Kitâbu'lḥayḍ: Het boek over de menstruatie
[In de fiqh-literatuur verwijst ḥayḍ naar de regelmatige bloedstroom uit de baarmoeder van een gezonde vrouw die de puberteit heeft bereikt. Deze fysiologische gebeurtenis, die bij vrouwen optreedt van de puberteit tot de menopauze, wordt ook aangeduid met termen als: menstruatie, menstruatiebloed, menstruatieperiode
De ḥayḍ vindt plaats wanneer het slijmvlies van de baarmoeder (raḥim), dat de binnenwand bedekt, niet bevruchte eicellen afsterven en de hormoonproductie stopt, zodat dit slijmvlies wordt afgebroken en samen met bloed uit het lichaam wordt uitgescheiden.
Wanneer het menstruatiebloed stopt, begint de periode van zuiverheid (ṭahārah).De tijd tussen twee menstruaties wordt periode van zuiverheid genoemd.
Volgens de meerderheid van de fiqh-geleerden beginnen de vrouwen rond 9 jaar te menstrueren en het stopt rond 50–55 jaar. Deze cijfers zijn gebaseerd op ervaring en observatie van fiqh-geleerden; in feite geldt dat de werkelijke start en het einde van de menstruatie bepalend zijn.
Moderne medische gegevens geven aan dat de menstruatie rond 11–13 jaar begint, rond 45-50 jaar stopt en de duur is tussen 3–6 dagen
Volgens de Ḥanafī-madhhab duurt het minimaal 3 dagen en maximaal 10 dagen. De minimale zuiverheidsperiode tussen twee menstruaties is 15 dagen
De menstruatieleeftijd en duur kunnen variëren afhankelijk van fysieke conditie, psychologische gesteldheid en omgevingsfactoren.] (HA)
Direct contact van de menstruerende vrouw met de onderkleed (izār)مباشرة الحائض فوق الإِزار١٦٨ - حديث عَائِشَةَ، قَالَتْ: كَانَتْ إِحْدَانَا إِذَا كَانَتْ حَائِضًا، فَأَرادَ رَسُولُ اللهِ ﷺ أَنْ يُبَاشِرَهَا، أَمَرَهَا أَنْ تَتَّزِرَ فِي فَوْرِ حَيْضَتِهَا، ثُمَّ يُبَاشِرُهَا قَالَتْ: وَأَيُّكُمْ يَمْلِك إِرْبَهُ كَمَا كَانَ النَّبِيُّ ﷺ يَمْلِكُ إِرْبَهُ168 – Van ʿĀishah (رضي الله عنها):Wanneer een van ons in haar menstruatie periode was en Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) haar wilde liefkozen/aanraken (in de zin van lichamelijke nabijheid), dan beval hij haar om zich een doek (tussen de navel en knieen) te wikkelen vanaf het begin van haar menstruatie. Vervolgens kwam hij haar liefkozen.
Zij zei: “Maar wie van jullie zou zijn lust zo in toom kunnen houden als an-Nabī (صلى الله عليه وسلم)?”
١٦٩ - حديث مَيْمُونَةَ، قَالَتْ: كَانَ رَسُولُ اللهِ ﷺ إِذَا أَرَادَ أَنْ يُبَاشِرَ امْرَأَةً مِنْ نِسَائِهِ، أَمَرَهَا فَاتَّزَرَتْ وَهِيَ حَائِضٌ169 – Van Maymūnah (رضي الله عنها):Wanneer Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) een van zijn vrouwen wilde liefkozen (mubāsharah) terwijl zij in haar menstruatie was, dan beval hij haar zich met een doek (tussen de navel en knieen) te bedekken.
