Kitābu’l `Itq: Boek over het vrijlaten van een slaaf of slavin
[Slavernij is, voor zover bekend, een instelling met een geschiedenis van duizenden jaren, diep verankerd in oude religies, filosofieën en beschavingen zoals het oude Egypte, Babylonië, Mesopotamië, het oude Griekenland en Rome.
De Islām streeft ernaar dit instituut geleidelijk af te schaffen. Allereerst introduceerde zij belangrijke hervormingen om de situatie van slaven te verbeteren. Volgens het gelijkheidsprincipe van de Islām zijn alle mensen, vrij of slaaf, geschapen uit één man en één vrouw.
an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) verbood, behalve in oorlogstijd, het vangen van vrije mensen om hen tot slaaf te maken. Het vrijwillig vrijlaten of vrijkopen van een slaaf werd beschouwd als een van de meest waardevolle daden van aanbidding en kon bepaalde zonden en fouten zuiveren.
In de periodes waarin slavernij nog bestond, behandelden moslims hun slaven en slavinnen, in overeenstemming met de leer van de Qur’ān en de Sunnah, meestal als familieleden. Tegelijkertijd werd het besef levend gehouden dat het kopen en vrijlaten van slaven een middel is om de goedkeuring van Allāh te verkrijgen.] (HA)
٩٥٨ - حديث عَبْدِ اللهِ بْنِ عُمَرَ، أَنَّ رَسُولَ اللهِ ﷺ، قَالَ: مَنْ أَعْتَقَ شِرْكًا لَهُ فِي عَبْدٍ، فَكَانَ لَهُ مَالٌ يَبْلُغُ ثَمَنَ الْعَبْدِ، قُوِّمَ الْعَبْدُ قِيمَةَ عَدْلٍ فَأَعْطَى شُرَكَاءَهُ حِصَصَهُمْ وَعَتَقَ عَلَيْهِ، وَإِلاَّ فَقَدْ عَتَقَ مِنْهُ مَا عَتَقَ958 – Van ʿAbdullāh ibn ʿUmar (رضي الله عنهما):Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) zei: “Wie een aandeel in een slaaf bezit, kan zijn deel vrijkopen. Als hij echter de slaaf volledig wil vrijlaten en genoeg geld heeft om de volledige waarde te betalen, wordt de slaaf eerst eerlijk gewaardeerd. Vervolgens betaalt hij zijn medeaandeelhouders hun aandeel, waarna de slaaf volledig vrij is. Heeft hij het geld niet, dan wordt slechts het deel dat hij kan betalen vrijgelaten.”
Het laten werken van een slaaf
ذكر سعاية العبد
٩٥٩ - حديث أَبِي هُرَيْرَةَ ﵁، عَنِ النَّبِيِّ ﷺ، قَالَ: مَنْ أَعْتَقَ شَقِيصًا مِنْ مَمْلُوكِهِ فَعَلَيْهِ خَلاَصُهُ فِي مَالِهِ، فَإِنْ لَمْ يَكُنْ لَهُ مَالٌ قُوِّمَ الْمَمْلُوكُ قِيمَةَ عَدْلٍ، ثُمَّ اسْتُسْعِيَ غَيْرَ مَشْقُوقٍ عَلَيْهِ
959 – Van Abū Hurayrah (رضي الله عنه):An-Nabī (صلى الله عليه وسلم) zei: “Wie een aandeel van zijn slaaf vrijkoopt, is verplicht het resterende deel met zijn eigen middelen vrij te kopen. Als hij daartoe niet in staat is, wordt de slaaf tegen een rechtvaardige prijs gewaardeerd, waarna hij zich door eigen arbeid kan vrijkopen zonder dat hem daar nadeel van ontstaat.”
