As-Siddieq — Kenniscentrum Islam

Kitābu’l Hibāt: Het boek over schenkingen

Onderwerp: Hadith

Lees dit boek in de online lezer

Kitābu’l Hibāt: Het boek over schenkingen

[Hibah (meervoud: hibāt) betekent schenken, gunnen of geven. In terminologische zin binnen de fiqh verwijst hibah naar een overeenkomst waarbij een goed kosteloos aan een ander wordt overgedragen, zonder dat daar een prijs of andere tegenprestatie tegenover staat. Met andere woorden: het gaat om het onvoorwaardelijk schenken van eigendom aan een ander.In de Qur’ān wordt geen specifieke āyah genoemd die expliciet de juridische regeling van hibah behandelt. Wel valt hibah onder het bredere begrip ṣadaqah, dat zowel tabarruʿ (vrijgevigheid) als hibah omvat. De juridische regels met betrekking tot de hibah-overeenkomst zijn deels gebaseerd op overgeleverde ḥadīth van an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) en deels op de interpretaties en opvattingen van islamitische rechtsgeleerden.De verschillende rechtsscholen hebben daarbij enkele nuances en verfijningen aangebracht om hibah te onderscheiden van andere juridische handelingen, zoals waṣiyyah (testament), waqf (blijvende liefdadige toewijzing) en ibrāʾ (kwijtschelding van schuld).Samenvattend kan worden gesteld dat hibah het schenken van een goed zonder tegenprestatie betreft, waarvan de juridische regulering in de fiqh is gebaseerd op ḥadīth en de meningen van juristen.] (HA)

Het is afkeurenswaardig dat iemand terugkoopt wat hij als liefdadigheid (ṣadaqah) heeft weggegeven aan degene aan wie hij het had geschonken.

كراهة شراء الإنسان ما تصدق به ممن تصدق عليه

١٠٤٥ - حديث عُمَرَ ﵁، قَالَ: حَمَلْتُ عَلَى فَرَسٍ فِي سَبِيلِ اللهِ، فَأَضَاعَهُ الَّذِي كَانَ عِنْدَهُ، فَأَرَدْت أَنْ أَشْتَرِيَهُ، وَظَنَنْتُ أَنَّهُ يَبِيعُهُ بِرخْصٍ، فَسَأَلْتُ النَّبِيَّ ﷺ، فَقَالَ: لاَ تَشْتَرِ، وَلاَ تَعُدْ فِي صَدَقَتِكَ وَإِنْ أَعْطَاكَهُ بِدِرْهَمٍ، فَإِنَّ الْعَائِدَ فِي صَدَقَتِهِ كَالْعَائِدِ فِي قَيْئِهِ

1045 – Van ʿUmar (رضي الله عنه):Ik had een paard geschonken op weg van Allāh (fī sabīlillāh) maar degene aan wie ik het had geschonken, behandelde het onzorgvuldig. Ik overwoog het terug te kopen en dacht dat hij het wellicht voor een lage prijs zou verkopen.

Daarom vroeg ik an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) hierover.Hij zei: “Koop het (paard) niet terug! Kom niet terug op je liefdadigheid (ṣadaqah), zelfs niet als hij het je voor één dirham aanbiedt. Want degene die terugkomt op zijn liefdadigheid is als degene die zijn eigen braaksel opeet.”

[De uiterlijke (zāhir) betekenis van de ḥadīth wijst erop dat dit harām is, aangezien braaksel harām is. Al-Qurtubī vermeldde: 'De zāhir van de ḥadīth is inderdaad zoHet kan echter ook een vergelijking zijn die bedoeld is om afkeer en walging op te wekken; dit is de uitleg die door velen wordt aangehangen.”] (HY)

١٠٤٦ - حديث عَبْدِ اللهِ بْنِ عُمَرَ، أَنَّ عُمَرَ بْنَ الْخَطَّابِ حَمَلَ عَلَى فَرَسٍ فِي سَبِيلِ اللهِ، فَوَجَدَهُ يُبَاعُ، فَأَرَادَ أَنْ يَبْتَاعَهُ، فَسَأَلَ رَسُولَ اللهِ ﷺ، فَقَالَ: لاَ تَبْتَعْهُ وَلاَ تَعُدْ فِي صَدَقَتِكَ1046 – Van ʿAbdullāh ibn ʿUmar (رضي الله عنهما):Zijn vader, ʿUmar ibn al-Khaṭṭāb (رضي الله عنه), had een paard geschonken (aan een ruiter) op weg van Allāh. Toen hij zag dat het (paard) te koop werd aangeboden, wilde hij het terugkopen.Hij vroeg dit aan Rasūlullāh (صلى الله عليه وسلم) en hij zei: “Koop het niet terug en kom niet terug op je schenking (ṣadaqah).”

Het is verboden om terug te komen op een ṣadaqah of hibah (gift) nadat deze is aangenomen, behalve in het geval van hetgeen iemand aan zijn eigen kind of nakomeling heeft geschonken

تحريم الرجوع في الصدقة والهبة بعد القبض إلا ما وهبه لولده وإِن سفل

١٠٤٧ - حديث ابْنِ عَبَّاسٍ، قَالَ: قَالَ النَّبِيُّ ﷺ: الْعَائِدُ فِي هِبَتِهِ كَالْكَلْبِ يَقِيءُ ثُمَّ يَعُودُ فِي قَيْئِهِ

1047 – Van Ibn ʿAbbās (رضي الله عنهما):an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) zei: “Wie terugkomt op zijn schenking (ṣadaqah) is als een hond die braakt en daarna weer terugkomt om zijn braaksel (op te eten).”

