mij tegen het kwaad van de vervloekte shaytaan.
5. Bij het betreden van de Masjid al-Haram dient men dit te zeggen terwijl men door de Banî Shayba-poort gaat:"In de naam van Allah begin ik. Ik zoek hulp bij Allah.Ik geloof dat al het goede van Allah komt en keer mij tot Hem. Ik ga voort op het pad van Allah en volgens de natie (Allahsdienst) van Rasûlullah صلى الله عليه وسلم."
Wanneer men dichterbij het Ka`bah komt, dient men te zeggen:"Alle lof is aan Allah. Vrede zij met de uitverkoren dienaren van Allah! O Allah, laat Uw oceaan van genade zich uitstorten over Uw dienaar en boodschapper Muhammad صلى الله عليه وسلم, over Uw vriend Ibrahim, صلى الله عليه وسلم en over alle profeten en boodschappers."
Na dit gezegd te hebben, heft men beide handen op en doet smeekbede:"O Allah! Aan het begin van mijn (Haj)daden, in dit nobele station, vraag ik U mijn berouw te accepteren, mijn zonden te vergeven en de zware lasten van mijn schouders te nemen. Alle lof is aan Allah, die mij naar Zijn Heilige Huis heeft gebracht, dat voor de mensheid een plaats van toevlucht en veiligheid is gemaakt. O Allah, ik ben Uw dienaar, en deze stad is Uw stad, deze heilige grond is Uw heiligdom, en dit Huis is Uw Huis. Ik ben tot U gekomen, verlangend naar Uw genade. Ik zoek Uw tevredenheid met de nederigheid van iemand die vreest voor Uw straf en smeek met de hoop op Uw genade en het verlangen naar Uw tevredenheid."
6. Na het uitvoeren van deze handelingen gaat men naar de Hajar al-Aswad (Zwarte Steen), raakt deze aan met de rechterhand en kust deze, waarna men het volgende gebed zegt:"O Allah! Ik heb het toevertrouwde uitgevoerd en mijn belofte nagekomen. Getuig hiervan voor mij."
Als het niet mogelijk is om de Hajar al-Aswad te kussen, kan men ervoor gaan staan en het smeekgebed hierboven reciteren. Daarna dient men zich uitsluitend te concentreren op de tawaaf (zeven rondgangen rond de Ka`bah) en zich met niets anders bezig te houden. Deze tawaaf staat bekend als Tawâf al-Qudûm. Men mag deze tawaaf alleen uitstellen als de verplichte salaah in gemeenschap wordt verricht. Na de salaah kan men de tawaaf hervatten of beginnen.
IV. Of het nu de Tawâf al-Qudûm is of een andere tawaaf, wanneer men begint met de tawaaf, dient men de volgende zes regels in acht te nemen:
Men moet voldoen aan de voorwaarden van de salaah: het bedekken van het lichaam, reinheid van plaats, lichaam en kleding, en het hebben van wudu net als voor de salaah. Het verrichten van de tawaaf rond de Ka`bah wordt beschouwd als een vorm van salaah, behalve dat Allah hier het spreken heeft toegestaan.Voordat men begint met de tawaaf, dient men de bovenste doek van de ihraam onder de rechteroksel door te halen en beide uiteinden over de linkerschouder te leggen. Eén uiteinde hangt op de rug, het andere op de borst.
Vervolgens stopt men met de talbiyah en richt men zich op de smeekgebeden voor de tawaaf die later worden genoemd.
Nadat men de doek op deze manier heeft geplaatst, dient men bij de Hajar al-Aswad te staan en deze iets vrij te laten, zodat de steen precies recht tegenover de persoon is. Men dient de Ka`bah aan de linkerzijde te houden. Terwijl men de tawaaf verricht, dient men een afstand van drie stappen tot de Ka`bah aan te houden. Men dient ervoor te zorgen dat deze afstand niet groter wordt, zodat men dicht bij de Ka`bah blijft en niet op de Shadharwan (het oude fundament van de Ka`bah, is het onderste gedeelte van de Ka`bah-muur dat iets breder is dan de rest van de muren en naar buiten uitsteekt) loopt. De Shadharwan wordt beschouwd als een deel van de Ka`bah. Bij de Hajar al-Aswad zijn geen stenen die de Shadharwan markeren, maar de Shadharwan sluit daar aan, wat kan leiden tot verwarring. Het lopen op de Shadharwan tijdens de tawaaf is ongeldig, omdat men in dat geval binnen de Ka`bah zou lopen. De tawaaf moet echter buiten en rond de Ka`bah worden uitgevoerd.
De Shadharwan is het deel van de Ka`bah dat breder is dan de muren, nadat deze naar boven toe smaller zijn geworden. Nadat men zich op de juiste positie tegenover de Hajar al-Aswad heeft geplaatst, begint men vanaf daar de tawaaf.
3. Bij het begin van de tawaaf, en voordat men langs de Hajar al-Aswad gaat, dient men het volgende te zeggen:"Ik begin mijn tawaaf in de naam van Allah. Allahu akbar. O Allah, ik verricht deze tawaaf vanuit mijn geloof in U, mijn geloof in Uw Boek, mijn trouw aan Uw verbond, en mijn navolging van de sunnah van Uw nobele profeet, Muhammad Mustafa صلى الله عليه وسلم
Nadat men dit heeft gezegd, begint men met de tawaaf.Wanneer men de Hajar al-Aswad volledig is gepasseerd en bij de deur van de Ka`bah komt, zegt men deze smeekbede:"O Allah, dit huis is Uw huis. Dit heiligdom is Uw heiligdom. Deze veilige plaats is door U veilig gemaakt. Deze plek is de plek van degenen die bescherming zoeken bij U tegen het Vuur."
Bij Maqam Ibrahiem عليه السلام aangekomen, wijst men met het oog naar de plaats van Ibrahiem عليه السلام en zegt:"O Allah, voorwaar, Uw huis is groots. Uw aangezicht is edel en U bent de meest Barmhartige der barmhartigen. Bescherm mij daarom tegen het Vuur en de verdreven shaytaan. Maak mijn vlees en bloed verboden voor het Vuur. Bescherm mij tegen de verschrikkingen van de Dag des Oordeels. Help mij in mijn levensonderhoud in zowel het wereldse leven als het hiernamaals."
Na deze smeekbede zegt men lofprijzingen en dankbetuigingen aan Allah totdat men bij de Rukn al-Iraqi (de hoek aan de kant van Irak) komt. Daar zegt men:"O Allah, ik zoek toevlucht bij U tegen shirk(afAllaherij), twijfel, kufr (ongeloof), hypocrisie, slechte moraal (ahlaaq), en alles wat slecht is in mijn gezin, bezit, en kinderen."
Bij de Mizab ar-Rahmah (de Gouden Dakgoot) zegt men:"O Allah, geef ons schaduw op de Dag waarop er geen schaduw is behalve die van Uw Troon. O Allah, laat mij drinken uit de beker van Muhammad صلى الله عليه وسلم, zodanig dat ik daarna nooit meer dorst zal hebben."
Bij de Rukn al-Shaami (de hoek aan de kant van Shaam) zegt men:"O Allah, accepteer mijn Haj als een geaccepteerde Haj. Accepteer mijn sa‘y als een dankbare inspanning voor U. Vergeef mijn zonden en maak mijn handel winstgevend zonder verlies.O al Aziez (de Almachtige), O al Ghafoer (de Vergevensgezinde). O Rab, vergeef ons, wees genadig, en wees ons niet hardvochtig voor de fouten die U kent. Want U bent de Meest Verhevene en de Meest Edele."
Bij de Rukn al-Yamaanie (de hoek aan de kant van Jemen) zegt men:"O Allah, ik zoek toevlucht bij U tegen ongeloof, armoede, de kwellingen van het graf, en de beproevingen van het leven en de dood. Ik zoek Uw toevlucht tegen vernedering in het wereldse leven en het hiernamaals."
Tussen de Rukn al-Yamaanie en de Hajar al-Aswad zegt men:للهم ربنا آتنا في الدنيا حسنة وفي الآخرة حسنة وقنا عذاب النار وفتنة القبر برحمتك
"O Allah, onze Rab, schenk ons goedheid in deze wereld en in het hiernamaals, en bescherm ons met Uw barmhartigheid tegen de beproevingen van het graf en de kwellingen van het Vuur."
Bij de Hajar al-Aswad zegt men:O Allah, vergeef mij door Uw genade. Ik zoek mijn toevlucht tot de Heer van deze steen tegen schulden, armoede, moeilijkheden en de bestraffing in het graf.
Na het voltooien van één ronde (shaut) van de zeven ronden, vervolgt men op dezelfde wijze, met het reciteren van boven beschreven smeekbeden bij de genoemde plaatsen.
4. Bij de eerste drie rondgangen (shaut) wordt ramal verricht. Tijdens de laatste vier rondgangen loopt men normaal. Ramal betekent het zetten van snelle stappen, alsof men in een lichte draf loopt. Het is geen volledig rennen, maar een wandeltempo dat iets sneller is dan normaal. Het doel van ramal en idhtibaa (het plaatsen van de bovenste doek onder de rechterarm en over de linkerschouder) is het tonen van vitaliteit, kracht en vastberadenheid. Aan het begin van de Islaam werd dit gedaan om de vijanden van de Islaam te ontmoedigen. Deze sunnah is als een blijvende praktijk doorgegeven aan de oemma.(Overgeleverd door Muslim en Bukharie, van İbn` Abbaas (رضي الله عنه) __________________________________________________________________________
[Opm.AS: Destijds was de lucht in Mekka gezond, terwijl de lucht in Medina ongunstig was. Toen de moslims Mekka hadden veroverd en tawaaf rond de Ka`bah zouden verrichten, verspreidden de Mekkaanse polytheïsten het gerucht dat de moslims in Madiena ziek waren geworden en hun kracht hadden verloren. Toen Rasulullah dit hoorde, nam hij deze maatregel tijdens de tawaaf om de moslims krachtig te laten overkomen tegenover deze uitspraken.]_________________________________________________________________________
Bij het verrichten van ramal is het beter om dicht bij de Ka`bah te zijn. Als dat door drukte niet mogelijk is, verdient het de voorkeur om op afstand rond te gaan en ramal te verrichten.
Tijdens drukke periodes kan men aan de rand van de mataaf (de plaats van de tawaaf) drie keer ramal doen en daarna dichter bij de Ka`bah komen om de resterende vier rondgangen af te maken. Als het mogelijk is, zou men aan het einde van elke ronde de Hajar al-Aswad dienen te groeten (istilaam). Als men de steen door drukte niet kan bereiken, volstaat het om ernaar te wijzen en vervolgens de hand te kussen. Van de vier hoeken van de Ka`bah is het slechts aanbevolen (mustahab) om de Rukn Yamaanie aan te raken.
An-Nabie صلى الله عليه وسلم verrichtte istilaam van de Rukn Yamaanie, kuste deze en plaatste op zijn wang”. De Hajar al-Aswad wordt echter alleen gekust; bij de Rukn Yamani is aanraking beter.
5. Na zeven rondgangen gaat men naar de plaats genaamd Multazam, tussen de Hajar al-Aswad en de deur van de Ka`bah. Dit is een plek waar smeekbeden worden aanvaard. Hier dient men zijn borst tegen de muur van de Ka`bah te leggen, zich vast te houden aan het gordijn van de Ka`bah, de rechterwang tegen de stenen te plaatsen, en de armen en handen op de muur uit te strekken, terwijl men het volgende zegt:
"O Allah, Rab van dit Oude Huis (Bayti Atieq)! Bevrijd mij van het Vuur. Bescherm mij tegen de vervloekte shaytaan. Bescherm mij tegen al het kwaad. Maak mij tevreden met wat U mij als levensonderhoud heeft gegeven en schenk mij zegen in wat U heeft gegeven. O Allah! Dit Huis is Uw Huis, deze dienaar is Uw dienaar, en deze plaats is de plek waar mensen bescherming zoeken tegen het Vuur. O Allah, laat mij behoren tot degenen die het meest geliefd zijn bij U."
Na dit smeekgebed wordt aangeraden Allah uitvoerig te loven en te prijzen. Hier zou men zijn persoonlijke smeekbeden kunnen doen en om vergiffenis vragen voor zijn zonden. Sommige vrome voorgangers (salaf as-salih) hielden hun familieleden op afstand terwijl zij in de Multazam waren, en zeiden: "Blijf bij mij vandaan, zodat ik mijn zonden aan mijn Rab kan belijden."
6.
Na de smeekbeden in de Multazam is het aanbevolen om achter de Maqam Ibrahim twee rak‘ahs salaah te verrichten. In de eerste rak‘ah reciteert men na de Fatiha de soera al-Kafiroen en in de tweede rak‘ah de soera al-Ikhlaas. Dit gebed wordt het tawaaf-salaah genoemd.
Zuhri zei: "Het is een blijvende sunnah om na zeven rondgangen twee rak‘ahs salaah te verrichten." (Overgeleverd door Bukharie)Als iemand meerdere keren tawaaf doet, is het voldoende om aan het einde van alle tawaafs gezamenlijk twee rak‘ahs te bidden. Elke zeven rondgangen gelden als één volledige tawaaf.(Overgeleverd door Ibn Abu Khaatm, van Ibn`Umar (رضي الله عنه met een zwakke sanad)
Na de twee rak`ah salaah zegt men het volgende:
"O Allah, vergemakkelijk voor mij de gemakkelijkste weg. Houd mij weg van de moeilijkste weg. Vergeef mij in deze wereld en in het Hiernamaals. Bescherm mij met Uw genade tegen het begaan van zonden. Help mij om mijn aanbidding te verrichten met Uw leiding. Bescherm mij tegen alles wat als ongehoorzaamheid tegenover U wordt beschouwd. Maak mij tot iemand die houdt van U, Uw engelen, Uw boodschappers en Uw rechtschapen dienaren. O, Allah, En maak mij geliefd bij Uw engelen, boodschappers en rechtschapen dienaren. O Allah, zoals U mij naar de Islaam heeft geleid, laat mij daarin standvastig blijven door Uw goedheid en bescherming. Sta mij toe om U en Uw Boodschapper te gehoorzamen en bescherm mij tegen de misleiding van beproevingen."
Hierna wendt men zich opnieuw tot de Hajar al-Aswad en verricht men istilaam, waarmee men de tawaaf beëindigt met istilaam van de Hajar al-Aswad.
An-Nabie صلى الله عليه وسلم zei:
"Wie zeven rondgangen om de Ka`bah voltooit en daarna twee rak‘ahs salaah verricht, zal een beloning ontvangen die vergelijkbaar is met het vrijkopen van een slaaf."(Overgeleverd door Tirmidhie ve Nasaie, van İbn `Umar (رضي الله عنه)
Zo is de uitvoering van de Tawaaf.
Naast de voorwaarden voor de salaah zijn ook het voltooien van zeven rondgangen, beginnen bij de Hajar-ul-Aswad, de Ka`bah aan de linkerkant houden tijdens de rondgangen, en het voortzetten van de tawaaf binnen de moskee en buiten de Ka`bah, verplicht. Het lopen over de Shadhrawan (oude Ka`bah muur) of door het gebied van Hijr Ismaïl wordt niet als tawaaf beschouwd.Men mag de rondgangen niet onderbreken met abnormaal lange pauzes, omdat het aaneensluitend uitvoeren van de rondgangen ook verplicht is. Andere handelingen die bij de tawaaf worden verricht, zijn soms sunnah en soms onderdeel van de handelingen van de Haj.
V. Na het voltooien van de Tawaaf
Na het voltooien van de tawaaf moet men de moskee verlaten via de Safa-poort, die zich bevindt tussen de Rukn al-Yamaanie en de Hajar-ul-Aswad. Bij het bereiken van de Safa-heuvel dient men een afstand van minstens een lichaamslengte de heuvel te beklimmen.
An-Nabie صلى الله عليه وسلم klom op de Safa-heuvel tot hij de Ka`bah kon zien. (Overlevering van Muslim)Het is ook toegestaan om aan de voet van de heuvel met de Sa’y te beginnen, maar het beklimmen van de heuvel , een afstand van minstens een lichaamslengte, is aanbevolen. De trappen die later aan de heuvel zijn toegevoegd, mogen niet worden gebruikt op een manier die de heuvel achterlaat, omdat dit de Sa’y ongeldig maakt.
Het uitvoeren van de Sa’y
Vanaf de Safa-heuvel loopt men zeven keer heen en weer tussen Safa en Marwa. Bij het bereiken van de Safa-heuvel richt men zich naar de Ka`bah en zegt:"Allahu akbar, Allahu akbar. Alle lof komt Allah toe voor het leiden naar het rechte pad. Alle lof in zijn volledigheid is voor Allah, voor al Zijn gunsten. Er is geen Allahheid behalve Allah. Hij is de Enige zonder deelgenoot. Aan Hem behoort de heerschappij en alle lof. Hij schenkt leven en neemt het, en alle goeds ligt in Zijn Hand. Hij heeft macht over alle dingen.Er is geen Allahheid dan Allah. Hij is de Enige. Hij is waarachtig in Zijn belofte. Hij heeft Zijn dienaar geholpen, Zijn leger overwinnend gemaakt, en de vijand alleen en op zichzelf verslagen en verdrongen. Er is geen Allahheid dan Allah. Wij aanbidden Hem oprecht, zelfs als de ongelovigen onze aanbidding niet waarderen. Er is geen Allahheid dan Allah. Wij aanbidden Hem oprecht. Alle lof komt toe aan Allah, de Heer van de werelden.
Verheerlijkt Allah wanneer jullie 's avonds en 's ochtends aankomen. "Verheerlijk Allah in de hemelen en op de aarde, in de avond en in de ochtend (tijdens de middagen namiddagsalaahs). Hij brengt de levende voort uit de dode, en de dode uit de levende. Hij geeft leven aan het land na zijn dood. Zo zullen jullie ook uit jullie graven worden opgewekt. Het is een van Zijn tekenen dat Hij jullie uit aarde heeft geschapen. Vervolgens verspreiden jullie je opeens als mensen over de aarde."
Vervolgens zegt men deze smeekbede:O Allah, ik vraag U om blijvend geloof, een juiste en zekere overtuiging, nuttige kennis, een vrezend hart en een tong die U herinnert! Ik vraag Uw vergeving, gezondheid en welzijn, en de blijvende beloningen in deze wereld en het hiernamaals!"
Daarna stuurt men salaah en salaam (zegeningen en groetenis) aan an-Nabie صلى الله عليه وسلم. En vraagt alles wat hij van Allah wil.Na deze smeekbeden daalt men af van de Safa-heuvel en begint men met de Sa’y, de volgende smeekgebed zeggende:"Mijn Rab! Vergeef mij, wees barmhartig, en laat de straf voor de zonden die U kent achterwege. Want de allerhoogste en de krachtigste bent U alleen. Mijn Rab! Schenk ons goedheid in deze wereld en het hiernamaals. Bescherm ons tegen de straf van het vuur."Men blijft normaal wandelen. Bij het passeren van de groene mijlpalen tussen Safa en Marwa dient men versneld te lopen (ramal). Buiten dit gebied dient men normaal te wandelen.
Bij het bereiken van Marwa beklimt men de heuvel op dezelfde wijze als Safa, richt zich naar de Ka`bah en verricht dezelfde smeekbeden. Dit proces wordt herhaald totdat men zeven rondgangen voltooit, waarbij elke heenen terugreis één Sa’y telt. Hiermee heeft men Tawaaf al- Qudûm en Sa`y voltooid. (Als men de intentie had genomen alleen voor `Umrah dan dient men hierna haren te scheren (vrouwen knippen een plukje haar) en kan uit de ihraam.)
De Sa’y na de Tawaaf al- Qudûm en de Tawaaf zelf zijn beide sunnah, en het hebben van wudu tijdens de Sa’y is aanbevolen maar niet verplicht. Echter, het hebben van wudu tijdens de Tawaaf is verplicht.
Als men na de Tawaaf-ı Qudûm de Sa'y heeft verricht, is het niet passend om Sa'y een tweede keer na de Arafa-waqfa te herhalen. De Sa'y die na Tawaaf-ı Qudûm wordt verricht, vervangt echter de verplichte Sa'y en is voldoende. Het is namelijk niet verplicht om de verplichte Sa'y na de Arafa-waqfa te verrichten. Het uitvoeren van de Sa'y na de Arafa-waqfa is alleen vereist voor de verplichte Tawaaf. Ja, het is voor alle Sa'y, ongeacht welke, noodzakelijk om deze na de Tawaaf te verrichten.
VI. Het bezoek aan Arafat
Indien een pelgrim op de Dag van Arafah aankomt, is het niet meer mogelijk om de Tawaaf al-Qudoem uit te voeren. Als men de intentie heeft voor Haj-i Ifraad, en enkele dagen vóór Arafah in Makkah aankomt, verricht men de Tawaaf al- Qudûm wel en blijft men in de staat van Ihraam tot de zevende dag van Dhu’l-Hijjah in Makkah.
Op de middag van de 7e Dhu’l-Hijjah geeft de imaam een preek nabij de Ka`bah, waarin de pelgrims worden aangespoord zich voor te bereiden op het vertrek naar Mina en de overnachting daar. Diegenen die in Mina verblijven, vertrekken op de ochtend van Arafah-waqfa naar Arafat om de verplichte de Arafah-waqfa na de middag te vervullen. De Arafat-waqfa begint bij de zonsondergang en duurt tot de dageraad van de eerste dag van het Offerfeest (`Iedu’l Adha). Daarom is het passend om 'Labbayk' te reciteren wanneer men op weg is naar Mina.