De beschermingsrecht behoort toe aan degene die hem heeft vrijgelaten
إِنما الولاء لمن أعتق
٩٦٠ - حديث عَائِشَةَ أَنَّ بَرِيرَةَ جَاءَتْ تَسْتَعِينُهَا فِي كِتَابَتِهَا، وَلَمْ تَكُنْ قَضَتْ مِنْ كِتَابَتِهَا شَيْئًا قَالَتْ لَهَا عَائِشَةُ: ارْجِعِي إِلَى أَهْلِكِ فَإِنْ أَحَبُّوا أَنْ أَقْضِيَ عَنْكِ كِتَابَتَكِ وَيَكُونَ وَلاَؤُكِ لِي فَعَلْتُ فَذَكَرَتْ ذلِكَ بَرِيرَةُ َلأهْلِهَا فَأَبَوْا، وَقَالُوا: إِنْ شَاءَتْ أَنْ تَحْتَسِبَ عَلَيْكِ فَلْتَفْعَلْ وَيَكُونَ وَلاَؤُكِ لَنَا؛ فَذَكَرَتْ ذَلِكَ لِرَسُولِ اللهِ ﷺ، فَقَالَ لَهَا رَسُولُ اللهِ ﷺ: ابْتَاعِي فَأَعْتِقِي، فَإِنَّمَا الْوَلاَءُ لِمَنْ أَعْتَقَ قَالَ، ثُمَّ قَامَ رَسُولُ اللهِ ﷺ، فَقَالَ: مَا بَالُ أُنَاسٍ يَشْتَرِطُونَ شُرُوطًا لَيْسَتْ فِي كَتَابِ اللهِ، مَنِ اشْتَرَطَ شَرْطًا لَيْسَ فِي كِتَابِ اللهِ فَلَيْسَ لَهُ، وَإِنْ شَرَطَ مِائَةَ شَرْطٍ، شَرْطُ اللهِ أَحَقُّ وَأَوْثَقُ
960 – Van ʿĀʾishah (رضي الله عنها):Barīrah had een overeenkomst gesloten om zich vrij te kopen tegen een bepaald bedrag, maar ze beschikte niet over het geld om te betalen. Daarom wendde ze zich tot ʿĀʾishah om hulp.
ʿĀʾishah zei: “Ga terug naar je meesters. Als zij het toestaan dat ik jouw afkoopsom betaal en dat jouw loyaliteit (walāʾ) dan aan mij toekomt, zal ik dat doen.”
Barīrah bracht dit aan haar meesters over, maar zij weigerden: “Als zij het doet omwille van Allāh, mag dat, maar de walāʾ blijft voor ons.”
ʿĀʾishah vertelde dit aan Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم). Hij zei toen: “Koop haar en maak haar vrij. De walāʾ behoort toe aan degene die vrijlaat.”
Daarna stond Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) op en verklaarde: “Wat is er met mensen die voorwaarden stellen die niet in het Boek van Allāh zijn opgenomen? Wie een voorwaarde stelt die niet in het Boek van Allāh staat, doet die voorwaarde ongeldig maken, zelfs al zijn het er honderd. De voorwaarde van Allāh heeft voorrang en is bindender.”
[Walā is een juridische verwantschapsband die ontstaat door het vrijlaten van een slaaf of door een muwālāt-overeenkomst (een contract van bondgenootschap en bescherming) tussen twee personen.
Wanneer twee mensen, die geen bloedverwanten zijn, via walā verbonden worden, worden zij in bepaalde zaken, zoals erfrecht en strafrecht, behandeld alsof er een echte verwantschapsband bestaat.
Dit kan bijvoorbeeld gebeuren tussen een slaaf en zijn meester; na het vrijlaten of het vrijkomen van de slaaf ontstaat een walā-verbintenis tussen beiden, waarbij beiden de term mawlā dragen.
Walā kan ook van toepassing zijn op een bekeerling of iemand van wie de nageslacht onbekend is en die geen familie heeft. Zo’n persoon kon zich wenden tot een machtig man en een muwālāt-overeenkomst aanbieden, waarbij hij tijdens zijn leven bescherming geniet en na diens overlijden een deel van diens bezit erft. Na het sluiten van deze overeenkomst ontstaat er een juridische verwantschapsband via walā.
