As-Siddieq — Kenniscentrum Islam

Kitāb al-Musāqāh: Boek over partnerschapsovereenkomst in de landbouw/bevloeiing

Onderwerp: Hadith

Lees dit boek in de online lezer

Kitāb al-Musāqāh: Boek over partnerschapsovereenkomst in de landbouw/bevloeiing

Het laten bewateren en bewerken van land in ruil voor een deel van de oogst van fruit en gewassen

المساقاة والمعاملة بجزء من الثمر والزرع

٩٩٩ - حديث ابْنِ عُمَرَ، أَنَّ النَّبِيَّ ﷺ عَامَلَ خَيْبَرَ بِشَطْرِ مَا يَخْرُجُ مِنْهَا مِنْ ثَمَرٍ أَوْ زَرْعٍ، فَكَانَ يُعْطِي أَزْوَاجَهُ مِائَةَ وَسْقٍ: ثَمَانُونَ وَسْقَ تَمْرٍ، وَعِشْرُونَ وَسْقَ شَعِيرٍ؛ فَقَسَمَ عُمَرُ خَيْبَرَ فَخَيَّرَ أَزْوَاجَ النَبِيِّ ﷺ أَنْ يُقْطِعَ لَهُنَّ مِنَ الْمَاءِ وَالأَرْضِ أَوْ يُمْضِيَ لَهُنَّ، فَمِنْهُنَّ مَنِ اخْتَارَ الأَرْضَ وَمِنْهُنَّ مَنِ اخْتَارَ الْوَسْقَ، وَكَانَتْ عَائِشَةُ اخْتَارَتِ الأَرْضَ

999 – ʿVan Abdullāh ibn ʿUmar (رضي الله عنهما):an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) sloot met de mensen van Khaybar een overeenkomst waarbij de helft van de opbrengsten van vruchten of gewassen/granen (aan moslims toekwam). Hij gaf zijn vrouwen honderd wasq: tachtig wasq dadels en twintig wasq gerst. Toen ʿUmar Khaybar (onder de moslims) verdeelde, gaf hij de vrouwen van an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) de keus: ofwel water en land toegewezen krijgen, of het eerdere systeem voortzetten. Sommigen kozen voor het land, anderen voor de opbrengst in wasq. ʿĀʾishah koos voor het land.

١٠٠٠ - حديث ابْنِ عُمَرَ، أَنَّ عُمَرَ بْنَ الْخَطَّابِ ﵁، أَجْلَى الْيَهُودَ وَالنَّصَارَى مِنْ أَرْضِ الْحِجَازِ وَكَانَ رَسُولُ اللهِ ﷺ لَمَّا ظَهَرَ عَلَى خَيْبَرَ أَرَادَ إِخْرَاجَ الْيَهُودِ مِنْهَا، وَكَانَتِ الأَرْضُ حِينَ ظَهَرَ عَلَيْهَا للهِ وَلِرَسُولِهِ ﷺ وَلِلْمُسْلِمِينَ، وَأَرَادَ إِخْرَاجَ الْيَهُودِ مِنْهَا، فَسَأَلَتِ الْيَهُودُ رَسُولَ اللهِ ﷺ لِيُقِرَّهُمْ بِهَا أَنْ يَكْفُوا عَمَلَهَا وَلَهمْ نِصْفُ الثَّمَرِ فَقَالَ لَهُمْ رَسُولُ اللهِ ﷺ: نُقِرُّكُمْ بِهَا عَلَى ذَلِكَ مَا شِئْنَا فَقَرُّوا بِهَا حَتَّى أَجْلاَهُمْ عُمَرُ إِلَى تَيْمَاءَ وَأَرِيحَاءَ1000 – VanʿAbdullāh ibn ʿUmar (رضي الله عنهما) :(Tijdens het kalifaatschap van) `Umar ibn al-Khaṭṭāb (رضي الله عنه) verdreefʿ Umar de joden en de christenen uit het Ḥijāz-gebied. Nadat Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) Khaybar had veroverd, had hij eveneens het voornemen om de joden te verdrijven. Het land (van Khaybar) kwam na de overwinning toe aan Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) en de moslims. De joden vroegen Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) of zij er mochten blijven, op voorwaarde van de afspraak dat (zij het land zouden verbouwen) en de helft van de opbrengst zouden afstaan.

Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) antwoordde: “(Op jullie voorwaarden) laten wij jullie hier zolang wij dat wensen.”En zo verbleven zij daar, totdat ʿUmar hen later verdreef naar Taymāʾ (gelegen langs de weg van Madīnah naar Shām) en Ariḥā (gelegen bij Qudus).[In de dagen vlak voor het overlijden van Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) maakte hij bekend dat de termijn van de afsp[raak met de bewoners van Khaybar erop zat en legde hij in zijn testament vast dat de niet-moslims volledig uit het Arabisch Schiereiland verdreven moesten worden.

Tijdens het kalifaatschap van Abū Bakr (رضي الله عنه) lag de focus op het onderdrukken van de opstanden van de afvalligen (ridda), waardoor minder aandacht besteed kon worden aan secundaire zaken. Abū Bakr (رضي الله عنه) overleed nadat hij deze opstanden had neergeslagen en de eenheid van de Islām had hersteld.

Toen ʿUmar (رضي الله عنه) khaliefah werd, was het tijd om de wens van Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) uit te voeren. Hij verdreef de joden uit Khaybar en het Arabisch Schiereiland naar de regio’s Taymā’ en Ariḥā.] (HY)

De deugdzaamheid van het planten van bomen en het zaaien van graan

فضل الغرس والزرع١٠٠١ - حديث أَنَسٍ ﵁، قَالَ: قَالَ رَسُولُ اللهِ ﷺ: مَا مِنْ مُسْلِمٍ يَغْرِسُ غَرْسًا أَوْ يَزْرَعُ زَرْعًا فَيَأْكُلُ مِنْهُ طَيْرٌ أَوْ إِنْسَانٌ أَوْ بَهِيمَةٌ إِلاَّ كَانَ لَهُ بِهِ صَدَقَةٌ

1001 – Van Anas (رضي الله عنه): Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) zei: “Er is geen moslim die een boom plant of iets zaait, waarvan een vogel, een mens of een dier eet, of dit geldt als ṣadaqah (liefdadigheid) voor hem.”

Verlagen van de prijs van producten die verloren zijn door een natuurrampوضع الجوائح

١٠٠٢ - حديث أَنَسِ بْنِ مَالِكٍ ﵁، أَنَّ رَسُولَ اللهِ ﷺ، نَهى عَنْ بَيْعِ الثِّمَارِ حَتَّى تُزْهِيَ، فَقِيلَ لَهُ: وَمَا تُزْهِيَ قَالَ: حَتَّى تَحْمَرَّ؛ فَقَالَ: أَرأَيْتَ إِذَا مَنَعَ اللهُ الثَّمَرَةَ بِمَ يَأْخُذُ أَحَدُكُمْ مَالَ أَخِيهِ

1002 – Van Anas ibn Mālik (رضي الله عنه):Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) verbood het verkopen van vruchten/dadels voordat ze beginnen te rijpen. Toen werd aan hem gevraagd: “Wat betekent rijpen?” Hij antwoordde: “Totdat ze rijp zijn (tijdstip waarop fruit of gewassen geoogst mogen worden).” Daarop zei hij: “En wat zouden jullie ervan vinden als Allāh de vruchten vernietigt voordat ze rijp zijn? Met welk recht zou dan iemand het bezit van zijn broeder kunnen opeisen?”

Het kwijtschelden van een deel van de schuld استحباب الوضع من الدين

١٠٠٣ - حديث عَائِشَةَ، قَالَتْ: سَمِعَ رَسُولُ اللهِ ﷺ صَوْتَ خُصُومٍ بِالْبَابِ عَالِيَةٍ أَصْوَاتُهُمَا، وَإِذَا أَحَدُهُمَا يَسْتَوْضِعُ الآخَرَ وَيَسْتَرْفِقُهُ فِي شيْءٍ، وَهُوَ يَقُولُ: وَاللهِ لاَ أَفْعَلُ فَخَرَجَ عَلَيْهِمَا رَسُولُ اللهِ ﷺ، فَقَالَ: أَيْنَ الْمُتَأَلِّي عَلَى اللهِ لاَ يَفْعَلُ الْمَعْرُوفَ فَقَالَ: أَنَا يَا رَسُولَ اللهِ وَلَهُ أَيُّ ذَلِكَ أَحَبَّ

1003 – Van ʿĀʾishah (رضي الله عنها): Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) hoorde bij zijn deur luide stemmen van twee mensen die met elkaar in conflict waren. (In deze schuldkwestie vroeg de schuldenaar de schuldeiser) om een deel van de schuld kwijt te schelden en het resterende bedrag op een vriendelijke en milde manier van hem te innen. De ander (schuldeiser) antwoordde echter: “Bij Allāh, dat zal ik niet doen.” Daarop kwam Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) naar buiten en zei: “Wie is het die bij Allāh zweert dat hij geen goed zal doen?”De man antwoordde: “Ik ben het, o Rasûlullāh. Is goed, laat het zijn zoals hij het wil.”

١٠٠٤ - حديث كَعْبِ بْنِ مَالِكٍ، أَنَّهُ تَقَاضَى ابْنَ أَبِي حَدْرَدٍ دَيْنًا كَانَ لَهُ عَلَيْهِ فِي الْمَسْجِدِ، فَارْتَفَعَتْ أَصْوَاتُهُمَا حَتَّى سَمِعَهَا رَسُولُ اللهِ ﷺ وَهُوَ فِي بَيْتِهِ، فَخَرَجَ إِلَيْهِمَا حَتَّى كَشَفَ سِجْفَ حُجْرَتِهِ، فَنَادَى يَا كَعْبُ قَالَ: لَبَّيْكَ يَا رَسُولَ اللهِ قَالَ: ضَعْ مِنْ دَيْنِكَ هذَا وَأَوْمَأَ إِلَيْهِ، أَيِ الشَّطْرَ، قَالَ: لَقَدْ فَعَلْتُ يَا رَسُولَ اللهِ قَالَ: قُمْ فَاقْضِهِ1004 – Van `Abdullah Ibn Kaʿb via ibn Mālik, zijn vader (رضي الله عنهما):In de moskee kwam hij (Ka`b Ibn Mālik) een schuld innen bij Ibn Abī Ḥadrad. Hun stemmen verhieven zich, totdat Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم), die in zijn huis was, hen hoorde. Hij kwam naar hen toe, hief het gordijn van zijn kamer op en riep: “O Kaʿb!”Hij antwoordde: “Tot uw dienst, o Rasûlullāh .”Hij zei: “Zie af van een deel van je vordering,” terwijl hij met zijn hand aangaf dat hij de helft bedoelde.Kaʿb zei: “Dat heb ik gedaan, o Rasûlullāh .”Vervolgens zei hij (tegen de schuldenaar): “Sta op en los (de rest van je) schuld af.”

Het recht van de verkoper om zijn goed terug te nemen bij faillissement van de koperمن أدرك ما باعه عند المشتري وقد أفلس فله الرجوع فيه

١٠٠٥ - حديث أَبِي هُرَيْرَةَ، قَالَ: قَالَ رَسُولُ اللهِ ﷺ (أَوْ قَالَ سَمِعْتُ رَسُولَ اللهِ ﷺ يَقُولُ): مَنْ أَدْرَكَ مَالَهُ بِعَيْنِهِ عِنْدَ رَجُلٍ أَوْ إِنْسَانٍ قَدْ أَفْلَسَ فَهُوَ أَحَقُّ بِهِ مِنْ غَيْرِهِ

1005 – Van Abū Hurayrah (رضي الله عنه):Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) zei of dat hij Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) heeft horen zeggen:“Degene van wie de goederen (op krediet zijn verkocht) en die failliet is gegaan, die heeft er meer recht op dan iemand anders.”