Het is aanbevolen om de reis naar Arafat en andere gebedsplaatsen te voet te maken als men daartoe in staat is. De rituele staanplaats (Wuqoef) op Arafat begint na de middag en duurt tot het ochtendgloren van de Dag van `Iedu’l Adha (10e Dhu’l-Hijjah).
Wanneer men de dag in Mina doorbrengt, zou men de volgende smeekbede kunnen zeggen: "O mijn Rab! Dit is Mina. Wat U hebt geschonken aan degenen die zich toewijden aan Uw gehoorzaamheid en Uw rechtvaardige dienaren, schenkt het ook aan mij”. Deze nacht brengt men door in Mina. Dit is slechts een nacht van verblijf en heeft geen verband met de handelingen van de Haj. Wanneer de dag van Arafah aanbreekt, verricht men de ochtendsalaah in Mina. Wanneer de zon boven de berg Sabir in Mina opkomt, vertrek men naar Arafat en zeg ik deze smeekbede:O Allah! Deze ochtend is beter dan alle andere ochtenden die ik gezien heb, maak mij dichter bij Uw tevredenheid komen en verder van Uw toorn zijn.O Allah! Ik richt mijn deze ochtend tot Uw (tevredenheid). Ik verwacht (alleen) van U, vertrouw (alleen) op U en wil (alleen) Uw Aangezicht. Maak mij tot een van Uw dienaren waar de engelen trots op zullen zijn.
Wanneer men Arafat bereik, dient men zijn tent in de buurt van de moskee op te zetten, dicht bij de omgeving van masjid an-Namrah, omdat an-Nabie صلى الله عليه وسلم daar zijn tent had opgezet. (Overgeleverd door Muslim van Jaabir (رضي الله عنه) Masjid an-Namrah is de binnenkant van het dal genaamd Uranah en ligt niet in Arafat.
Voor het verrichten van de waqfa moet men zich wassen (ghusl). Wanneer de zon op zijn hoogste punt staat, houdt de imaam een korte en beknopte toespraak (khutba). Aan het einde van de eerste toespraak gaat de imaam zitten en begint de muadhdhin met de oproep tot salaah. Terwijl de muadhdhin doorgaat met de oproep, leest de imam de tweede toespraak. Na de toespraak brengt de muadhdhin de oproep tot de (middag) salaah en de imaam dient de tweede toespraak af te maken.Na de toespraak dient de imaam de salaah van de middag en de namiddag te verrichten met één oproep tot salaah en twee keren iqamah, in verkorte vorm. Na de (gecombineerde) salaah moet men naar de plek voor de waqfa gaan. De imaam moet de waqfa uitvoeren binnen de grenzen van Arafat en mag niet in het dal Uranah stoppen.De moskee van de Profeet Ibrahiem صلى الله عليه وسلم heeft de richting van Uranah als zijn qibla, terwijl het andere deel binnen de grenzen van Arafat valt. Daarom wordt iemand die de waqfa uitvoert in de voorkant van de moskee, niet geacht de waqfa van Arafat te hebben verricht. De grenzen van Arafat zijn duidelijk gemarkeerd met grote, geplaveide stenen.De meest eerbiedwaardige plaats voor de waqfa in Arafat is nabij de grote stenen aan de voet van de berg Rahmah, dichtbij de plaats die voor de imaam is gereserveerd. Het is het beste om vanaf de rug van het dier naar de qibla te kijken en de waqfa daar te verrichten. Wanneer men de waqfa doet, moet men veel hamd, tesbieh, tawhied, lof voor Allah, smeekbeden en berouw uitspreken. Het is het beste om niet te vasten op de dag van Arafah, zodat men beter in staat is om de smeekbeden te doen. Het onderbreken van de Labbayk op de dag van Arafah is niet de beste optie; het is meer passend om Labbayk op te zeggen, afgewisseld met andere smeekbeden.Het is het beste om Arafat pas na zonsondergang te verlaten, zodat men zowel de dag als de nacht in Arafat heeft doorgebracht.
Als men de mogelijkheid heeft om (op zijn minst) een uur in Arafat te blijven voor de waqfa op de 8e dag van Dhu al-Hijjah, moet men dit doen om elke twijfel over de bevestiging van de Haj te vermijden. Zo voorkomt men onzekerheid over de waqfa van Arafah.Wie niet in staat is om de waqfa in Arafat te verrichten voor de dageraad van de eerste dag van het Offerfeest, heeft zijn Haj gemist en moet deze opnieuw uitvoeren. Daarom moet iemand die de `Umrah-handelingen heeft verricht (maar de Arafa-waqfa heeft gemist) en daarna uit ihraam komt, moet een dier offeren voor de gemiste Arafa-waqfa en deze volgend jaar opnieuw uitvoeren.De belangrijkste taak van degene die de waqfa op Arafah verricht, is om zich veel bezig te houden met smeekbeden, aangezien de kans op acceptatie van smeekbeden op deze heilige plaats veel groter is.Het is beter om de smeekbeden van an-Nabie صلى الله عليه وسلم en de salafi salihien (rechtgeleide voorgangers) te reciteren. Daarom dient iemand die de waqfa op Arafah verricht het volgende zeggen:"Er is geen Allahheid dan Allah. Hij is de enige en heeft geen deelgenoot. Het koninkrijk en de lof behoren alleen aan Hem. Hij is de Enige die levenden doet leven en doden doet sterven. Alle goedheid en macht liggen in Zijn handen. Hij heeft macht over alles. O Allah! Schenk licht aan mijn hart, oren, ogen en tong. O Allah! O Allah, Maak mijn borst bereid om de waarheid te begrijpen. Maak mijn opdracht gemakkelijker voor mij."
Na deze smeekbede kan men de volgende du`a zeggen: "O Allah! O Rab van alle lof (al-hamd)! De lof die gedaan wordt is voor U, die beter is dan wat wij zeggen en wensen. Mijn salaah, mijn aanbidding, mijn dood en mijn leven zijn van U. Mijn terugkeer is naar U. Mijn beloning zal bij U meer waardevol zijn."
"O Allah! Ik zoek toevlucht bij U tegen de twijfels in mijn borst, de verwarring in mijn zaken en de straf van het graf."
"O Allah!
Ik zoek toevlucht bij U tegen het kwaad van de gebeurtenissen die zowel 's nachts als overdag plaatsvinden, tegen het kwaad van de gebeurtenissen die de winden met zich meebrengen, en tegen het kwaad van de vernietigende dingen van de tijd."
"O Allah! Ik zoek toevlucht bij U tegen de verandering van de gezondheid die in ziekte omkeert, tegen Uw plotselinge bestraffing, en tegen Uw definitieve woede."
"O mijn Rab! Leid mij met Uw leiding op het rechte pad. Maak mij een van Uw dienaren die uw vergeving in deze wereld en het hiernamaals heeft verkregen. O Allah, die de beste der doelen stelt, en de beste der raadgevers is en het meest genereus is: Geef mij de beste van zegeningen en middelen die U aan Uw dienaren hebt gegeven."
"O de Meest Genadevolle! Geef mij, Uw hulpeloze dienaar, de grootste zegen die U hebt gegeven aan de bezoekers van Uw Huis."
"O Allah! O Schenker van verheven graden en de Gever van zegeningen! O Schepper van de hemelen en de aarde uit het niets! Vandaag stijgen stemmen in verschillende talen naar U en vragen mensen van alles aan U. Mijn verlangen en behoefte van U is dat U mij niet vergeet in deze wereld vol beproevingen, wanneer de mensen van de wereld mij vergeten."
"O Allah! U hoort mijn woorden, ziet mij, kent mijn verborgen kanten, en bent volledig op de hoogte van mijn openlijke aspecten. Geen enkel aspect van mijn zaken is verborgen voor U. Ik, een hopeloze, arme dienaar, wend mijn toevlucht van Uw straf tot Uw genade van Uw woede tot Uw mededogen. Ik ben een dienaar die bang is, om genade vraagt of zijn zonden belijdt. "
"Ik smeek Uw genade met het verzoek van een arme dienaar. Ik smeek U met de smeekbeden van een nederige en zondige dienaar. Ik hef mijn stem als een dienaar die is getroffen door schade, als iemand wiens rug gebogen is door de gebeurtenissen in mijn leven. Ik smeek U om Uw genade met de houding van een dienaar die zich nederbuigt voor Uw genade en U vraagt om genade. Ik smeek U met de houding van een dienaar die tranen vergiet, wiens botten worden gebogen door Uw genade, wiens neus over de grond schaaft voor Uw woede."
"O Allah! Maak mij niet ongelukkig door mijn salaah.
Wees met mij genadig en vol mededogen.O Allah, de beste der verhorende van du`a’s en de meest genereuze der gevenden!"
“O mijn Rab! Wie zichzelf ook prijst en prijst tegenover U, ik ben Uw dienaar. Ik veracht mezelf tegenover U en berisp mezelf. O mijn Rab! Mijn zonden hebben mijn tong verzwakt. Ik heb geen daden om me dichter bij Uw genade te brengen. Mijn enige voorspraak is mijn hoop op Uw genade."
“O mijn Rab! Ik weet zeker dat mijn zonden mij geen vertrouwen meer geven in Uw ogen. Ik heb geen excuses meer. Maar U bent de meest barmhartige van de barmhartigen."
“O mijn Rab! Als ik niet waardig ben voor Uw genade, is Uw genade dan niet in staat om mij te bereiken? Uw genade omvat alles en is. Ik ben een onderdeel van alles. Moge het mij omarmen."
“O mijn Rab! Mijn zonden zijn groot, maar in vergelijking met Uw vergiffenis zijn ze niets. O de Meest Nobele! Vergeef mijn zonden."
“O mijn Rab! U bent mijn Rab, en ik ben Uw dienaar. Ik ben geschapen om zonden te begaan. Het past bij U om vergiffenis te schenken. O mijn Rab! Als U niemand anders dan de lieden van gehoorzaamheid wilt vergeven, waar moeten de zondaren dan naartoe?"
“O mijn Rab! Ik heb opzettelijk mijn gezicht gekeerd van Uw gehoorzaamheid en ben naar ongehoorzaamheid gegaan. U bent volmaakt in Uw wezen, en Uw bewijs voor mijn straf is enorm. Maar de grens van Uw vergiffenis is onbeperkt."
“O mijn Rab der Werelden! Vergeef mij met Uw hoogste bewijs om mij te redden van de straf. Behandel mij niet met iets anders dan vergeving. “O mijn Rab! Ik roep U aan met de du`a die U mij hebt geleerd. En laat mij niet beroofd worden van de hoop die U mij hebt gegeven.O mijn Ilah! Hoe zult U omgaan met een dienaar die zijn zonden voor U belijdt? Uw dienaar die uit nederigheid voor U vreest, die zijn hoofd voor U buigt vanwege zijn zonden, die voor U smeekt vanwege zijn daden. Uw dienaar zoekt toevlucht bij U vanwege zijn zonden. Uw dienaar wendt zich tot Uw genade en vraagt om Uw vergeving. Uw dienaar smeekt U om vergiffenis en hoopt op Uw genade.
Met al zijn vele zonden heeft hij moed verzameld en hoopt op Uw genade op de Arafat.O beschermer van alle levende wezens, beschermer van alle gelovigen, gever van genade, Uw dienaar behaalt overwinning alleen door Uw genade. De zondige dienaar zal verloren gaan door zijn zonden als U hem niet vergeeft.O mijn Ilah! Wij zijn op weg om bij Uw deur aan te kloppen. We hebben op het uitgestrekte terrein van Uw heiligdom ons tent opgeslagen. We zoeken naar U en vragen om Uw genade, en om Uw zegeningen. We hopen op Uw genade en beven voor Uw straf. Met de zware last van onze zonden hebben we ons tot Uw deur gewend. We zijn naar Uw Heilige Huis gevlucht.O degene die de verlangens van allen in Zijn hand heeft! Degene die de harten van de zwijgende dienaren kent! O Allah, die geen schepper naast U is! O Allah, die zich niet moe wordt van het verzoeken, die zich niet moe wordt van het geven van genade en barmhartigheid!O Allah! U hebt voor elke gast een maaltijd bepaald. En wij zijn Uw gasten. Laat onze maaltijd bij U in het Paradijs zijn.O mijn Allah! Voor elke gast heeft U verblijfplaats gereed gemaakt, wij komen als gast naar U ontvang ons met het paradijs. U geeft aan alle gasten een geschenk. Elke gast krijgt wat hij nodig heeft. Degene die hoopt, ontvangt beloning. Iedereen die om genade vraagt, ontvangt beloning. Iedereen die zich tot U wendt, krijgt toenadering. O, Allah, wij zijn naar Uw Heilige Huis gekomen, we hebben de heilige plaatsen bezocht en deze eerbare plekken gezien. Onze intentie in het doen van dit alles is om de genade en tevredenheid van Uw aanwezigheid te verkrijgen: beloon ons met het Paradijs, vergeef ons onze zonden, heb genade met ons.O mijn Ilah! Laat onze inspanningen niet tevergeefs zijn. Uw zegeningen stromen als rivieren en schenken rust aan de zielen. U hebt tekenen van Uw bestaan getoond, zelfs door levenloze objecten te laten spreken, en wonderen geopenbaard om Uw aanwezigheid bekend te maken. U hebt Uw dienaren zóveel gunsten verleend dat zelfs Uw meest toegewijde dienaren erkennen dat ze niet volledig aan hun verplichtingen tegenover U kunnen voldoen.
U hebt in de hemelen en op aarde de duidelijke bewijzen van Uw bestaan en eenheid onthuld, zodat iedereen Uw grootheid kan begrijpen. Door Uw macht hebt U alles zodanig laten verschijnen dat ze zich onderwerpen aan Uw verhevenheid. Alle gezichten buigen zich in nederigheid voor Uw majesteit. Als Uw dienaren zondigen, bent U geduldig en stelt U hun straf uit. Als ze goede daden verrichten, aanvaardt U deze met genade en eer.
Wanneer ze ongehoorzaam zijn, bedekt U hun zonden. Als ze fouten maken, vergeeft U hen. Wanneer wij U aanroepen, geeft U antwoord. U luistert naar onze klachten. Als we ons tot U wenden, komt U dichterbij. En zelfs als we van U wegvluchten, roept U ons terug naar U."
O, Rab in Uw Boek zegt U:قُل لِّلَّذِينَ كَفَرُوٓاْ إِن يَنتَهُواْ يُغۡفَرۡ لَهُم مَّا قَدۡ سَلَفَ وَإِن يَعُودُواْ فَقَدۡ مَضَتۡ سُنَّتُ ٱلۡأَوَّلِينَ ٣٨
Zeg tegen degenen die ongelovig zijn: “Als jullie ophouden, zullen jullie worden vergeven voor wat reeds voorbij is. Maar als jullie in herhaling vervallen, dan (geldt) voor hen de handelwijze (van Allah) zoals die reeds gold voor de vroegeren. (Enfal/38)
Het uitspreken van de Kalima at-Tawhied na hun ontkenning maakte U tevreden over hen. Wij daarentegen getuigen in gehoorzaamheid van Uw eenheid en verkondigen met oprechtheid de profeetschap van Muhammad Mustafa صلى الله عليه وسلم. Vergeef daarom onze vroegere zonden omwille van de waardigheid van deze getuigenis. Maak ons aandeel hierin niet minder dan dat van degenen die door deze woorden nieuw tot de Islaam zijn toegetreden.
O onze Rab! U houdt van het bevrijden van slaven en ons dichter bij U te brengen. Wij zijn Uw slaven. U bevrijdt ons van de slavernij en toont ons genade. U hebt ons gevraagd om de armen te helpen, en wij zijn Uw armen.
U hebt ons gevraagd om degenen die ons onrecht aandoen te vergeven, en wij hebben onszelf onrecht aangedaan. U bent degene die het meest recht heeft op genade, en wij vragen U om ons te vergeven.O onze Rab! Vergeef ons en wees genadig voor ons, want U bent onze Meester (Mawlana).O onze Rab! Schenk ons welzijn in dit leven en het volgende, bescherm ons tegen de straf van het vuur!
Tijdens het verblijf in Arafat dient men vaak de smeekbede van Hızır عليه السلام te reciteren.Die smeekbede luidt als volgt:
"O Allah! Degene die door geen enkele toestand wordt afgeleid door een andere toestand, en door geen enkele stem wordt afgeleid van het horen van een andere stem!O Allah! Degene die niet wordt verward door de verscheidenheid van stemmen (talen)!O Allah! Degene die niet in verwarring raakt door de uiteenlopende vragen die aan Hem worden gesteld!O Allah! Degene die tegelijkertijd de betekenissen van verschillende talen begrijpt!O Allah! Degene die niet wordt belast door de hardnekkige verzoeken van degenen die aandringen en smeken, en niet wordt overrompeld door de diverse behoeften van degenen die vragen!
Verlicht onze harten met de koelte van Uw vergiffenis! Laat ons de zoetheid van Uw vergeving proeven! Schenk ons het genot van Uw intieme gesprekken en smeekbeden!”
Daarna dient men de gewenste smeekbeden uit te spreken en vergeving en genade te vragen voor zichzelf, zijn ouders en alle moslimmannen en -vrouwen. Hij dient in zijn smeekbede volhardend te zijn en alles wat hij wenst van Allah vragen (mits het geoorloofd is). Want niets dat van Allah wordt gevraagd, kan groot genoemd worden in vergelijking met Zijn schatkamers.
Mutarrif bin Abdullah sprak de volgende smeekbede uit tijdens de waqfa van Arafat: " O Allah! Wijs vanwege mij de smeekbede van degenen hier niet af, accepteer deze!"
Bakrie al-Muzenie zei: "Ik keek naar de mensen van Arafat en dacht: als ik niet tussen hen was geweest, zou Allahu Ta`âlâ hen allemaal hebben vergeven."VII. De handelingen na de waqfa van Arafat
Na de waqfa van Arafat volgt het overnachten in Mina, het stenigen van de Jamaraat, het slachten van een offerdier, het scheren van het hoofd (mannen)/knippen van een plukje haar (vrouwen) en de tawaaf (omgang) rond de Ka`bah en andere handelingen van de Haj zullen hieronder worden beschreven.
Bij zonsondergang dient men Arafat te verlaten en in rust en waardigheid naar Muzdalifah lopen/reizen. Men dient te vermijden dat het vervoermiddel te snel te laten gaan of te hard te rijden, zoals onwetenden dat doen. An-Nabie صلى الله عليه وسلم waarschuwde: "Wees Allahsvrezend tijdens jullie afdaling van Arafat. Loop rustig, vertrap geen zwakken en berokken geen enkele moslim leed." (Overgeleverd door Nesaie ve Hakim, van Usama b. Zayd (رضي الله عنه)
Aangekomen in Muzdalifah dient men zich te wassen (ghusl) voor de Muzdalifah-waqfa, want Muzdalifah behoort tot de Heilige Moskee. Het is beter om te voet naar Muzdalifah te komen dan met een vervoermiddel, want dit toont meer eerbied voor het heilige gebied. Onderweg dient men de talbiyah hardop uit te spreken.
Eenmaal in Muzdalifah aangekomen, verricht men de smeekbede: "O Allah, dit is Muzdalifah, waar mensen met verschillende talen zich hebben verzameld en hun behoeften aan Uw hebben gepresenteerd. Maak mij tot een van degenen van wie de smeekbeden worden aanvaard, van degenen die op U vertrouwen en die U beschermt tegen alle vormen van rampspoed."
Men verricht in Muzdalifah de maghriben isha-salaahs samen, in de tijd van isha, met één oproep tot salaah (adhan) en twee oproepen tot de aanvang salaah (iqama). Men dient geen vrijwillige salaahs tussen deze twee fard salaahs te verricht, behalve de sunnah salaahs van maghrib en isha en het witr-salaah, die na de verplichte salaahs in volgorde worden verricht. Het achterwege laten van sunnah salaahs tijdens de reis is namelijk een verlies, en het verdelen ervan over de tijden kan lastig zijn.Het verbreekt de band tussen de fard salaahs en de sunnah salaahs.
Aangezien het verrichten van zowel de fard als de sunnah salaahs met één tayammum (rituele wassing met zand/aarde) geldig is vanwege deze band, is het daarom ook toegestaan en zelfs aanbevolen om de sunnah salaahs te verrichten na de fard salaahs die door middel van jam`-u taqdiem of jam'-u tahier (het samenvoegen van salaahs) zijn verricht.
Het feit dat het toegestaan is om sunnah salaahs te verrichten op/in een vervoermiddel, wat afwijkt van de fard salaahs, verhindert niet dat sunnah salaahs na de fard salaahs in Muzdalifah of tijdens een reis worden verricht. Dit omdat we hebben aangegeven dat de noodzaak aanleiding geeft tot het verrichten van de sunnah salaahs.
Na de salaahs overnacht men in Muzdalifah. Deze nacht doorbrengen is een daad van aanbidding. Wie de nacht niet in Muzdalifah doorbrengt, dient een boetedoening te verrichten door een offerdier te offeren. Voor iemand die daartoe in staat is, behoort de aanbidding tijdens deze waqfa nacht tot de mooiste vormen van aanbidding.