In de vroeg-islamitische Arabische samenleving diende walā vermoedelijk om kwetsbare groepen te beschermen, aangezien de sociale structuren en relaties in die tijd grotendeels op bloedverwantschap waren gebaseerd.] (Diyanet)
٩٦١ - حديث عَائِشَةَ، زَوْجِ النَّبِيِّ ﷺ، قَالَتْ: كَانَ فِي بَرِيرَةَ ثَلاَثُ سُنَنٍ: إِحْدَى السُّنَنِ أَنَّهَا أُعْتِقَتْ فَخُيِّرَتْ فِي زَوْجِهَا، وَقَالَ رَسُولُ اللهِ ﷺ: الْوَلاَءُ لِمَنْ أَعْتَقَ وَدَخَلَ رَسُولُ اللهِ ﷺ وَالْبُرْمَةُ تَفُورُ بِلَحْمٍ، فَقُرِّبَ إِلَيْهِ خُبْزٌ وَأُدْمٌ مِنْ أُدْمِ الْبَيْتِ؛ فَقَالَ: أَلَمْ أَرَ الْبُرْمَةَ فِيهَا لَحْمٌ قَالُوا: بَلَى، وَلكِنْ ذَلِكَ لَحْمٌ تُصُدِّقَ بِهِ عَلَى بَرِيرَةَ، وَأَنْتَ لاَ تَأْكُلُ الصَّدَقَةَ؛ قَالَ: عَلَيْهَا صَدَقَةٌ وَلَنَا هَدِيَّةٌ961 – Van ʿĀʾishah (رضي الله عنها) de vrouw van an-Nabī (صلى الله عليه وسلم):Er waren drie juridische kwesties (sunan) die voortkwamen uit de zaak van Barīrah:Een daarvan is dat zij vrijgelaten werd en vervolgens de keuze (khiyār) kreeg om bij haar man te blijven of niet.Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) zei: 'De walāʾ (het loyaliteitsrecht van een vrijgelatene) behoort toe aan degene die (haar) heeft vrijgelaten.'
En Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) kwam binnen terwijl de kookpot met vlees stond te pruttelen. Er werd brood en saus (of bijgerecht) uit het huis voor hem klaargezet.
Daarop vroeg hij: “Zag ik niet dat er in de pot vlees zat?”
Zij zeiden: “Jawel, maar dat vlees was een ṣadaqah gegeven aan Barīrah, en u eet geen ṣadaqah.'
Daarop zei hij: 'Voor haar is het een ṣadaqah, maar voor ons is het een gift.”
Verbod op het verkopen en weggeven van de beschermrecht (walāʾ)
النهى عن بيع الولاء وهبته
٩٦٢ - حديث ابْنِ عُمَرَ، قَالَ: نَهى رَسُولُ اللهِ ﷺ عَنْ بَيْعِ الْوَلاَءِ وَعَنْ هِبَتِهِ
962 – Van Ibn ʿUmar (رضي الله عنهما):Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) heeft het verboden om de walāʾ (loyaliteitsrecht van een vrijgelatene) te verkopen of weg te schenken. (Omdat dit recht uitsluitend toebehoort aan degene die de slaaf vrijlaat.)
Het is ḥarām dat een vrijgelatene iemand anders dan zijn bevrijder als wali neemt
تحريم تولى العتيق غير مواليه
٩٦٣ - حديث عَلِيِّ بْنِ أَبِي طَالِبٍ ﵁، خَطَبَ عَلَى مِنْبَرٍ مِنْ آجُرٍّ وَعلَيْهِ سَيْفٌ فِيهِ صَحِيفَةٌ مُعَلَّقَةٌ، فَقَالَ: وَاللهِ مَا عِنْدَنَا مِنْ كِتَابٍ يُقْرَأُ إِلاَّ كِتَابُ اللهِ وَمَا فِي هذِهِ الصَّحِيفَةِ، فَنَشَرَهَا؛ فَإِذَا فِيهَا: أَسْنَانُ الإِبِلِ، وَإِذَا فِيهَا: الْمَدِينَةُ حَرَمٌ مِنْ عَيْرٍ إِلَى كَذَا فَمَنْ أَحْدَثَ فِيهَا حَدَثًا فَعَلَيْهِ لَعْنَة اللهِ وَالْمَلاَئِكَةِ وَالنَّاسِ أَجْمَعِينَ، لاَ يَقْبَلُ اللهُ مِنْهُ صَرْفًا وَلاَ عَدْلًا، وَإِذَا فِيهِ: ذِمَّةُ الْمُسْلِمينَ وَاحِدَةٌ، يَسْعى بِهَا أَدْنَاهُمْ، فَمَنْ أَخْفَرَ مُسْلِمًا فَعَلَيْهِ لَعْنَةُ اللهِ وَالمَلاَئِكَةِ وَالنَّاسِ أَجْمَعِينَ، لاَ يَقْبَلُ اللهُ مِنْهُ صَرْفًا وَلاَ عَدْلًا، وَإِذَا فِيهَا: مَنْ وَالَى قَوْمًا بِغَيْرِ إِذْنِ مَوَالِيهِ فَعَلَيْهِ لَعْنَةُ اللهِ وَالمَلاَئِكَةِ وَالنَّاسِ أَجْمَعِينَ، لاَ يَقْبَلُ اللهُ مِنْهُ صَرْفًا وَلاَ عَدْلًا