[In de ḥadīth verwijst mubāsharah naar liefkozen, het direct aanraken van het lichaam, naakt, zonder seksuele gemeenschap. Hoewel het woord soms ook seksuele omgang kan betekenen, is hier volgens de geleerden de eerste betekenis van toepassing. De ḥadīth laat zien dat Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) genoot van het lichaam van zijn vrouwen tijdens hun menstruatieperiode (ḥayḍ), met uitzondering van het gebied tussen navel en knieën. Hieruit volgt dat een man zijn vrouw op welke manier dan ook mag aanraken en van haar lichaam mag genieten, behalve het verboden gebied tussen navel en knieën tijdens de menstruatie.
Seksuele gemeenschap met een menstruerende vrouw is verboden volgens de Qur’ān en authentieke aḥadīth. Volgens de Ḥanafī-school is het een zonde als een man bewust seksuele omgang heeft met zijn menstruerende vrouw; hij moet berouw tonen en istighfār verrichten. Volgens de meerderheid van de geleerden (jumhūr) is het aanbevolen (mustahab) om een dinar of een half dinar aan ṣadaqah te geven, terwijl sommigen dit zelfs als verplicht (wājib) beschouwen.
Volgens de Ḥanafī-madhhab, als de menstruatiebloedstroom is gestopt en de vrouw nog geen ghusl (grote rituele wassing) heeft verricht, maar er reeds een gebedstijd is verstreken, is seksuele omgang met haar toegestaan.] (HA)
Slapen onder één deken met een menstruerende vrouw
الاضطجاع مع الحائض في لحاف واحد١٧٠ - حديث أُمِّ سَلَمَةَ، قَالَتْ: بَيْنَا أَنَا مَعَ النَّبِيِّ ﷺ مُضْطَجِعَةٌ فِي خَمِيلَةٍ، حِضْتُ، فَانْسَلَلْتُ، فَأَخَذْتُ ثِيَابَ حَيْضَتِي؛ فَقَالَ: أَنُفِسْتِ قُلْتُ: نَعَمْ فَدَعَانِي فَاضْطَجَعْتُ مَعَهُ فِي الْخَمِيلَةِ
170 – Van Umm Salamah (رضي الله عنها):Terwijl ik samen met an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) onder een wollen deken lag, begon ik te menstrueren. Ik glipte zachtjes weg om mijn menstruatiekleding aan te trekken.
Toen vroeg hij: “Ben je ongesteld geworden?”Ik antwoordde: “Ja.”
Toen nam hij mij weer bij zich onder de deken.
١٧١ - حديث أُمِّ سَلَمَةَ، قَالَتْ: وَكُنْتُ أَغْتَسِلُ أَنَا وَالنَّبِيُّ ﷺ مِنْ إِنَاءٍ وَاحِدٍ مِنَ الْجَنَابَةِ171 – Van Umm Salamah (رضي الله عنها):Ik verrichtte samen met an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) de ghusl (grote rituele wassing) van de janābah (grote staat van onreinheid) uit één en dezelfde kruik.Menstruerende vrouw mag het hoofd van haar echtgenoot wassen en kammen
جواز غسل الحائض رأس روجها وترجيله١٧٢ - حديث عَائِشَةَ، زَوْجِ النَّبِيِّ ﷺ، قَالَتْ: وَإِنْ كَانَ رَسُولُ اللهِ ﷺ لَيُدْخِلُ عَلَىَّ رَأْسَهُ وَهُوَ فِي الْمَسْجِدِ فأُرَجِّلُهُ، وَكَانَ لاَ يَدْخُلُ الْبيْتَ إِلاَّ لِحَاجَةٍ إِذَا كَانَ مُعْتَكِفًا172 – Van ʿĀishah (رضي الله عنها) de vrouw van an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) :Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) stak zijn hoofd bij mij naar binnen (en ik was in mijn menstruatie periode) terwijl hij in de moskee verbleef (i`tiqāf* ), en ik kamde zijn haar.
