As-Siddieq — Kenniscentrum Islam

Kitābu’l-Jumuʿah: Het Boek van de vrijdagṣalāh

Onderwerp: Hadith

Lees dit boek in de online lezer

Kitābu’l-Jumuʿah: Het Boek van de vrijdagṣalāh

[Vrijdag (jumuʿah) wordt in de Islām beschouwd als de belangrijkste dag van de week en van de gezamenlijke aanbidding. Over het belang van deze dag en de betekenis ervan, en de keuze ervan als wekelijkse gemeenschapsdag zijn vele ahādīth van an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) overgeleverd.Vanaf donderdagavond (na zonsondergang) begint de vrijdag en men behoort extra zorg te besteden aan zowel lichamelijke als geestelijke reinheid. Het belangrijkste daarbij is het nemen van de ghusl. Volgens de meerderheid van de geleerden is ghusl op vrijdag sunnah, en volgens sommigen zelfs farḍ.Een gelovige wordt aangemoedigd om de spirituele sfeer van deze waardevolle dag te benutten door zijn duʿāʾ en tawbah af te stemmen op het moment dat bekendstaat als het “uur van verhoor” (sāʿat al-ijābah), waarin gebeden en smeekbeden volgens ahadith worden verhoord. Daarnaast wordt aanbevolen om de Qur’ān te reciteren, Allah te gedenken (tadzakkur) en te overpeinzen (tafakkur), ṣalawāt uit te spreken over Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم), en met een oprecht hart duʿāʾ en istighfār te verrichten.

De vrijdagṣalāh (ṣalāh al-jumuʿah) is een farḍ ʿayn, een persoonlijke verplichting voor elke volwassen moslim. Het verplichte karakter van deze ṣalāh wordt bevestigd door de Qur’ān, de sunnah en de ijmāʿ (consensus van de geleerden). Authentieke ahādīth benadrukken zowel de grote verdienste van de vrijdagṣalāh als het feit dat het een sterke farḍ is, waarbij het nalaten zonder geldige reden een grote zonde (kabīrah) vormt.

Volgens sommige geleerden leidde an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) het eerste vrijdaggebed tijdens de Hidjrah, in de vallei van Ranūnah nabij Madīnah, toen hij de stam Salim ibn ʿAwf bezocht. Andere bronnen melden dat Asʿād ibn Zurārah (رضي الله عنه) de vrijdagṣalāh al leidde in Madīnah vóór de Hidjrah.

Hieruit ontstonden twee meningen over het verplichte karakter van de vrijdagṣalāh:

Volgens de eerste mening werd de vrijdagṣalāh in Makkah verplicht, maar kon deze daar niet plaatsvinden vanwege de druk van de polytheïsten.

Volgens de tweede mening werd de vrijdagṣalāh pas tijdens de Hidjrah verplicht, waarbij an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) het eerste vrijdaggebed leidde in Ranūnah.

Volgens voorstanders van deze tweede overlevering valt de handeling van Asʿād ibn Zurārah (رضي الله عنه) om de vrijdagṣalāh te leiden niet onder de farḍ, maar onder een nafilah (vrijwillige) ṣalāh.] (HA)

{Ahadith over de deugden van vrijdagṣalāh:Van Salmān Faris (رضي الله عنه):an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) heeft gezegd:"Als iemand op vrijdag de grote wassing verricht (ghusl) en zich grondig reinigt, zijn haar invet of zich parfumeert met wat hij in huis heeft, dan naar de salāh gaat en zich niet tussen twee anderen indringt, vervolgens de salāh volgens de voorschriften verricht en aandachtig luistert als de imam spreekt, dan wordt hem vergeven wat hij tussen deze dag en de vorige vrijdag heeft misdaan."

Van `Abdullah ibn `Umar (رضي الله عنهما) en Abû Hurayrah (رضي الله عنه) zeiden dat zij an-Nabie (صلى الله عليه وسلم) op de planken van zijn preekstoel hebben horen zeggen:"Laat mensen ophouden de vrijdagen te verwaarlozen, of Allah zal hun harten verzegelen en zij zullen tot de onachtzamen gerekend worden.