De deugd van het uitstellen van betaling aan degene die financieel niet in staat is

فضل إنظار المعسر

١٠٠٦ - حديث حُذَيْفَةَ ﵁، قَالَ: قَالَ النَّبِيُّ ﷺ: تَلَقَّتِ الْمَلاَئِكَةُ رُوحَ رَجُلٍ مِمَّنْ كَانَ قَبْلَكُمْ، قَالُوا أَعَمِلْتَ مِنَ الْخَيْرِ شَيْئًا، قَالَ: كُنْتُ آمُرُ فِتْيَانِي أَنْ يُنْظِرُوا وَيَتَجَاوَزُوا عَنِ الْمُوسِرِ، قَالَ: قَالَ فَتَجَاوَزُوا عَنْهُ

1006 – Van Ḥudhayfah (رضي الله عنه):an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) zei: “De engelen namen de ziel van een man aan uit een volk vóór jullie.

Ze vroegen hem: “Heb je iets goeds verricht?” Hij antwoordde: “Ik gaf mijn knechten opdracht om uitstel te geven en soepel te zijn met degene die in staat is te betalen (maar mogelijk op dat moment niet kon betalen).’ Toen zei (Rasûlullāh): ‘Daarop waren (de engelen) ook mild (en toegeeflijk) tegenover hem.”

١٠٠٧ - حديث أَبِي هُرَيْرَةَ ﵁، عَنِ النَّبِيِّ ﷺ، قَالَ: كَانَ تَاجِرٌ يُدَايِنُ النَّاسَ، فَإِذَا رَأَى مُعْسِرًا قَالَ لِفِتْيانِهِ تَجَاوَزُوا عَنْهُ، لَعَلَّ اللهَ أَنْ يَتَجَاوَزَ عَنَّا، فَتَجَاوَزَ اللهُ عَنْهُ1007 – Van Abū Hurayrah (رضي الله عنه):an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) zei: “Er was een koopman die (goederen) op krediet aan mensen verkocht. Wanneer hij zag dat iemand in moeilijkheden verkeerde, zei hij tegen zijn knechten: ‘Wees mild voor hem / scheld hem (de schuld) kwijt. Hopelijk zal Allāh ook mild voor ons zijn.’ Daarom was Allāh, (na zijn dood), ook mild voor hem.”

Het verbod op het uitstellen van betaling door een vermogende persoon, de geldigheid van de schuldoverdracht (ḥawāla*), en de aanbeveling om deze te accepteren wanneer men wordt verwezen naar een betrouwbare (schuld)betaler.

تحريم مطل الغنيّ وصحة الحوالة واستحباب قبولها إِذا أحيل على ملىّ

١٠٠٨ - حديث أَبِي هُرَيْرَةَ ﵁، أَنَّ رَسُولَ اللهِ ﷺ، قَالَ: مَطْلُ الْغَنِيِّ ظُلْمٌ، فَإِذَا أُتْبِعَ أَحَدُكُمْ عَلَى مَلِيٍّ فَلْيَتَّبِعْ

1008 – Van Abū Hurayrah (رضي الله عنه):Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) zei: “Het uitstellen (van betaling) door een rijke persoon (die in staat is te betalen) is onrecht. Wanneer één van jullie wordt doorverwezen naar een vermogend persoon (om zijn vordering te innen), laat hij die verwijzing dan accepteren en volgen.” (Ga dan naar die persoon om je recht te halen.)

{*: ḥawāla: een overdracht van schuld of betaling. Het houdt in dat een schuld of vordering van de ene persoon op een andere wordt overgedragen. Met andere woorden: als persoon A geld verschuldigd is aan B, en B op zijn beurt geld tegoed heeft van C, dan kan A zijn schuld aan B voldoen door C aan te wijzen om te betalen.}

Het is verboden om overtollig water te verkopenتحريم بيع فضل الماء

١٠٠٩ - حديث أَبِي هُرَيْرَةَ ﵁، أَنَّ رَسُولَ اللهِ ﷺ، قَالَ: لاَ يُمْنَعُ فَضْلُ الْمَاءِ لِيُمْنَعَ بِهِ الْكَلأُ

1009 – Van Abū Hurayrah (رضي الله عنه):Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) zei: “Het is niet toegestaan om (overtollig) water tegen te houden, zodat het gras (bedoeld als voer voor de dieren) hiervan wordt onthouden.”

[Allāh تَعَالَى heeft bepaalde middelen aan de schepping geschonken die in het algemeen belang dienen en als gemeenschappelijk bezit voor iedereen gelden. Voorbeelden hiervan zijn natuurlijke bronnen zoals water, delfstoffen, olie en andere zaken die uit de aarde worden gewonnen. Onder islamitische rechtsgeleerden bestaat discussie over de vraag of zulke middelen tot privébezit kunnen worden gemaakt. Toch wordt erkend dat degene die zich inspant om deze bronnen te ontdekken en te benutten, bepaalde rechten daarop kan verwerven.

An-Nabī (صلى الله عليه وسلم) zei in een ḥadīth: “Er zijn drie zaken die niet verboden mogen worden: water, gras (weide) en vuur.” (In sommige overleveringen wordt in plaats van “gras” het woord “zout” genoemd.)

Een andere overlevering vermeldt dat deze zaken gemeenschappelijk bezit van de moslims zijn en dat het innen van geld ervoor ḥarām is (Ibn Mājah, al-Ruhūn, 16).

Of dit verbod bedoeld is als een strikte regel of eerder als een aansporing tot delen en samenwerking, is niet geheel duidelijk. Sommige geleerden zien het als een stimulans tot solidariteit en het bevorderen van sociale rechtvaardigheid binnen de gemeenschap.] (AFK)

De verkoop van honden, de vergoeding van waarzeggers en het inkomen van een prostituee zijn verbodenتحريم ثمن الكلب وحلوان الكاهن ومهر البغيّ١٠١٠ - حديث أَبِي مَسْعُودٍ الأَنْصَارِيِّ ﵁، أَنَّ رَسُولَ اللهِ ﷺ نَهى عَنْ ثَمَنِ الْكَلْبِ وَمَهْرِ الْبَغِيِّ وَحُلْوَانِ الْكَاهِنِ

1010 – Van Abū Masʿūd al-Anṣārī (رضي الله عنه) :Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) verbood inkomsten van het verkoop van honden, de opbrengst van prostitutie en de betaling aan een waarzegger (kāhin).

[De ḥadīth heeft drie categorieën van verboden inkomsten genoemd. 1. De eerste daarvan betreft het geld dat wordt verkregen door de verkoop van een hond. Over deze kwestie bestaan drie verschillende standpunten:a. Het standpunt van de meerderheid van de ʿulamāʾZij stellen dat het ontvangen van geld voor de verkoop van een hond in alle gevallen ḥarām is, ongeacht of het een jachthond of een ander soort hond betreft, en ongeacht of de hond getraind is of niet. Hun oordeel is gebaseerd op de algemene bewoordingen van de overgeleverde aḥadīth die deze verkoop verbieden.

b. De mening van ʿAṭāʾ en an-NakhaʿīVolgens hen is uitsluitend de verkoop van een jachthond toegestaan, terwijl de verkoop van andere honden niet is toegestaan.

c. De visie van de Ḥanafī-geleerdenZij zijn van mening dat de verkoop van elke hond, zowel getraind als ongetraind, toegestaan is en dat het geld dat daarvoor wordt ontvangen ḥalāl is.

Van Abū Yūsuf is echter overgeleverd dat hij de verkoop van niet-getrainde, bijtende honden niet geldig achtte.Als bewijs voeren zij de ḥadīth aan waarin staat dat Rasulullah (صلى الله عليه وسلم) de verkoop verbood van andere honden dan jachthonden of waakhonden. Daarnaast wijzen zij erop dat een hond een nuttig dier is, dat wordt gebruikt voor de jacht of ter bescherming van eigendommen. De aḥadīth waarin de verkoop van honden in algemene zin wordt verboden, interpreteren zij als betrekking hebbend op de eerste jaren van de Islām.

2. De vergoeding die een ontuchtige vrouw (fāḥishah) ontvangt voor zināIn de ḥadīth wordt deze vergoeding aangeduid als mahr, omdat de vrouw zich, uiterlijk vergelijkbaar met een huwelijk, aan een man beschikbaar stelt in ruil voor geld. Het wezenlijke verschil is echter dat dit hier op een verboden (ḥarām) manier gebeurt. De beloning die een prostituee ontvangt is daarom ḥarām, en hierover bestaat ijmāʿ (consensus) onder de ʿulamāʾ. Alles wat wordt verkregen als tegenprestatie voor een ḥarām handeling, is zelf eveneens ḥarām.

3. Het loon van een waarzegger (kāhin)Dit heeft betrekking op personen die beweren kennis te hebben van het ongeziene (ghayb), bijvoorbeeld door:

het interpreteren van bepaalde tekenen of verschijnselen,

astrologie, waarzeggerij of vergelijkbare praktijken,

of door te claimen dat zij via een bijzondere, bovennatuurlijke gave de toekomst kunnen voorspellen.

Deze praktijken zijn verboden, en het geld dat hiermee wordt verdiend is ḥarām. Tot deze categorie behoort ook hedendaagse waarzeggerij, ongeacht de vorm, zoals sterrenwichelarij, koffiedik kijken of andere methoden.Waarzeggerij en het geloof daarin zijn strikt verboden, aangezien niemand kennis heeft van het ongeziene behalve Allāh. Wie hierin gelooft, loopt het risico zijn īmān te verliezen, omdat hij een eigenschap toeschrijft aan een ander dan Allāh, terwijl deze uitsluitend aan Hem toebehoort..] (HA)

Het bevel om honden te doden تحريم ثمن الكلب وحلوان الكاهن ومهر البغيّ حديث عَبْدِ اللهِ بْنِ عُمَرَ، أَنَّ رَسُولَ اللهِ صلى الله عليه وسلم أَمَرَ بِقَتْلِ الْكِلاَبِ

1011 – VanʿAbdullāh ibn ʿUmar (رضي الله عنهما):Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) gaf opdracht om honden (die ziektes overdragen of agressief zijn) te doden.

[In de Islām heeft elk levend wezen waarde en verdient het mededogen. Dat Allāh hen het bestaan heeft toegestaan en de mens de verantwoordelijkheid heeft gegeven voor het leven op aarde, vormt op zichzelf al een reden om goed voor dieren te zorgen. An-Nabī (صلى الله عليه وسلم) waarschuwde degenen die slecht met dieren omgaan, maakte duidelijk dat mishandeling in het hiernamaals bestraft zal worden, en keurde het onnodig doden van welke levende wezens dan ook af.Het doden van dieren is alleen toegestaan wanneer het noodzakelijk is, bijvoorbeeld om mensen of het milieu te beschermen of de verspreiding van plagen/ziektes te voorkomen. Dit is een maatregel om de gezondheid van de mens en de balans in de natuur te waarborgen. Historisch gezien zijn voorbeelden van dergelijke noodzakelijke handelingen over de hele wereld terug te vinden. In de ḥadīth wordt zo’n tijdelijke en noodzakelijke situatie bedoeld en niet het willekeurig vernietigen van een schepsel of het negeren van zijn betekenis en functie binnen de schepping.] (Diyanet)

١٠١٢ - حديث عَبْدِ اللهِ بْنِ عُمَرَ، قَالَ: قَالَ رَسُولُ اللهِ ﷺ: مَنِ اقْتَنَى كَلْبًا إِلاَّ كَلْبَ مَاشِيَةٍ، أَوْ ضَارٍ، نَقَصَ مِنْ عَمَلِهِ كُلَّ يَوْمٍ قِيرَاطَانِ1012 – Van ʿAbdullāh ibn ʿUmar (رضي الله عنهما):Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) zei: “Wie een hond houdt, behalve een herdershond of een jachthond, zijn goede daden nemen elke dag met twee qirāṭ af.”