En hij kwam het huis alleen binnen wanneer dat nodig was, als hij in iʿtiqāf verbleef.[*: iʿtiqāf (afzondering in de moskee tijdens de laatste 10 dagen van Ramadān]
١٧٣ - حديث عَائِشَةَ، قَالَتْ: كَانَ النَّبِيُّ ﷺ يُبَاشِرُنِي وَأَنَا حَائِضٌ، وَكَانَ يُخْرِجُ رَأْسَهُ مِنَ الْمَسْجِدِ وَهُوَ مُعْتَكِفٌ فَأَغْسِلُهُ وَأَنَا حَائِضٌ173 – Van ʿĀishah (رضي الله عنها):an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) liefkoos mij terwijl ik in mijn menstruatie periode was. En hij stak zijn hoofd (in mijn kamer) uit de moskee terwijl hij in iʿtiqāf verbleef, en ik waste zijn hoofd terwijl ik zelf in mijn menstruatie periode was.
١٧٤ - حديث عَائِشَةَ، حَدَّثَتْ أَنَّ النَّبِيَّ ﷺ كَانَ يَتَّكِى فِي حَجْرِي وَأَنَا حَائِضٌ ثُمَّ يَقْرأُ الْقُرْآنَ174 – Van ʿĀishah (رضي الله عنها):an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) leunde tegen haar schoot terwijl zij in haar menstruatie periode was, en (in die toestand) reciteerde hij de Qur'ān.
(Over) madzī (afscheiding uit lust)المذي١٧٥ - حديثُ عَلِيٍّ، قَالَ: كُنْتُ رَجُلًا مَذَّاءً فَاسْتَحْيَيْتُ أَنْ أَسْأَلَ رَسُولَ اللهِ ﷺ فَأَمَرْتُ الْمِقْدَادَ ابْنَ الأَسْوَدِ فَسَأَلَهُ؛ فَقَالَ: فِيهِ الْوُضُوءُ175 – Van ʿAlī (رضي الله عنه):Ik was een man die vaak voorvocht (vóór de zaadlozing) had, en ik schaamde mij om Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) ernaar te vragen. Daarom vroeg ik Miqdād ibn al-Aswad om het namens mij te vragen.
Hij zei: “Daarvoor is de wuḍū’ (kleine rituele wassing) vereist.”
[De vloeistoffen die uit mannen komen, worden in vier categorien verdeeld:
a. Urine (idrār): Urine is volgens ijmāʿ (unanieme consensus) najis (onrein). Als de hoeveelheid de toegestane grens overschrijdt, moet het gewassen worden.
b. Wadzī: Dit is een kleverige vloeistof die soms na het urineren vrijkomt. Het is eveneens najis, net als urine.
c. Manī (sperma): Dit is de vloeistof die vrijkomt door seksuele opwinding of ejaculatie. Het vereist ghusl (grote rituele wassing).
d. Madzī: Een kleverige, witachtige vloeistof die soms vrijkomt tijdens speelsheid, verlangen of aanraking, bij zowel mannen als vrouwen.Deze vloeistof verbreekt de kleine wassing (wuḍūʾ), maar vereist geen ghusl.
Omdat het najis is, moet de persoon het geslachtsdeel wassen en opnieuw wuḍūʾ verrichten.Imām Abū Ḥanīfah en Imām ash-Shāfiʿī gebruiken de ḥadīth hierover als bewijs dat het vrijkomen van madhī altijd wuḍūʾ verplicht maakt.Het is toegestaan om iemand als vertegenwoordiger (wakīl) aan te stellen om een vraag te stellen of een fatwā te verkrijgen. Wanneer het onderwerp een intieme kwestie betreft die onder familieleden als gênant wordt beschouwd, is het gepast om via een tussenpersoon te handelen in plaats van direct te spreken.] (HA)
Het is toegestaan om te slapen terwijl men in staat van janābah is en het nemen van wuḍū’ voor het slapen gaanجواز نوم الجنب واستحباب الوضوء له
١٧٦ - حديث عَائِشَةَ، قَالَتْ: كَانَ النَّبِيُّ ﷺ إِذَا أَرَادَ أَنْ يَنَامَ وَهُوَ جُنُبٌ غَسَلَ فَرْجَهُ وَتَوَضَّأَ لِلصَّلاَةِ176 – Van ʿĀishah (رضي الله عنها):Wanneer an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) wilde slapen terwijl hij in staat van janābah (grote rituele onreinheid) was, dan waste hij zijn geslachtsdeel en verrichtte wuḍū’ (zoals) voor de ṣalāh.