Van Sahl ibn Sa’d (رضي الله عنه):Bij ons woonde een vrouw die op een landje met grondwater rode bieten verbouwde. Vrijdags rooide zij altijd een paar bieten; ze deed die in een pot, voegde een handvol gerst toe en kookte ze. De bieten namen daarbij de plaats in van soepvlees.Na de vrijdagsalāh gingen wij altijd even die vrouw groeten. Ze bood ons dan dit gerecht aan en wij aten het op. Om dat gerecht verheugden wij ons op de vrijdag.}

٤٨٥ - حديث عَبْدِ اللهِ بْنِ عُمَرَ، أَنَّ رَسُولَ اللهِ ﷺ، قَالَ: إِذَا جَاءَ أَحَدُكمُ الْجُمُعَةَ فَلْيَغْتَسِلْ485.

Van ʿAbdullāh ibn ʿUmar (رضي الله عنهما):Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) zei: “Wanneer iemand van jullie naar de vrijdagṣalāh komt, laat hem dan de grote rituele wassing (ghusl) verrichten.”

٤٨٦ - حديث عُمَرَ بْنِ الْخَطَّابِ عَنِ ابْنِ عُمَرَ، أَنَّ عُمَرَ بْنَ الْخَطَّابِ بَيْنَمَا هُوَ قَائمٌ فِي الْخُطْبَةِ يَوْمَ الْجُمُعَةِ إِذْ دَخَلَ رَجُلٌ مِنَ الْمُهَاجِرينَ الأَوَّلَينَ مِنْ أَصْحَابِ النَّبِيِّ ﷺ، فَنَادَاهُ عُمَرُ: أَيَّةُ سَاعَةٍ هذِهِ قَالَ: إِنِّي شُغِلْتُ فَلَمْ أَنْقَلِبْ إِلَى أَهْلِي حَتَّى سَمِعْتُ التَّأْذينَ، فَلَمْ أَزِدْ عَلَى أَنْ تَوَضَّأْتُ فَقَالَ: وَالْوُضُوءُ أَيْضًا وَقَدْ عَلِمتَ أَنَّ رَسُولَ اللهِ ﷺ كَانَ يَأْمُرُ بِالْغُسْلِ486. Van ʿAbdullāh ibn ʿUmar (رضي الله عنهما):ʿUmar ibn al-Khaṭṭāb hield op een vrijdag de preek (khuṭbah) toen een van de metgezellen van an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) onder de eerste muhajirīn de moskee binnenkwam. ʿUmar riep hem toe: “Wat deed je tot dit tijdstip (Waarom ben je zo laat)?”De man antwoordde: “Ik had iets te doen en kwam pas thuis toen ik de oproep tot de salaah hoorde.

Toen heb ik alleen nog de kleine wassing (wuḍū’) verricht.”Daarop zei ʿUmar: “Terwijl jij weet dat Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) bevolen heeft (om op vrijdag) de ghusl te verrichten, ben je alleen met wuḍū’ gekomen, is het zo?”In een andere overlevering wordt vermeld dat de persoon in kwestie ʿUthmān ibn ʿAffān (رضي الله عنه) was.

Verplichting van de ghusl voor elke man die de puberteit heeft bereikt op de vrijdag en de verduidelijking van datgene wat hun is bevolen

وجوب غسل الجمعة على كل بالغ من الرجال وبيان ما أمروا به

٤٨٧ - حديث أَبِي سَعِيدٍ الْخُدْرِيِّ، عَنِ النَّبِيِّ ﷺ قَالَ: الْغُسْلُ يَوْمَ الْجُمُعَةِ وَاجِبٌ عَلَى كُلِّ مُحْتَلِمٍ

487. Van Abū Saʿīd al-Khudrī (رضي الله عنه):an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) zei: “Het verrichten van ghusl op vrijdag is verplicht (wājib) voor elke muhtalim (aql wa baligh: volwassen en geslachtsrijpe man).”