Vóór middernacht maakt men zich klaar voor (de reis naar Mina). Men verzamelt zeventig kleine steentjes in Muzdalifah voor het stenigen van de Jamaraat in Mina. Het is toegestaan meer steentjes te verzamelen als voorzorgsmaatregel, aangezien men soms extra steentjes nodig kan hebben. Want (tijdens het gooien van stenen naar de jamaraat) kunnen de steentjes vaak uit de hand vallen. Mogelijk moet men opnieuw steentjes gooien. Om deze reden is het verstandig om extra steentjes bij zich te hebben. De stenen moeten klein en licht genoeg zijn om tussen de vingertoppen te passen. Nadat men de steentjes heeft verzameld, moet men de fajr-salaah vroeg in de ochtend en in de schemering verrichten. Daarna kan men zijn weg vervolgen.
Bij het bereiken van Mash‘ari’l Harâm, dat zich aan het einde van Muzdalifah bevindt, moet men daar blijven staan tot de ochtend goed is aangebroken en de volgende smeekbede reciteren:
O Allah!
Omwille van de rechten van Mash‘ari’l-Harâm, van Bayt-i Harâm, van deze heilige maand, van de Rukn (pilaren van Haj) en de Maqam (autoriteit van het voorgenoemde) , breng onze groeten (at-tahiyyah) en vrede (as-salaam) over aan de roeh van onze Profeet Muhammad صلى الله عليه وسلم. O Bezitter van Majesteit en Eer! Laat ons toetreden tot Dar-us-Salaam (het Huis van Vrede: het Paradijs).
Daarna vertrekt men uit Muzdalifah voordat de zon opkomt, tot men het gebied bereikt dat bekendstaat als de vallei van Muhassar. Hier is het aanbevolen om zijn vervoermiddel te versnellen en de vallei snel te doorkruisen. Indien men te voet is, dient men sneller te lopen.
Wanneer het ochtend van `Iedu’l-Adha aanbreekt, mengt men de woorden Labbayk en Takbier in zijn smeekbeden. Soms zegt men Labbayk en soms Allahu Akbar. Vervolgens bereikt men Mina en de plaatsen voor de jamaraat (symbolisch stenigen van de shaytaan). Er zijn drie jamaraat (stenen pilaren). Men loopt de eerste en tweede jamaraat voorbij, want op de dag van `Iedu’l-Adha worden daar geen stenen gegooid. Men gaat verder totdat men bij Jamaratu’l-Akaba komt (de grootste van de jamaraat, gelegen in de vallei van Akaba). Deze bevindt zich aan de rechterzijde van degene die richting de Qibla loopt. De plaats waar de stenen worden gegooid, is een verhoogd gebied aan de voet van de heuvel, duidelijk gemarkeerd. Na zonsopgang, wanneer de zon een speerlengte boven de horizon staat, begint men de stenen te werpen.
Het werpen van de stenen (Rami al-Jamaraat)
Men richt zich naar de Qibla, hoewel het ook toegestaan is om naar de jamaraat te kijken tijdens het werpen. Men heft zijn hand, zegt Allahu Akbar in plaats van Labbayk, en werpt zeven stenen, één voor één. Bij iedere worp reciteert men:
“Allahu akbar. Deze stenen werp ik in gehoorzaamheid aan Allah en om de trots van Shaytan te breken. O Allah! Ik werp deze stenen in geloof in Uw Boek en in navolging van de Sunnah van an-Nabie صلى الله عليه وسلم.”
Na het werpen van de stenen stopt men met het reciteren van Labbayk en Takbier. Hiermee eindigt de periode van Talbiyah (Labbayk-smeekbeden) en Takbier. Echter, vanaf de verplichte middagsalaah van `Iedu’l-Adha tot en met het ochtendgebed van de laatste dag van de Tashrieq-dagen, blijft men de extra Takbiraat reciteren na elk verplicht gebed.
De Takbiraat luiden als volgt:
“Allahu akbar, Allahu akbar, Allahu akbar. Kabiera Wa’l hamdulilahi kathierawa subhanallahu bukratan wa asiela: 's Morgens en 's avonds (in alle tijden) prijs ik Allah vrij van elke tekortkoming. Er is geen Allahheid behalve Allah. Hij is Eén, zonder bondgenoot. Ik gehoorzaam Hem oprecht, zelfs als ongelovigen het niet behagen. Er is geen Allahheid behalve Allah. Hij is Eén. Hij heeft Zijn belofte waargemaakt. Hij hielp Zijn dienaar en versloeg de vijandelijke legers geheel alleen. Er is geen Allahheid behalve Allah. Allahu akbar.”
Daarna, indien men een offerdier heeft meegebracht, slacht men het dier. Het is beter om het offer zelf te slachten. Tijdens het slachten van de offerdier zegt men:
“In de naam van Allah slacht ik dit offer. Allahu akbar.O Allah! Dit is van U, dankzij U, en voor U. Accepteer dit offer van mij, zoals U het offer van Uw khaliel (vriend) Ibrahiem عليه السلام accepteerde.”
Het slachten van een kameel is het meest deugdzaam. Daarna komt het rund en vervolgens het schaap. Het is beter om een schaap alleen te offeren dan een kameel of rund te delen met zeven personen. Het slachten van een schaap heeft meer deugdzaamheid dan een geit.
an-Nabie صلى الله عليه وسلم heeft gezegd: "Het beste offer is een ram met hoorns."(Overgeleverd door Abu Dawud, van Ubade b. Samit (ra); Tirmizie en İbn Majah, van Abu Umama (رضي الله عنه)
Een wit offerdier heeft meer deugdzaamheid dan een grijs of zwart offerdier.Abu Hurayrah (رضي الله عنه ) zei: "Een wit offerdier is beter dan twee zwarte offerdieren."
Als het offer een vrijwillig offer (en geen offer is vanwege een belofte) is, moet men wat van het vlees eten. Een dier met een van de volgende acht gebreken kunnen niet als offerdier worden geslacht:
Jad’a: Een dier waarvan de neus of de helft van het oor is afgesneden.
Abda: Een dier met een afgebroken hoorn vanaf de basis of een ontbrekend poot.
Sharka: Een dier waarvan het oor van boven is gespleten in tweeën (volgens de Hanafie madhab is dit makruh).
Harka: Een dier waarvan het oor van de basis is gespleten (volgens de Hanafie madhab toegestaan, maar makruh).
Muqabala: Een dier waarvan het oor van voren is afgesneden.
Mudâbara: Een dier waarvan het oor van achteren is afgesneden (volgens de Hanafie madhab toegestaan).
Ajfâ: Een dier dat zeer mager is.
Arjâ: Een dier dat zo mank is dat het niet zelfstandig naar de slachtplaats kan lopen.
Nadat een persoon het offer heeft geslacht, dient hij zijn hoofd te scheren. Het volgen van de sunnah tijdens het scheren houdt het volgende in: Zich richten naar de Qiblah. Beginnen bij de voorkant van het hoofd. Eerst de rechterkant scheren, tot aan de achterkant van de nek, en vervolgens de andere delen scheren. Na het scheren wordt aanbevolen de volgende dua te reciteren:
"O Allah! Schrijf voor elke haar (van het offerdier) een goede daad (hasana) voor mij. Vergeef mij voor elke haar een zonde, en schenk mij, omwille van elke haar, een graad van verhoging in rang!"
Een vrouw knipt slechts de punten van haar haar af als onderdeel van de handelingen. Voor een kale persoon is het aanbevolen om een scheermes over zijn kale hoofd te laten gaan.
Nadat men de stenen op de grote Jamarah (Jamratu’l-Akaba) heeft geworpen en het hoofd heeft geschoren, is de eerste uittreden uit de ihraam (de eersten Tahallul) voltooid. Dit betekent dat alles wat verboden was tijdens de ihraam, behalve het benaderen van vrouwen en jagen, weer toegestaan is.
Tawaaf al-Ifadah en waqfa
Na deze handelingen moet men naar Makkah gaan om de Tawaaf al-Ifadah / Tawaaf al-Ziyarah (de verplichte tawaaf) te verrichten, zoals eerder beschreven. Dit is een essentieel (fard en rukun) onderdeel van de Haj. Deze tawaaf wordt ook wel Tawaaf al-Ziyara genoemd. De eerste tijd waarin deze Tawaaf kan worden verricht, begint in de tweede helft van de nacht van 'Ied (het offerfeest). De meest aanbevolen tijd is echter overdag op de dag van 'Ied.Er is geen vastgestelde eindtijd; het kan uitgesteld worden tot het gewenste moment. Maar zolang deze Tawaaf niet is uitgevoerd, blijft de persoon in de staat van Ihraam, wat betekent dat vrouwen voor hem verboden blijven. Zodra deze Tawaaf is verricht, wordt de tweede Tahallul (volledige beëindiging van de Ihraam) bereikt. Vanaf dat moment wordt het toegestaan om volledig van zijn vrouw te genieten.Na deze Tawaaf blijven de volgende taken over:Het gooien van steentjes op de Jamaraat tijdens de Tashrieq-dagen.Het verblijven in Mina gedurende de nachten van de dagen waarin de steentjes worden gegooid.Nadat de staat van Ihraam volledig is beëindigd, blijven de verplichtingen van de Haj voortduren door het volgen van de voorgeschreven handelingen.De Tawaaf die hier bedoeld wordt, wordt gevolgd door twee rak‘āt salaah, zoals eerder is besproken in de beschrijving van de Tawaaf ul-Qudoem. Na het verrichten van deze Tawaaf moet de Sa'y tussen Safa en Marwa worden uitgevoerd, indien deze niet eerder is verricht na de Tawaaf ul-Qudoem. Als de Sa'y al eerder is uitgevoerd na de Tawaaf ul-Qudoem, wordt deze beschouwd als de verplichte Sa'y en hoeft deze niet opnieuw te worden uitgevoerd. Het herhalen van de Sa'y is in dat geval niet gepast. De oorzaken die leiden tot Tahallul (het verlaten van de staat van Ihraam) zijn drie:Het gooien van de steentjes op de Jamarāt.(Ramie al-Jamar)Het scheren van het hoofd.Het verrichten van de verplichte Tawaaf.( Tawaaf al-Ifadah / Tawaaf al-Ziyarah)
De Preken (khutba) tijdens de HajHet is een sunnah voor de imaam (staatsleider) om na het middaguur op de dag van `Iedu’l Adha (Offerfeest) een preek te houden. Deze preek staat bekend als de afscheidsrede van Rasûlullah صلى الله عليه وسلم. Tijdens de Haj worden in totaal vier preken gehouden:
De preek op de zevende dag van Dhul-Hijja.
De preek op de dag van Arafah.
De preek op de dag van het Offerfeest. (Overgeleverd door Bukharie van Abu Bakra (رضي الله عنه)
De preek van het eerste vertrek.
Al deze preken worden na het middaguur gehouden. Behalve de preek op de dag van Arafah, die uit twee delen bestaat met een korte pauze ertussen, zijn de overige preken enkelvoudig.Na de Tawaaf keert men terug naar Mina, brengt de nacht daar door en werpt de steentjes. De nacht wordt ‘“Laylatu’l-Qarr” (de nacht van stabiliteit) genoemd omdat de mensen zich daar op de ochtend ervan verzamelen.Op de tweede dag van het Offerfeest dient men zich te reinigen (ghusl) vóór het werpen van de steentjes, wanneer de zon het zenit bereikt.Men begint bij de eerste Jamarah, het dichtst bij Arafah gelegen. Hier werpt men zeven steentjes, waarbij de Jamarah aan de rechterkant van de weg ligt (zoals het was in de tijd van de auteur). Na het werpen richt men zich naar de Qiblah, zegt: Alhamdulillah, Lâ ilâha illallâh Allahu Akbar", en verricht men smeekbeden met een nederig hart. Daarna gaat men naar de tweede Jamarah, gooit 7 steentjes waar dezelfde handelingen worden verricht. Tenslotte naar de derde Jamarah, bekend als Jamarat al-‘Aqabah. Hier werpt men ook zeven steentjes zonder daarna stil te staan voor smeekbeden. Na het werpen van de steentjes keert men terug naar zijn verblijfplaats en brengt de nacht door in Mina. Deze nacht wordt de ‘Nacht van het Eerste Vertrek’ genoemd.Op de derde dag van het `Iedu’l Adha, na het Dhuhr-gebed, werpt men opnieuw 21 steentjes, zoals op de tweede dag: (7 eerste, 7 tweede en 7 derde jamaraat).Als men Mina vóór zonsondergang verlaat, is er geen verplichting tot het offeren van een dier als boetedoening. Blijft men echter tot de nacht, dan is vertrek naar Makkah niet toegestaan.
Men brengt de nacht door in Mina, die bekend staat als de ‘Nacht van het Tweede Vertrek’, Op de vierde dag (de derde dag van Tashrieq) werpt men opnieuw 21 steentjes en kan men daarna naar Makkah vertrekken.Als men de nachten van de steentjeswerping in Mina niet doorbrengt of de handeling van het werpen verzuimt, is men verplicht een offerdier te slachten. Het vlees hiervan moet aan de armen worden geschonken.Het is toegestaan om tijdens de nachten in Mina tijdelijk naar Makkah te gaan voor een bezoek aan de Ka`bah, mits men daarna terugkeert naar Mina om de nachten daar door te brengen. Dit was de praktijk van Rasûlullah صلى الله عليه وسلم.Tijdens het verblijf in Mina moet men de gezamenlijk salaah in de moskee van Khaif niet verwaarlozen, vanwege de grote beloning ervan.(Overgeleverd door Abu Dawud, van Tavus)Bij vertrek uit Mina is het aanbevolen om te overnachten en de `asr-, maghriben `ishaa’ salaahs te verrichten op een plek genaamd al-Muhassab (behorend tot Mina), waar men ook kort kan rusten om de sunnah te volgen. Deze handeling is overgeleverd door een groep Tabi'ien en van de metgezellen رضي الله عنهم. (Overgeleverd door Bukharie van Anas (رضي الله عنه) Als men echter rechtstreeks naar Makkah gaat zonder deze tussenstop, is dat ook toegestaan.
VIII. Wie vóór of na de Haj een '`Umrah' wil verrichten, dient het volgende te doen:Eerst dient men de grote wassing (ghusl) te verrichten.De ihraam-kleding aan te trekken, waarbij men zich moet onthouden van alles wat tijdens ihraam verboden is. Voor de '`Umrah' moet men op de aangewezen plaats in ihraam treden.De meest deugdzame mīqāt (beginpunt voor de ihraam) voor de '`Umrah' is Ji'rānah, gevolgd door Tan'īm en vervolgens Hudaybiyah.Men trekt de ihraam aan, maakt de intentie (niyyah) voor de '`Umrah' en zegt de Talbiyah: "Labbayk Allahumma labbayk...". Hierna moet men naar de moskee van onze moeder 'Ā'ishah (r.a) in Tan'īm gaan.
Daar verricht men twee rak‘ah salaah.Men verricht smeekbeden naar keuze. Vervolgens begeeft men zich naar Makkah. Onderweg blijft men regelmatig de Talbiyah herhalen totdat men de Masjid al-Haram bereikt.Bij aankomst in de Masjid al-Haram stopt men met het zeggen van de Talbiyah. Vervolgens verricht men zeven ronden (tawāf) rondom de Ka`bah, twee rak`ah salaat, zoals eerder beschreven, en daarna verricht men zeven keer de sa‘y tussen Safā en Marwah. Na het voltooien van de sa‘y scheert men zijn hoofd of knipt het haar. Hiermee is de '`Umrah' voltooid.
Wie in Makkah woont, wordt aangemoedigd om vaker '`Umrah' en tawāf te verrichten. Men dient met ontzag naar de Ka`bah te kijken. Als men de Ka`bah binnengaat, is het aanbevolen om twee rak‘ah salaah te verrichten tussen de twee zuilen binnenin. Dit is een meer deugdzame handeling. Men dient op blote voeten en met eerbied het Heilige Huis binnen te gaan.
Een geleerde werd eens gevraagd: "Ben jij vandaag in het Huis van jouw Rab geweest?" Hierop antwoordde de geleerde:"Bij Allah, ik acht mijn voeten zelfs onwaardig om slechts rondom de Ka`bah te lopen, laat staan om met hen de binnenkant van het Huis van mijn Rab te betreden. Want ik weet waar deze voeten hebben getreden."
Men dient overvloedig van het Zamzam-water te drinken. Indien mogelijk dient men het water zelf uit de put te scheppen en ervan te drinken totdat men verzadigd is. Tijdens het drinken reciteert men de volgende smeekbede:
"O Allah, maak Zamzam tot een genezing voor elke ziekte en lijden. Schenk mij oprechtheid (ikhlaas), zekerheid (yakqien), en beloning (mu`aafaah) in zowel deze wereld als het hiernamaals."
Want an-Nabie صلى الله عليه وسلم zei:"Het Zamzam-water geneest in overeenstemming met het doel waarvoor het wordt gedronken."(Overgeleverd door İbn Majah, van Jaabir (رضي الله عنه) , keten is zwak; Darekutnie en Hakim, van İbn` Abbaas (رضي الله عنه)
IX.
Wanneer men klaar is met de Haj en '`Umrah en naar huis wil terugkeren dient men eerst al zijn zaken in Makkah af te ronden, zijn bagage zorgvuldig te bereiden en als laatste de afscheidstawāf (tawāf al-wadā‘) te verrichten. Zoals eerder vermeld, bestaat deze tawāf uit zeven ronden rondom de Ka`bah, zonder de handelingen van raml of idhtibā'.
Na het voltooien van deze tawāf verricht men twee rak‘ah salaah achter Maqām Ibrāhīem en drinkt men overvloedig van het Zamzam-water. Vervolgens begeeft men zich naar de al-Multazam, waar men smeekbeden verricht en zijn intenties kenbaar maakt:
‘O Allah, dit Huis is Uw Huis en deze dienaar is Uw dienaar. Ik ben de zoon van Uw dienaar en Uw dienares. U hebt mij laten rijden op de schepselen die U aan mij onderworpen hebt en mij laten reizen door Uw landen, zodat ik van Uw zegeningen kon genieten. U hebt mij geholpen mijn aanbidding te volbrengen. Als U tevreden met mij bent, vergroot dan Uw tevredenheid met mij. Als U niet tevreden met mij bent, schenk mij dan alsnog Uw genade voordat ik van Uw Huis vertrek. Dit is het moment van mijn vertrek. Als het Uw wil is (en Uw toestemming) keer ik terug zonder iets anders boven U te verkiezen, zonder Uw Huis te vervangen door iets anders, en zonder mijn gezicht van U en Uw Huis af te wenden. O Allah, schenk mijn lichaam gezondheid en mijn geloof bescherming als mijn reisgenoten."Maak mijn terugkeer voorspoedig. Voorzie mij eeuwig en gedurende mijn verblijf op aarde gehoorzaamheid als voorziening voor mij. Schenk mij het goede van zowel deze wereld als het hiernamaals. U bent tot alles in staat, o mijn Rab!O Allah, laat dit bezoek niet mijn laatste bezoek aan Uw Heilige Huis zijn. Als dit echter mijn laatste bezoek is, schenk mij dan het Paradijs als vervanging voor de bezoeken aan Uw Huis."(Overgeleverd door Tabaranie en Darakutnie, van İbn `Umar (رضي الله عنه)
Het beste is om de Ka`bah te blijven aankijken totdat deze geheel uit het zicht is verdwenen.
X.
Het bezoek en de etiquette van al-Madienah al-MunawwarahAn-Nabie صلى الله عليه وسلم zei:"Wie mij bezoekt na mijn overlijden, is alsof hij mij tijdens mijn leven heeft bezocht.""Wie in staat is mij te bezoeken en dat niet doet, heeft mij zeker gekwetst en mij tekortgedaan."(Overgeleverd door İbn Adiy en Daraqutnie, Garaib'ul-Malik; İbn Hibban en Khatib)
"Wie mij uitsluitend met de intentie om mij te bezoeken komt bezoeken, het is Allah’s recht om hem mijn voorspraak te schenken."(Overgeleverd door Tabaranie, van İbn `Umar (رضي الله عنه)
Wie de intentie heeft om al-Madienah al-Munawwarah te bezoeken, dient onderweg veelvuldig zegeningen (salawāt) over an-Nabie صلى الله عليه وسلم uit te spreken. Wanneer men de muren en bomen van Madienah in de verte ziet, dient men te zeggen:
"O Allah, dit is het heiligdom van Uw boodschapper. Maak het voor mij tot een bescherming tegen het Vuur. Maak het voor mij tot een veilige plek tegen bestraffing en een zware afrekening."
Voor men Madienah binnengaat, dient men zich bij de bron van Hirrah ghusl te nemen en parfum aan te brengen. Men dient zijn mooiste kleding aan te trekken. Wanneer men Madienah binnentreedt, behoort men dat nederig en met respect te doen. Zodra men Madienah binnenkomt, zegt men:
"In de Naam van Allah betreed ik Madienah. Ik betreed Madienah volgens de Allahsdienst van Rasûlullah . O mijn Heer, laat mij Madienah binnentreden met een goede intrede en laat mij Madienah verlaten met een goede uitgang. Schenk mij van een kracht die mij helpt."
Vervolgens gaat men naar de Masjid an-Nabawī. Men betreedt de moskee en verricht daar twee rak‘ah salaah nabij de minbar van Rasûlullah صلى الله عليه وسلم. Men plaatst de zuil van de minbar recht ter hoogte van de rechter schouder en de zuil bij de tombe tegenover zich. Het ronde patroon van de qiblah in de moskee neemt men in het midden van het zicht terwijl men salaah verricht, omdat deze plek overeenkomt met waar an-Nabie صلى الله عليه وسلم zijn salaahs verrichtte vóór de renovatie van de moskee.