[De qirāṭ is een waarde-eenheid die soms wordt gebruikt als de helft van een tiende dinār.Over deze kwestie zegt imam ʿAynī: “De qirāṭ komt in de ḥadīthliteratuur voor als een eenheid met verschillende betekenissen. Enerzijds wordt het gebruikt als een gangbare maatof gewichtswaarde, zoals bekend uit de ḥadīth. Anderzijds wordt het ook in figuurlijke zin (als vergelijking) gebruikt. Zo wordt in sommige aḥadīth de qirāṭ vergeleken met een schaap, of met een berg in Makkah, of zelfs met een grote berg, en soms met de berg Uḥud.”] (AFK)

[Elk schepsel op aarde heeft een doel en een specifieke plaats in de balans van het universum. Dieren vormen een onderdeel van het geheel van de schepping. Het doden van dieren zonder reden (ziekte verspreiden of agressief gedrag) verstoort de natuurlijke evenwicht. Het anders behandelen van hun rol in de natuur of hun ongecontroleerde voortplanting kan schade toebrengen aan zowel de natuur als de mens.Dieren in een kleine leef ruimte gevangenhouden (dierentuin), hun natuurlijke leefomgeving ontnemen voor vermaak (jacht op wilde dieren), of enkel naar menselijke wensen aanpassen en genetisch manipuleren, betekent inmenging in de schepping en is een vorm van overtreding en onrecht. Daarom is het volgens de Islām niet toegestaan de natuurlijke leven van een dier, zoals een hond die waakt, jaagt, voor zijn jongen zorgt of vrij rondloopt, te vernietigen en hem te behandelen als een levenloos object door hem te beperken tot een kleine ruimte. An-Nabī (صلى الله عليه وسلم) benadrukte de ernst hiervan door te zeggen dat degene die zo handelt, dagelijks van zijn beloningen zal verliezen.] (Diyanet)

١٠١٣ - حديث أَبِي هُرَيْرَةَ ﵁، قَالَ: قَالَ رَسولُ اللهِ ﷺ: مَنْ أَمْسَك كَلْبًا فَإِنَّهُ يَنْقُصُ كُلَّ يَوْمٍ مِنْ عَمَلِهِ قِيرَاطٌ، إِلاَّ كَلْبَ حَرْثٍ أَوْ مَاشِيَةٍ1013 – Van Abū Hurayrah (رضي الله عنه):Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) zei: “Wie een hond (als huisdier houdt), ziet zijn daden dagelijks met één qirāṭ verminderen, behalve wanneer de hond wordt gehouden voor landbouwdoeleinden of voor het hoeden van vee.”

[Honden kunnen ziektekiemen zoals het rabiësvirus (hondsdolheid) bij zich heben en zodoende bijdragen aan de verspreiding van gevaarlijke ziekten onder de mensen. Sommige honden kunnen, zonder dat hun eigenaar het weet, kommen of vaten likken, waarna de eigenaar daar onbewust uit eet, drinkt of zelfs wudû’ verricht. Ook kunnen ze het huis verontreinigen door hun uitwerpselen binnen te laten.Het houden van een hond dat noodzakelijk is, wordt in de ḥadīth toegestaan voor doeleinden als: het hoeden van vee (zoals schapen of runderen), het bewaken van landbouwproducten, of op jacht.Er wordt echter geen uitleg gegeven over het houden van honden zonder noodzaak, met andere woorden als huisdier. Het wel of niet noodzakelijk zijn van het houden van honden is een relatief begrip dat kan verschillen per tijd, omstandigheden, persoon en samenleving. Elke gemeenschap heeft andere omstandigheden en behoeftes die dit kunnen beïnvloeden.An-Nabie (صلى الله عليه وسلم) heeft de mensen aangeraden niet te veel met honden om te gaan. Hij liet alleen toe dat men honden houdt voor specifieke doeleinden.

Daarom vermeldde hij in de ḥadīth dat de beloning (thawāb) van een persoon dagelijks met één of twee qirāṭ verminderd wordt, om de mensen te waarschuwen voor de mogelijke schade van honden.Volgens Ahl as-Sunnah geldt bovendien dat slechte daden (sayyi’ah) niet letterlijk de goede daden (ḥasanah) kan doen afnemen. Daarom dient deze ḥadīth niet letterlijk opgevat te worden als dat de beloning van iemand die onnodig een hond houdt, daadwerkelijk vermindert, maar eerder als een waarschuwing tegen het onnodig houden van honden.Eigenlijk is deze ḥadīth geen uitspraak van wettelijke aard (ḥukm), maar eerder een waarschuwing en aansporing (tarhīb wa targhīb) die bedoeld is om de mensen weg te houden van de mogelijke schade die het houden van honden met zich kan meebrengen.] (HA)

١٠١٤ - حديث سُفْيَانَ بْنِ أَبِي زُهَيْرٍ، قَالَ: سَمِعْتُ رَسُولَ اللهِ ﷺ يَقُولُ: مَنِ اقْتَنَى كَلْبًا لاَ يُغْنِي عَنْهُ زَرْعًا وَلاَ ضَرْعًا، نَقَصَ كلَّ يَوْمٍ مِنْ عَمَلِهِ قِيرَاطٌ1014 – Van Sufyān ibn Abī Zuhayr (رضي الله عنه):Ik hoorde Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) zeggen: “Wie een hond houdt die niet wordt gebruikt voor landbouw of het hoeden van vee, ziet zijn goede daden dagelijks met één qirāṭ afnemen.”

[In de bovenstaande aḥadīth is aangegeven dat landbouw-, schapenen jachthonden van deze regel zijn uitgezonderd. Hieruit blijkt dat het voor boeren, schaapherders en jagers toegestaan (mubāḥ) is om honden te houden.] (HY)

De vergoeding voor het zetten van hijāmah (cupping)حل أجرة الحجامة

١٠١٥ - حديث أَنَسٍ ﵁، أَنَّهُ سُئِلَ عَنْ أَجْرِ الْحَجَّامِ، فَقَالَ: احْتَجَمَ رَسُولُ اللهِ ﷺ حَجَمَهُ أَبُو طَيْبَةَ، وَأَعْطَاهُ صَاعَيْنِ مِنْ طَعَامٍ، وَكَلَّمَ مَوَالِيَهُ فَخَفَّفوا عَنْهُ وَقَالَ: إِنَّ أَمْثَلَ مَا تَدَاوَيْتُمْ بِهِ الْحِجَامَةُ وَالْقُسْطُ الْبَحْرِيُّ

1015 – Van Anas (رضي الله عنه):Iemand vroeg hem over de vergoeding van hijāmah -therapeut (cuppingtherapeut). Hij zei: “Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) liet zich behandelen door Abū Ṭaybah (een slaaf), gaf hem twee sāʿ aan voedsel (dadels) en vroeg zijn meesters (van Abū Ṭaybah) om (toestemming te geven) hem het werk te verlichten”. En hij zei: “De beste middelen waarmee jullie je kunnen behandelen zijn hijāmah en qust al-baḥrī (zee-kustuswortel)”.

[Qust al-baḥrī /Ūd al-Hindī is een houtsoort die wordt aangeduid met de betekenis ‘hout uit India’. Qustu’l-Baḥr en ‘ud-hout’ zijn varianten van hetzelfde type boom. De lexicale betekenis van het woord hijāmah is ‘zuigen’.

Het verwijst naar een methode waarbij op een specifiek deel van het lichaam oppervlakkig bloed wordt gezogen met een speciaal instrument zoals een beker of fles, waarvan de zuurstof door middel van vuur wordt verdreven. Door de onderdruk wordt bloed uit een oppervlakkige ader opgezogen.] (AFK)

١٠١٦ - حديث ابْنِ عَبَّاسٍ، عَنِ النَّبِيِّ ﷺ احْتَجَمَ، وَأَعْطَى الْحَجَّامَ أَجْرَهُ وَاسْتَعَطَ1016 – Van Ibn ʿAbbās (رضي الله عنهما):an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) liet zich behandelen door hijāmah, betaalde de behandelaar, en gebruikte ook neusdruppels.

Het is verboden wijn (alcohol) te verkopenتحريم بيع الخمر

١٠١٧ - حديث عَائِشَةَ، قَالَتْ: لَمَّا أُنْزِلَ الآيَاتُ مِنْ سُورَةِ الْبَقَرَةِ فِي الرِّبَا، خَرَجَ النَّبِيُّ ﷺ إِلَى الْمَسْجِدِ فَقَرَأَهُنَّ عَلَى النَّاسِ، ثُمَّ حَرَّمَ تِجَارَةَ الْخَمْرِ

1017 – ʿVan Āʾishah (رضي الله عنها):Toen de verzen uit sûrah al-Baqarah (ayât 276 t/m 279 over ribā (rente) werden geopenbaard, ging an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) naar de moskee en reciteerde ze aan de mensen (sahābah). Daarna verklaarde hij de handel in alcohol verboden.

[يَمۡحَقُ ٱللَّهُ ٱلرِّبَوٰاْ وَيُرۡبِي ٱلصَّدَقَٰتِۗ وَٱللَّهُ لَا يُحِبُّ كُلَّ كَفَّارٍ أَثِيمٍ ٢٧٦

Allāh zal de rente verwoesten en zal daden van liefdadigheid doen toenemen. En Allāh houdt niet van de ongelovige zondaren.

إِنَّ ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ وَعَمِلُواْ ٱلصَّٰلِحَٰتِ وَأَقَامُواْ ٱلصَّلَوٰةَ وَءَاتَوُاْ ٱلزَّكَوٰةَ لَهُمۡ أَجۡرُهُمۡ عِندَ رَبِّهِمۡ وَلَا خَوۡفٌ عَلَيۡهِمۡ وَلَا هُمۡ يَحۡزَنُونَ ٢٧٧

Waarlijk degenen die geloven en goede daden verrichten en hun gebeden perfect verrichten en zakaat geven, zij zullen hun beloning bij hun Heer hebben. En zij zullen niet vrezen, noch zullen zij bedroefd zijn.

يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ ٱتَّقُواْ ٱللَّهَ وَذَرُواْ مَا بَقِيَ مِنَ ٱلرِّبَوٰٓاْ إِن كُنتُم مُّؤۡمِنِينَ ٢٧٨

O, jullie die geloven. Vrees Allāh en geef op wat er van (het vragen van) van rente overblijft, als jullie ware gelovigen zijn!