[Er moet een dag zijn waarop mensen zich grondig wassen en reinigen, aangezien dit tot de noodzakelijke en deugdzame gewoonten van de mens behoort. Voor degenen die zich niet dagelijks kunnen wassen, wordt het wassen op vrijdag aanbevolen. Vrijdag is qua tijd het meest geschikt en vormt zo een natuurlijke aanvulling op de vrijdagṣalāh.Het nemen van ghusl op vrijdag voltooit de lichamelijke reinheid, stimuleert het ego tot het ontwikkelen van een liefde voor zuiverheid, helpt bij het vormen van een gewoonte en wordt tevens als een daad van aanbidding (ibādah) beschouwd. Zo worden vuil, vet en onaangename geuren van het lichaam verwijderd, terwijl men tegelijkertijd een spirituele daad verricht.Sommige geleerden, uitgaande van bepaalde ahādīth, hebben gesteld dat ghusl op vrijdag farḍ is. Andere geleerden menen echter dat het niet farḍ maar sunnah of mustahab is. Zij interpreteren het gebruik van het woord “wājib” in de hadīth niet als verplichting, maar als bevestiging of aanbeveling, omdat er veel overleveringen zijn die aantonen dat het niet strikt verplicht is om zich op vrijdag te wassen.Volgens al-Hattābī betekent het woord “wājib” in dit geval niet hetzelfde als het gebruikelijke begrip van farḍ:"Het woord wājib hier duidt op wettelijk aanbevolen of mustahab, en is geen farḍ in de strikte zin."] (HA)

٤٨٨ - حديث عَائِشَةَ زَوْجِ النَّبِيِّ ﷺ، قَالَتْ: كَانَ النَّاسُ يَنْتَابُونَ يَوْمَ الْجُمُعَةِ مِنْ مَنَازِلِهِمْ وَالْعَوَالِي، فَيَأْتُونَ فِي الْغُبَارِ، يُصِيبُهُمُ الْغُبَارُ وَالْعَرَقُ، فَيَخْرُجُ مِنْهُمُ الْعَرَقَ فَأَتَى رَسُولَ اللهِ ﷺ إِنْسَانٌ مِنْهُمْ وَهُوَ عِنْدِي، فَقَالَ النَّبِيُّ ﷺ: لَوْ أَنَّكُمْ تَطَهَّرْتُمْ لِيَوْمِكُمْ هذَا

488. Van ʿĀishah (رضي الله عنها) vrouw van an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) :Mensen stromen toe op vrijdag vanuit hun woonplaatsen en `Awalī (buitengebied van Madīnah), stoffig en bezweet, en hun bezwete lichamen verspreidden (onaangename) geur. Een van hen kwam eens naar Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) toen hij bij mij was. Daarop zei Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم): ‘Als jullie je nu eens zouden reinigen voor deze dag!’

٤٨٩ - حديث عَائِشَةَ، قَالَتْ: كَانَ النَّاسُ مَهَنَةَ أَنْفُسِهِمْ، وَكَانُوا إذَا رَاحُوا إِلَى الْجُمُعَةِ رَاحُوا فِي هَيْئَتِهِمْ، فَقِيلَ لَهُمْ لَوِ اغْتَسَلْتُمْ489. Van ʿĀishah (رضي الله عنها):Mensen deden hun werk en kwamen in hun werkkledij naar de vrijdagṣalāh. Daarom werd hun gezegd: ‘Als jullie je eens zouden wassen.’

Het gebruik van geur en siwāk op vrijdagالطيب والسواك يوم الجمعة

٤٩٠ - حديث أَبِي سَعِيدٍ، قَالَ: أَشْهَدُ عَلَى رَسُولِ اللهِ ﷺ، قَالَ: الْغُسْلُ يَوْمَ الْجُمُعَةِ وَاجِبٌ عَلَى كُلِّ مُحْتَلِمٍ، وَأَنْ يَسْتَنَّ، وَأَنْ يَمَسَّ طيبًا، إِنْ وَجَدَ

490. Van Abū Saʿīd al-Khudrī (رضي الله عنه):Ik ben getuige dat Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) zei: ‘Ghusl nemen op vrijdag, siwāk gebruiken, en als hij het kan vinden geur aanbrengen is verplicht (wājib) voor iedere muhtalim (aql wa baligh: volwassen en geslachtsrijpe man).’