Het is afkeurenswaardig om sommige kinderen te verkiezen boven andere bij het doen van een hibah (gift)

كراهة تفضيل بعض الأولاد في الهبة

١٠٤٨ - حديث النُّعْمَانِ بْنِ بَشِيرٍ، أَنَّ أَبَاهُ أَتَى بِهِ إِلَى رَسُولِ اللهِ ﷺ، فَقَالَ: إِنِّي نَحَلْتُ ابْنِي هذَا غُلاَمًا، فَقَالَ: أَكُلَّ وَلَدِكَ نَحَلْتَ مِثْلَهُ قَالَ: لاَ، قَالَ: فَارْجِعْهُ

1048 – Van Nuʿmān ibn Bashīr (رضي الله عنه):Zijn vader (Bashīr) bracht hem naar Rasūlullāh (صلى الله عليه وسلم) en zei: “Ik heb mijn zoon deze slaaf als geschenk gegeven.”Daarop vroeg Rasūlullāh (صلى الله عليه وسلم): “Heb je al je kinderen iets soortgelijks gegeven?”Hij antwoordde: “Nee.”Toen zei hij: “Doe dan afstand van deze gift (geef die slaaf die je aan je zoon hebt geschonken terug)“

١٠٤٩ - حديث النُّعْمَانِ بْنِ بَشِيرٍ عَنْ عَامِرٍ، قَالَ: سَمِعْتُ النُّعْمَانَ بْنَ بَشِيرٍ وَهُوَ عَلَى الْمِنْبَرِ يَقُولُ: أَعْطَانِي أَبِي عَطِيَّةً، فَقَالَتْ عَمْرَةُ بِنْتُ رَوَاحَةَ، لاَ أَرْضَى حَتَّى تُشْهِدَ رَسُولَ اللهِ ﷺ فَأَتَى رَسُولَ اللهِ ﷺ، فَقَالَ: إِنِّي أَعْطَيْتُ ابْنِي مِنْ عَمْرَةَ بِنْتِ رَوَاحَةَ عَطِيَّةً، فَأَمَرَتْنِي أَنْ أُشْهِدَكَ يَا رَسُولَ اللهِ قَالَ: أَعْطَيْتَ سَائِرَ وَلَدِكَ مِثْلَ هذَا قَالَ: لاَ قَالَ فَاتَّقُوا اللهَ وَاعْدِلُوا بَيْنَ أَوْلاَدِكُمْ قَالَ: فَرَجَعَ، فَرَدَّ عَطِيَّتَهُ1049 – Van an-Nuʿmān ibn Bashīr via ʿĀmir (ash-Shā`bī) (رضي الله عنهما):Ik hoorde Nuʿmān ibn Bashīr (رضي الله عنهما) op de minbar zeggen: “Mijn vader gaf mij een geschenk.

Toen zei (mijn moeder) Amrah bint Rawāḥah: ‘Ik ben niet tevreden tenzij je Rasūlullāh (صلى الله عليه وسلم) hiervan getuige maakt.’Hij ging naar Rasūlullāh (صلى الله عليه وسلم) en zei: ‘Ik heb mijn zoon, zoon van ʿAmrah bint Rawāḥah, een geschenk gegeven, en zij vroeg mij u als getuige te nemen, o Rasūlullāh.’Hij zei: ‘Heb je al je kinderen iets soortgelijks gegeven?’Hij antwoordde: ‘Nee.’Daarop zei hij: ‘Vrees Allāh en wees rechtvaardig tegenover je kinderen!’Daarop kwam mijn vader terug en nam de gift die hij mij had gegeven weer terug.”

[In een andere ḥadīth heef Rasūlullāh (صلى الله عليه وسلم) gezegd: ‘O mijn metgezellen! Wees rechtvaardig tegenover jullie kinderen bij het geven van geschenken en giften. Als ik iemand van de kinderen méér zou geven, dan zou ik zeker de vrouwen (dochters) begunstigen.’] (HY)

Een hibah (gift) die beperkt is tot het leven van de schenker

العمرى

١٠٥٠ - حديث جَابِرٍ ﵁، قَالَ: قَضَى النَّبِيُّ ﷺ بِالْعُمْرَى، أنَّهَا لِمَنْ وُهِبَتْ لَهُ

1050 – Van Jābir (رضي الله عنه):an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) oordeelde over de ʿUmrā-gift (schenking van gebruiksrecht voor levensduur) dat het toebehoort aan degene aan wie het werd geschonken.

[ʿUmrā is een schenking waarbij iemand zegt: “Zolang ik leef, is dit huis, deze winkel, dit veld enzovoort van jou.”Volgens de gewoonte uit de jāhiliyyah keerde het geschonken bezit na het overlijden van de begunstigde terug naar degene die het had geschonken. De Islām heeft deze praktijk behouden, maar daarin ook enkele hervormingen doorgevoerd. Een van deze hervormingen is dat een schenking die als ʿumrā wordt gedaan, na het overlijden van de begunstigde ook aan diens erfgenamen toekomt.] (HY)

[ʿUmrā is een soort schenking die beperkt is tot de levensduur van degene die schenkt of van degene aan wie geschonken wordt. Bijvoorbeeld een schenking in de vorm van: “Zolang ik leef of zolang jij leeft, is dit huis van jou.”] (Diyanet)

١٠٥١ - حديث أَبِي هُرَيْرَةَ ﵁، عَنِ النَّبِيِّ ﷺ، قَالَ: الْعُمْرَى جَائِزَةٌ1051 – Van Abū Hurayrah (رضي الله عنه):an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) zei: “De `umrā-gift is rechtsgeldig.”