فَإِن لَّمۡ تَفۡعَلُواْ فَأۡذَنُواْ بِحَرۡبٖ مِّنَ ٱللَّهِ وَرَسُولِهِۦۖ وَإِن تُبۡتُمۡ فَلَكُمۡ رُءُوسُ أَمۡوَٰلِكُمۡ لَا تَظۡلِمُونَ وَلَا تُظۡلَمُونَ ٢٧٩

En als jullie dat niet doen, hoedt jullie dan voor de aankondiging van oorlog van Allāh en Zijn boodschapper, maar als jullie berouw hebben, zullen jullie je geldelijke som behouden. Handel niet onrechtmatig en jullie zullen niet onrechtvaardig behandeld worden.]

[Commentaar op de ayāt van hierboven: Volgens An-Nawawî, en zoals Qāḍī ʿIyāḍ en anderen hierover opmerken:

“Het verbod op de handel in alcohol wordt vermeld in de āyah van Sūrah al-Mā’idah.

Deze āyah werd lang vóór de āyah over het verbod op ribā (rente) geopenbaard, aangezien de āyah over ribā tot de laatste of één van de laatste openbaringen behoort. Daarom is het mogelijk dat het verbod op de handel in alcohol pas later werd bevestigd, nadat het drinken van alcohol al verboden was.

Het kan op twee manieren worden uitgelegd:

Toen het drinken van alcohol werd verboden, werd de handel daarin eveneens verboden.

Later, bij de openbaring van de āyah over ribā, werd het verbod op alcoholhandel opnieuw benadrukt, zodat ook degenen die het eerdere verbod niet kenden, hiervan op de hoogte werden gebracht.

Met andere woorden: Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) verklaarde het verbod op de handel in alcohol mogelijk tijdens dezelfde bijeenkomst waar sommige mensen aanwezig waren die het eerdere verbod nog niet kenden, zodat iedereen volledig werd geïnformeerd.”

Toen het verbod bekend werd, keerden de mensen onmiddellijk terug naar hun huizen en goten zij de wijn die zij hadden in de straten van Madīnah. Het verbod op alcohol (khamr) werd geleidelijk ingevoerd in vier fasen:

1. Eerste fase: openbaring van de āyah:

وَمِن ثَمَرَٰتِ ٱلنَّخِيلِ وَٱلۡأَعۡنَٰبِ تَتَّخِذُونَ مِنۡهُ سَكَرٗا وَرِزۡقًا حَسَنًاۚ إِنَّ فِي ذَٰلِكَ لَأٓيَةٗ لِّقَوۡمٖ يَعۡقِلُونَ ٦٧

En van de vruchten van de dadelpalm en de druiven maken jullie een bedwelmende drank en een goede voorziening. Waarlijk, daarin is beslist een Teken voor de mensen die wijsheid bezitten. (Sūrah an-Naḥl, 16:67)In deze fase werd nog geen verbod opgelegd. De nadruk lag op het onderscheid tussen het nuttige (voedsel) en het schadelijke (bedwelmende drank).2. Tweede fase: de openbaring van de āyah:

يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ لَا تَقۡرَبُواْ ٱلصَّلَوٰةَ وَأَنتُمۡ سُكَٰرَىٰ حَتَّىٰ تَعۡلَمُواْ مَا تَقُولُونَ ٤٣

O jullie die geloven! Nader de salāh niet wanneer jullie dronken zijn (of het verstand beneveld is), totdat jullie (nuchter zijn en) weer begrijpen wat jullie zeggen…(Sūrah an-Nisā’, 4:43)Hier werd alcoholgebruik vóór de ṣalāh verboden, om te voorkomen dat men in dronken toestand ṣalāh verricht.3. Derde fase: de openbaring van de āyah:۞ يَسۡـَٔلُونَكَ عَنِ ٱلۡخَمۡرِ وَٱلۡمَيۡسِرِۖ قُلۡ فِيهِمَآ إِثۡمٞ كَبِيرٞ وَمَنَٰفِعُ لِلنَّاسِ وَإِثۡمُهُمَآ أَكۡبَرُ مِن نَّفۡعِهِمَاۗ ٢١٩

Zij vragen jou over alcoholische dranken en gokken. Zeg: “Daarin is een grote zonde, en ook (wat) nut voor de mens, maar de zonde daarvan is groter dan hun nut…. (Sūrah al-Baqarah, 2:219Deze fase maakte duidelijk dat de schade en zonde van alcohol groter zijn dan het nut, waarmee de weg werd bereid voor het uiteindelijke verbod.4.

Vierde en laatste fase: de openbaring van de āyah:يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوٓاْ إِنَّمَا ٱلۡخَمۡرُ وَٱلۡمَيۡسِرُ وَٱلۡأَنصَابُ وَٱلۡأَزۡلَٰمُ رِجۡسٞ مِّنۡ عَمَلِ ٱلشَّيۡطَٰنِ فَٱجۡتَنِبُوهُ لَعَلَّكُمۡ تُفۡلِحُونَ ٩٠

O jullie die geloven! Voorwaar, (alle) bedwelmende middelen, het gokken, de afgodsbeelden en de lotspijlen zijn slechts onreinheden die tot het werk van de Satan behoren.Vermijdt deze (zaken) dus. Hopelijk zullen jullie welslagen. (Sūrah al-Mā’idah, 5:90)Deze āyah verklaarde alcohol volledig ḥarām. De metgezellen gehoorzaamden onmiddellijk en goten hun wijn op straat uit, waarbij zij afstand namen van elk gebruik van alcohol.] (HA)

Het is verboden om alcohol, kadavers, varkens en afgodsbeelden te verkopen

تحريم بيع الخمر والميتة والخنزير والأصنام

١٠١٨ - حديث جَابِرِ بْنِ عَبْدِ اللهِ، أَنَّهُ سَمِعَ رَسُولَ اللهِ ﷺ يَقُولُ، عَامَ الْفَتْحِ، وَهُوَ بِمَكَّةَ: إِنَّ اللهَ وَرَسُولَهُ حَرَّمَ بَيْعَ الْخَمْرِ وَالْمَيْتَةِ وَالْخِنْزِيرِ وَالأَصْنَامِ فَقِيلَ: يَا رَسُولَ اللهِ أَرَأَيْتَ شُحُومَ الْمَيْتَةِ فَإِنَّهَا يُطْلَى بِهَا السُّفُنُ، وَيُدْهَنُ بِهَا الْجُلُودُ، وَيَسْتَصْبِحُ بِهَا النَّاسُ فَقَالَ: لاَ، هُوَ حَرَامٌ ثُمَّ قَالَ رَسُولُ اللهِ ﷺ، عِنْدَ ذلِكَ: قَاتَلَ اللهُ الْيهُودَ، إِنَّ اللهَ لَمَّا حَرَّمَ شُحُومَهَا جَمَلُوهُ ثُمَّ بَاعُوهُ فَأَكَلُوا ثَمَنَهُ

1018 – Van Jābir ibn ʿAbdillāh (رضي الله عنهما):Hij hoorde Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) in het jaar van de verovering van Makkah zeggen:“Voorwaar, Allāh en Zijn Rasûl hebben de verkoop van wijn, dode dieren (kadavers), varkens(vlees) en (verkoop van) afgodsbeelden verboden.”Er werd gezegd: “O Rasûlullāh, wat zegt u dan over het vet van dode dieren (die op onreine wijze gestorven zijn)?

Het wordt gebruikt om op schepen te smeren, huiden ermee te behandelen en mensen gebruiken het als lampolie.”Hij zei: “Nee, het is ḥarām (verboden).”Toen zei Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم): “Moge Allāh de joden bestrijden. Toen Allāh hen het vet verbood, smolten zij het en verkochten het, en besteedden de opbrengst ervan (aan voedsel).”

[‘Maytah’ is een dier dat gestorven is zonder ritueel te zijn geslacht (niet volgens de regels van de Islām ), en wordt daarom als onrein (murdār) beschouwd. Over het verbod op de verkoop van zo’n onrein gestorven dier bestaat consensus (ijmāʿ) onder de geleerden: het is ḥarām (verboden).Een ‘ṣanam’ is een afgodsbeeld dat als godheid buiten Allāh werd aanbeden; dat wil zeggen: het is een afgod waarvoor de polytheïsten (mushrikūn) hun eredienst verrichten.Een ‘wathan’ is een beeldhouwwerk met een menselijke vorm, gemaakt uit steen, hout of een andere grondstof, dat in een ruimte of op een plek werd opgericht en door de polytheïsten werd aanbeden. Het verschil met een ṣanam is dat een ṣanam niet per se een driedimensionale gedaante hoeft te hebben, het kan ook slechts een vorm zijn zonder volume.] (HY)

١٠١٩ - حديث عُمَرَ عَنِ ابْنِ عَبَّاسٍ، قَالَ: بَلَغَ عُمَرَ أَنَّ فُلاَنًا بَاعَ خَمْرًا فَقَالَ: قَاتَلَ اللهُ فُلاَنًا، أَلَمْ يَعْلَمْ أَنَّ رَسُولَ اللهِ ﷺ، قَالَ:قَاتَلَ اللهُ الْيَهُودَ، حُرِّمَتْ عَلَيْهِمُ الشُّحُومُ فَجَمَلُوهَا فَبَاعُوهَا1019 – Van ʿUmar via Ibn ʿAbbās (رضي الله عنهم): Toen ʿUmar hoorde dat iemand (Samurah Ibn Jundub) wijn had verkocht, zei hij: “Moge Allāh hem bestrijden! Weet hij dan niet dat Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) zei: ‘Moge Allāh de joden bestrijden. Het vet werd hen verboden, maar zij smolten het en verkochten het.’

[In de bovenstaande ḥadīth is de persoon van wie vermeld wordt dat hij wijn verkocht, is Samurah ibn Jundub (رضي الله عنه). Er is onderzocht hoe het mogelijk is dat een metgezel, die wist dat wijn verboden is, toch iets ḥarām zou verkopen. Uiteindelijk is men tot de conclusie gekomen dat het hier niet ging om een directe verkoop van wijn, maar om een indirecte vorm van wijnverkoop.Het kan zijn dat hij bijvoorbeeld druiven verkocht aan iemand waarvan bekend was dat deze er wijn van zou maken, of dat hij wijn verkocht met de bedoeling dat het zou verzuren tot azijn. Zoals blijkt uit de overlevering die ʿUmar (رضي الله عنه) aanhaalt, gebruikten de joden een verboden substantie, vet, door het te veranderen en er toch voordeel uit te halen.

Wat Samurah ibn Jundub deed, lijkt dan ook van gelijke aard te zijn geweest.Indien dit niet het geval was, dan zou ʿUmar ongetwijfeld duidelijkere en explicietere verzen of ahādīth hebben aangehaald die het verbod op wijnverkoop zonder omwegen bevestigen. Bovendien heeft ʿUmar ibn al-Khaṭṭāb Jundub (رضي الله عنه) Samurah ibn Jundub (رضي الله عنه) aangesteld als penningmeester op de markt van Ahwāz. Als hij werkelijk betrokken zou zijn geweest bij een duidelijke ḥarām praktijk, dan zou ʿUmar ibn al-Khaṭṭāb die wij kennen, hem geen moment op die positie hebben gelaten.] (AFK)

١٠٢٠ - حديث أَبِي هُرَيْرَةَ ﵁، أَنَّ رَسُولَ اللهِ ﷺ، قَالَ: قَاتَلَ اللهُ يَهُودَ، حُرِّمَتْ عَلَيْهِمُ الشُّحُومُ فَبَاعُوهَا وَأَكَلُوا أَثْمَانَهَا1020 – Van Abū Hurayrah (رضي الله عنه):Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) zei: “Moge Allāh de joden bestrijden. Het vet was hen verboden, maar zij verkochten het en gebruikten de opbrengst ervan.”