١ - حديث ابْنِ عَبَّاسٍ عَنْ طَاوُسٍ عَنِ ابْنِ عَبَّاسٍ، أَنَّهُ ذَكَرَ قَوْلَ النَّبِيِّ ﷺ فِي الْغُسْلِ يَوْمَ الْجُمُعَةِ، فَقُلْتُ لاِبْنِ عَبَّاسٍ: أَيَمَسُّ طيبًا أَو دُهْنًا إِنْ كَانَ عِنْدَ أَهْلِهِ فَقَالَ: لاَ أَعْلَمُهُ491. Van ibn `Abbās via Tāwûs (رضي الله عنهما):Hij vermeldde de uitspraak van an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) over het nemen van ghusl op vrijdag.Toen vroeg ik aan Ibn ‘Abbās (رضي الله عنهما): “Als iemand bij zijn gezin is, dient hij zich te parfumeren en zijn haar in te vetten?Hij antwoordde: “(Voor ghusl zeg ik ja), (maar van het gebruik van geur) weet ik niets.”

٤٩٢ - حديث أَبِي هُرَيْرَةَ، قَالَ: قَالَ رَسُولُ اللهِ ﷺ: حَقٌّ عَلَى كُلِّ مُسْلِمٍ أَنْ يَغْتَسِلَ فِي كُلِّ سَبْعَةِ أَيّامٍ يَوْمًا يَغْسِلُ فِيهِ رَأْسَهُ وَجَسَدَهُ492. Abū Hurayrah (رضي الله عنه):Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) zei: “Iedere moslim dient minstens één keer per week zijn hoofd en lichaam te wassen.”

٤٩٣ - حديث أَبِي هُرَيْرَةَ ﵁، أَنَّ رَسُولَ اللهِ ﷺ قَالَ: مَنِ اغْتَسَلَ يَوْمَ الْجُمُعَةِ غُسْلَ الْجَنَابَةِ ثُمَّ رَاحَ فَكَأَنَّمَا قَرَّبَ بَدَنَةً، وَمَنْ رَاحَ فِي السَّاعَةِ الثَّانِيَةِ فَكَأَنَّمَا قَرَّبَ بَقَرَةً، وَمَنْ رَاحَ فِي السَّاعَةِ الثَّالِثَةِ فَكَأَنَّمَا قَرَّبَ كَبْشًا أَقْرَنَ، وَمَنْ رَاحَ فِي السَّاعَةِ الرَّابِعَةِ فَكَأَنَّمَا قَرَّبَ دَجَاجَةً، وَمَنْ رَاحَ فِي السَّاعَةِ الْخَامِسَةِ فَكَأَنَّما قَرَّبَ بَيْضَةً، فَإِذَا خَرَجَ الإِمَامُ حَضَرَتِ الْمَلاَئِكَةُ يَسْتَمِعُونَ الذِّكْرَ493.

Abū Hurayrah (رضي الله عنه):Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) zei: “Wie op vrijdag ghusl neemt zoals bij janābah, en in het eerste uur naar de moskee gaat, dan is het alsof hij een kameel offert. Als iemand het tweede uur gaat is het alsof hij een koe offert. Als iemand het derde uur gaat is het alsof hij een hoornige ram offert. Als iemand het vierde uur gaat is het alsof hij een kip offert. Als iemand het vijfde uur gaat is het alsof hij een ei offert. En als de imam (de minbar) beklimt zijn de engelen aanwezig om naar de ḏikr (de vrijdagṣalāh/khuṭbah) te luisteren.”

[De werkwoordsvorm “qarraba” die in de ḥadīth voorkomt, betekent iets naderbij brengen of iets aanbieden. Daarom hebben wij het vertaald als “offert”. In sommige overleveringen komt het immers ook voor als “hij presenteerde.”Het is niet met zekerheid vast te stellen wat er precies bedoeld wordt met het “uur” die in de ḥadīth worden genoemd. Als hiermee tijdseenheden wordt bedoeld waarin de dag in gelijke delen wordt opgesplitst, dan is er ook onenigheid over het beginpunt van deze uren. Volgens de moderne geleerden begint overdag met het opkomen van de zon. In dat geval valt het eerste uur na zonsopgang.