Hierna begeeft men zich naar het nobele graf (al-Hujrah an-Nabawiyyah).
Men staat ter hoogte van het gezicht van Rasûlullah صلى الله عليه وسلم, met de rug naar de qiblah en het gezicht naar de muur van het graf. Men blijft vier armwijdtes van de hoek van de muur staan. De lamp die aan het graf hangt, dient recht boven het hoofd uit te komen. Het aanraken of kussen van de muren is niet volgens de sunnah. Van een afstand de plichten verrichten toont meer respect.
_________________________________________________________________________[Opm. van AS: De smeekbede, salawat en getuigenissen die tot hier zijn gelezen, zijn alleen maar een verzameling daarvan. In wezen is het niet mogelijk om zo lang op die plek te blijven en al deze salawat van begin tot eind te reciteren; de Nederlands vertaling kunnen ook niet worden vastgelegd. Daarom hebben we geen behoefte gezien om deze te vertalen. Natuurlijk reciteert degene die de aanwezigheid van onze Nabie صلى الله عليه وسلم, betreedt de salawat ash-Sharieff die me kent.] _________________________________________________________________________________
Daarna zegt men het volgende:“O Rasulullah! Ik getuig dat u de boodschap (van Allah) (risâlah) hebt overgebracht, de gemeenschap advies (nasihah) heeft gegeven en heeft gestreden tegen uw vijanden; dat u uw ummah heeft geleid naar de juiste weg naar Allah en tot het moment van zekerheid (yaqien) (tot de dood) Allah heeft aanbeden. U heeft beloofd dat u voor degenen die u bezoeken voorspraak (shafa`ah) op de Dag des Oordeels. Als een zwakke persoon onder uw ummah ben ik gekomen om uw voorspraak te zoeken. Wees voor mij bemiddelaar op de dag van de angst van de Dag des Oordeels. O mijn Rab! Maak Uw geliefde (an-Nabie) voor mij een bemiddelaar op de Dag des Oordeels en verhoor zijn voorspraak! Zegeningen en vrede zij op hem en zijn Ahl al-Bayt
Als iemand hem heeft gevraagd om u as-salaam te doen toekomen aan Rasûlullah صلى الله عليه وسلم, , dan zeg ik:
As-salaam van [naam persoon] en [naam persoon] zijn voor u, o Rasûlullah صلى الله عليه وسلم, !
Nadat men zijn plicht tegenover Rasûlullah heeft vervuld, moet men een stap terug doen en de as-salaam brengen aan Abu Bakr as-Siddieq (رضي الله عنه), wiens hoofd op één lijn ligt met de schouders van Rasûlullah .
Daarna moet men weer een stap terug doen en as-salaam brengen aan `Umar al-Faruq (رضي الله عنه), wiens hoofd op één lijn ligt met de schouders van Abu Bakr (رضي الله عنه). Na hen te hebben as-salaam gegeven, zeg je:
O khaliefa’s van Rasûlullah صلى الله عليه وسلم, ! As-salamu aleykuma! O jullie die Rasûlullah صلى الله عليه وسلم, tijdens zijn leven hebben geholpen met het uitvoeren van de Allahsdienstige verplichtingen,.As-salamu aleykuma! Jullie hebben na de dood van Rasûlullah صلى الله عليه وسلم, de Allahsdienstige verplichtingen onder de gemeenschap in stand gehouden, As-salamu aleykuma! Jullie volgden het pad van Rasûlullah صلى الله عليه وسلم en handelden volgens zijn Sunnah. Moge Allah jullie belonen met de beste beloning die Hij ooit aan de khalifa’s van een profeet heeft gegeven voor het verspreiden van Zijn Allahsdienst.
Na deze woorden moet men zich terugtrekken, staan bij het hoofd van Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) tussen zijn graf en de huidige pilaren, met het gezicht richting de Qibla. Daar dankt men Allah en reciteert men veelvuldig zegeningen en groeten over Rasûlullah , en vervolgt men zijn smeekbede als volgt:O Allah! U hebt gezegd – en Uw woord is de waarheid:وَمَآ أَرۡسَلۡنَا مِن رَّسُولٍ إِلَّا لِيُطَاعَ بِإِذۡنِ ٱللَّهِۚ وَلَوۡ أَنَّهُمۡ إِذ ظَّلَمُوٓاْ أَنفُسَهُمۡ جَآءُوكَ فَٱسۡتَغۡفَرُواْ ٱللَّهَ وَٱسۡتَغۡفَرَ لَهُمُ ٱلرَّسُولُ لَوَجَدُواْ ٱللَّهَ تَوَّابٗا رَّحِيمٗا ٦٤
We hebben een Boodschapper gestuurd die met Allah’s toestemming gehoorzaamd moet worden.
Als zij, nadat zij onrechtvaardig voor zichzelf waren, tot jou komen en om Allah’s vergiffenis gesmeekt hadden en de Boodschapper voor hen gesmeekt heeft, dan zouden zij Allah zeker als de Berouwaanvaardende, de Genadevolle vinden.(Surah an-Nisa: 4/64)
O Allah! Wij hebben Uw woord gehoord en gehoorzaamd, en we zijn gekomen naar Uw Nabie, in overeenstemming met Uw bevel hebben we hem als bemiddelaar (voorspraak) voor onze zonden bij U gesteld, zodat hij voor ons om vergeving kan vragen. We hebben hem aangesteld om voorspraak voor ons te doen om de zware last van onze van ons af te nemen. We hebben berouw getoond voor onze dwalingen. We belijden onze zonden en tekortkomingen.O Allah! Aanvaard ons berouw. Maak deze nobele Nabie een bemiddelaar (voorspraak) voor ons. Verhef ons door zijn rang en status bij U en het recht dat hij bij U heeft. O Allah! Vergeef de Muhajirun (emigranten uit Makkah) en Ansaar (Helpers uit Madienah). Vergeef ons en onze broeders die eerder dan wij in geloof O Allah! Laat dit bezoek niet ons laatste bezoek aan het gezegende graf van deze nobele Nabie صلى الله عليه وسلم, zijn! O Meest Barmhartige der Barmhartigen, laat dit bezoek niet ons laatste bezoek aan Uw heilige gebied zijn!
Na deze du` duʿās begeeft men zich naar de Gezegende Tuin (Rawdah al-Mutahhara), verricht daar twee rakʿaat salaah en doet zoveel mogelijk smeekbeden. Want an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) heeft gezegd:‘De ruimte tussen mijn graf en mijn minbar is een van de tuinen van het Paradijs, en mijn minbar staat boven mijn vijver (al-Hawd).’(Overgeleverd door Muslim ve Bukharie, van Abu Hurayrah (رضي الله عنه) en Abdullah b. Zayd (رضي الله عنه)
Bij de minbar van Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) dient men du`a te doen en, indien mogelijk, zijn hand leggen op de onderste knoop (ramanah) (Deze knoop is er niet meer. Na verschillende branden is deze is de mimbar vervangen) waar hij zijn hand op legde tijdens het geven van preken. (Imaam al-Iraqie kon de bron van deze overlevering niet vinden)
Donderdags is het aanbevolen om de graven van Uhud-martrelaren te bezoeken. Na het Fajr-salaah in de Masjied an-Nabawie kan men naar Uhud gaan en terugkeren om het Dhuhr-salaah in dezelfde moskee te verrichten.
Elke dag is het aanbevolen om het al-Baqi’-kerkhof te bezoeken nadat men Rasûlullahs (صلى الله عليه وسلم). Graf heeft bezocht. Daar kan men de graven van Uthmaan ibn Affan (رضي الله عنه), Hasan ibn Ali (رضي الله عنه), en de zoon van Husayn, Ali Zayn al-Abidin, evenals zijn zoon Muhammad al-Baqir en zijn zoon Jafaar al-Saadiq bezoeken. Bij de moskee van Fatimah (رضي الله عنها) (dez masjid is er niet meer) kan men salaah verrichten en het graf van Ibrahim (رضي الله عنه),, de zoon van Rasûlullah , bezoeken. Al deze graven bevinden zich in al-Baqi’.
Elke zaterdag kan men de moskee van Quba bezoeken en daar salaah verrichten, want an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) zei:‘Wie zijn huis verlaat en naar de moskee van Quba gaat en daar salaah verricht, verdient een beloning gelijk aan die van een ‘`Umrah.’(Overgeleverd door Nasaie en İbn Maja, van Sahl b. Hanafie (رضي الله عنه) met een sahieh sanad)
Men kan ook de put van Aris bij Quba bezoeken, waarover wordt gezegd dat an-Nabie(صلى الله عليه وسلم) erin heeft gespuwd.
(Shaykh Irâkî zegt dat hij deze overlevering niet heeft gezien, maar dat er een haditeh is overgeleverd waarin wordt vermeld dat Rasûlullah صلى الله عليه وسلم in de putten van al-Bassa en Garaz heeft gespuwd.) Men kan daar wudu verrichten en van het water drinken.
Daarnaast is het aanbevolen om de Fath-moskee nabij de loopgraven (Khandak) te bezoeken en alle moskeeën en heilige plaatsen in Madienah te bezoeken, inclusief de zeven bronnen waarvan an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) wudu nam, zich waste en dronk. Deze plaatsen kan men bezoeken met de intentie om genezing te zoeken en om zich te zegenen met de barakah van Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم).(Overgeleverd door Tirmizie, Tabaranie en İbn Adiy, van Abu Said al-Khudrie (رضي الله عنه)
Als men respect kan opbrengen voor de heiligheid van Madienah, is er een grote deugd in het wonen in Madienah. Want an-Nabie صلى الله عليه وسلم heeft gezegd:
Wie geduldig blijft onder de ontberingen en moeilijkheden van Madienah, zal ik op de Dag des Oordeels tot zijn voorspraak zijn.
Wie in staat is om in Madienah te sterven, laat hem daar blijven wonen tot hij sterft. Want voor wie in Madienah sterft, zal ik op de Dag des Oordeels voorspraak (of getuige) zijn.
Wanneer iemand zijn zaken in Madienah heeft afgehandeld en van plan is te vertrekken, is de beste manier om als volgt te handelen: Bezoek het nobele graf, herhaal het bezoeksalaah dat we eerder hebben genoemd en neem afscheid van Rasûlullah صلى الله عليه وسلم. Vraag Allahu Ta`ala om nogmaals terug te keren (naar Madienah). Vraag ook om een veilige en gezonde reis en een behouden thuiskomst. Vervolgens dient men in het kleine gedeelte van de Rawdah, waar de nobele plaats van Rasûlullah صلى الله عليه وسلم zich bevindt, twee rakaʿāt salaah te verrichten. Deze plaats was vóór de bouw van de gebedsruimte in de moskee de verblijfplaats van Rasûlullah صلى الله عليه وسلم.
Bij het verlaten van de Masjid an-Nabawie moet men eerst de linkervoet en daarna de rechtervoet naar buiten zetten en het volgende duʿāʾ reciteren:“Allahumma salli alâ Muhammadin wa alâ âl-i Muhammad” .Laat dit bezoek niet mijn laatste bezoek zijn (aan an-Nabie). Vergeef al mijn zonden. Sta mij een veilige reis toe. Schenk mij een behouden terugkeer naar mijn familie en mijn land, o Meest Genadevolle der Genadigen!”
Als men de mogelijkheid heeft, dient men overvloedig aalmoezen te geven aan de buren (armen van Madienah) van an-Nabie صلى الله عليه وسلم. Ook is het aanbevolen om de ongeveer twintig moskeeën tussen Makkah en Madienah te bezoeken en daar te aanbidden.
Sunnah’s bij terugkeer van een reis
Wanneer Rasûlullah صلى الله عليه وسلم terugkeerde van een expeditie, de Haj of ʿ`Umrah, sprak hij driemaal de takbīr uit op iedere verhoging en zei:“Er is geen Allahheid behalve Allah. Hij is Eén en heeft geen deelgenoten. Aan Hem behoort het Koninkrijk, en alle lof is voor Hem. Hij is Almachtig over alle dingen. Wij keren terug, wij vragen om vergiffenis, wij aanbidden en buigen ons nederig neer, en wij prijzen onze Rab. Allah houdt Zijn belofte. Hij helpt Zijn dienaar en verslaat de vijandelijke legers in Zijn eentje.” (Overgeleverd door el- Mahamilie, Du`a, (met een goede (hasen) sanad)
In sommige overleveringen wordt de volgende duʿāʾ toegevoegd:“Alles behalve Allahs Wezen zal vergaan. Aan Allah behoort het oordeel, en tot Hem zullen jullie terugkeren.”
Daarom moet een reiziger bij terugkeer deze nobele sunnah volgen. Bij nadering van zijn woonplaats dient hij zijn vervoermiddel te versnellen en het volgende te zeggen:“O Allah, maak van haar een verblijfplaats en een bron van goede voorziening voor ons.”
Bij aankomst in zijn woonplaats dient hij een bode te sturen om zijn familie op de hoogte te stellen, zodat hij hen niet onverwacht verrast. Hij dient ’s nachts niet op de deur van zijn huis te kloppen. (Overgeleverd dor Muslim ven Bukharie, zinsdeel: ‘dient hij een bode te sturen om zijn familie op de hoogte te stellen’ is niet in de hadieth genoemd) Bij binnenkomst in zijn woonplaats dient hij eerst de moskee te bezoeken en daar twee rakaʿāt salaah verrichten, want dit is de sunnah. Wanneer hij zijn huis binnengaat, dient hij te zeggen:“Wij vragen vergiffenis en keren terug naar onze Rab. O Rab, laat geen enkele zonde op ons blijven rusten.”
Wanneer men thuiskomt, mag men niet vergeten dat Allahu Ta`âlâ hem de gunst heeft geschonken om Zijn Kaʿbah, Zijn heiligdom en het graf van Zijn Nabie صلى الله عليه وسلم te bezoeken. Men moet deze zegeningen niet ontkennen en opnieuw vervallen in achteloosheid, nutteloze bezigheden en zonden. Want een dergelijk gedrag is geen teken van een aanvaardde Haj.
Een teken van een aanvaardde Haj is juist het tonen van onthechting aan de wereld, verlangen naar het Hiernamaals en het voorbereiden op de ontmoeting met de Rab van de Kaʿbah na het aanschouwen te hebben.
DERDE HOOFDSTUK
De ethische regels en innerlijke daden van de Haj
De ethische regels van de Haj zijn onderverdeeld in tien onderdelen:
De middelen van onderhoud moeten halaal zijn. Als men op Haj is, mag men zich niet bezighouden met enige handel die het hart en de geest kan afleiden, zodat men zijn volledige streven puur op Allah kan richten, en zijn hart in vrede tot het gedenken van Allah en het ordenen van zijn aanbiddingen kan wenden.
In een overlevering die via de weg van Ahl al-Bayt is overgeleverd, wordt gezegd:
"In de eind der tijden zullen mensen in vier groepen op Haj gaan:a) De machthebbers, voor het reizen (als een tourist);b) De rijken, voor de handel;c) De armen, voor het bedelen;d) De recitatoren van de Qur'aan, voor de ostentatie en pronkzucht."(Overgeleverd door Khatieb, van Ansas (رضي الله عنه)
Deze hadieth wijst op alle wereldse doeleinden die tijdens de Haj nagestreefd kunnen worden. Al deze doeleinden beroven de mens van de deugd (fadilah) van de Haj en maken dat de Haj geen "zuivere Haj voor Allah" meer is. Vooral wanneer de Haj gecombineerd wordt met handel, bijvoorbeeld wanneer men tegen betaling de Haj namens een ander verricht. Dit is nog gevaarlijker, omdat het dan lijkt alsof men een daad van het Hiernamaals gebruikt om wereldse voordelen te behalen.
De Allahsvruchtige mensen en mensen van inzicht hebben een dergelijke Haj afgekeurd. Alleen wanneer iemand de intentie heeft om in Makkah te verblijven en geen andere middelen heeft om daar te komen, mag hij namens een ander de Haj verrichten. In dat geval is het doel niet om wereldse voordelen te behalen met Allahsdienstige daden, maar om met wereldse middelen Allahsdienstige doelen te bereiken.
Het belangrijkste doel van een dergelijke persoon moet zijn: het bezoeken van de Kaʿbah, terwijl hij tegelijkertijd zijn moslimbroeder helpt om de verplichting van de Haj te vervullen. Over dit onderwerp heeft Rasûlullah صلى الله عليه وسلم gezegd:
"Allahu Subhanahu laat drie groepen mensen het Paradijs binnengaan vanwege Haj:a) Degene die het heeft nagelaten als testament;b) Degene die het testament uitvoert;c) Degene die namens zijn moslimbroeder de Haj verricht."(Overgeleverd door Bayhaqie, van Jaabir (رضي الله عنه) met een zwakke sanad)
Ik beweer niet dat het verrichten van een Haj tegen betaling verboden is of dat het voor iemand die al eerder een Haj heeft verricht, haraam is om tegen betaling een tweede Haj te verrichten namens een ander. Wat ik zeg, is dat het beter is om dit niet te doen. Men moet de Haj niet tot een middel maken om winst te behalen.
___________________________________________________________________________Opm. AS: Volgens de Hanafie madhab kan de plaatsvervanger op Haj gaan zonder dat degene die hem aanstelt zelf zijn verplichting vervult.
Echter, bij deze Haj, die zowel financieel als lichamelijk is, is het niet toegestaan om plaatsvervanging tegen betaling te doen, hoewel het mogelijk is dat de kosten worden vergoed.___________________________________________________________________________
Allahu Ta`âlâ schenkt de wereld aan de Allahsdienst, maar Hij schenkt de Allahsdienst niet aan de wereld. Er is overgeleverd:
"De gelijkenis van degene die strijdt op de weg van Allah en daarbij een beloning (of salaris) ontvangt, is zoals de moeder van Musa (عليه السلام). Zij gaf hem borstvoeding en ontving daarvoor een beloning van Firʿawn."(Overgeleverd door Ibn Adiy, van Muad (رضي الله عنه)
Op dezelfde manier, als iemand de Haj verricht en daarbij een beloning ontvangt, is er geen probleem zolang zijn doel is om de Haj te kunnen verrichten. Zijn intentie moet niet zijn om beloning te ontvangen door de Haj te verrichten, maar om de Haj te verrichten dankzij de beloning. Zoals de moeder van Musa (عليه السلام), die betaling ontving om haar kind borstvoeding te geven, zodat dit haar gemakkelijker zou worden gemaakt en haar identiteit als moeder verborgen bleef.
Men moet Allah’s vijanden niet steunen door hen belasting te betalen.
Met "Allah’s vijanden" worden hier de heersers (in Makkah) bedoeld die de weg naar de Masjid al-Haram in Mekka blokkeren, evenals de bedoeïenen die pelgrims onderweg afpersen. Door het geven van geld of eigendommen en hen steunen betekent dat men hen min of meer steunt bij hun onrechtvaardigheid. Degenen die hen betalen, worden beschouwd als actieve medeplichtigen aan hun onrecht. Men moet alle mogelijke middelen inzetten om aan hen te ontsnappen. Als dat niet mogelijk is, is het volgens sommige geleerden beter om terug te keren en de vrijwillige (nafilah) Haj op te geven dan om de onderdrukkers te helpen.
Het heffen van tol van de pelgrims is een innovatie (bidʿah) die later is ingevoerd. Zich eraan overgeven draagt bij aan het vestigen van deze praktijk als een geaccepteerde traditie, wat kan leiden tot een situatie waarin moslims als vernederd worden behandeld, vergelijkbaar met het betalen van jizya (belasting voor Ahl al-Kitaab).
Het excuus van sommigen die zeggen: "Ik geef het niet vrijwillig, ik word gedwongen," is niet geldig.
Op deze manier kan men zich niet vrijpleiten. Als men thuis zou blijven of terugkeert (van Haj naar huis), zou er niets van hem worden afgenomen. Vaak is het juist omdat men zijn rijkdom toont, dat men meer tolgeld van hem wordt gevraagd. Als men arm was geweest, zou er niets van hem worden geëist. Zo bezien, is het de persoon zelf die zijn situatie veroorzaakt door zich in een positie te brengen waarin hij gedwongen wordt te betalen.
Tijdens de reis dient men royaal uit te geven en bijdragen op weg van Allah te geven zonder spijt te hebben over wat men geeft. Men moet zich houden aan een normale evenwichtige uitgave zonder gierigheid of verspilling.
Wat wordt bedoeld met verspilling: het consumeren van overvloedige luxe maaltijden en drankjes, zoals een rijkaard dat zou doen. Het overvloedig geven van liefdadigheid op weg van Allah wordt echter niet als verspilling beschouwd, want het wordt gezegd: "Er is geen verspilling in het goede, en geen goed in verspilling."
Het uitgeven van rijkdom tijdens de Haj wordt beschouwd als uitgeven op weg van Allah, waarbij één dinar gelijkstaat aan zevenhonderd dinar. Zoals Ibn `Umar رضي الله عنه heeft gezegd: "De schoonheid van iemands voedsel tijdens de Haj is een teken van diens edelmoedigheid."
Ibn `Umar رضي الله عنه zei ook: "De meest voortreffelijke pelgrims zijn degenen met de meest oprechte intentie, degenen met het meest zuivere (halaal) levensonderhoud en degenen die zich in de beste staat van zekerheid (yakîn) bevinden."