الرباRibā: Rente[De lexicale betekenis van het woord ribâ is toename, vermeerdering".In de fiqh-terminologie verwijst ribâ naar een toename in een transactie van hetzelfde soort goed, zonder dat daar een tegenprestatie tegenover staat.Soorten ribâ1. Ribâ an-nasīʾah (rente van uitstel): Toename vanwege uitstel van betaling. Het is rente die ontstaat door het uitstellen van de betaling. Dit type ribâ is zeer bekend in de Islām en omvat bijvoorbeeld rente op leningen of kredieten, en wordt als ḥarām beschouwd omdat het leidt tot uitbuiting en oneerlijke verrijking.Voorbeeld: in de winter één ṣāʿ tarwe geven en in de oogsttijd anderhalf ṣāʿ terugkrijgen. De extra helft is enkel omdat er tijd verstreken is.2.

Ribâ al-faḍl (rente van overmaat): Een extra hoeveelheid in een gelijktijdige ruil. Het is een overmaat of oneerlijke winst in een directe ruil van dezelfde soort goed, en wordt in de Islām als ḥarām beschouwd omdat het leidt tot ongelijkheid en onrechtvaardige verrijking.Voorbeeld: één ṣāʿ tarwe geven en anderhalf ṣāʿ tarwe direct terugkrijgen. Of 12 miskāl onbewerkte goud ruilen tegen 10 miskāl bewerkte goud.3. Ribâ al-yad (rente van de hand): Het ontstaat wanneer de transactiepartijen van elkaar gescheiden zijn en de levering van goederen van dezelfde soort nog niet heeft plaatsgevonden tijdens een ruil. Het is een tegenprestatieloze toename in een transactie van hetzelfde soort goed, waarbij de partijen fysiek nog niet hebben geleverd. Dit wordt in de Islām als ḥarām beschouwd omdat het oneerlijk voordeel oplevert en economische uitbuiting bevordert.Oordeel (ḥukm): Over het verbod van ribâ an-nasīʾah is geen verschil van mening: het is ḥarām en een kabīrah (grote zonde). Bewijs uit de Qur’ān zie al-Baqara 2:275–279. De dreiging in deze verzen is uitzonderlijk zwaar: handelen in ribâ wordt beschouwd als zij die oorlog voeren tegen Allāh en Zijn Rasul (صلى الله عليه وسلم).Misvattingen weerlegdSommigen dachten dat alleen "woekerrente" verboden was:يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ لَا تَأۡكُلُواْ ٱلرِّبَوٰٓاْ أَضۡعَٰفٗا مُّضَٰعَفَةٗۖ وَٱتَّقُواْ ٱللَّهَ لَعَلَّكُمۡ تُفۡلِحُونَ ١٣٠

O jullie die geloven!

Neem geen rente, daar (deze) aanleiding geeft tot eindeloze vermeerdering (van bezit) en vrees Allāh, hopelijk zullen jullie welslagen. (surah Āl ʿImrān 3:130)).‘Neem geen rente, daar (deze) aanleiding geeft tot eindeloze vermeerdering (van bezit)’betekent: In de tijd van de jāhiliyyah was het gebruikelijk dat een schuld steeds verlengd werd, waarbij de rente (ribâ) telkens verdubbeld werd.Sommigen beweren dat het slechts een “tot eindeloze vermeerdering” rente die verboden is, en dat een kleine rente of voordeel toegestaan zou zijn. Dit is echter volledig verkeerd.

De betekenis van de āyah is: rente moet afschuwelijk gemaakt worden; de meervoudige rente toont hoe het uiteindelijk iemands gehele bezit kan verliezen, hem arm en hulpeloos kan maken.

De āyah benadrukt dat de handel in rente vernietigend is voor het sociale en economische systeem, en niemand met gezond verstand kan denken dat Allāh slechts sommige vormen van rente zou verbieden en andere toestaan.

Vooral na de āyah: “وَإِن تُبۡتُمۡ فَلَكُمۡ رُءُوسُ أَمۡوَٰلِكُمۡ …maar als jullie berouw hebben, zullen jullie je geldelijke som behouden…” (surah al-Baqarah (2:279) wordt duidelijk dat elke vorm van ribâ verboden is.

Misvatting over rente op basis van voordeel (fa’idah mukābil)

Sommige mensen denken dat een lening waarbij rente wordt gegeven in ruil voor een voordeel geen rente is.

Geleerden hebben uitgelegd dat rente een contract is, en dat elk voordeel dat onrechtmatig is toegevoegd aan het oorspronkelijke bedrag nog steeds rente is, ook als de vorm veranderd is.

Volgens de Shāfiʿī geleerden: “Het is het onrechtmatig opeisen van andermans bezit.”

Het verschil is slechts van vorm, niet van juridische status. Het verbod blijft hetzelfde.

Ribâ al-faḍl (zonder uitstel)

Deze transactie, die rente zonder uitstel betekent, is volgens alle vier de madhāhib (Ḥanafī, Mālikī, Shāfiʿī, Ḥanbalī) harâm.

Er zijn overleveringen dat sommige sahābah het aanvankelijk toestonden, mogelijk ook Ibn ʿAbbās (رضي الله عنهما) echter, hij keerde later terug van deze mening en bevestigde dat ribâ al-faḍl ongetwijfeld harâm is.

Dit vormt een duidelijk bewijs dat ribâ al-faḍl verboden is.

An-Nabī (صلى الله عليه وسلم) zei: “Goud met goud, zilver met zilver, tarwe met tarwe, gerst met gerst, dadels met dadels en zout met zout, moeten gelijkwaardig en contant worden verhandeld. Als deze soorten veranderen, verkoop dan zoals je wilt, maar contant.”

De regel die in deze hadîth wordt gegeven voor deze zes goederen geldt ook voor andere soortgelijke goederen.

Hoewel sommige geleerden zoals Dâvud az-Zâhirî, ʿUthmān al-Battî en anderen hiervan afwijkende meningen hebben, verandert dit het consensus (ijmâʿ) van de ummah niet.Uitleg van Elmalılı Muhammed Hamdi Yazır (Hak Dini Kur’ân Dili):

“Wanneer in een samenleving het gevoel ontstaat dat men niet zonder rente kan leven en men zoekt naar manieren om rente legaal te maken, leidt dit tot stilstand, terugval en het herleven van de tijd van de jāhiliyyah. Rente is een worm die het economische lichaam van de mensheid aantast.”

Samengevat is het praktiseren van rente een kwaadaardige factor die het economische weefsel van de mensheid aantast. Daarom geldt in de Islām dat waar het mijden van twijfelachtige zaken slechts aanbevolen (mandūb) is, het vermijden van rente en alles wat daarmee verband houdt verplicht (wājib) is.

In de fiqh bestaat de volgende regel:Twijfel over rente geldt zelf al als rente; zelfs het minste vermoeden telt. Daarom is het noodzakelijk dat moslims zich volledig van rente distantiëren. Dit betekent dat elke twijfel over rente serieus moet worden genomen en vermeden.

Abu Bakr Jassas citeert in Ahkām al-Qur’ān dat ʿUmar (رضي الله عنه) zei dat het vers over rente één van de laatste Qur’ān-verzen was die werd geopenbaard. An-Nabī (صلى الله عليه وسلم) vertrok uit deze wereld voordat hij het volledig kon uitleggen. Daarom geldt: vermijd rente en ook twijfelachtige transacties.

Zowel de ḥadīth als de Qur’ān veroordelen rente, degenen die rente ontvangen én degenen die hen daarin helpen, op krachtige wijze.] (Bulughu’l marām)

١٠٢١ - حديث أَبِي سَعِيدٍ الْخُدْرِيِّ ﵁، أَنَّ رَسُولَ اللهِ ﷺ، قَالَ: لاَ تَبِيعُوا الذَّهَبَ بِالذَّهَبِ إِلاَّ مِثْلًا بِمِثْلٍ، وَلاَ تَشِفُّوا بَعْضَهَا عَلَى بَعْضٍ، وَلاَ تَبِيعُوا الْوَرِقَ بِالْوَرِقِ إِلاَّ مِثْلًا بِمِثْلٍ، وَلاَ تَشِفُّوا بَعْضَهَا عَلَى بَعْضٍ، وَلاَ تَبِيعُوا مِنْهَا غَائِبًا بِنَاجِزٍ1021 – Van Abū Saʿīd al-Khudrī (رضي الله عنه): Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) zei: “Verkoop goud niet voor goud tenzij het gelijk is in gewicht en hoeveelheid, en doe er geen verschil in bij levering. Verkoop ook zilver niet voor zilver tenzij het gelijk is. En verkoop (noch goud noch zilver) op uitgestelde levering tegen contante betaling.”

Het verbod op het kopen van goud met zilver op krediet

النهي عن بيع الورق بالذهب دينًا

١٠٢٢ - حديث الْبَرَاءِ بْنِ عَازِبٍ، وَزَيْدِ بْنِ أَرْقَمٍ عَنْ أَبِي الْمِنْهَالِ، قَالَ: سَأَلْتُ الْبَرَاءَ بْنَ عَازِبٍ، وَزَيْدَ بْنَ أَرْقَمٍ عَنِ الصَّرْفِ فَكُلُّ وَاحِدٍ مِنْهُمَا يَقُولُ: هذَا خَيْرٌ مِنِّي، فَكِلاَهُمَا يَقُولُ: نَهى رَسُولُ اللهِ ﷺ عَنْ بَيْعِ الذَّهَبِ بِالْوَرِقِ دَيْنًا

1022 – Van Al-Barāʾ ibn ʿĀzib en Zayd ibn Arqām via Abū al-Minhâl (رضي الله عنهم):Ik vroeg al-Barāʾ ibn ʿĀzib en Zayd ibn Arqām over het wisselen van valuta. Beiden antwoordden: “De ander is beter geïnformeerd dan ik.” Toch zeiden ze: “Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) heeft het verboden om goud voor zilver te verkopen op uitgestelde levering (als schuld/lening)”.

١٠٢٣ - حديث أَبِي بَكْرَةَ ﵁، قَالَ: نَهى النَّبِيُّ ﷺ عَنِ الْفِضَّةِ بِالْفِضَّةِ، وَالذَّهَبِ بِالذَّهَبِ إِلاَّ سَوَاءً بِسَوَاءٍ، وَأَمَرَنَا أَنْ نَبْتَاعَ الذَّهَبَ بِالْفِضَّةِ كَيْفَ شِئْنَا، وَالْفِضَّةَ بِالذَّهَبِ كَيْفَ شِئْنَا1023 – Van Abū Bakrah (رضي الله عنه):An-Nabī (صلى الله عليه وسلم) heeft ons verboden om zilver voor zilver en goud voor goud te verkopen, behalve als het gelijk is (in gewicht en hoeveelheid). Hij beval ons om goud voor zilver te kopen zoals we willen, en zilver voor goud zoals we willen (mits contante betaling).