In de islamitische terminologie daarentegen begint de dag bij de dageraad, dat wil zeggen met het intreden van de ṣalāh al-fajr. Vanuit dit perspectief verschilt dus het beginpunt van het “uur”-aanduiding in de ḥadīth.Aan de andere kant hebben sommige geleerden verklaard dat met het woord “uur” in de ḥadīth niet het tijdsbegrip bedoeld wordt zoals wij dat tegenwoordig gebruiken. Volgens hen wordt hier de verdienste van degenen die het vroegst naar de moskee komen op de vrijdag benadrukt, als aansporing om op tijd te komen.Zo luidt een andere overlevering van an-Nasaī en Ibn Mājah: “Degene die vroeg naar de vrijdagṣalāh gaat...” De overlevering van ad-Dārimī luidt: “Degene die zich haast en als eerste aankomt voor de vrijdagṣalāh...” (An-Nasā’ī, al-Jumʿah: 13; Ibn Mājah, Iqāmatuṣ-Ṣalāh: 82; ad-Dārimī, aṣ-Ṣalāh: 193)] (AFK)

Verplicht zwijgen tijdens de khuṭbah op vrijdagفي الإنصات يوم الجمعة في الخطبة

٤٩٤ - حديث أَبِي هُرَيْرَةَ، أَنَّ رَسُولَ اللهِ ﷺ قَالَ: إِذَا قُلْتَ لِصَاحِبِكَ يَوْمَ الْجُمُعَةِ أَنْصِتْ، وَالإِمَامُ يَخْطُبُ، فَقَدْ لَغَوْتَ

494. Van Abū Hurayrah (رضي الله عنه): Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) zei: “Als iemand op vrijdag tijdens de khuṭbah tegen zijn buurman zegt: ‘Wees stil’, dan heeft hij iets nutteloos gedaan.”

[In de hadīth van hierboven wordt gezegd dat degene die tijdens de khuṭbah de persoon naast zich opdraagt te “zwijgen”, niet alleen de verdienste van de vrijdagṣalāh mist, maar ook de waarde van vrijdag zelf vermindert. Tijdens de vrijdagkhutbah behoort men te zwijgen en alle nutteloze zaken te laten. In plaats van zich bezig te houden met lege en overbodige dingen, moet men luisteren naar de khuṭbah en erover nadenken.] (HA)

Het tijdstip van verhoor (van duʿāʾāt) op vrijdagفي الساعة التي في يوم الجمعة

٤٩٥ - حديث أَبِي هُرَيْرَةَ، أَنَّ رَسُولَ اللهِ ﷺ ذَكَرَ يَوْمَ الْجُمُعَةِ، فَقَالَ: فيهِ سَاعَةٌ لاَ يُوَافِقُهَا عَبْدٌ مُسْلِمٌ وَهُوَ قَائمٌ يُصَلِّي، يَسْأَلُ اللهَ تَعَالَى شَيْئًا إِلاَّ أَعْطَاهُ إِيَّاهُ وَأَشَارَ بِيَدِهِ يُقَلِّلُهَا

495. Van Abū Hurayrah (رضي الله عنه):Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) zei: “Op vrijdag is er een moment waarop, als een moslim dienaar staande in ṣalāh is en hij vraagt iets aan Allāh, Allāh zal het hem zeker geven.”En hij gaf met zijn hand aan dat het om een heel kort moment gaat.

[In de hadīth die Muslim heeft overleverd staat: … Het uur van verhoor (sāʿat al-ijābah) ligt in de tijd tussen het moment dat de imam op de minbar gaat zitten en het moment waarop de vrijdagṣalāh wordt verricht’. Het bestaan van andere overleveringen over dit onderwerp heeft geleid tot meningsverschillen onder de geleerden. Sommigen tellen er wel tot tweeënveertig verschillende opvattingen. Enkele van deze zijn:

Volgens een hadīth van Abu Saʿīd al-Khudrī (رضي الله عنه), overgeleverd door Imām Aḥmad en al-Ḥākim, heeft Allahu تَعَالَى dit uur, net zoals de Lailat al-Qadr, verborgen gehouden. Het verbergen van dit uur dient om de gelovigen aan te moedigen op vrijdag te aanbidden, te bidden en Allah te gedenken.

Het uur van verhoor van de duʿāʾen kan op verschillende momenten op vrijdag plaatsvinden; er is geen vastgestelde tijd.

Tussen de ṣalāh al-fajr en zonsopkomst, en tussen de ṣalāh al-ʿasr en zonsondergang.

Tussen het hoogste punt van de zon en zonsondergang.

Tussen de vrijdagadzan en het einde van de ṣalāh.