١٧٧ - حديث ابْنِ عُمَرَ، أَنَّ عُمَرَ بْنَ الْخَطَّابِ سَأَلَ رَسُولَ اللهِ ﷺ أَيَرْقُدُ أَحَدُنَا وَهُوَ جُنُبٌ قَالَ: نَعَمْ، إِذَا تَوَضَّأَ أَحَدُكُمْ فَلْيَرْقُدْ وَهُوَ جُنُبٌ177 –Van `Abdullah Ibn ʿUmar (رضي الله عنهما):ʿUmar ibn al-Khaṭṭāb (رضي الله عنه) vroeg Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم): “Mag iemand van ons slapen terwijl hij in staat van janābah is?”
Hij antwoordde: “Ja, als iemand van jullie wuḍū’ verricht, mag hij slapen terwijl hij in staat van janābah is.”
١٧٨ - حديث عَبْدِ اللهِ بْنِ عُمَرَ، قَالَ: ذَكَرَ عُمَرُ ابْنُ الْخطَّابِ لِرَسُولِ اللهِ ﷺ أَنَّهُ تُصِيبُهُ الْجَنَابَةُ مِنَ اللَّيْلِ، فَقَالَ لَهُ رَسُولُ اللهِ ﷺ: تَوَضَّأْ وَاغْسِلْ ذَكَرَكَ ثُمَّ نَمْ 178-) Van ` `Abdullah Ibn `Umar (رضي الله عنهما):`Umar Ibn Khattāb vroeg an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) wat te doen als hij 's nachts in een staat van janābah was. Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) zei: “Verricht de wuḍū’ en was je geslachtsdeel, daarna kun je slapen.”
١٧٩ - حديث أَنَسِ بْنِ مَالِكٍ، أَنَّ نَبِيَّ اللهِ ﷺ كَانَ يَطُوفُ عَلَى نِسائِهِ فِي اللَّيْلَةِ الْوَاحِدَةِ وَلَهُ يَوْمَئِذٍ تِسْعُ نِسْوَةٍ179-) Van Anas Ibn Mālik (رضي الله عنه): an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) bezocht op één nacht zijn vrouwen, terwijl hij op dat moment negen vrouwen had.
De verplichting van ghusl voor de vrouw vanwege het komen van vloeistof (mā’)
وجوب الغسل على المرأة بخروج المني منها١٨٠ - حديث أُمِّ سَلَمَةَ؛ قَالَتْ: جَاءَتْ أُمُّ سُلَيْمٍ إِلَى رَسُولِ اللهِ ﷺ؛ فَقَالَتْ: يَا رَسُولَ الله إنَّ اللهَ لاَ يَسْتَحْيِي مِنَ الحَقِّ، فَهَلْ عَلَى الْمَرْأَةِ مِنْ غسْلٍ إِذَا احْتَلَمَتْ فَقَالَ النَّبِيُّ ﷺ: إِذَا رَأَتِ الْمَاءَ، فَغَطَّتْ أُمُّ سَلَمَةَ، تَعْنِي، وَجْهَهَا، وَقَالَتْ: يَا رَسولَ اللهِ وَتَحْتَلِمُ الْمَرْأَةُ قَالَ: نَعَمْ، تَرِبَتْ يَمِينُكِ، فَبِمَ يُشْبِهُهَا وَلَدُهَا180-) Ummu Salamah (رضي ا لله عنها): Ummu Sulaym kwam naar Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) en vroeg: 'O Rasûlullāh waarlijk schaamt (Ḥayā’) Allāh zich niet van de waarheid, is het verplicht om de grote rituele reiniging (ghusl) te verrichten als een vrouw een natte droom heeft?' an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) zei: 'Wel als ze merkt dat ze vochtig (mā’) is geworden.' Terwijl ze dit zei, bedekte Ummu Salamah haar gezicht uit schaamte. Ummu Sulaym vroeg verder: 'O Rasûlullāh komt er ook vocht uit een vrouw?' Hij zei: 'O Allāh zegen haar, ja, hoe anders zou het kind op haar lijken.”