Het verkopen van voedsel (graan) tegen hetzelfde soort voedsel بيع الطعام مثلًا بمثل

١٠٢٤ - حديث أَبِي سَعِيدٍ الْخدْرِيِّ وَأَبِي هُرَيْرَةَ، أَنَّ رَسُولَ اللهِ ﷺ اسْتَعْمَلَ رَجُلًا عَلَى خَيْبَرَ، فَجَاءَهُ بِتَمْرٍ جَنِيبٍ، فَقَالَ رَسُولُ اللهِ ﷺ: أَكُلُّ تَمْرِ خَيْبَرَ هكَذَا قَالَ: لاَ، وَاللهِ يَا رَسُولَ اللهِ إِنَّا لَنَأْخُذُ الصَّاعَ مِنْ هذَا بِالصَّاعَيْنِ، وَالصَّاعَيْنِ بِالثَّلاَثَةِ؛ فَقَالَ رَسُولُ اللهِ ﷺ: لاَ تَفْعَلْ، بِعِ الْجَمْعَ بِالدَّرَاهِمِ، ثُمَّ ابْتَعْ بِالدَّرَاهِمِ جَنيبًا

1024 – Van Abū Saʿīd al-Khudrī en Abū Hurayrah (رضي الله عنهما) :Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) had een man aangesteld (als belastingambtenaar) over Khaybar. Deze man bracht hem hoogwaardige dadels (janîb). Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) vroeg: “Zijn alle dadels van Khaybar zoals deze?”Hij zei: “Nee, bij Allāh, o Rasûlullāh, wij ruilen één ṣāʿ van deze (hoogwaardige dadels ) voor twee ṣāʿ van (minderwaardige) dadels, twee. ṣāʿ van deze voor drie ṣāʿ van andere dadels”Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) zei: “Doe dat niet. Verkoop de minderwaardige dadels voor dirhams, en koop daarmee de hoogwaardige dadels.”

[Khaybar was een mooie oasestad, gelegen op ongeveer 170 kilometer ten noorden van Madīnah. Omdat het een vruchtbare streek was, groeide daar de beste dadels van Arabië, bekend als “janīb”.De ḥadīth geeft antwoord op de vraaghoe iemand zich kan beschermen tegen rente (ribā): door eerst gewone dadels voor geld te verkopen en vervolgens met dat geld dadels van betere kwaliteit te kopen..Deze handelswijze valt niet onder rente, omdat het geen directe ruil betreft van dezelfde soort goederen met een meerwaarde. In de ḥadīth gaat het om een tweefasige transactie: eerst vindt de verkoop plaats, daarna de aankoop. Hierdoor blijft men gevrijwaard van het verbod op rente.] (AFK)

١٠٢٥ - حديث أَبِي سَعِيدٍ الْخُدْرِيِّ ﵁، قَالَ: جَاءَ بِلاَلٌ إِلَى النَّبِيِّ ﷺ بِتَمْرٍ بَرْنِيٍّ، فَقَالَ لَهُ النَّبِيُّ ﷺ: مِنْ أَيْنَ هذَا قَالَ بِلاَلٌ: كَانَ عِنْدَنَا تَمْرٌ رَدِيٌّ، فَبِعْتُ مِنْهُ صَاعَيْنِ بِصَاعٍ لِنُطْعِمَ النَّبِيَّ ﷺ فَقَالَ النَّبِيُّ ﷺ عِنْدَ ذَلِكَ أَوَّهْ أَوَّهْ عَيْنُ الرِّبا عَيْنُ الرِّبَا لاَ تَفْعَلْ وَلكِنْ إِذَا أَرَدْتَ أَنْ تَشْتَرِيَ، فَبِعِ التَّمْرَ بِبَيْعِ آخَرَ ثُمَّ اشْتَرِهِ1025 – Van Abū Saʿīd al-Khudrī (رضي الله عنه): Bilāl bracht barnī-dadels naar an-Nabī (صلى الله عليه وسلم). Hij vroeg hem: “Waar heb je die vandaan?”Bilāl zei: “Wij hadden minderwaardige dadels en ik ruilde er twee ṣāʿ van voor één ṣāʿ van deze (meerwaardige dadels), zodat we ze aan an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) konden geven om te eten.”An-Nabī (صلى الله عليه وسلم) zei toen:”Ach! Ach! Dit is rente (ribā) in zijn puurste vorm! Doe dat niet. Als je iets wilt kopen, verkoop dan eerst de (minderwaardige) dadels in een aparte transactie, en koop daarna met de opbrengst (de hoogwaardige dadels).”

١٠٢٦ - حديث أَبِي سَعِيدٍ ﵁، قَالَ: كنَّا نُرْزَقُ تَمْرَ الْجَمْعِ، وَهُوَ الْخِلْطُ مِنَ التَّمْرِ، وَكُنَّا نَبِيعُ صَاعَيْنِ بِصَاعٍ، فَقَالَ النَّبِيُّ ﷺ: لاَ صَاعَيْنِ بِصَاعٍ، وَلاَ دِرْهَمَيْنِ بِدِرْهَمٍ1026 – Van Abū Saʿīd (رضي الله عنه):Wij kregen dadels van gemengde kwaliteit (dadels van de soort jamʿ) als rantsoen, en we ruilden twee ṣāʿ voor één ṣāʿ.An-Nabī (صلى الله عليه وسلم) zei: “(Ruil) niet twee (ṣāʿ dadels) voor één ṣāʿ, en (ruil) ook niet twee dirhams voor één.”

[De ṣāʿ is een volume-eenheid en geen maat voor gewicht. Zoals bekend verschillen graanproducten qua gewicht: de ene soort is lichter, de andere zwaarder, en sommige hebben een gemiddeld gewicht. Zelfs binnen één soort graan kan het gewicht van een ṣāʿ variëren.Zo is bijvoorbeeld de nieuwe oogst qua gewicht zwaarder dan de oude oogst, ook al gaat het om hetzelfde volume.De dadels die in de Bayt al-Māl (de publieke schatkist) werden verzameld uit ṣadaqah, waren van gemengde kwaliteit. Ze bestonden uit verschillende soorten: goede, rijpe, onrijpe, allemaal door elkaar.De metgezellen (ṣaḥābah) plachtten deze dadels, die zij als toewijzing kregen, twee ṣāʿ te ruilen tegen één ṣāʿ van betere kwaliteit. Vervolgens heeft Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) deze vorm van ruil met meerwaarde verboden. Aangezien het hier om één en dezelfde soort (namelijk dadels) ging, werd het surplus beschouwd als rente. Wat voor dadels geldt, geldt ook voor andere levensmiddelen en graansoorten: als het om dezelfde soort gaat, moet de ruil gelijk zijn in hoeveelheid.

Is het daarentegen een andere soort, dan is een meerwaarde wel toegestaan.] (HY)

١٠٢٧ - حديث أَبِي سَعِيدٍ الْخُدْرِيِّ ﵁ وَأُسَامَةَ عَنْ أَبِي صَالِحٍ الزَّيَّاتِ أَنَّه سَمِعَ أَبَا سَعِيدٍ الْخُدْرِيِّ ﵁، يَقُولُ: الدِّينَارُ بِالدِّينَارِ وَالدِّرْهَمُ بِالدِّرْهَمِ (قَالَ) فَقُلْتُ لَهُ: فَإَنَّ ابْنَ عَبَّاسٍ لاَ يَقُولُهُ: فَقَالَ أَبُو سَعِيدٍ: سَأَلْتُهُ فَقُلْتُ سَمِعْتَهُ مِنَ النَّبِيِّ ﷺ أَوْ وَجَدْتَهُ فِي كِتَابِ اللهِ قَالَ كُلُّ ذلِكَ لاَ أَقولُ، وَأَنْتُمْ أَعْلَمُ بِرَسُولِ اللهِ ﷺ مِنِّي، وَلكِنَّنِي أَخْبَرَنِي أُسَامَةُ أَنَّ النَّبِيَّ ﷺ قَالَ: لاَ رِبَا إِلاَّ فِي النَّسِيئَةِ

1027 – Abū Saʿīd al-Khudrī en Usāmah, via Abū Ṣāliḥ az-Zayyāt (رضي الله عنهم):Hij hoorde Abū Saʿīd al-Khudrī (رضي الله عنه) zeggen: “Een dīnār (gouden munt) voor een dīnār, en een dirham (zilveren munt) voor een dirham.”Ik zei tegen hem: “Maar Ibn ʿAbbās zegt dat niet.”Hij antwoordde: “Ik vroeg hem of hij dat had gehoord van an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) of het in het Boek van Allāh had gevonden.”Ibn ʿAbbās zei: “Ik zeg dat allemaal niet, en jullie kennen Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) beter dan ik. Maar Usāmah vertelde mij dat an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) zei: ‘Er is geen rente dan door uitstel van betaling.’

[In de tijd vóór de Islām (de jāhiliyyah) was rente onder de Arabieren zeer gebruikelijk. Dit hield in dat men een schuld met extra betaling terugbetaalde of de betalingstermijn verlengde, waardoor het bedrag opliep. Allāh verbood rente door te zeggen:

يَٰٓأَيُّهَا ٱلَّذِينَ ءَامَنُواْ لَا تَأۡكُلُواْ ٱلرِّبَوٰٓاْ أَضۡعَٰفٗا مُّضَٰعَفَةٗۖ وَٱتَّقُواْ ٱللَّهَ لَعَلَّكُمۡ تُفۡلِحُونَ ١٣٠

O jullie die geloven! Neem geen rente, daar (deze) aanleiding geeft tot eindeloze vermeerdering (van bezit) en vrees Allāh, hopelijk zullen jullie welslagen! (Al-i ʿImrān 3:130)] (AFK)

[An-Nabī (صلى الله عليه وسلم) verbood ook rente en zei: "Verkoop geen twee dīnār voor twee dirham!" (Muslim, Musāqāt, 78).Zoals uit de ḥadīth blijkt, waren sommige metgezellen van mening, gebaseerd op een uitspraak van an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) die via Usāmah (رضي الله عنه) was overgeleverd, maar waarvan het oordeel later werd opgeheven, dat rente alleen van toepassing was bij koop op afbetaling.

Volgens hen was er geen sprake van rente wanneer de transactie contant plaatsvond, dat wil zeggen wanneer goederen van dezelfde soort of edelmetaal tegen elkaar met een meerwaarde werden verhandeld en direct geleverd werden.Toen de uitspraak van Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) bekend werd, wijzigden zij hun opvatting: "Verkoop goud voor goud, zilver voor zilver, tarwe voor tarwe, gerst voor gerst, dadels voor dadels, zout voor zout, gelijksoortig en contant. Wie meer geeft of ontvangt dan het juiste, handelt zeker met rente. De koper en de verkoper zijn hierin gelijk." (Muslim, Musāqāt, 82)Deze ḥadīth legt het fundamentele principe vast met betrekking tot rente: alleen gelijke en contante ruil van dezelfde soort is toegestaan, en elk extra bedrag bovenop de oorspronkelijke waarde wordt als rente beschouwd en is verboden.] (Diyanet)

Het toegestane omarmen en het vermijden van twijfelachtige zaken

أخذ الحلال وترك الشبهات

١٠٢٨ - حديث النُّعْمَانِ بْنِ بَشِيرٍ، قَالَ: سَمِعْتُ رَسُولَ اللهِ ﷺ يَقُولُ: الْحَلاَلُ بَيِّنٌ، وَالْحَرَامُ بَيِّنٌ، وَبَيْنَهُمًا مُشَبَّهَاتٌ لاَ يَعْلَمُهَا كَثِيرٌ مِنَ النَّاسِ؛ فَمَنِ اتَّقَى الْمُشَبَّهَاتِ اسْتَبْرَأَ لِدِينِهِ وَعِرْضِهِ، وَمَنْ وَقَعَ فِي الشُّبُهَاتِ كَرَاعِي يَرْعَى حَوْلَ الْحِمَى يُوشِكُ أَنْ يُوَاقِعَهُ؛ أَلاَ وَإِنَّ لِكلِّ مَلِكٍ حِمًى، أَلاَ إِنَّ حِمَى اللهِ فِي أَرْضِهِ مَحَارِمُهُ، أَلاَ وَإِنَّ فِي الْجَسدِ مُضْغَةً إِذَا صَلَحَتْ صَلَحَ الْجَسَدُ كُلُّهُ، وَإِذَا فَسَدَتْ فَسَدَ الْجَسَدُ كُلُّهُ، أَلاَ وَهِيَ الْقَلْبُ