Tijdens het zitten tussen de twee khuṭbahs.] (HA)

De dag van Jumuʿah (vrijdag) is als een geschenk aan deze ummah gegeven

هداية هذه الأمة ليوم الجمعة

٤٩٦ - حديث أَبِي هُرَيْرَةَ ﵁، عَنِ النَّبِيِّ ﷺ قَالَ: نَحْنُ الآخِرُونَ السَّابِقُونَ يَوْمَ الْقِيَامَةِ، بَيْدَ كُلُّ أُمَّةٍ أُوتُوا الْكِتَابَ مِنْ قَبْلِنَا، وَأُوتينَا مِنْ بَعْدِهِمْ؛ فَهذَا الْيَوْمُ الَّذي اخْتَلَفُوا فِيهِ؛ فَغَدًا لِلْيَهُودِ، وَبَعْدَ غَدٍ لِلنَّصَارَى

496. Van Abū Hurayrah (رضي الله عنه):Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) zei: “Wij zijn het laatst (in komst op aarde) gekomen, maar op de Dag der Opstanding zullen wij de eersten zijn, ofschoon het Boek van Allah aan de anderen eerder gegeven was dan aan ons.(Aan de joden en de christenen is vóór ons een Boek gegeven, nl. de Thora en het Evangelie). Zij zijn het oneens geworden over deze dag (nl. vrijdag) die Allāh hun verplicht heeft gesteld. Allāh heeft ons geleid en daarom komen de anderen later dan wij: de joden ohebben morgen (zaterdag) en de christenen overmorgen (zondag) hun dag.”

[Dat wil zeggen dat de ummah van Muhammed (صلى الله عليه وسلم), hoewel wij later op aarde verschijnen dan andere gemeenschappen, zullen wij als eerste in het Hiernamaals zijn: zij zullen als eersten worden opgewekt en als eersten verantwoording afleggen bij Allāh.] (AFK)

De vrijdagṣalāh wordt verricht wanneer de zon haar hoogste punt gepasseerd isصلاة الجمعة حين تزول الشمس

٤٩٧ - حديث سَهْلٍ، قَالَ: مَا كُنَّا نَقِيلُ وَلاَ نَتَغَدَّى إِلاَّ بَعْدَ الْجُمُعَةِ

497.

Van Sahl (رضي الله عنه):In de tijd van Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) aten wij pas de lunch en deden wij een dutje ná de vrijdagṣalāh.

٤٩٨ - حديث سَلَمَةَ بْنِ الأَكْوَعِ قَالَ: كُنَّا نُصَلِّي مَعَ النَّبِيِّ ﷺ الْجُمُعَةَ ثُمَّ نَنْصَرِفُ وَلَيْسَ لِلْحِيطَانِ ظِلٌّ نَسْتَظِلُّ فِيهِ498. Van Salamah ibn al-Akwāʿ (رضي الله عنه)::Wij verrichtten de vrijdagṣalāh met Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) en toen wij terugkeerden, konden we nauwelijks schaduw vinden bij de muren.

Er wordt twee khuṭbah’s vóór de vrijdagṣalāh gelezen de verduidelijking van de korte zit tussen deze twee khuṭbah’sذكر الخطبتين قبل الصلاة وما فيهما من الجلسة

٤٩٩ - حديث ابْنِ عُمَرَ قَالَ: كَانَ النَّبِيُّ ﷺ يَخْطُبُ قَائمًا، ثُمَّ يَقْعُدُ، ثُمَّ يَقُومُ، كَمَا تَفْعَلُونَ الآنَ

499. Van ʿAbdullāh ibn ʿUmar (رضي الله عنهما):Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) hield de preek (khuṭbah) staande, ging dan zitten en stond daarna weer op, precies zoals jullie het nu doen.