963 – Van ʿAlī ibn Abī Ṭālib (رضي الله عنه):Hij (ʿAlī) hield een toespraak op de minbar van kleistenen, met een zwaard waarop een perkament bevestigd was.Hij zei: “Bij Allāh, wij hebben geen boek om uit voor te lezen behalve het Boek van Allāhen wat er in dit perkament staat.”Hij opende het, en daarin stond (geschreven):(In verband met zakāh) de leeftijden (waardering) van kamelen;Dat Madīnah een heiligdom (harām) is tussen ʿAyr (gebergte) en een bepaalde plek;Wie daarin iets nieuws/bid`ah introduceert, op hem rust de vloek van Allāh, de engelen en de hele mensheid.Allāh zal (op de Dag des Oordeels) noch ṣarf (vrijwillige daad: berouw) noch ʿadl (vervanging: fidyah) van hem aanvaarden.Ook stond erin: De bescherming van de moslims is unaniem, de laagste onder hen kan bescherming bieden.Wie de garantie/belofte van de moslims schendt, op hem rust de vloek van Allāh, de engelen en de hele mensheid.Allāh zal (op de Dag des Oordeels) noch ṣarf (vrijwillige daad: berouw) noch ʿadl (vervanging: fidyah) van hem aanvaarden..En: Wie (slaaf of slavin) zich verbindt aan een volk zonder toestemming van zijn beschermers, op hem rust de vloek van Allāh, de engelen en de hele mensheid.Allāh zal (op de Dag des Oordeels) noch ṣarf (vrijwillige daad: berouw) noch ʿadl (vervanging: fidyah) van hem aanvaarden.
[Aman betekent ‘veiligheid en garantie’ en is een juridische term die inhoudt dat een niet-moslim die het land van de Islām wil binnengaan of zich aan het islamitische leger wil overgeven, door iedere individuele moslim bescherming van leven en bezit kan worden toegezegd. Deze toezegging is juridisch bindend.In de Arabische samenleving bestond reeds vóór de Islām de gewoonte dat een persoon of stam die bescherming nodig had, zich wendde tot invloedrijke personen of families om veiligheid te verkrijgen. Wanneer deze bescherming werd verleend en publiekelijk werd aangekondigd, werd zij algemeen erkend en gerespecteerd.] (Diyanet)
De deugd van het vrijlaten van een slaaf
فضل العتق
٩٦٤ - حديث أَبِي هُرَيْرَةَ ﵁، قَالَ النَّبِيُّ ﷺ: أَيُّمَا رَجُلٍ أَعْتَقَ امْرَءًا مُسْلِمًا اسْتَنْقَذَاللهُ بِكُلِّ عُضْوٍ مِنْهُ عُضْوًا مِنْهُ مِنَ النَّارِ
964 – Van Abū Hurayrah (رضي الله عنه):An-Nabī (صلى الله عليه وسلم) zei: “Wie een moslim slaaf vrijlaat/vrijkoopt, voor elk lichaamsdeel dat hij heeft vrijgelaten, zal Allāh hem verlossen van het Vuur.”
[Deze hadith is een bewijs dat het vrijlaten van een slaaf of slavin tot de meest deugdzame daden behoort. Door een slaaf vrij te laten kan een mens zich redden van de Hel en het Paradijs binnengaan. Aangezien slavernij in de moderne tijd niet in de oorspronkelijke vorm bestaat, kan het vrijlaten van een slaaf ook geïnterpreteerd worden als: “een arme persoon zo helpen dat hij weer een normaal leven kan leiden.”] (HA)