[Ḥayā’ behoort tot het īmān. Allāh aarzelt niet de waarheid te zeggen. Hier is de reden waarom Ummu Sulaym (رضي الله عنها) dit vroeg: het was vanwege het feit dat sommige vrouwen de nachtelijke ejaculatie (iḥtilām) ervaren en anderen niet.] (HY)
De beschrijving van ghusl na janābahصفة غسل الجنابة١٨١ - حديث عَائِشَةَ زَوْجِ النَّبِيِّ ﷺ، أَنَّ النَّبِيَّ ﷺ كَانَ إِذَا اغْتَسَلَ مِنَ الجَنَابَةِ بَدَأَ فَغَسَلَ يَدَيْهِ، ثُمَّ يَتَوَضَّأُ كمَا يَتَوَضَّأُ لِلصَّلاَةِ، ثُمَّ يُدْخِلُ أَصَابِعَهُ فِي الْمَاءِ فَيخَلِّلُ بهَا أُصُولَ شَعَرِه، ثُمَّ يَصُبُّ عَلَى رَأْسِهِ ثَلاَثَ غُرَفٍ بِيَدَيْهِ، ثُمَّ يُفِيضُ الْمَاءَ عَلَى جِلْدِهِ كُلِّهِ181-) Van de vrouw van an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) ʿĀishah (رضي ا لله عنها):Als an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) de grote wassing (ghusl) verrichtte bij de grote onreinheid (janabah), begon hij eerst zijn handen te wassen, dan verrichtte hij de wuḍū’, zoals de wuḍū’ voor de ṣalāh. Dan bracht hij zijn vingers in het water en ging ermee door de wortels van zijn haren. Daarna goot hij drie handen vol water over zijn hoofd en tenslotte liet hij water over zijn hele lichaam lopen.
[De staat van janābah (rituele onreinheid) ontstaat bij zaadlozing (manī), wanneer het geslachtsdeel bij een man tot minstens de plaats van de besnijdenis de vrouw binnendringt, of bij vrouwen door menstruatie (ḥayḍ) of kraambloeding (nifās). Deze toestanden veroorzaken een onzichtbare onreinheid (ḥukmī), die uitsluitend kan worden verwijderd door de grote wassing (ghusl), zoals voorgeschreven in de islamitische wetgeving.
De term junub (iemand in staat van rituele onreinheid) betekent letterlijk “degene die zich afzijdig houdt” of “zich op afstand bevindt”, omdat degene die in janābah verkeert zich moet onthouden van bepaalde handelingen.