In een hadieth wordt vermeld dat toen an-Nabie صلى الله عليه وسلم zei:"De beloning voor een aanvaarde Haj (al Haju’l Mabroer) is het Paradijs (al Jannah)," Hij werd gevraagd: "O Rasûlullah , wat betekent een aanvaarde Haj?" Hij antwoordde: "Dat is het spreken van mooie en vriendelijke woorden en het voeden van anderen."(Overgeleverd door Imaam Ahmad, van Jaabir (رضي الله عنه)
Het vermijden van obsceen taal (rafath), immoraliteit (fisq) en vijandigheid (jadal).
De Qur'aan beveelt dit nadrukkelijk: In de Qur'aan verwijst rafath naar elke vorm van losbandigheid, onfatsoenlijke woorden en gedrag.
Het omvat ook zingen door vrouwen, flirten met hen, evenals praten over geslachtsgemeenschap en wat daartoe leidt, omdat zulke gesprekken kunnen leiden tot handelingen die tijdens de staat van ihraam verboden zijn. Alles wat een persoon naar een verboden daad leidt, wordt ook als verboden beschouwd.Al-fisq die in de Qur’aan wordt genoemd omvat alle daden die afwijken van gehoorzaamheid aan Allah. Al-Jidal, dat ook verboden is, verwijst naar heftige vijandigheid, ruzies die haat in de harten brengen, en handelingen die afbreuk doen aan goed gedrag.
Sufyan ath-Thawri zei: "Wie in de staat van ihraam zich schuldig maakt aan rafath, heeft zijn Haj ongeldig gemaakt."
Rasûlullah صلى الله عليه وسلم heeft het voeren van vriendelijke gesprekken en het geven van voedsel beschouwd als kenmerken van een "mabroer" (aanvaard) Haj. Harde discussies staan haaks op vriendelijk spreken. Daarom moet een pelgrim vermijden voortdurend bezwaar te maken tegen zijn reisgenoten, huurders of andere reizigers. Integendeel, hij moet zachtmoedig zijn, zijn vleugels van genade spreiden voor degenen die het Huis van Allah willen bezoeken, en zijn goede karakter behouden. Goed gedrag betekent niet alleen het verdragen van de overlast van anderen, maar ook ervoor zorgen dat men zelf geen overlast veroorzaakt.
Er wordt gezegd: "De term 'safar' (reis) komt van het woord 'onthulling', omdat reizen de ware aard en het karakter van een persoon onthult."
Om deze reden vroeg `Umar ibn al-Khattaab رضي الله عنه aan iemand die beweerde een bepaalde persoon goed te kennen: "Ben je met hem op reis geweest, waaruit zijn nobele karakter zou kunnen blijken?" Wanneer de persoon "nee" antwoordde, zei `Umar (رضي الله عنه) : "Dan ken je hem niet."
Als men de kracht heeft, moet men te voet op Haj gaan. Want te voet op Haj gaan is meer deugdzaam. Abdullah b. `Abbaas (رضي الله عنه) zei terwijl hij stierf tegen zijn kinderen: "O mijn kinderen! Ga te voet op Haj.
Want voor elke stap van een man die te voet op Haj gaat, worden zevenhonderd goede daden beloond, binnen al-Haramu’sh Sharief ."Na deze uitspraak werd Ibn `Abbaas (رضي الله عنه) gevraagd: "Wat zijn de goede daden binnen al-Haramu’sh Sharief?" Ibn `Abbaas (رضي الله عنه) antwoordde: "Een goede daad in al-Haramu’sh Sharief is gelijk aan honderdduizend goede daden elders."
De meest deugdzame manier van te voet gaan is het lopen tijdens de Haj. Van Mekka naar het Arafat-veld gaan, van daar naar Mina komen, is meer deugdzaam dan het voornemen om vanuit je eigen land naar de Ka`bah te lopen. Als men te voet gaat en tegelijkertijd in zijn eigen land de staat van ihraam aanneemt, dan wordt dit beschouwd als het volbrengen van de Haj op zijn volledige wijze, aldus de geleerden. Deze uitspraak werd door Umar, Ali en Ibn Mas'ud (r.a) genoemd bij de uitleg van de volgende ayah:
وَأَتِمُّواْ ٱلۡحَجَّ وَٱلۡعُمۡرَةَ لِلَّهِۚ
"Volbreng de Haj en de `Umrah voor Allah, (zoals het hoort, met al hun fard en Sunnah.)" (Al-Baqara/196)
Sommige geleerden zeggen: "Met een vervoermiddel op Haj gaan is meer deugdzaam dan te voet gaan, omdat in dat geval de eigenaar van het vervoermiddel een vergoeding ontvangt en het geld wordt besteed op de weg van Allah. Bovendien wordt de last van de nafs (ego) verminderd, wat bijdraagt aan het welzijn van de nafs en dus aan het volbrengen van de Haj."
Deze mening staat niet in conflict met de eerste mening, maar moet verder worden toegelicht. Het betekent dat voor degene voor wie het gemakkelijk is om te voet te gaan, het meer deugdzaam is. Als iemand echter zwak is, of als lopen leidt tot slechte gedragingen, of als het leidt tot het niet correct verrichten van bepaalde handelingen, dan is het beter om te rijden.
Het is vergelijkbaar met de situatie van het vasten: voor gasten en zieken, als het hun lichaam niet schaadt of hen niet tot slechte gedragingen leidt, is het meer deugdzaam om te vasten; anders is het beter om te eten.
Een geleerde werd gevraagd: "Moet men te voet gaan voor de `Umrah, of moet men geld betalen om een vervoermiddel te huren en te berijden?" De geleerde antwoordde: "Als het moeilijker is om geld uit te geven, dan is het beter om een vervoermiddel te nemen dan te lopen. Of zoals voor de rijken, als het moeilijker is om te lopen dan om geld uit te geven, dan is het meer deugdzaam om te voet te gaan." Dit betekent dat men moet doen wat het minst moeilijk is voor de nafs (ego). Deze kwestie doet denken aan de strijd tegen de verlangens van de nafs. Het heeft zijn eigen bewijs hiervoor.
Maar de meest deugdzame manier is om te voet naar Haj te gaan en het geld dat men anders zou besteden aan het voertuigmiddel, aan de armen te besteden. Het is beter om het geld voor een voertuigmiddel aan arme mensen te geven dan het aan iemand te betalen voor het huren ervan. Als de nafs niet bereid is zowel het ongemak van het lopen als het verlies van geld te aanvaarden, dan wordt de mening van de geleerde die eerder is gegeven, als een legitieme mening beschouwd. In dat geval moet men handelen volgens die mening.
Men moet echter alleen op het vervoermiddel zitten dat hij zelf heeft gehuurd en geladen, en dit wordt aangeduid met de term "zâmilah". Wat betreft "hawdaj",(kameelafdekking) hiervan moet men zich onthouden. Als men echter bang is om zichzelf op het vervoermiddel te verliezen en dus kiest voor hawdaj, dat wil zeggen een zitplaats waarbij twee personen elk op een deel van het vervoermiddel zitten, dan is dit toegestaan. Er zijn twee wijsheden hierover:
a) Alleen op een vervoermiddel zitten is lichter dan hawdaj, omdat hawdaj twee personen draagt en het vervoermiddel belast. b) Hawdaj wordt beschouwd als het zitcomfort van trotse mensen, dus moet men zich hiervan onthouden en liever alleen zitten.
Rasûlullah (صلى الله عليه وسلم) ging naar Haj, ondanks dat de deken van de kameel kapot was en er een stuk versleten zijde van vier dirham in de deken zat.
(Tirmidhie en Ibn Majah, overgeleverd van Anas (رضي الله عنه) met een zwakke sanad)
An-Nabie صلى الله عليه وسلم voltooide zijn tawaaf op de kameel, zodat iedereen zijn leiding en uiterlijk (of zijn gedrag) zou kunnen zien. Hij zei:
“Leer manasik (de handelingen die moeten worden uitgevoerd tijdens de Haj) van mij!”.(Overgeleverd door Muslim ve Nasaie, van Jaabir (رضي الله عنه)
Er wordt gezegd dat de hawdaj, waarin twee personen zitten, door Hajjaj al-Zalim werd geïntroduceerd. De geleerden uit zijn tijd bekritiseerden dit sterk.
Sufyan al-Sawri heeft het volgende overgeleverd van zijn vader: "Ik liep van Kufa naar de stad al-Qadisiyah voor de Haj. Daar ontmoette ik hujjaaj (Haj-gangers) uit verschillende landen. Ik zag dat alle hujjaaj alleen op vervoermiddel zaten, met onder hen de 'jawâlik', een soort deken. Tussen al die hujjaaj zag ik slechts twee hawdaj-zetels."
Ibn`Umar (رضي الله عنه) zei nadat hij de comfortabele hawdaj-zetels zag die door Hajjaj al-Zalim waren geïntroduceerd: "Er zijn minder Haj-ganger dan de opvallende karavanen."
Na deze gebeurtenis, toen Ibn `Umar ((رضي الله عنه) een arme man zag met een versleten kledingstuk en de jawâlik op zijn dier, zei hij: "Deze man is de beste Haj-ganger."
De kleding van salihien (Allahsvruchtige personen) die naar de Haj gaat, dient versleten te zijn.
Men dient zich in stof en aarde bevinden. Men mag geen waarde hechten aan versieringen en sieraden, noch mag men neigen naar arrogantie en trots. Want als men dat doet, wordt men genoteerd bij de arroganten en de verkwisters. Hij zal uit de groep van de zwakken, armen en vooral de deugdzame mensen worden verwijderd. Dit is omdat an-Nabie صلى الله عليه وسلم tijdens de Haj de opdracht gaf om stoffig en bedekt met aarde te zijn, en zoveel mogelijk van roem en schijnheiligheid weg te blijven. (overgeleverd door Tirmidhie ve İbn Mâcah, van İbn `Umar رضي الله عنه).
Daarnaast verbood an-Nabie صلى الله عليه وسلم om tijdens de Haj overmatig van de genotmiddelen te genieten en naar luxe te streven.
Fudala b. Ubeyd heeft hierover een hadieth overgeleverd. (Overgeleverd in Abu Dawud van Rafi` b. Hudhaya رضي الله عنه )
Een andere hadieth is als volgt:"De pelgrim is degene die stoffig en bedekt met aarde is en zich in de staat van ihraam bevindt."(Overgeleverd door Tirmidhie en İbn Majah, van İbn `Umar (رضي الله عنه)
Allahu Ta`âlâ zegt tegen de engelen:ثُمَّ لۡيَقۡضُواْ تَفَثَهُمۡ وَلۡيُوفُواْ نُذُورَهُمۡ وَلۡيَطَّوَّفُواْ بِٱلۡبَيۡتِ ٱلۡعَتِيقِ ٢٩
Laat hen dan de voorgeschreven verplichtingen afmaken en verricht de gelofte, en de omcirkeling van het Oude Huis (Ka`ba). (Haj/29)
De betekenis van 'tafath' in het vers is "bedekt met stof en aarde". Dit wordt gereinigd door het scheren van het hoofd, het trimmen van de snor en het knippen van de nagels.
`Umar b. al-Khattâb (رضي الله عنه)) zond een bevel naar de bestuurders:"Neem oude kleding aan. Vermijd overdaad in je bezittingen."
Er wordt gezegd: De versiering van de hujjaaj is afkomstig van de pelgrims uit Jemen, omdat zij nederigheid, zwakheid en het levenspad van de deugdzame voorgangers volgen. Daarom moet men vooral vermijden om tijdens het Haj-seizoen rode kleding te dragen en in welke vorm dan ook naar roem streven.
Tijdens een reis, toen Rasûlullah صلى الله عليه وسلم op een plek verbleef, liet hij de kamelen van zijn metgezellen vrij rondlopen. Terwijl hij naar de rode dekens op de kamelen keek, zei hij: "Ik zie dat deze rode kleur de overhand heeft (dat wil zeggen, jullie neigen naar luxe)." De metgezellen antwoordden: "Toen we deze opmerking van Rasûlullah صلى الله عليه وسلم hoorden, reageerden we meteen. We begonnen de rode dekens van de kamelen te verwijderen. We haastten ons zo dat sommige kamelen zelfs schrokken..." (Overgeleverd door Abû Dâwud, van Rafi` bin Hudaya (رضي الله عنه)
8.
Men moet mededogen tonen voor het rijdier en het niet belasten met een last die het niet aankan.Een hawdaj (kameelafdekking) is te zwaar voor het rijdier. Slapen op de rug van een rijdier veroorzaakt leed en is te belastend voor het dier. Allahsbewuste mensen (muttaqie) sliepen niet op de rug van hun rijdieren, behalve wanneer zij moe werden van het zitten en af en toe een dutje deden. De salaf as-saalih (vrome voorgangers) verbleven niet lange tijd op hun rijdieren. (Zij stegen soms af en stapten daarna weer op, waardoor zij het dier rust gaven.)
Want an-Nabie صلى الله عليه وسلم heeft gezegd:"Maak de rug van jullie rijdieren niet tot een zitplaats!"(Overgeleverd door İmam Ahmed, van Sahl b. Muad (رضي الله عنه)
Het is aanbevolen en een sunnah om 's ochtends en 's avonds van het rijdier af te stappen om het rust te geven (overgeleverd door Taberanie, van Anas (رضي الله عنه) . Hierover zijn vele overleveringen van de salaf as-saalih te vinden.
Sommige vrome voorgangers huurden een rijdier onder de voorwaarde dat zij geen moment zouden afstappen en betaalden hiervoor een hogere prijs. Maar zelfs zij stapten soms af om het dier rust te geven, zodat deze daad van barmhartigheid door Allah als een goede daad werd gezien en de beloning daarvoor aan hen werd toebedeeld, en niet aan de eigenaar van het dier.
Iemand die een rijdier pijnigt door het een last te laten dragen die het niet aankan, zal op de Dag des Oordeels hiervoor ter verantwoording worden geroepen.
Toen Abu Darda رضي الله عنه op zijn sterfbed lag, richtte hij zich tot zijn kameel en zei:"O kameel! Beschuldig mij niet voor jouw Rab, want ik heb je nooit belast met meer dan je aankon."
Kortom, voor elk levend wezen waaraan een goede daad wordt verricht, is er een beloning. Daarom moet een pelgrim rekening houden met zowel de rechten van het rijdier als die van de eigenaar. Een uurtje afstappen om het rijdier te laten rusten, biedt niet alleen het dier verlichting, maar maakt ook het hart van de eigenaar blij.
Iemand zei eens tegen Ibn Mubarak: "Wil je mijn brief meenemen naar jouw bestemming?"Ibn Mubarak antwoordde:"Laat mij de eigenaar van de kameel vragen, want ik heb het dier gehuurd."
Merk op hoe Ibn Mubarak zelfs het gewicht van brief vermeed, omdat dit tot de meest zorgvuldige handelingen van taqwa (Allahvruchtigheid) behoort. Want als iemand voor kleine zaken een dergelijke deur opent, zal deze handeling geleidelijk aan toenemen.
9. Zelfs al is het niet verplicht, dient men door middel van het laten vloeien van bloed (een schap offeren) om nader tot Allah te komen.Men moet ervoor zorgen dat het geofferde dier het meest perfect (zonder gebreken) en het vetste is. Als het een vrijwillig (tatawwu) offer is, mag men van het vlees eten. Is het offer verplicht (belofte offer), dan mag men er niet van eten.
Sommige geleerden hebben bij de uitleg van het vers:" ذَٰلِكَۖ وَمَن يُعَظِّمۡ شَعَٰٓئِرَ ٱللَّهِ فَإِنَّهَا مِن تَقۡوَى ٱلۡقُلُوبِ ٣٢
Zo is het. En iedereen die de gewijde Tekenen van Allah eert, dat is door de vroomheid van het hart. (Haj:32)Het volgende gezegd: het eren van de Tekenen van Allah betekent: een perfect en vet offerdier kiezen.
Het meest aanbevolen is om de zogeheten hady, de offerdieren, vanaf de plek waar men de ihraam heeft aangedaan, mee te nemen en (naar de offerplaats) te brengen. Dit is echter afhankelijk van de draaglijkheid van de inspanning en moeilijkheid. Als dit te zwaar wordt, is het beter om het offerdier in Minā te kopen en daar te slachten dan het helemaal vanaf de ihraam-locatie mee te brengen.
Bij het kopen van een offerdier moet men niet te gretig zijn om goedkoop uit te zijn. De salaf as-saalih betaalden graag een hoge prijs voor drie zaken en vonden het ongepast om hierover af te dingen of te onderhandelen. Deze drie zaken zijn:
De hady (offerdieren die tijdens de Haj worden geofferd).
Het offerdier dat wordt geslacht tijdens de Haj.
Een slaaf die gekocht wordt om zijn vrijheid te geven.
Van Ibn `Umar رضي الله عنه:`Umar ibn al-Khattab رضي الله عنه wilde een kameel als hady offeren. Maar de kameel werd hem voor 300 dinar aangeboden. Hij vroeg aan Rasûlullah صلى الله عليه وسلم:"Mag ik het verkopen en met de opbrengst een grotere kameel kopen?"Rasûlullah صلى الله عليه وسلم weerhield hem van deze handeling en zei:"Misschien kun je het schenken als een gift."Hij voegde daaraan toe:"Want een kleine mooie offergave is beter dan een grote maar zwakke."(Overgeleverd door Abu Dawud)
Met driehonderd dinar kan men dertig kamelen kopen. Zo wordt het vlees meer. Maar het doel van het offer is niet het vlees. Het doel is dat degene die offert, zijn nafs reinigt, zich ontdoet van gierigheid. Want het vlees of het bloed van de geofferde dieren bereikt Allah niet; wat Allah bereikt is de taqwa. Deze taqwa ontstaat niet door de hoeveelheid van het geofferde, maar door de waarde van het offerdier. Het werd aan an-Nabie صلى الله عليه وسلم gevraagd:"Wat betekent de goedheid van Haj al-Mabroer (geaccepteerd en aanvaard) is?"Rasûlullah صلى الله عليه وسلم antwoordde:"Het verhogen van de stem met de woorden 'Labbayk' en het slachten van een offerdier."
Volgens een overlevering van Aisha (رضي الله عنها) رضي الله عنها zei an-Nabie صلى الله عليه وسلم:"Voor de mens is er op de Dag van het Offer geen daad die geliefder is bij Allah `Azza wa Jalla dan het vergieten van bloed door middel van het offer. De offerdieren zullen op de Dag der Opstanding komen met hun hoorns en hoeven. Het bloed van het offerdier wordt geaccepteerd door Allah `Azza wa Jalla nog voordat het de grond raakt. Wees daarom verheugd met jullie offers." (Overgeleverd door Tirmidhie ve İbn Majah)
Hij صلى الله عليه وسلم zei verder:"Voor elk haartje op de huid van het offerdier is er een beloning voor jullie. En voor elke druppel bloed is er een beloning. Het offer wordt op jullie Weegschaal (miezaan) geplaatst.
Wees daarom verheugd."(overgeleverd door İbn Majah, Hakim ve Bayhaqie, van Zayd b. Arkam (رضي الله عنه)
Hij صلى الله عليه وسلم zei ook:"Maak jullie offers (hadaaya) van het mooiste (dier), want die offers zullen op de Dag der Opstanding jullie rijdieren zijn."
10. Men dient met blijdschap en gewillig de uitgaven en giften te doen die tijdens de Haj-reis worden besteed.Het komt vaak voor dat een persoon tijdens de Haj-reis wordt getroffen door tegenslagen, zowel op materieel als lichamelijk gebied. Als dit gebeurt, is dit een teken dat zijn Haj is geaccepteerd. Want de tegenslagen op de Haj-weg worden gelijkgesteld aan uitgaven op de weg van Allah.
Een dirham die op deze weg wordt uitgegeven, is gelijk aan zevenhonderd dirham die op een normaal moment wordt uitgegeven. Het geld dat op de Haj-weg wordt besteed, wordt gelijkgesteld aan de ontberingen en inspanningen die in de strijd op de weg van Allah worden ondergaan. Daarom wordt elke moeilijkheid die de Hajreiziger op deze weg tegenkomt en elke schade die hem treft, beloond. Bij Allah zal niets hiervan verloren gaan.
Er wordt gezegd dat een van de tekenen van de acceptatie van de Haj is dat men zijn oude zonden achterlaat, slechte vrienden vervangt door rechtschapen vrienden en bijeenkomsten van achteloosheid inruilt voor bijeenkomsten van dhikr.
De innerlijke (batin) daden van de Hadj
A) De weg naar oprechtheid in de intentieB) Het bezoeken van de gezegende plaatsen C) Overpeinzing tijdens het bezoekD) Het overwegen van de mysteriën en de betekenissen van de Hadj al van begin tot einde
Weet, dat eerste plicht van de mens is om de basis principe van de Haj te weten en te begrijpen. Het doel van dit begrip is:- kennen van de plaats van de Haj binnen de Allahsdienst;- een vurige wens ernaar;- vastberadenheid om deze uit te voeren; - verwijderen van obstakels die de Haj verhinderen; - aanschaffen van de kleding die als ihraam wordt gedragen;- kopen van een rijdier voor de reis, of als dat niet mogelijk is, huren; - vertrekken uit woonplaats;- reizen door de woestijnen;- uitroepen van "Labbayk" bij het betreden van de ihraam in Miqaat; - bereiken van Makkah; - en voltooien van de handelingen die, zoals eerder beschreven, bij de Haj horen.