Over het vers van Allāhu تَعَالَى: sûrah al-Jumuʿah: 6/11

في قوله تعالى: (وإذا رأوا تجارة أو لهوا انفضوا إليها وتركوك قائما)

٥٠٠ - حديث جَابِرِ بْنِ عَبْدِ اللهِ قَالَ: بَيْنَمَا نَحْنُ نُصَلِّي مَعَ النَّبِيِّ ﷺ إِذْ أَقْبَلَتْ عيرٌ تَحْمِلُ طَعَامًا، فَالْتَفَتُوا إِلَيْهَا، حَتَّى مَا بَقِيَ مَعَ النَّبِيِّ ﷺ إِلاَّ اثْنَا عَشَرَ رَجُلًا، فَنَزَلَتْ هذِهِ الآيَةُ (وَإِذَا رَأَوْا تِجَارَةً أَوْ لَهْوًا انْفَضُّوا إِلَيْهَا وَتَرَكُوكَ قَائمًا)

500. Van Jābir ibn ʿAbdillāh (رضي الله عنه):Voordat wij met Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) de ṣalāh verrichtten ( tijdens de de khuṭbah), arriveerde een karavaan met voedsel. De mensen (verlieten de moskee) en haastten zich daarheen en lieten Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) alleen achter, behalve (een groep) van twaalf mensen.Toen werd het vers geopenbaard:وَإِذَا رَأَوۡاْ تِجَٰرَةً أَوۡ لَهۡوًا ٱنفَضُّوٓاْ إِلَيۡهَا وَتَرَكُوكَ قَآئِمٗاۚ قُلۡ مَا عِندَ ٱللَّهِ خَيۡرٞ مِّنَ ٱللَّهۡوِ وَمِنَ ٱلتِّجَٰرَةِۚ وَٱللَّهُ خَيۡرُ ٱلرَّٰزِقِينَ ١١

En als zij handel of amusement zien, gaan zij daarheen en laten jou staan (in de ṣalāh). Zeg: “Dat wat Allāh heeft is beter dan het vermaak of de handel! En Allāh is de beste der Voorzieners.” (sûrah al-Jumuʿah: 6/11)

Het kort houden van de ṣalāh en de khuṭbahخفيف الصلاة والخطبة

٥٠١ - حديث يَعْلَى بْنِ أُمَيَّةَ ﵁، قَالَ: سَمِعْتُ النَّبِيَّ ﷺ يَقْرَأُ عَلَى الْمِنْبَرِ (وَنَادَوْا يَا مَالِكُ)

501. Van Yaʿlā ibn Umayyah (رضي الله عنه):“Ik hoorde Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) vanaf de minbar reciteren:وَنَادَوۡاْ يَٰمَٰلِكُ لِيَقۡضِ عَلَيۡنَا رَبُّكَۖ قَالَ إِنَّكُم مَّٰكِثُونَ ٧٧

En zij (de lieden van het Hellevuur) zullen roepen: “O Mālik! (bewaker van de Hel) Laat jou Heer een einde aan ons maken.” Hij zal zeggen: “Waarlijk, jullie zullen hier voor altijd verblijven.” (sûrah az-Zukhruf: 43/77)Het verrichten van de ṣalāh in de moskee terwijl de imām de khuṭbah leest

تحية والإمام يخطب

٥٠٢ - حديث جَابِرٍ قَالَ: دَخَلَ رَجُلٌ يَوْمَ الْجُمُعَةِ وَالنَّبِيُّ ﷺ يَخْطُبُ فَقَالَ: أَصَلَّيْتَ قَالَ: لاَ، قَالَ: فَصَلِّ رَكْعَتَيْنِ

502. Van Jābir ibn ʿAbdillāh (رضي الله عنه):an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) zag tijdens de vrijdagpreek een man binnenkomen en vroeg: “Heb je ṣalāh (taḥiyyatu’l-masjid: begroetingsṣalāh) verricht?”De man zei: “Nee.”Waarop Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) zei: “Sta op en verricht twee rakaʿāh (ṣalāh).”٥٠٣ - حديث جَابِرِ بْنِ عَبْدِ اللهِ قَالَ: قَالَ رَسُولُ اللهِ ﷺ، وَهُوَ يَخْطُبُ: إِذَا جَاءَ أَحَدُكُمْ وَالإِمَامُ يَخْطُبُ أَوْ قَدْ خَرَجَ فَلْيُصَلِّ رَكْعَتَيْنِ503. Van Jābir ibn ʿAbdillāh (رضي الله عنه):an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) zei tijdens de khuṭbah: ‘Wanneer iemand van jullie de moskee binnenkomt terwijl de imām de khuṭbah leest of al op de minbar is, laat hem dan toch twee rakaʿāh (taḥiyyatu’l-masjid) verrichten.’[Volgens deze ḥadīth moet men dus bij binnenkomst de begroetingsṣalāh van de moskee (taḥiyyatu’l-masjid) verrichten, zelfs tijdens de khuṭbah. Maar vanwege andere algemene overleveringen die oproepen om tijdens de preek stil te zijn, verschillen de rechtsgeleerden hierover. Imām ash-Shāfiʿī, Aḥmad ibn Ḥanbal en een aantal muḥaddithūn staan het toe, terwijl Imām Mālik, Imām Abū Ḥanīfah en anderen wijzen het af.] (AFK)