1028 – Van Nuʿmān ibn Bashīr (رضي الله عنه):Ik hoorde Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) zeggen: “(Met duidelijke bewijzen en kenmerken ) is het toegestane (ḥalāl) duidelijk en het verboden (ḥarām) is duidelijk, maar daartussen bevinden zich twijfelachtige zaken (mushabbahāt) die veel mensen niet kennen.Wie zich verre houdt van twijfelachtige zaken, beschermt zijn godsdienst (dīn) en zijn eer. (m.a.w. zo blijft hij gevrijwaard van gebreken in zijn geloof en van lasterlijke, ongefundeerde uitspraken over zijn persoonlijkheid). En wie zich met de twijfelachtige zaken bezighoudt, is als een herder die (zijn kudde laat) grazen (aan de) rand van een verboden gebied waarbij (de kudde) op het punt staat dat gebied binnen te dringen.Weet dat elke koning een beschermd domein heeft, en het beschermde domein van Allāh op aarde zijn Zijn verboden zaken.Weet dat er in het lichaam een stukje vlees is, als het goed is, dan is het hele lichaam goed; en als het slecht is, dan is het hele lichaam slecht. Weet dat dit het hart is.”

[In dit voorbeeld van Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) zit een zeer verfijnde en betekenisvolle vergelijking (nukta-latīfah). Bij de Arabieren hadden koningen privéland waar alleen zij hun vee lieten grazen. Wie daar zonder toestemming zijn dieren liet grazen, kreeg zware straffen. Omdat dit algemeen bekend was onder de Arabieren, gebruikte Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) dit als een treffend voorbeeld.Een herder of veehouder die bang is voor de straf van de koning, houdt zijn kudde uit de buurt van dat verboden land. Maar wie niet vreest, laat zijn dieren daar grazen en deze kunnen op elk moment het verboden gebied binnendringen.Bovendien is deze ḥadīth een bewijs dat het verstand (ʿaql) in het hart zetelt. Allāh تَعَالَى zegt:

أَفَلَمۡ يَسِيرُواْ فِي ٱلۡأَرۡضِ فَتَكُونَ لَهُمۡ قُلُوبٞ يَعۡقِلُونَ بِهَآ أَوۡ ءَاذَانٞ يَسۡمَعُونَ بِهَاۖ فَإِنَّهَا لَا تَعۡمَى ٱلۡأَبۡصَٰرُ وَلَٰكِن تَعۡمَى ٱلۡقُلُوبُ ٱلَّتِي فِي ٱلصُّدُورِ ٤٦

Hebben zij niet door het land gereisd, zodat zij harten kregen om te begrijpen of oren om mee te horen? Waarlijk, het zijn niet de ogen die blind zijn geworden, maar het zijn de harten in hun borsten die blind zijn geworden. (sûrah al-Ḥaj : 22/46)

En: إِنَّ فِي ذَٰلِكَ لَذِكۡرَىٰ لِمَن كَانَ لَهُۥ قَلۡبٌ أَوۡ أَلۡقَى ٱلسَّمۡعَ وَهُوَ شَهِيدٞ ٣٧

Waarlijk, daarin is zeker een overdenking voor wie verstand heeft of wie luistert terwijl hij een getuige is (sûrah Qāf 50/ 37)] (HY)

[Daarnaast wordt in de betreffende ḥadīth nadruk gelegd op het belang van het hart: als het hart goed is, zijn alle ledematen goed; en als het hart bedorven is, zijn alle ledematen bedorven. Daarom wordt in deze context een verband gelegd tussen de invloed van halāl en harām op het hart.] (HY)[Een moslim moet zich onthouden van wat Allāh heeft verboden en een grens trekken tussen zichzelf en die verboden zaken. Men moet ook voorzichtig zijn met alles wat kan leiden tot het overtreden van die verboden zaken; voorzichtigheid mag niet worden verwaarloosd. Innerlijke reinheid is belangrijk. Wie een slechte intentie heeft, zullen ook zijn daden slecht zijn. Daarom moet men allereerst zijn intentie zuiveren.n deze ḥadīth wordt het belang van het hart voor de gezonde werking van het lichaam benadrukt, zowel lichamelijk als geestelijk, waarbij wordt aangegeven dat het hart het lichaam aanstuurt. Medische experts erkennen het belang van het hart voor de biologische gezondheid als een onbetwistbare waarheid. Daarnaast is vastgesteld dat het hart ook een spirituele dimensie heeft, die invloed uitoefent op de menselijke psyche. Recente onderzoeken hebben dit bevestigd.

Een deskundige die dit onderzocht, concludeerde samengevat het volgende:Volgens recente studies gehoorzaamt de hersenen het hart in biologische processen. Wanneer iemand zijn intentie en gevoelens verandert, verandert automatisch ook de kwaliteit van de zenuwsignalen van het hart naar de hersenen. Onderzoek toont aan dat de hersenen zo geprogrammeerd is dat het synchroon werkt met het hart. Bijvoorbeeld tijdens de embryonale ontwikkeling is het hart leidend; het hart ontwikkelt zich vóór de hersenen. De hersenen zijn pas volledig ontwikkeld als het kind ongeveer één jaar oud is.Binnen het vakgebied neurocardiologie, de studie van de verbinding tussen hart en hersenen, blijkt dat het hart een zenuwstelsel heeft dat lijkt op dat van de hersenen. Het hart heeft minstens 40.000 onafhankelijke zenuwcellen en reguleert via die zenuwen het lichaam, net zoals de hersenen dat doen.

De harmonieuze werking van andere lichaamsfuncties wordt niet alleen door de hersenen, maar ook door het hart geregeld.Dit zenuwstelsel in het hart wordt ook wel het ‘brein in het hart’ genoemd. Naast het abstracte en analytische verstand van de hersenen, beschikt het hart over een gevoelsmatige en communicatieve intelligentie. De eerste productie van emoties vindt plaats in het hart en de signalen die emoties dragen, worden snel naar het limbisch systeem van de hersenen gestuurd. De daaropvolgende emotionele reacties van de hersenen beïnvloeden het lichaam en de omgeving.De ritmische activiteit van het hart produceert bloeddruk, geluidsgolven en veranderingen in elektromagnetische velden die door elk orgaan en elke cel in het lichaam worden waargenomen. Deze elektromagnetische energie wordt niet alleen door het lichaam verspreid, maar kan ook door anderen binnen het bereik worden waargenomen.Al deze bevindingen tonen aan dat het hart niet alleen als pomp fungeert, maar ook een synchroniserend signaal afgeeft dat de harmonie en ritmische eenheid van het lichaam reguleert. (Dr. Sevim Aydın, De nieuwe dimensie van het hart. Samengevat uit Sızıntı Tijdschrift, mei 2004)] (AFK)

[Volgens Khattâbî (gest. 388/998) kunnen deze twijfelachtige zaken voor sommige mensen verwarrend lijken. In werkelijkheid zijn ze echter niet op zichzelf onduidelijk of twijfelachtig, noch behoren ze tot de zaken waarover de sharīʿah geen uitspraak heeft gedaan. Allah heeft immers niets waarvoor een oordeel nodig is, zonder bewijs of duidelijke bepaling gelaten.

Er bestaan echter twee soorten verklaringen:

Duidelijke verklaringen, die voor iedereen begrijpelijk zijn.

Verborgen verklaringen, die alleen begrepen kunnen worden door geleerden die:De wetenschappelijke methode waarderen,

De betekenissen van de teksten (nas: Qur’ān en Sunnah) goed beheersen, en

Bekend zijn met analogisch redeneren (qiyās) en afleiding van rechtsregels (istinbât).

De ḥadīth-uitspraak “die veel mensen niet kennen” ondersteunt deze opvatting.

Khattâbî verklaart verder dat iemand die twijfelt over het oordeel van een bepaalde zaak zich daar van dient te onthouden en voorzichtig moet zijn, om niet onbewust in het verboden (ḥarām) te vervallen.

Het gaat hier om zaken waarvan de aard moeilijk vast te stellen is en waarvan het oordeel alleen door geleerden kan worden afgeleid.

De geleerden baseren hun oordeel op de overgeleverde teksten (nas) of ander bewijs en plaatsen deze zaken vervolgens in de categorie toegestaan (halāl) of verboden (ḥarām).

Het kan echter voorkomen dat zelfs een rechtsgeleerde (mujtahid), ondanks zijn inspanningen om op basis van bewijs een oordeel te vormen, niet tot een duidelijk besluit komt. In dat geval blijft de zaak twijfelachtig. De vraag rijst dan: wat is het oordeel over zaken die zich in een dergelijke toestand bevinden?

Qadi `Iyâd (gest. 544/1149) vermeldt hierover drie opvattingen:

Dergelijke zaken zijn toegestaan (halāl).

Dergelijke zaken zijn verboden (harām).

Over dergelijke zaken kan geen oordeel worden gegeven.

Hoewel twijfelachtige zaken niet volledig als harām of halāl kunnen worden bestempeld, bestaat er geen twijfel dat het beter is om ze te vermijden. Want Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) heeft in een overlevering gezegd: “Laat datgene waarvan je twijfelt, en handel naar datgene waaraan je niet twijfelt.”

Hieruit blijkt dat, ook al wordt over iets waarvan niet zeker is of het halāl of harām is geen fatwa gegeven, het toch beter is om het te vermijden. Men moet echter oppassen om het streven naar het betere niet te verwarren met ongegronde influistering van de satan (waswasah) en niet in overmatige twijfel te vervallen.

Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) vergeleek de duidelijk verboden zaken met een omheind gebied en de twijfelachtige zaken met de omgeving van die omheining. Hij gaf aan dat wie zich bezighoudt met zaken waaraan men twijfelt of zondig zijn, lijkt op een herder die zijn kudde vlak bij een verboden gebied laat grazen. Het is dan altijd mogelijk dat de dieren dat gebied binnendringen. En zo ook kan degene die zich met twijfelachtige zaken bezighoudt, gemakkelijk in zonde kan vervallen. Wie zich daarentegen van twijfelachtige zaken onthoudt, bewaart zijn geloof zuiver tegenover Allah en beschermt zijn eer tegenover de mensen tegen hun blaam en roddel.Het woord “dīn” (godsdienst) heeft hier betrekking op de relatie tot Allah, terwijl “`ırd” (eer) betrekking heeft op zaken die mensen aangaan.

De uitspraak: “En wie zich met de twijfelachtige zaken bezighoudt…” heeft twee betekenissen:

Iemand die het gewoon wordt om voortdurend twijfelachtige zaken te doen, zal uiteindelijk durven over te gaan tot het begaan van verbode zaken.