In al deze stappen liggen tekenen voor degenen die herinneren en lering trekken; aansporingen en vermaningen voor de oprechte discipel (murid), duidelijke beschrijvingen (voor het gewone volk) en de subtiele aanwijzingen voor de verstandige. Wij zullen hier slechts de sleutels tot deze daden benoemen, zodat wanneer de deuren worden geopend en de oorzaken worden begrepen, elke pelgrim de mysteriën kan ontdekken in overeenstemming met de zuiverheid van zijn hart, de reinheid van zijn innerlijk en de diepgang van zijn inzicht.
Fahm (begrip) (het begrijpen van de werkelijkheid van de Hadj)Weet dat de nabijheid tot Allahu Ta’ala alleen kan worden bereikt door je zelf verre te houden van verlangens, je te onthouden van tijdelijke genoegens en je te beperken tot noodzakelijke behoeften. Nabijheid tot Allah kan enkel worden bereikt door in al je daden en handelingen afstand te nemen van alles en je volledig te wijden aan Allah.
Om deze hoge graad te bereiken, hebben de asceten/monniken van vroegere volkeren ervoor gekozen zich terug te trekken in de eenzaamheid van bergtoppen, ver weg van de mensen. Zij verkozen afzondering en leefden in harde omstandigheden om Allah’s nabijheid te zoeken. Uit liefde voor Allah lieten zij tijdelijke genoegens achter zich en dwongen zij hun ego's (nafs) zware inspanningen te leveren om het Hiernamaals te verkrijgen. Allah Ta’ala prijst zulke mensen in de Qur’aan:
وَلَتَجِدَنَّ أَقۡرَبَهُم مَّوَدَّةٗ لِّلَّذِينَ ءَامَنُواْ ٱلَّذِينَ قَالُوٓاْ إِنَّا نَصَٰرَىٰۚ ذَٰلِكَ بِأَنَّ مِنۡهُمۡ قِسِّيسِينَ وَرُهۡبَانٗا وَأَنَّهُمۡ لَا يَسۡتَكۡبِرُونَ ٨٢
En jij zult zeker vinden dat zij die het dichtst bij in de liefde voor de gelovigen zijn, degenen zijn, die zeggen: “Wij zijn Christenen.” Dit is omdat onder hen priesters en monniken zijn en zij zijn niet trots." (Surah al-Maa’idah, 5/82)
Nadat deze periode in verval raakte en mensen zich lieten meeslepen door hun begeerten en nalatig werden in hun aanbidding van Allah, heeft Allahu Ta`âlâ an-Nabie Muhammad Mustafa صلى الله عليه وسلم gestuurd om het pad naar het hiernamaals te doen herleven en de sunnah van de profeten met betrekking tot het hiernamaals opnieuw te vestigen. In dit verband werd aan Rasûlullah صلى الله عليه وسلم gevraagd: "Was er in de voorgaande religies sprake van monnikenleven en ascetisch rondzwerven?" Hij antwoordde:
"Allah Ta`âlâ heeft ons in plaats daarvan de jihad gegeven en het uitroepen van de takbîr bij elke beklimming (oftewel het verrichten van de Haj)." (Overgeleverd door Ebû Dâvud van Abu Umama (ra))
Toen aan Rasûlullah صلى الله عليه وسلم werd gevraagd wie de "sâlihîn" zijn die in de Qur’aan worden genoemd, antwoordde hij: "Zij zijn degenen die vasten."
In dit verband heeft Allah Ta`âlâ de Haj ingesteld als vervanging voor het monnikenleven en daarmee een grote zegen en gunst aan deze gemeenschap geschonken. De eer van de Bayt al-`Atîk (de Ka`bah) komt voort uit het feit dat Allah Ta`âlâ deze heeft toegeschreven aan Zijn verheven Wezen (Zaat) en het voor Zijn dienaren heeft aangewezen als doel bestemming van bezoek.
Het heilig verklaren van het omliggende gebied (Haram) is een aanwijzing voor de grootsheid en verhevenheid ervan.
Allah Ta`âlâ heeft het gebied van Arafat gemaakt als een stroomgebied waar (gelovigen) naartoe vloeien. Door het verbieden van jagen en kappen/plukken van planten binnen de grenzen van de Haram, heeft Hij de respect voor de Haram verder versterkt. De Haram is net als de persoonlijke tuin en hof van een koning, waar bezoekers van verre oorden naartoe komen in nederigheid voor de Rab van het Huis, bedekt met stof en aarde. Zij tonen hun onderdanigheid aan Zijn Majesteit en erkennen hun nietigheid tegenover Zijn grootheid. Tegelijkertijd erkennen zij dat Hij verheven is boven het beperkt zijn tot een enkel huis of een specifieke plaats, wat hun dienaarschap en gehoorzaamheid nog duidelijker maakt.
Met deze mysterie heeft Allahu Ta`âlâ bepaalde taken in de Haj voorgeschreven waarvan de betekenis voor de mensen verborgen is. Bijvoorbeeld het werpen van steentjes bij de Jamarat of het zevenmaal lopen tussen Safâ en Marva. Deze handelingen, waarvan de betekenis niet duidelijk is en waarvan het mysterie niet wordt begrepen, zijn een manier voor de mens om zijn volmaakte onderwerping aan Allah te tonen.
Bij andere vormen van aanbidding zijn er mysteries die door het verstand kunnen worden begrepen, waardoor de mens er gemakkelijker naartoe neigt. Bijvoorbeeld, in de zakât is er mededogen voor de armen, wat begrijpelijk is en het hart aantrekt.
Het vasten is het zwaard van de lust, die een werktuig in de handen van de vijand van Allah is. Het onthoudt de anfus (meervoud van nafs: ego’s) van zaken die haar bezighouden en richt haar alleen op aanbidding. De roekoe' en sujud in de salaah zijn daden van nederigheid tegenover Allah Ta’ala. Dat de anfus vertrouwd raken met de grootheid van Allah Ta’ala is een vaststaand feit.
Echter, de sa’y tussen Safa en Marwah, het stenigen van de shaytaan en vergelijkbare handelingen tijdens de Haj zijn zaken waaraan de anfus niet deel kunnen nemen aan deze zaken en de menselijke natuur kan er geen vertrouwdheid mee ontwikkelen.
Het verstand kan de betekenis en de bedoeling ervan niet begrijpen. Daarom kunnen deze handelingen slechts worden verricht in gehoorzaamheid aan het zuivere bevel van Allahu Ta’ala en met de intentie om Zijn bevel uit te voeren, daarbij bedenkend dat dit verplicht is. Bij dergelijke daden wordt het verstand uitgesloten van het gebied van analyse. De nafs en natuur worden weggehaald van datgene waarmee ze vertrouwd zijn. Want bij zaken waarvan de betekenis door het verstand wordt begrepen, neigt de natuur enigszins, hoe klein ook, daarnaartoe. Deze lichte neiging van de natuur helpt bij het uitvoeren van dat bevel. Degene die zo’n bevel uitvoert, heeft dan niet de volledige betekenis van onderwerping en gehoorzaamheid bereikt.
Op basis van deze mysteriën heeft an-Nabie (s.a.w.) over de intentie van de Haj slechts het volgende gezegd:
“Door het uitvoeren van de Haj betekent dat ik in Zijn dienst ben. Ik verricht het op de juiste manier en voer het uit om mijn aanbidding en onderwerping aan Hem te tonen.” Dergelijke woorden zijn niet gezegd in de salaah of bij andere vormen van aanbidding.
Toen Allahu Ta`ala, in Zijn wijsheid, de redding/heil van de dienaren verbond aan daden die tegen hun natuur en verlangens ingaan en hun neigingen ondergeschikt maakte aan de regels van de sharia, werden zij, uit noodzaak van hun dienaarschap, verplicht om zich hieraan te onderwerpen. Zo moesten zij herhaaldelijk daden van aanbidding verrichten zoals de sa'y en het stenigen van de jamaraat, waarvan zij de aard en diepere betekenis niet volledig begrepen. Want dergelijke handelingen, uitgevoerd zonder hun aard volledig te begrijpen en tegen hun verlangens in, zijn effectiever in het weerhouden van een persoon van zijn begeerten, het laten proeven van de vreugde van aanbidding en het zuiveren van de nafs.
Daarom zijn aanbiddingen waarvan de betekenissen niet met het verstand te begrijpen zijn, worden alleen uitgevoerd vanwege het bevel van Allah om de anfus (ego’s) te zuiveren. Ze nemen de verlangens van de natuur en het verstand weg. Stelt hen in staat om te handelen naar de eisen van het dienen van Allah. Dit zijn de duidelijkste en grootste vormen van aanbidding.
Wanneer je deze wijsheid begrijpt, zul je zeker beseffen dat de reden waarom de anfus huiveren voor deze vreemde daden. Omdat men de mysteriën van de aanbidding niet begrijpt.
Daarom is het voldoende om over de essentie van de Haj te begrijpen.
Verlangen(shawk) naar de HajHet verlangen om de Ka‘ba te bezoeken, houdt in dat men zich bewust is dat het "Huis van Allah" is, dat het een ontmoeting met de Koning(al-Malik) betekent. Degene die voornemens is om naar de Ka‘ba te gaan, heeft de bedoeling Allahu Ta`ala te bezoeken, en dit doel zal niet verloren gaan, maar zal op het juiste moment gerealiseerd worden. Omdat deze vergankelijke ogen niet in staat zijn om het licht van Zijn schoonheid te verdragen vanwege hun tekortkomingen, zullen zij Hem in deze wereld niet kunnen zien. Echter, degenen die Hem hier niet kunnen aanschouwen, zullen in het Paradijs, het Dār al-Qarār (de eeuwige verblijfplaats), de zegen van de aanschouwing ontvangen.
Door het Huis van Allah te bezoeken, verkrijgt men het recht om de Rab van dat Huis te aanschouwen, zoals beloofd is. Er is geen twijfel dat de hunkering naar Allah iemand aanmoedigt om de middelen te zoeken voor de ontmoeting met Hem. Tegelijkertijd houdt degene die liefheeft van alles wat aan de Geliefde verbonden is. De Ka‘ba is aan Allah toegeschreven en wordt "Huis van Allah" genoemd. Afgezien van de beloofde beloningen, is de toeschrijving aan Allah op zich al voldoende reden om dit heilige Huis te bezoeken.
Daarom moedigt Allah Ta’ala in deze wereld de mens aan om naar de Ka`bah te verlangen, omdat het Zijn Huis is, en elke aanbidder die naar de Ka`bah verlangt, in feite verlangt naar een ontmoeting met Allah.De geliefde (de minnaar van Allah) verlangt naar alles wat in verbinding staat met zijn geliefde, of dit nu dichtbij of ver weg is. De Ka`bah wordt inderdaad aan Allah Ta’ala toegeschreven als Zijn Huis (Baytullah). Daarom, zelfs als het verlangen naar de Ka`bah alleen al vanwege deze toeschrijving is, zou de minnaar van Allah naar de Ka`bah moeten verlangen. Degene die de Ka`bah bezoekt, zal bovendien grote beloningen van Allah Ta’ala ontvangen.
Azm (Vastberadenheid)Door zijn vastberadenheid beoogt de persoon om zich van zijn familie en vaderland te distantiëren.
Hij wendt zich af van lusten en genot en richt zich op het bezoeken van het Huis van Allah (Baytullah). Degene die dit doet, moet de waarde van de Ka`bah en de verhevenheid van de eigenaar van de Ka`bah, Allah Ta’ala, in zijn hart hoog achten. Daarnaast moet hij beseffen dat vastberadenheid om naar Ka`bah te gaan, hij zich richt op iets dat zowel glorieus als omgeven is door gevaren van alle kanten. Want wie zich richt op een groot doel, moet ook de daarbij behorende grote gevaren onder ogen zien.
De persoon moet zijn vastberadenheid vrijhouden van hypocrisie en show en alles alleen voor Allah doen. Het is zeker dat alleen de oprechtheid in intentie en daad wordt geaccepteerd. En het is ook zeker dat de daad van degene die naar het Huis van de Koning (al Malik: Allah) en Zijn Heilige Plaats gaat met een andere bedoeling dan (het bezoek aan de Ka`bah), een van de lelijkste daden is.
Daarom moet hij zijn vastberadenheid, samen met zijn nafs, corrigeren. De correctie van de vastberadenheid kan alleen plaatsvinden door oprechtheid (ikhlaas), en oprechtheid is alleen mogelijk door zich te ontdoen van show en hypocriete handelingen. Daarom moet men ervoor zorgen dat men zijn tijdelijke, vergankelijke wereld niet opoffert voor de eeuwige en betere beloning in het Hiernamaals.
Het verbreken van bandenDe betekenis hiervan is dat alles wat onrechtmatig is verkregen van iemand (de rechten van een dienaar), moet worden teruggegeven aan de rechtmatige eigenaren. Het houdt ook in dat men oprecht berouw toont bij Allah, uitsluitend om Zijn welbehagen te verkrijgen, voor alle begane zonden. Want alles wat onrechtmatig is verkregen, vormt een band en een last voor de mens. Elke band lijkt op een schuldeiser die iemands vastpakt en zegt: “Waar ga je naartoe? Hoe kun je vertrekken zonder mijn schuld te vereffenen?”
Deze schuldeiser roept ook: “Je bent op weg naar het Huis van al-Maliku’l Muloek (Koning der Koningen). Zelfs voordat je vertrok, negeerde je de bevelen van deze al-Malik in je eigen huis. Je hebt Zijn geboden verwaarloosd en niet uitgevoerd, alsof je de spot met Hem drijft.
Schaam je je niet dat je, zoals een opstandige dienaar, in de aanwezigheid van al-Maliku’l Muloek verschijnt? Als je zo gaat, zal Hij je zeker niet accepteren, maar je eerder afwijzen. Als je wilt dat je bezoek wordt geaccepteerd, vervul dan de bevelen van al-Maliku’l Muloek Geef terug wat je onrechtmatig hebt verkregen en keer voor alles terug naar Koning der Koningen met oprecht berouw over al je zonden. Zorg ervoor dat je hart niet bezig is met wat je achterlaat, zodat je met je hele hart naar al-Maliku’l Muloek kunt keren. Zoals je met je uiterlijk naar Zijn Huis bent gekeerd, moet je met je innerlijk volledig naar Hem gekeerd zijn. Als je dit niet doet, weet dan dat je van deze reis niets anders zult oogsten dan moeite en ontbering. Dat is alles! Uiteindelijk zul je worden afgewezen en verstoten.”
De persoon dient ook de band met zijn vaderland verbreken, alsof hij dat land verlaat en er nooit meer zal terugkeren. Hij dient zijn gezin en familieleden zijn testament achter te laten. Want een reiziger en zijn bezittingen bevinden zich, behalve als Allah hen beschermt, in groot gevaar.
Wanneer iemand zijn banden verbreekt voor de reis naar de Haj, moet hij zich ook herinneren dat hij op een dag zijn banden zal moeten verbreken voor de reis naar het Hiernamaals. De reis naar het Hiernamaals ligt immers vóór hem en is heel dichtbij. Deze reis naar de Haj moet worden ondernomen met het oog op zaken die nuttig zullen zijn tijdens de reis naar het Hiernamaals. Want de reis naar het Hiernamaals is vastgesteld en zal onvermijdelijk plaatsvinden. Daarom moet men zich voorbereiden op de Haj-reis zonder de reis naar het Hiernamaals te vergeten.
ProviandMen moet zijn proviand op een halal manier verkrijgen. Wanneer iemand voelt dat zijn nafs (ego) verlangt naar het verzamelen van overvloedige proviand, of wanneer hij enkel proviand wil meenemen die tijdens de reis voldoende is, tot aan de bestemming reikt en niet zal bederven, moet hij zijn nafs eraan herinneren:
“De reis naar het Hiernamaals is langer dan deze reis. De enige bruikbare proviand voor die reis is alleen Allahsvrucht (taqwa).
Alle andere proviand, die geen nut heeft voor de reis naar het Hiernamaals, zal op het moment van de dood achterblijven, net zoals verse voedingsmiddelen al aan het begin van een reis kunnen bederven.”
Men mag nooit vergeten dat proviand buiten taqwa een groot risico loopt op bederven. Vooral op een moment van grote nood, wanneer men van alle middelen beroofd is, zal men in verbazing en verwarring achterblijven bij het zien dat deze proviand nutteloos blijkt te zijn.
Daarom moet men zich onthouden van daden die na de dood niet met hem meegaan en geen nut hebben tijdens de reis naar het Hiernamaals. Want zulke daden raken besmet door schijnheiligheid (riya) en worden bedorven door fouten, waardoor ze waardeloos worden en tenietgaan.VoertuigWanneer men zich voorbereidt op de reis en het voertuig of rijdier gereedmaakt, moet men met zijn hart Allahu Ta`âlâ danken, omdat Hij dat voertuig/dier voor hem heeft onderworpen en beschikbaar heeft gesteld. Het voertuig/dier wordt als een Allahdelijke gunst gegeven, zodat het de last op zijn rug kan dragen en door er onderweg op te rijden, de moeite van de reis kan verminderen.
Tegelijkertijd moet men ook denken aan het rijtuig voor de reis naar het Hiernamaals, namelijk de lijkbaar. Want de Haj-reis lijkt in bepaalde opzichten op de reis naar het Hiernamaals. Men zou zichzelf moeten afvragen: “Is het rijtuig dat ik gebruik voor de Haj een middel dat me voorbereidt op het rijtuig van de reis naar het Hiernamaals? Is er een verband tussen de twee?”
Deze overweging is noodzakelijk. Immers, niemand weet of de dood dichterbij is dan de reis naar de Haj. Het kan zijn dat men eerder in de lijkbaar wordt geplaatst dan op het rijdier voor de Haj kan stappen. Daarbij is het zeker dat men in de lijkbaar zal liggen, terwijl het niet even zeker is dat men op het rijdier van de Haj zal rijden.
Het is ook niet gegarandeerd dat alle voorbereidingen voor de Haj-reis succesvol zullen zijn en hem ten dienste zullen staan. Gezien deze onzekerheden is het niet verstandig om zoveel zorg te besteden aan een twijfelachtige reis, terwijl men tegelijkertijd de zekere reis van het Hiernamaals verwaarloost.
De doeken van de IhraamBij het kopen van de doeken voor de ihraam dient men aan het lijkwade (kafan) te denken en zich voor te stellen hoe men daarin gewikkeld zal worden. Want deze persoon zal in de nabije toekomst, terwijl hij dichter bij Allah’s Huis komt, deze twee doeken als ihraam gebruiken: de ene als rida (bovenlichaamdoek) en de andere als izar (onderlichaamdoek). Misschien zal hij echter sterven voordat de Haj-reis voltooid is, en zullen deze doeken dienen als zijn lijkwade. Hoe dan ook, het is zeker dat hij zal sterven en in een lijkwade gewikkeld zal worden.
Net zoals hij niet zonder het veranderen van zijn kleding en toestand naar Allah’s Huis kan gaan, kan hij evenmin in Allah’s aanwezigheid komen zonder na zijn dood een kleding te dragen die verschilt van de wereldse kleding. De kleding die men tijdens de Haj als ihraam draagt, lijkt op de kleding die men tijdens de reis naar het Hiernamaals zal dragen. Net zoals de lijkwade geen naad heeft, zo heeft ook de ihraam geen naad.
Het begin van de Haj-reisWanneer men zijn familie en geboorteland verlaat en zich richting Allah wendt om aan de Haj-reis te beginnen, moet men beseffen dat dit een reis is die niet lijkt op andere reizen in de wereld. Daarom dient men zich bewust te zijn van wat men in zijn hart verlangt, waarheen men zich richt, en wiens bezoek men nastreeft. Men moet zich realiseren dat men samen met andere bezoekers op weg is naar de poorten van Allah Ta`âlâ , al-Maliku’l Muloek.
Deze bezoekers zijn eerder uitgenodigd en hebben gehoor gegeven aan die uitnodiging. Zij hebben dit verlangen met enthousiasme omarmd. Zij zijn geroepen en zijn gekomen. Ze hebben zich losgemaakt van wereldse banden en schepselen. Ze hebben de ontmoeting met Allahu Ta`âlâ , wiens bevel verheven is, aanzien groot is, en waarde onschatbaar is, als hun doel aanvaard.
Hun inspanningen zullen voortduren totdat zij hun uiteindelijke doel bereiken hebben en pas gelukkig worden bij het aanschouwen van het Aangezicht van hun Rab (in de Jannah).
Men dient in zijn hart te hopen Allah Ta`âlâ te bereiken en door Zijn Genade in Zijn aanwezigheid aanvaard te worden.
Men moet uit zijn gedachten zetten dat het vertrek op Haj-reis, het verlaten van familieleden en bezittingen, vanzelf zal leiden tot het bereiken van de kennis van Allah (ma‘rifatullah).Men moet vertrouwen op Allah Ta`âlâ ’s deugdzaamheid (fadilah) en hopen op de verwezenlijking van het beloofde fadilah dat Hij heeft toegezegd aan degenen die Zijn Huis bezoeken.