[Deze twee ahādīth hebben betrekking op het verrichten van twee rekat tahiyyatu’l-masjid door iemand die de moskee betreedt terwijl de imam de khuṭbah houdt. Volgens de Shāfiʿī-madzhab is dit mustahabb (aanbevolen), terwijl het volgens de Hanafī-madzhab, is de sterkste opvatting, taḥrīman makrūh (sterk afgeraden).

De Hanafī-madzhab baseert dit op de volgende bewijzen:

Sūlayk kwam de moskee binnen voordat an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) met de khuṭbah begon. Volgens Nasa’ī is er een aparte hoofdstuk voor de hadīth van Sūlayk, genaamd “ṣalāh vóór de khuṭbah”. Overgeleverd via Abu Zubayr van Jābir (رضي الله عنه):

“Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) zag Sūlayk al-Ghatafānī binnenkomen. Sūlayk ging zitten zonder ṣalāh te verrichten. Hierop vroeg Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم): ‘Heb je twee rekat ṣalāh verricht?’ Sūlayk antwoordde: ‘Nee!’ Toen zei Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم): ‘Sta op en verricht twee rekat ṣalāh.’ Deze hadīth wordt ook vermeld in Muslim, Jumuʿah 58 (875).

Toen Sūlayk de moskee binnenkwam, waren zijn kleren gescheurd. Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) beval hem ṣalāh te verrichten, zodat de aanwezigen zijn toestand zouden zien en hem konden helpen. Het betrof dus een specifieke situatie, geen algemene regel.

Dit voorval vond plaats voordat spreken in de ṣalāh werd afgeschaft (naskh).

Toen het spreken in de ṣalāh werd verboden, werd ook spreken tijdens de khuṭbah verboden, omdat de khuṭbah een essentieel onderdeel van de vrijdagṣalāh is.

Al-Ṭaḥāwī (321/933) zegt hierover: “De overleveringen dat iemand tijdens de khuṭbah tegen zijn buur zegt ‘Zwijg’, zijn tot tawātur-niveau overgeleverd. Wanneer iemand ‘Zwijg’ zegt, is dat onnodig gepraat, en zelfs wanneer de imam tegen de gemeenschap zegt ‘Sta op en bid’, is dat lege praat. Dit toont aan dat het bevel van Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) aan Sūlayk om ṣalāh te verrichten, plaatsvond vóór het verbod op spreken tijdens de khuṭbah. Het oordeel van toen over spreken is niet gelijk aan het latere oordeel waarin spreken onnodig en verboden werd verklaard.”] (HA)

De suwar die op vrijdag gereciteerd worden

ما يقرأ في يوم الجمعة

٥٠٤ - حديث أَبِي هُرَيْرَةَ ﵁، قَالَ: كَانَ النَّبِيُّ ﷺ يَقْرَأُ فِي الْجُمُعَةِ، فِي صَلاَةِ الْفَجْرِ، آلَم تَنْزيلُ، السَّجْدَةَ، وَهَلْ أَتَى عَلَى الإِنْسَانِ أخرجه البخاري في، ١١ كتاب الجمعة: ١٠ باب ما يقرأ في صلاة الفجر يوم الجمعة

504 – Van Abū Hurayrah (رَضِيَ اللَّهُ عَنْهُ): an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) pleegde op de vrijdag ṣalāh al-fajr sûrah as-Sajdah, die begint met ‘Alif Lām Mīm. Tanzīl...’, en sûrah ad-Dahr (ook wel sûrah al-Insān genoemd), die begint met ‘Hal atā ʿala al-insāni ḥīnun mina ad-dahr...’, te reciteren.”