Zo iemand raakt door zijn achteloosheid langzaam maar zeker verstrikt in verboden zaken.] (HA)

Het verkopen van een kameel maar het berijden ervan niet uitsluiten بيع البعير واستثناء ركوبه

١٠٢٩ - حديث جَابِرٍ ﵁، أَنَّهُ كَانَ يَسِيرُ عَلَى جَمَلٍ لَهُ قَدْ أَعْيَا، فَمَرَّ النَّبِيُّ ﷺ فَضَرَبَهُ، فَدَعَالَهُ، فَسَارَ بِسَيْرٍ لَيْسَ يَسِيرُ مِثْلَهُ، ثُمَّ قَالَ: بِعْنِيهِ بِوَقِيَّةٍ قُلْتُ: لاَ ثُمَّ قَالَ: بِعْنِيهِ بِوَقِيَّةٍ فَبِعْتُهُ، فَاسْتَثْنَيْتُ حُمْلاَنَهُ إِلَى أَهْلِي، فَلَمَّا قَدِمْنَا أَتَيْتُهُ بِالْجَمَلِ، وَنَقَدَنِي ثَمَنَهُ، ثُمَّ انْصَرَفْتُ، فَأَرْسَلَ عَلَى إِثْرِى، قَالَ: مَا كُنْتُ لآخُذَ جَمَلَكَ، فَخُذْ جَمَلَكَ ذلِكَ فَهُوَ مَالُكَ

1029 – Van Jābir (رضي الله عنه):Hij zei: “Ik was onderweg op een kameel die moe was geworden, en an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) kwam langs.

Hij sloeg de kameel, verrichtte du`â’ voor (de kameel), en de kameel begon zo snel te lopen als nooit tevoren.Toen zei hij: ‘Wil je (deze kameel) aan mij verkoop voor één `ûqiyyah (een gewichtseenheid).’Ik zei: ‘Nee.’Toen zei hij opnieuw: ‘Verkoop hem aan mij voor één `ûqiyyah.’ Dus ik verkocht het, maar onder voorwaarde dat ik de kameel nog mocht gebruiken (tot Madīnah) bij mijn familie.Toen we (in Madīnah) aankwamen, bracht ik hem de kameel en hij betaalde mij de prijs.Toen ik vertrok, stuurde hij iemand achter me aan en zei: “Ik was niet van plan jouw kameel te nemen. Neem je kameel terug, want hij is jouw eigendom.”

[`Uqiyyah was een maat en munt die door de geschiedenis heen in verschillende regio’s met verschillende verhoudingen werd gebruikt. In de tijd van an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) in de Hijāz kwam één ` uqiyyah overeen met 40 dirham, ongeveer 120 gram zilver.] (Diyanet)

١٠٣٠ - حديث جَابِرِ بْنِ عَبْدِ اللهِ، قَالَ: غَزَوْتُ مَعَ رَسُولِ اللهِ ﷺ، قَالَ: فَتَلاَحَقَ بِيَ النَّبِيُّ ﷺ وَأَنَا عَلَى نَاضِحِ لَنَا قَدْ أَعْيَا فَلاَ يَكَادُ يَسِيرُ، فَقَالَ لِي: مَا لِبَعِيرِكَ قَالَ: قُلْتُ: عَيِيَ قَالَ: فَتَخَلَّفَ رَسُولُ اللهِ ﷺ فَزَجَرَهُ وَدَعَا لَهُ، فَمَا زَالَ بَيْنَ يَدَيِ الإِبِلِ قُدَّامَهَا يَسِير، فَقَالَ لِي: كَيْفَ تَرَى بَعِيرَكَ قَالَ قُلْتُ: بِخَيْرٍ، قَدْ أَصَابَتْهُ بَرَكَتُكَ قَالَ: أَفَتَبِيعُنِيهِ قَالَ: فَاسْتَحْيَيْتُ، وَلَمْ يَكُنْ لَنَا نَاضِحٌ غَيْرُهُ، قَالَ فَقُلْتُ: نَعَمْ قَالَ: فَبِعْنِيهِ فَبِعْتُهُ إِيَّاهُ عَلَى أَنَّ لِي فَقَارَ ظَهْرِهِ حَتَّى أَبْلُغَ الْمَدِينَةَ، قَالَ، فَقُلْتُ: يَا رَسُولَ اللهِ إِنِّي عَرُوسٌ فَاسْتَأْذَنْتُهُ فَأَذِنَ لِي فَتَقَدَّمْتُ النَّاسَ إِلَى الْمَدِينَةِ، حَتَّى أَتَيْتُ الْمَدِينَةَ، فَلَقِيَنِي خَالِي فَسَأَلَنِي عَنِ الْبَعِيرِ، فَأَخْبَرْتُهُ بِمَا صَنَعْتُ فِيهِ فَلاَمَنِي قَالَ: وَقَدْ كَانَ رَسُولُ اللهِ ﷺ قَالَ لِي حِينَ اسْتَأْذَنْتُهُ: هَلْ تَزَوَّجْتَ بِكْرًا أَمْ ثَيِّبًا فَقُلْتُ: تَزَوَّجْتُ ثَيِّبًا فَقَالَ: هَلاَّ تَزَوَّجْتَ بِكْرًا تُلاَعِبُهَا وَتُلاَعِبُكَ قلْتُ يَا رَسُولَ اللهِ تُوُفِّيَ وَالِدِي، أَوِ اسْتُشْهِدَ وَلِي أَخَوَاتٌ صِغَارٌ، فَكَرِهْتُ أَنْ أَتَزَوَّجَ مِثْلَهُنَّ فَلاَ تُؤَدِّبُهُنَّ وَلاَ تَقُومُ عَلَيْهِنَّ، فَتَزَوَّجْتُ

ثَيِّبًا لِتَقُومَ عَلَيْهِنَّ وَتُؤَدِّبُهُنَّ قَالَ: فَلَمَّا قَدِمَ رَسُولُ اللهِ ﷺ الْمَدِينَةَ، غَدَوْتُ عَلَيْهِ بِالْبَعِيرِ، فَأَعْطَانِي ثَمَنَهُ وَرَدَّهُ عَلَيَّ1030 – Van Jābir ibn ʿAbdillāh (رضي الله عنه):Ik nam deel aan een veldtocht (ghazwah) met Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم). (Op de terugweg) haalde hij mij in. Ik zat op een (water)kameel die moe was en nauwelijks vooruitkwam.Hij vroeg: ‘Wat is er met je kameel?’Ik zei: ‘Hij is uitgeput.’Toen bleef Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) achter, hij spoorde de kameel aan en verrichtte du`ā’ voor hem. Vanaf dat moment liep de kameel vooraan, vóór de rest van de kamelen.- ‘Wat vind je nu van je kameel?’- ‘Hij is goed. Hij heeft uw zegen gekregen.’- ‘Wil je hem aan mij verkopen?’Ik schaamde me, want we hadden geen andere kameel. Maar ik zei: ‘Ja.’Ik verkocht het aan hem, onder voorwaarde dat ik op zijn rug mocht blijven tot ik Madīnah had bereikt.- ‘O Rasûlullāh, ik ben pas getrouwd,’ en vroeg toestemming om vooruit te rijden. Hij gaf toestemming.Toen ik Madīnah bereikte, kwam mijn oom mij tegemoet en vroeg naar de kameel. Toen ik hem vertelde wat ik had gedaan, bekritiseerde hij mij (omdat we geen andere kameel hadden).Toen Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) mij toestemming had gegeven om vooruit te rijden, vroeg hij mij: ‘Ben je met een maagd of met een eerder gehuwde vrouw getrouwd?’- ‘Met een eerder gehuwde vrouw.’- ‘Waarom geen maagd, zodat je met haar kunt spelen en zij met jou?’- ‘Mijn vader is overleden of is als martelaar gestorven, en ik heb jonge zussen. Ik wilde niet iemand trouwen zoals zij, die hen niet kon opvoeden of verzorgen. Daarom trouwde ik met een eerder gehuwde vrouw, zodat zij hen kon opvoeden.’Toen Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) Madīnah bereikte, bracht ik hem de kameel. Hij betaalde mij en gaf de kameel aan mij terug.”

١٠٣١ - حديث جَابِرِ بْنِ عَبْدِ اللهِ، قَالَ: اشْتَرَى مِنِّي النَّبِيُّ ﷺ بَعِيرًا بِوَقِيَّتَيْنِ وَدِرْهَمٍ أَوْ دِرْهَمَيْنِ، فَلَمَّا قَدِمَ صِرَارًا أَمَرَ بِبَقَرَةٍ فَذُبِحَتْ، فَأَكَلُوا مِنْهَا، فَلَمَّا قَدِمَ الْمَدِينَةَ أَمَرَنِي أَنْ آتِيَ الْمَسْجِدَ فَأُصَلِّيَ رَكْعَتَيْنِ، وَوَزَنَ لِي ثَمَنَ الْبَعِيرِ1031 – Van Jābir ibn ʿAbdillāh (رضي الله عنه):(Onderweg naar de veldtocht van Dhâtur-Riqâʿ) kocht an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) een kameel van mij voor twee `uqiyyah en één of twee dirham.Toen we in Ṣirār aankwamen, gaf hij opdracht om een koe te slachten, en we aten ervan.Toen we in Madīnah aankwamen, beval hij mij om naar de moskee te komen en twee rakʿahs te verrichten. Daarna woog (betaalde) hij voor mij de prijs van het kameel.”

(De hadīth:) Wie iets leent en het terugbetaalt met iets beter dan wat hij heeft geleend, en de besten onder jullie zijn degenen die het het beste terugbetalen

من استسلف شيئًا فقضى خيرًا منه وخيركم أحسنكم قضاء

١٠٣٢ - حديث أَبِي هُرَيْرَةَ ﵁، أَنَّ رَجُلًا أَتَى النَّبِيَّ ﷺ يَتَقَاضَاهُ فَأَغْلَظَ، فَهَمَّ بِهِ أَصْحَابُهُ، فَقَالَ رَسُولُ اللهِ ﷺ: دَعُوهُ، فَإِنَّ لِصَاحِبِ الْحَقِّ مَقَالًا ثمَّ قَالَ أَعْطُوهُ سِنًّا مِثْلَ سِنِّهِ قَالُوا: يَا رَسُولَ اللهِ إِلاَّ أَمْثَلَ مِنْ سِنِّهِ فَقَالَ: أَعْطُوهُ، فَإِنَّ مِنْ خَيْرِكُمْ أَحْسَنَكُمْ قَضَاءً

1032 – Van Abū Hurayrah (رضي الله عنه):Een man kwam naar an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) om schuld te innen, en hij sprak hem ruw aan.De metgezellen wilden tegen hem optreden, maar Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) zei: ‘Laat hem, want de schuldeiser heeft het recht om te spreken.’Toen zei hij: ‘Geef hem een kameel terug die even oud is als de zijne’Zij zeiden: ‘O Rasûlullāh, we hebben alleen een betere dan die van hem.’Hij zei: “Geef het hem dan. Voorwaar, de beste van jullie zijn degenen die het beste hun schulden aflossen.”

De geldigheid van onderpand in de woonplaats is hetzelfde als tijdens het reizenالرهن وجوازه في الحضر كالسفر

١٠٣٣ - حديث عَائِشَةَ، أَنَّ النَّبِيَّ ﷺ اشْتَرَى طَعَامًا مِنْ يَهُودِيٍّ إِلَى أَجَلٍ، وَرَهَنَهُ دِرْعًا مِنْ حَدِيدٍ

1033 – Van ʿĀʾishah (رضي الله عنها):Zij zei: “An-Nabī (صلى الله عليه وسلم) kocht voedsel (gerst) van een jood op afbetaling, en hij gaf hem zijn ijzeren harnas als onderpand.”