Mocht men tijdens de reis overlijden, dan toont het volgende vers duidelijk aan dat men alsnog Allah Ta`âlâ ’s genade zal verkrijgen:
۞ وَمَن يُهَاجِرۡ فِي سَبِيلِ ٱللَّهِ يَجِدۡ فِي ٱلۡأَرۡضِ مُرَٰغَمٗا كَثِيرٗا وَسَعَةٗۚ وَمَن يَخۡرُجۡ مِنۢ بَيۡتِهِۦ مُهَاجِرًا إِلَى ٱللَّهِ وَرَسُولِهِۦ ثُمَّ يُدۡرِكۡهُ ٱلۡمَوۡتُ فَقَدۡ وَقَعَ أَجۡرُهُۥ عَلَى ٱللَّهِۗ وَكَانَ ٱللَّهُ غَفُورٗا رَّحِيمٗا ١٠٠
Hij die voor de zaak van Allah wegtrekt, zal op de aarde veel verblijfplaatsen vinden en een overvloed om van te leven. En iedereen die zijn huis voor Allah en Zijn Boodschapper verlaat en de dood overmant hem (daarna); zijn beloning is zeker bij Allah. En Allah is de Vergevingsgezinde, de Genadevolle. (Surah an-Nisaa: 4/100)
De ingang naar de Miqaat
Wanneer men de woestijnen passeert en de smalle doorgangen bereikt die Miqaat worden genoemd, dient men te denken aan het verlaten van de wereld door de dood, het bereiken van de Miqaat van de Dag des Oordeels, de intense bestraffing, de vragen en de antwoorden daarop. Terwijl men de moeilijkheden van de reis overwint, moet men de strenge vragen van Nakier en Munkar (de twee engelen die door Allah worden aangesteld om de overledenen in hun graf te ondervragen) herinneren. Bij het zien van de roofdieren in de woestijn, moet men denken aan de schorpioenen, slangen en andere wezens in het graf. Het afscheid van familie en verwanten moet men aan de verlatenheid, eenzaamheid en benauwdheid van het graf herinneren.
Kortom, men moet zich voorbereiden op de angst en ontberingen van het graf door de angst en ontberingen van de Haj-reis te doorstaan en middelen te zoeken om daarop voorbereid te zijn.
İhraam en Talbiyah
De betekenis van de Talbiyah is het antwoord van de uitnodiging van Allah. Men moet hopen dat, wanneer men "Labbayk" zegt, Allah het accepteert en niet afwijst. Men moet zich bevinden tussen hoop en vrees. Maak je los van Zijn kracht en Zijn macht en vertrouw volledig op de deugdzaamheid (fadilah) en genade (karam) van Allahu Ta`âlâ. Want de tijd van de Talbiyah markeert het begin van de Haj en is een zeer gevaarlijk moment.
Sufyaan ibn Uyeyne (رحمه الله) vertelt: Ali Zeynelâbidîn (رضي الله عنه), de zoon van Hz. Husayin (رضي الله عنه), ging op Haj. Toen hij zijn ihraam vastbond en op zijn kameel klom, verbleekte zijn gezicht en begon hij hevig te beven. Hij was niet in staat " Labbayk " te zeggen; zijn tong hield op met spreken. Iemand die deze toestand waarnam, vroeg hem: "Waarom zeg je geen Lebbeyk?" Ali Zeynelâbidîn (رضي الله عنه) antwoordde: "Ik ben bang dat, als ik Labbayk zeg, Allah Ta`âlâ mij zal antwoorden met: 'Geen Labbayk en geen Sa'dayk (wijst af).' Ondanks deze angst zei hij uiteindelijk " Labbayk ", waarna hij flauwviel en op de grond viel. Deze flauwtes hielden aan tot het einde van zijn Haj.
Ahmed b. Abi'l-Hawarie vertelt: "Ik was samen met Abu Sulaymaan ad-Daranie. Toen hij zijn ihraam omdeed, was hij niet in staat om 'Labbayk' te zeggen totdat hij een afstand van ongeveer een mijl had afgelegd. Op dat moment viel hij flauw. Toen hij bijkwam, zei hij tegen mij: 'O Ahmed! Allahu Ta`âlâ openbaarde aan Zijn dienaar en profeet Moesa (عليه السلام): "O Moesa, beveel de onderdrukkers van Bani Israëel dat zij Mij niet gedenken. Want als zij Mij gedenken, zal Ik hen vervloeken." O Ahmed! Uit de overleveringen die mij zijn bereikt, heb ik de volgende waarheid begrepen: Wie met onrechtmatig verworven bezit op Haj gaat, wanneer hij zijn ihraam aandoet en 'Labbayk' zegt, zal Allahu Ta`âlâ tegen hem zeggen: "Zolang jij het onrechtmatige bezit niet teruggeeft, zal noch jouw 'Labbayk' noch jouw 'Sa‘dayk' door Mij geaccepteerd worden." Wij kunnen er niet zeker van zijn dat Allah de Verhevene hetzelfde niet tegen ons zal zeggen.'
Degene die 'Labbayk' zegt en bij Miqaat zijn stem verheft, moet zich realiseren dat hij hiermee reageert op de oproep van Allahu Ta`âlâ .
Want Allahu Ta`âlâ zegt in de Qur'aan:
وَأَذِّن فِي ٱلنَّاسِ بِٱلۡحَجِّ يَأۡتُوكَ رِجَالٗا وَعَلَىٰ كُلِّ ضَامِرٖ يَأۡتِينَ مِن كُلِّ فَجٍّ عَمِيقٖ ٢٧
En verkondig aan de mensheid de Haj. Zij zullen te voet en op elke magere kameel naar jou komen, zij zullen van diepe en verre bergpassen. (Surah al-Haj: 27)
Wanneer iemand 'Labbayk' zegt, moet hij ook denken aan de bazuin (Sur) die geblazen zal worden, het opstaan van de mensen uit hun graven en het verzamelen van hen op de Dag des Oordeels. Hij moet zich herinneren hoe zij reageren op de oproep van Allahu Ta`âlâ . Hoe zij zich splitsen in twee groepen: een groep die Allah nabij zal zijn en een groep die Zijn toorn zal ondergaan. Sommigen zullen geaccepteerd worden, terwijl anderen verworpen zullen worden. Dit is vergelijkbaar met de twijfelende pelgrims bij Miqaat, die zich afvragen: 'Zal mijn Haj geaccepteerd worden of niet?' en zich tussen angst en hoop bevinden."
Binnenkomst in Makkkah
Wanneer men Mekka binnenkomt, moet men zich realiseren dat men de veiligheid van het Heilige Gebied van Allah heeft bereikt en hoopt op bescherming van Allah tegen Zijn straf. Men moet vrezen dat men niet waardig is voor de nabijheid van Allah. En men moet vrezen dat zonder toegang tot het Heilige Gebied van Allah de straf verdient. Echter, de hoop moet sterker zijn dan de vrees. Want de genade van Allahu Ta`âlâ is voor iedereen en Hij is de meest barmhartige. De eer van het Huis is groot. De rechten van de bezoeker worden gerespecteerd. De rechten van degenen die zich toevlucht zoeken worden beschermd en gaan niet verloren.
Het aanschouwen van Ka`bah
Op dat moment dient men in zijn hart de majesteit van de Ka`bah te hebben. Men dient niet alleen naar de Ka`bah te kijken, maar dient zich te gedragen alsof men de Rab van de Ka`bah aanschouwt. Men dient te hopen dat, zoals men het Huis van Allah zien, ook Zijn gezegende Aangezicht (in het Hiernamaals) zal aanschouwen. Men dient Allahu Ta`âlâ te danken omdat Hij hem in deze gelegenheid heeft gebracht en hem heeft toegestaan om zich tussen Zijn gasten te mogen bevinden. Dan dient men te denken aan de mensenmassa op de Dag des Oordeels die zich haasten om het Paradijs binnen te gaan. Vervolgens dient men niet te vergeten dat deze mensen zich in twee groepen zullen verdelen: de ene groep krijgt toestemming om het Paradijs binnen te treden, terwijl de andere groep wordt weggestuurd. Men dient zich te herinneren dat ook de pelgrims in twee groepen zullen worden verdeeld: een groep waarvan de Haj geaccepteerd wordt, en een andere groep waarvan de Haj wordt verworpen. Kortom, men dient alles wat men ziet te vergelijken met de zaken van het Hiernamaals en zich niet onverschillig op te stellen tegenover de zaken van het Hiernamaals. Want de handelingen van de pelgrims zijn allemaal tekenen van hun situatie in het Hiernamaals.
Tawaaf rond de Ka`bah
Het bezoek en de tawaaf rond Ka`bah al muazzamah is vergelijkbaar met het verrichten van salaah. Tijdens dit bezoek/tawaaf moet men in zijn hart eerbied, angst, hoop en liefde dragen. Door de Tawaaf uit te voeren, moet men zichzelf vergelijken met de engelen die voortdurend rond de Troon (`Arsh) van Allah tawaaf verrichten. Men mag niet denken dat het doel van het bezoek aan de Ka`bah slechts het fysieke bezoek aan het gebouw is. Net zoals het bezoek aan de Ka`bah begint en eindigt bij de Ka`bah, zo begint en eindigt het herdenken (dhikr) van Allah in het hart. Het ware en eervolle bezoek/tawaaf is het bezoek van het hart aan de hoedanigheid van Allah als Heer, Onderhouder en Bestuurder van de schepping (rububiyya), terwijl de Ka`bah een zichtbare representatie hiervan is in het Rijk der fysieke wereld(`Aalamu’l mulk), behoort de rust tot het Rijk der Engelen (`Aalamu’l Malakut). Dit kan niet met het oog worden gezien. Net zoals het hart in het lichaam, dat tot "`Aalamu’l Ghayb" (de onzichtbare, verborgen wereld) behoort, niet zichtbaar is in de "`Aalamu’sh Shahadah ("de wereld van getuigenis" of "de zichtbare wereld"). Weet ook dat de wereld van `Aalamu’l mulk en Aalamu’sh Shahadah, voor degene die voorzien is van innerlijk zicht (basierah) door Allahu Ta`âlâ en voor wie de deur van de spiritualiteit is geopend, de trap van onzichtbare en `Aalamu’l Malakut is. Deze balans en verbinding worden aangeduid in de volgende woorden: "Het Huis van Ma'mur in de hemelen is precies in lijn met de Ka`bah. Zoals mensen de Ka`bah tawaaf doen, zo doen de engelen dat ook."
Aangezien de meeste mensen - net als de engelen - niet in staat zijn om een dergelijke perfecte Tawaaf te verrichten, worden zij opgedragen om, voor zover mogelijk, zich te vergelijken met degenen die deze Tawaaf verrichten. “Een volk dat zich zelf vergelijkt met een bepaald volk, behoort tot dat volk”. (Overgeleverd door Abu Dawud van İbn `Umar (رضي الله عنه) sanad is sahih) Hiermee is beloofd dat zij als hen zullen worden beschouwd.
Van degene die in staat is om een dergelijke Tawaaf te verrichten, wordt gezegd: "De Ka`bah verricht ook Tawaaf om hem heen." Inderdaad, deze waarheid wordt door ‘ahli kashf en karaamah’ (mensen die in de islamitische traditie worden beschouwd als uitzonderlijke, vrome individuen die door Allah bijzondere spirituele gaven en inzichten hebben gekregen) en voor sommige van de geliefde dienaren van Allah Ta`âlâ waargenomen.
Gezicht tegen de Hajaru’l-Aswad wrijvenWanneer men de Hajaru’l-Aswad aanraakt of kust, moet men met volledige overtuiging geloven dat je een verbintenis aangaat om Allah te gehoorzamen en Hem te aanbidden. Wees daarom vastberaden om deze belofte nauwgezet na te komen. Wie zijn belofte verbreekt, stelt zichzelf bloot aan een zware bestraffing. Zoals Ibn `Abbaas (رضي الله عنه) van an-Nabie صلى الله عليه وسلم overlevert:
"De Hajaru’l-Aswad is de rechterhand van Allah op aarde. Allah schudt ermee de hand van wie Hij wil, zoals een persoon de hand schudt van zijn broeder of vriend."
Zich vastklampen aan de doeken/muur van de Ka`bahBij de Multazim dient iemands intentie het volgende te zijn: ik wil uit liefde en verlangen zowel de Ka`bah als haar Rab naderen. Wanneer men de doeken vastgrijpt of de muur omhelst, moet men om de zegeningen ervan vragen en hopen dat alle moleculen van je lichaam beschermd zullen worden tegen de eeuwige hel.
Wanneer je je vastklampt aan de doeken, dien je Allahu Ta`âlâ ’s vergeving te vragen en smeken om zeker te zijn van Zijn bestraffing. Dit dient men te doen zoals een zondaar die verontschuldigingen aanbiedt aan degenen die ze beledigd hebben en onrecht hebben aangedaan en zegt: "Er is geen toevlucht of schuilplaats behalve bij U om mij te vergeven."
De intentie dient oprecht en volhardend te zijn om vergeving te smeken, want een zondaar heeft geen andere toevlucht dan Allahu Ta`âlâ ’s genade en vergiffenis. Men dient te handelen met het vaste voornemen: "O mijn Rab! Ik zal Uw drempel niet verlaten totdat U mij vergeeft en mijn toekomst veiligstelt."
Sa‘y tussen Safâ en MarwaDe sa‘y tussen Safâ en Marwa is vergelijkbaar met een dienaar die herhaaldelijk naar het paleis van de koning komt om zijn dienstbaarheid te tonen en om de koning te vragen hem genadig te behandelen. Het lijkt op de situatie van iemand die voor de koning verschijnt, zonder te weten hoe de koning hem zal behandelen, of hij geaccepteerd of afgewezen zal worden.
Zo’n persoon blijft telkens weer bij de paleispoort terugkomen, hopend dat, als het de eerste keer niet lukt, de koning hem wellicht de tweede keer genadig zal zijn. Ook men dient deze houding en hoop in het hart te dragen.
Tijdens de sa‘y tussen Safâ en Marwa dient men te denken aan de Weegschaal (miezaan) die op de Dag des Oordeels iemands goede en slechte daden zal wegen. Vergelijk Safâ met de schaal die de goede daden weegt en Marwa met de schaal die de slechte daden weegt. Terwijl men heen en weer loopt tussen de twee, overweeg dan welke schaal zwaarder zal zijn en welke lichter. Besef dat je heen en weer gaat tussen bestraffing en vergiffenis.
De waqfa op ArafatDe waqfa op Arafat doet men denken aan het tafereel op de Dag des Oordeels: de enorme menigte op Arafat, het opstijgen van de stemmen, de verschillende talen die gesproken worden, de groepen die heen en weer gaan tussen de Mash`ar (plaatsen waar hujjaaj salaah verrichten) terwijl ze hun imaams en gidsen volgen.
Op de Dag des Oordeels zullen de gemeenschappen (ummam) zich scharen achter hun profeten en imaams. Iedere ummah zal achter zijn eigen profeet lopen, terwijl ze hopen op de voorspraak van hun profeet. In deze situatie bevinden ze zich in onzekerheid, niet wetend of ze geaccepteerd of afgewezen zullen worden.
Wanneer je al deze dingen herinnert, vraag Allahu Ta`âlâ dan met aandrang om jou te laten weder opstaan met degenen die Zijn genade ontvangen en overwinning (vergeven zijn) behalen. Wees ervan overtuigd dat jouw smeekbede op deze eerbiedwaardige plek zal worden verhoord. Allahu Ta`âlâ 's genade bereikt immers alle mensen via de gezegende harten die als de pilaren van de aarde dienen.
In de waqfa op Arafat zijn altijd de rechtschapen en zuivere harten van Allah’s geliefde dienaren, zoals de abdal en awtad.
Op een moment waarop al deze oprechte dienaren hun krachten bundelen, hun harten zich tot Allahu Ta`âlâ wenden, hun handen zich ophouden naar Zijn genade, hun halzen buigen voor Zijn majesteit, hun ogen gericht zijn op de hemelen, en hun harten synchroon kloppen terwijl ze om genade smeken, worden gebeden geaccepteerd.
{(De abdal worden vaak beschreven als "de vervangers". Volgens de overlevering zijn zij een groep rechtschapen en Allahvruchtige dienaren van Allah die een speciale rol spelen in de wereldorde. Hun naam komt voort uit het geloof dat als een van hen sterft, Allah een andere rechtschapen persoon in hun plaats stelt. Zij staan bekend om hun zuiverheid, verbondenheid met Allah en hun dienstbaarheid aan de schepping.)
(De awtaad, letterlijk "pilaren" of "steunpilaren", verwijst naar een specifieke groep spirituele leiders of rechtschapen personen die vergelijkbaar zijn met de abdal, maar vaak een nog hogere of fundamentelere rol hebben in de spirituele hiërarchie.)}
Denk niet dat Allah de inspanningen van deze dienaren zal negeren, hun moeite waardeloos zal maken, hun smeekbeden niet zal verhoren of hen niet zal onderdompelen in Zijn genade. Om deze reden is gezegd: 'Een van de grootste zonden is om op Arafat aanwezig te zijn en te veronderstellen dat Allah jou niet heeft vergeven.'
Alsof de harten gezamenlijk kloppen, afkomstig uit verschillende streken, buren zijn van abdal en awtad op Arafat, is de mysterie, doel en streven van de Haj. Er is geen sterkere reden om Allah’s genade overvloedig te verkrijgen dan de gezamenlijke salaahs en de samenwerking van de harten op datzelfde moment.
Het stenigen van de shaytaan
Men dient de intentie te hebben om met deze handeling (het stenigen van de shaytaan) iemands dienaarschap aan Allahu Ta`âlâ te verklaren en iemands gehoorzaamheid aan Hem te tonen. Het is belangrijk dat men dit doet puur omdat het een bevel is van Allahu Ta`âlâ, zonder enige betrokkenheid van rede of eigen verlangens.
Daarna dient men na te denken over hoe je met deze handeling (stenigen van shaytaan) lijkt op Ibrahiem عليه السلام. Want op die plek verscheen Iblies om Ibrahiem عليه السلام (slechte) influistering in zijn hart te zaaien, in twijfel te brengen over zijn Haj en hem aan te zetten tot ongehoorzaamheid. Daarop beval Allahu Ta`âlâ Zijn dienaar Ibrahiem (عليه السلام) om Iblies te bestenigen, zodat hij werd verjaagd en zijn hoop werd gebroken.
Als er in je hart een influistering opkomt, zoals: "De shaytaan verscheen aan Ibraahiem (عليه السلام), daarom stenigde hij hem. Maar de shaytaan verschijnt niet aan mij, dus waarom zou ik hem bestenigen?" Weet dan dat deze influistering zelf van de shaytaan komt. Hij probeert je hiermee ervan te weerhouden om stenen te gooien. De shaytaan zal je laten denken dat deze handeling nutteloos en betekenisloos is, alsof het een spel is dat je beter kunt laten. Wees daarom oprecht en serieus wanneer je stenen gooit, om de shaytaan daarmee te vernederen. Verjaag hem op deze manier en weet dat je in schijn stenen in de kuilen gooit, maar dat ze in werkelijkheid het gezicht van de shaytaan raken. Door stenen te gooien, breek je de rug van de shaytaan.
De rug van de shaytaan kan alleen worden gebroken door het bevel van Allahu Ta`âlâ op te volgen, puur omdat het Zijn bevel is, zonder na te denken of het nut heeft ongeacht of je verstand of verlangens ermee instemmen.
Het slachten van het offerdierEr is een bijzondere nabijheid tot Allahu Ta`âlâ in het gehoorzamen van Zijn bevel. Daarom dient men aandacht besteden aan het kiezen van het beste offerdier en hopen dat Allahu Ta`âlâ met elk deel van het offerdier een deel van iemand zal vrijwaren van het Vuur. (Overgeleverd door Ebu Shaykh, van Abu Said ((رضي الله عنه). Want deze belofte is overgeleverd. Hoe groter het offerdier en hoe meer onderdelen ervan, des te meer wordt men van het Vuur vrijgekocht.
Bezoeken brengen aan MadienahWanneer je de huizen van Madienah ziet, moet je onmiddellijk herinneren dat Allahu Ta`âlâ deze stad heeft uitgekozen voor Zijn eervolle an-Nabie, Muhammed صلى الله عليه وسلم, en dat Hij deze stad passend achtte als plaats van emigratie (hijrah) voor Zijn Rasul. Madienah is een plaats waar an-Nabie صلى الله عليه وسلم de verplichte (fard) bevelen van zijn Rab bekendmaakte, zijn sunnah onderwees, en van waaruit hij de oorlog verklaarde aan zijn vijanden. Hij bleef daar de Islaam onderwijzen totdat hij overleed. Verder bevinden de graven van zowel hem als de twee rechtgeleide khaliefen die na hem de waarheid verkondigden ook in Madienah.
Wanneer je dit alles herinnert, moet je door Madienah wandelen alsof je de gezegende voetstappen van an-Nabie صلى الله عليه وسلم ziet en de plekken waar hij liep. Gedraag je met respect en waardigheid, want misschien zijn jouw voetstappen op dezelfde grond als die van Rasûlullah صلى الله عليه وسلم.
Wandel met kalmte, waardigheid en respect. Verlies nooit uit je hart dat an-Nabie صلى الله عليه وسلم door de markten van Madienah liep en zijn gezegende voet op die grond plaatste. Terwijl je rondwandelt, moet je nadenken over hoe je je gedraagt tegenover Allah, met welke nederigheid en kalmte je handelt. En je moet het nooit uit je hart laten hoe groot zijn status was, die altijd met de Naam van Allah wordt genoemd.
Vergeet niet dat Allahu Ta`âlâ degene die zich onrespectvol gedraagt tegenover an-Nabie صلى الله عليه وسلم – zelfs door zijn stem boven die van an-Nabie te verheffen – diens daden teniet doet.
Herinner je daarna de eervolle sahaba رضي الله عنهم, die door de gezelschap van Rasûlullah صلى الله عليه وسلم verheven werden tot de hoogste niveaus van gelukzaligheid. Zij bereikten de hoogste graden door zijn naar zijn woorden te luisteren en in zijn gezelschap te verkeren.
Wees diep bedroefd over het gemis van de gelegenheid om Rasûlullah صلى الله عليه وسلم in deze wereld te ontmoeten en de vriendschap van zijn gezegende metgezellen te ervaren.
Besef ook de werkelijkheid dat, net zoals je hem niet in deze wereld hebt kunnen zien, er in het Hiernamaals een groot gevaar bestaat dat je hem ook daar niet zult kunnen zien. Misschien zul je hem slechts met groot verdriet en spijt aanschouwen, omdat jouw slechte daden een enorme barrière tussen jou en hem hebben gevormd.
Zoals an-Nabie صلى الله عليه وسلم heeft gezegd, verwijzend naar deze gebeurtenis: ...
Allah brengt een volk voor mij om mij te zien. Zij zullen mij zien en roepen: ‘O Muhammed! O Muhammed!’ Dan zal ik zeggen: ‘O mijn Rab! Dit zijn mijn metgezellen.’ Maar Hij zal mij antwoorden: ‘Jij weet niet wat zij na jou hebben ingevoerd.’ Hierop zal ik tegen hen zeggen: ‘Verwijdering en straf zijn voor jullie.’(Overgeleverd door Muslim ve Bukharie van İbn Mas'ud ve Anas (رضي الله عنه)
Als je ooit de eerbied voor de sharia van Muhammed صلى الله عليه وسلم zou verwaarlozen, zelfs al is het maar voor een ogenblik, moet je vrezen dat er een afstand zal ontstaan tussen jou en hem, waardoor je zijn liefde verliest en van hem verwijderd blijft. Toch moet je hoop groot zijn. Want nadat Allahu Ta`âlâ jou het geloof heeft geschonken, heeft Hij je niet met een materieel of werelds doel uit je land laten vertrekken, maar uitsluitend om hem te bezoeken. Je bezoek hier is het resultaat van je liefde voor hem en van je verlangen in zijn sporen in Madienah te lopen.
Je hebt de moeite genomen om je land te verlaten en al deze ontberingen te verdragen, alleen om te compenseren voor het gemis van het aanschouwen van zijn gezegende gezicht. Daarom past het Allahu Ta`âlâ met genade naar je te kijken. Het zou een gunst zijn die het meest passend is voor jouw situatie.
Wanneer je aankomt bij de Masjid ash-Sharief, herinner je dan dat dit een plaats is die Allah heeft uitgekozen voor Zijn an-Nabie صلى الله عليه وسلم en die is opgedragen aan de meest eervolle generatie moslims (ashaab). Weet dat de verplichte (fard) aanbiddingen van Allahu Ta`âlâ hier als eerste werden uitgevoerd. Deze plek heeft zowel de levenden als de doden gehuisvest van de meest deugdzame dienaren van Allahu Ta`âlâ . Wees daarom vol hoop dat Allah jou genade zal schenken omdat je deze plek hebt bereikt.
Betreed deze plek met vrees voor Allah en met een hart dat de eerbied voor deze plek verheerlijkt. Dit is een plaats waar de harten van alle gelovigen (mu’mins) de meeste nederigheid en rust zouden moeten voelen.
Zoals Abu Sulaymaan ad-Dârânie heeft overgeleverd: “Toen Ouais al-Qarânie de Haj verrichtte en in Madienah aankwam, stond hij bij de poort van de moskee. Toen men hem zei: ‘Hier is het gezegende graf van Rasûlullah صلى الله عليه وسلم,’ viel hij flauw. Toen hij weer bij bewustzijn kwam, zei hij: ‘Breng mij naar buiten. Hoe kan ik genieten in een stad waar an-Nabie Muhammed صلى الله عليه وسلم is begraven?’”
Het bezoeken aan Rasulullahs صلى الله عليه وسلم is grafZoals eerder gezegd, is het passend dat je je in zijn gezegende aanwezigheid bevindt en hem bezoekt zoals je hem zou hebben bezocht toen hij in leven was. Als hij in leven was, zou je zo dicht mogelijk bij hem proberen te komen; hetzelfde geldt voor zijn graf. Net zoals het aanraken van zijn persoon of het kussen van zijn lichaam als respectloos zou worden beschouwd, moet je op een korte afstand blijven staan, klaar om zijn bevelen op te volgen, terwijl je in zijn aanwezigheid bent. Op dezelfde manier moet je je nu gedragen. Het omhelzen en kussen van zijn graf is namelijk een gewoonte van christenen en joden.
Rasûlullah صلى الله عليه وسلم weet dat je daar bent, dat je hem bezoekt. De salaam die je hem brengt en de salawaat die je uitspreekt, bereiken hem onmiddellijk. Stel je daarom zijn gezegende gedaante in je gedachten voor. Denk eraan dat hij in zijn graf aanwezig is en jouw aanwezigheid waarneemt. Koester zijn verheven status in je hart. Want an-Nabie صلى الله عليه وسلم heeft gezegd:
"Allah heeft bij mijn graf een engel aangesteld die daar als taak heeft om mij de salaat en salaam over te brengen van mijn gemeenschap. Iedereen die mij salaat en salaam geeft, die wordt door de engel aan mij doorgegeven."(Overgeleverd door Nesai, İbn Hibbaan en Hakim, van İbn Mas`ud (رضي الله عنه)
Deze uitspraak gaat over degenen die Rasûlullah صلى الله عليه وسلم de salaah en salaam sturen zonder zijn gezegende graf daadwerkelijk te bezoeken. Hoe zal het dan zijn voor degene die zijn geboorteland heeft verlaten, de eindeloze woestijnen is overgestoken met liefde en verlangen, en die bij het graf van Rasûlullah صلى الله عليه وسلم alleen zijn spirituele aanwezigheid ervaart? Iemand die zich tevreden stelt met slechts het zien van zijn gezegende rustplaats, maar lijdt onder het gemis van het daadwerkelijk aanschouwen van zijn nobele gezicht?
An-Nabie صلى الله عليه وسلم zei ook:"Wie mij één keer salât en salâm brengt, Allah zal tien keer salât en salâm voor hem doen."(Overgeleverd door Muslim, van Abu Hurayrah (رضي الله عنه) en Abdullah b. Amr (رضي الله عنه)
Al deze beloningen gelden voor degenen die met hun tong salaah en salaam brengen aan Rasûlullah صلى الله عليه وسلم. Maar wat zou dan de beloning zijn voor degenen die fysiek aanwezig zou zijn bij het bezoeken van Rasûlullah صلى الله عليه وسلم?
Nadat je Rasûlullah صلى الله عليه وسلم de salaam hebt gebracht en salaah en salaam hebt uitgesproken, dien je naar zijn minbar te gaan. Stel je daar voor hoe Rasûlullah صلى الله عليه وسلم met waardigheid en eerbied die minbar beklom om khutbahs te geven en de mensen te onderwijzen. Stel je voor hoe hij, eenmaal op de minbar, zijn gezicht naar de nobele metgezellen richtte en hoe dat gezegende gezicht straalde van licht.
Denk ook aan hoe hij daar met zijn khutbah Allah Ta`âlâ prees en de metgezellen aanmoedigde tot gehoorzaamheid. Herinner je hoe de Muhajirun en de Ansaar رضي الله عنهم zich rondom hem verzamelden, vervuld van liefde en respect.
Vraag Allah Ta`âlâ daar het volgende: (O Rab) laat op de Dag des Oordeels niets tussen mij en hem komen te staan wat mij van hem kan verwijderen.
Dit alles zijn de taken van het hart bij de Haj. De persoon die de Haj heeft verricht, na het uitvoeren van deze taken, zou zich verdrietig en angstig moeten voelen. Want hij weet niet of zijn Haj geaccepteerd is en of hij is opgenomen in de groep van de geliefden, of dat zijn Haj is verworpen en hij is weggejaagd bij de poorten van genade.
Dit weet hij niet en probeert het te begrijpen door naar zijn hart en daden te kijken. Als hij ziet dat zijn hart verder weg is van de wereld en dichter bij Allah en het huis van vriendschap, en als hij waarneemt dat zijn daden gewogen worden met de maatstaf van de sharia, dan moet hij met heel zijn wezen geloven dat zijn Haj geaccepteerd is. Want Allah accepteert slechts de daden van degene die Hem liefheeft en wie Allah liefheeft, zal Hij ondersteunen en Zijn tekenen van liefde in hem tonen. Hij voorkomt dat de vervloekte Iblis invloed op hem uitoefent. Als iemand dit in zichzelf ziet, moet hij zeker weten dat dit een teken is dat zijn Haj geaccepteerd is.
Maar als hij het tegenovergestelde waarneemt, dan blijft er misschien alleen vermoeidheid en moeite van de reis over. In dat geval zoeken we toevlucht bij Allah.
Het hoofdstuk "Kitabu Asrâr'il-Haj" (De mysteriën van de Haj) eindigt hier.
40 ḤADĪTH OVER DE ḤAJ EN DE ʿUMRAH
“De islam is gebouwd op vijf pijlers: getuigen dat er geen godheid is behalve Allah en dat Muhammed Zijn dienaar en boodschapper is, het verrichten van ṣalāh, het geven van zakāh, het verrichten van de Ḥaj naar de Kaʿbah en het vasten van Ramaḍān.”(Muslim, Īmān, 21)
“O mensen! De Ḥaj is jullie verplicht gesteld, verricht daarom de Ḥaj!”(Muslim, Ḥaj, 412)
“Verricht jullie Ḥaj zoals jullie het van mij leren! Want ik weet niet of ik na deze Ḥaj nog een keer de Ḥaj zal verrichten.”(Muslim, Ḥaj, 310; Abū Dāwūd, Manāsik, 77)
“Laat degene die de Ḥaj wil verrichten, zich haasten! Want misschien wordt hij ziek, of verliest hij zijn rijdier, of komt er een belemmerende noodzaak tussen.”(Ibn Mājah, Manāsik, 1; Abū Dāwūd, Manāsik, 5)
“Wie deze Bayt (de Kaʿbah) Haj verricht, (noch in woord noch in daad) neigt tot geslachtsgemeenschap en geen slechte daden verricht, keert terug als op de dag dat hij geboren werden.”(Bukhārī, Muḥṣar, 10)
“An-Nabie صلى الله عليه وسلم werd gevraagd: ‘Welke daden zijn het meest voortreffelijk?’ Hij antwoordde: ‘Īmān in Allah en Zijn boodschapper.’ Men vroeg: ‘En daarna?’ Hij antwoordde: ‘Jihād op de weg van Allah.’ Men vroeg: ‘En daarna?’ Hij antwoordde: ‘Een aangenomen Ḥaj (Haj mabrûr).’”(Bukhārī, Ḥaj, 4)
“De beloning voor een aangenomen Ḥaj (bij Allah) is niets minder dan het Jannah.”(Bukhārī, ʿUmrah, 1)
“An-Nabie صلى الله عليه وسلم verrichtte de Ḥaj op een eenvoudig rijdier, gekleed in een iḥrām die niet meer dan vier dirham waard was.En hij zei: ‘O Allah! Maak deze hadj van mij tot een hadj die vrij is van pronkzucht en eerzucht.”(Ibn Mājah, Manāsik, 4)
“De Ḥajen ʿumrah-gangers (al-hujjāl wa’l `ummār) zijn de delegatie van Allah. Als zij Hem smeken, verhoort Hij hen; en als zij om vergeving vragen, vergeeft Hij hen.”(Ibn Mājah, Manāsik, 5; An-Nasā’ī, Jihād, 13)
Toen aan Rasulullah صلى الله عليه وسلم werd gevraagd: “Welke Ḥaj is het meest voortreffelijk?”, zei hij: “De Ḥaj waarbij luid en veelvuldig de talbiyah wordt uitgesproken en waarbij een offer wordt gebracht.”(Tirmidhī, Ḥaj, 14)
ʿĀ’ishah رضي الله عنها zei: “O Rasulullah! Wij (vrouwen) beschouwen jihād als de meest voortreffelijke daad. Zouden wij dan ook niet moeten strijden?” Hij antwoordde: “Nee! Voor jullie is de meest voortreffelijke jihād: een aangenomen Ḥaj.”(Bukhārī, Ḥaj, 4)
De talbiyah van Rasulullah صلى الله عليه وسلم was:“Labbayka Allāhumma labbayk, labbayka lā sharīka laka labbayk. Inna al-ḥamda wa’n-niʿmata laka wa’l-mulk, lā sharīka lak: "Hier ben ik, o Allah, hier ben ik! Ik sta tot Uw dienst, hier ben ik! Hier ben ik, o Allah! U hebt geen deelgenoot. Hier ben ik! Voorwaar, alle lof behoort U toe. Ook de gunst en het koningschap zijn van U. U hebt geen deelgenoot."(Bukhārī, Ḥaj, 26; Muslim, Ḥaj, 19)
“Wanneer een moslim de talbiyah uitspreekt, doen stenen, bomen en aarde aan zijn rechteren linkerkant dit met hem mee van hier tot hier (liet het zien met zijn hand).”(Tirmidhī, Ḥaj, 14; Ibn Mājah, Manāsik, 15)
“Jibrīl عليه السلام kwam tot mij en beval mij om mijn metgezellen om de talbiyah hard op uit te spreken.”(Tirmidhī, Ḥaj, 15; Abū Dāwūd, Manāsik, 26)
“Allah heeft Makkah heilig verklaard… Men mag er geen planten uittrekken, geen bomen omhakken, geen wild opjagen en gevonden voorwerpen mogen niet worden meegenomen, behalve als men dit publiekelijk aankondigt.”(Bukhārī, Jazāʾ aṣ-Ṣayd, 9; Muslim, Ḥaj, 447)
“Niet de mensen, maar Allah heeft Makkah tot een heilige plaats verklaard. Niemand die gelooft in Allah en de Laatste Dag mag daar bloed vergieten of bomen omhakken.”(Bukhārī, ʿIlm, 37)
“Wie ons salaah verricht, zich wendt (in de richting van) onze qiblah en van ons offer eet, is een moslim met het verbond en de bescherming van Allah en Zijn Rasul. Wees Allah niet ontrouw aan Zijn verbond en bescherming!”(Bukhārī, Ṣalāh, 28)
“Wanneer iemand van jullie zich tot de qiblah wendt, dan wendt hij zich tot zijn Rab, Jalla wa `Azza.”(Abū Dāwūd, Ṣalāh, 22)
“O (Kaʿbah)! Wat ben je mooi, wat is je geur heerlijk! Wat ben je verheven, en hoe groot is jouw eerbied! Bij Allah is de eerbied voor de gelovige – met zijn bezit, zijn bloed en het hebben van een goede gedachte over hem – groter dan de eerbied voor jou!”(Ibn Mājah, Fitān, 2)
“Het tawāf rond de Kaʿbah, de saʿy tussen aṣ-Ṣafā en al-Marwah en het stenigen van de shayṭān is slechts om Allah op de juiste wijze te gedenken.”(Abū Dāwūd, Manāsik, 50; Tirmidhī, Ḥaj, 64)
“Tawāf rondom de Kaʿbah is zoals (het verrichten van) de ṣalāh is, behalve dat men tijdens de tawāf mag spreken. En als men spreekt, laat hij dan enkel goede dingen zeggen.”(Tirmidhī, Ḥaj, 112; Dārimī, Manāsik, 32)
ʿAbdullāh ibn Sā’ib vertelt: “Tussen de Zwarte Steen en de Jemenitische Hoek hoorde ik Rasulullah صلى الله عليه وسلم zeggen:‘Rabbanā ātinā fī’d-dunyā ḥasanah wa fī’l-ākhirati ḥasanah wa qinā ʿadhāba’n-nār: Onze Rab, schenk ons het goede in deze wereld, en het goede in het Hiernamaals, en behoed ons voor de bestraffing van de Hel.”(Abū Dāwūd, Manāsik, 51)
“Bij Allah! Op de Dag der Opstanding zal Allah de Zwarte Steen naar het verzamelveld brengen. Hij zal twee ogen hebben om mee te zien, en een tong om mee te spreken, en hij zal getuigen voor degenen die hem oprecht begroetten.”(Tirmidhī, Ḥaj, 113; Ibn Mājah, Manāsik, 27)
ʿUmar ibn al-Khaṭṭāb رضي الله عنه kwam naar de Zwarte Steen, kuste hem en zei: “Ik weet dat jij slechts een steen bent. Je kunt geen voordeel of schade brengen.
Als ik Rasulullah صلى الله عليه وسلم jou niet had zien kussen, zou ik je niet hebben gekust.”(Bukhārī, Ḥaj, 50)
“Moge Allah barmhartig zijn voor de moeder van Ismāʿīl )Hajar)! Als zij niet gehaast had met het omsluiten van de waterbron, dan zou Zamzam een bron zijn geweest die in overvloed stroomde.”(Bukhārī, Ahadīthu’l Anbiyā’, 9)
“Het (Zamzam) is werkelijk gezegend en voedzaam.”(Ibn Ḥanbal, V, 174; Muslim, Faḍā’il aṣ-Ṣaḥābah, 132)
“Zamzam-water brengt het voordeel teweeg waarvoor het gedronken wordt.”(Ibn Ḥanbal, III, 357; Ibn Mājah, Manāsik, 78)
Ibn ʿAbbās رضي الله عنه vertelt: “Ik bood Rasulullah صلى الله عليه وسلم Zamzam aan en hij dronk staand.”(Bukhārī, Ḥaj, 76; Ašribah, 16; Muslim, Ašribah, 117)
“Voorwaar, aṣ-Ṣafā en al-Marwah behoren tot de symbolen van Allah. Begin daarom de saʿy vanaf aṣ-Ṣafā, zoals Allah dit ook begon.”(An-Nasā’ī, Manāsik al-Ḥaj, 163)
“Ḥaj is (het aanwezig zijn op) ʿArafah.”(An-Nasā’ī, Manāsik al-Ḥaj, 203; Tirmidhī, Ḥaj, 57)
“De beste duʿāʾ is de duʿāʾ op de dag van ʿArafah. En de beste woorden die ik en de profeten vóór mij gezegd hebben, zijn:‘Lā ilāha illā Allāh, waḥdahu lā sharīka lah: Er is geen godheid dan Allah, de Enige, Hij heeft deelgenoot.(Muwatta’, Ḥaj, 81)
“Er is geen dag waarop Allah meer mensen van het Helleuur bevrijdt dan op de dag van ʿArafah. Hij nadert Zijn dienaren met genade en roemt hen tegenover de engelen, en zegt: ‘Wat willen zij?’”(Ibn Mājah, Manāsik, 56)
“Buiten de dag van (slag bij ) Badr, is de shayṭān op geen enkele dag kleiner, vernederder, ellendiger of bozer gezien dan op de dag van ʿArafah. Vanwege het aanschouwen van de neerdaling van de genade en de vergeving van grote zonden door Allah.”(Muwatta’, Ḥaj, 81)
(Toen an-Nabie صلى الله عليه وسلم iemand hoorde schreeuwen tegen zijn kameel bij het afdalen van ʿArafah), zei hij: “O mensen, wees kalm! Goedheid zit niet in gehaastheid.”(Bukhārī, Ḥaj, 94)
(Nadat hij eraan herinnerde dat de stenen die naar de shayṭān geworpen worden niet groot hoeven te zijn), waarschuwde an-Nabie صلى الله عليه وسلم waarschuwde: “Pas op voor buitensporigheid in de religie (dien). Voorwaar, degenen vóór jullie zijn vernietigd vanwege buitensporigheid in religie.”(Ibn Mājah, Manāsik, 63; An-Nasā’ī, Manāsik al-Ḥaj, 217)
Rasulullah صلى الله عليه وسلم zei: “O Allah! Wees genadig voor degenen die hun hoofd kaalscheren!” De metgezellen zeiden: “En voor degenen die hun haar slechts korter knippen, o Rasulullah?” Hij zei opnieuw: “O Allah! Wees genadig voor degenen die hun hoofd kaalscheren!” Ze vroegen het opnieuw, en toen zei hij: “En ook voor degenen die hun haar korter knippen.”(Bukhārī, Ḥaj, 127)
“Een ʿumrah in de maand Ramaḍān is (in beloning) gelijk aan een Ḥaj.”(Tirmidhī, Ḥaj, 95)
Toen hem werd gevraagd: “Is de ʿumrah verplicht?” antwoordde an-Nabie صلى الله عليه وسلم: “Nee, maar het verrichten ervan is beter (dan het niet verrichten).”(Tirmidhī, Ḥaj, 88)
“Twee ʿumrah’s zijn een vergeving voor de zonden ertussen.
En de beloning van een aangenomen Ḥaj is het Jannah.”(Bukhārī, ʿUmrah, 1; Muslim, Ḥaj, 437)
(ʿUmar رضي الله عنه zei dat Rasulullah صلى الله عليه وسلم tegen hem zei toen hij toestemming vroeg voor de ʿumrah): “O mijn broer, vergeet mij niet in je duʿāʾ.”(Tirmidhī, Deawât, 109; İbn Mâjah, Manâsik, 5)