Het concept van reiniging bij janābah is niet uniek voor de Islām; ook bij de Arabieren in de jāhiliyyah (de periode vóór de Islām) bestonden bepaalde reinigingspraktijken die teruggaan op de leer van Ibrāhīm (عليه السلام). Zo zwoer Abū Sufyān, nadat zij bij Badr waren verslagen, geen water over zijn hoofd te gieten en dus geen ghusl te verrichten totdat er opnieuw strijd zou plaatsvinden. Ook binnen het jodendom en christendom zijn sporen terug te vinden van de praktijken van ghusl en wuḍū’.(AFK)
١٨٢ - حديث مَيْمُونَةَ، قَالَتْ: صَبَبْتُ لِلنَّبِيِّ ﷺ غُسْلًا، فَأَفْرَغَ بِيَمِينِهِ عَلَى يَسَارِهِ، فَغَسَلَهُمَا ثُمَّ غَسَلَ فَرْجَهُ، ثُمَّ قَالَ بِيَدِهِ الأَرْضَ، فَمَسَحَهَا بِالتُّرَابِ، ثُمَّ غَسَلَهَا، ثُمَّ تَمَضْمَضَ وَاسْتَنْشَقَ، ثُمَّ غَسَلَ وَجْهَهُ وَأَفَاضَ عَلَى رَأْسِهِ، ثُمَّ تَنَحَّى فَغَسَلَ قَدَمَيْهِ، ثُمَّ أُتِيَ بِمِنْدِيلٍ، فَلَمْ يَنْفُضْ بِهَا182-) Van Maymûnah (رضي ا لله عنها):Ik goot (water over) an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) om de ghusl (te verrichten). Hij goot het (water) met zijn rechterhand over zijn linkerhand, waste de beiden (handen), daarna waste hij zijn geslachtsdeel.
Daarna sloeg hij met zijn hand op de grond en wreef ermee over de aarde en waste zijn hand.
Daarna spoelde hij zijn mond en neus, waste zijn gezicht en goot water over zijn hoofd.
Daarna bewoog hij zich opzij en waste zijn voeten. Vervolgens werd er een handdoek gebracht, maar hij droogde zich er niet mee af.
١٨٣ - حديث عَائِشَةَ، قَالَتْ: كَانَ النَّبِيُّ ﷺ إِذَا اغْتَسَلَ مِنَ الْجَنَابَةِ دَعَا بِشَيْءٍ نَحْوَ الْحِلاَبِ فَأَخَذَ بِكَفِّهِ فَبَدَأَ بِشِقِّ رَأْسِهِ الأَيْمَنِ ثُمَّ الأَيْسَرِ، فَقَالَ بِهِمَا عَلَى رَأْسِهِ183-) Van ʿĀishah (رضي الله عنها): Wanneer an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) de grote wassing (ghusl) verrichtte vanwege janabah, vroeg hij om een vat zoals een ‘hilâb’ (een vat waarin kamelen worden gemolken, dat ongeveer vier liter bevat), en hij waste zijn rechterzijde, daarna zijn linkerzijde, en goot daarna water over zijn hoofd.”
Aanbevolen hoeveelheid water bij het wassen (ghusl) na janābah
القدر المستحب من الماء في غسل الجنابة١٨٤ - حديث عَائِشَة، قَالَتْ: كُنْتُ أَغْتَسِلُ أَنَا وَالنَّبِيُّ ﷺ مِنْ إِنَاءٍ وَاحِدٍ، مِنْ قَدَحٍ يُقالُ لَهُ الْفَرَ184-) Van ʿĀishah (رضي الله عنها): Ik verrichtte de grote wassing (ghusl) samen met an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) uit een 'faraq' (een soort vat van 12,5 tot 15 liter: 3 sa`a`).”
١٨٥ - حديث عَائِشَة سَأَلَهَا أَخُوهَا عَنْ غُسْلِ النَّبِيِّ ﷺ، فَدَعَتْ بِإِنَاءٍ نَحْوٍ مِنْ صَاعٍ، فَاغْتَسَلَتْ وَأَفَاضَتْ عَلَى رَأْسِهَا؛ وَبَيْنَنَا وَبَيْنَهَا حِجَابٌ (قَوْلَ أَبِي سَلَمَةَ)185-) Van Abû Salamah (رضي الله عنه): Op een dag gingen mijn broer (zoogbroer van ʿĀishah) en ik naar ʿĀishah: Haar zoogbroer vroeg haar over de ghusl van an-Nabī (صلى الله عليه وسلم). ʿĀishah vroeg om een vat van een ‘sa`a’ (ongeveer vier liter water), waste zich en goot water over haar hoofd. Overleveraar Abû Salamah zei: ‘Tussen ons en haar was een scherm’.
[Qādī ʿIyāḍ zei het volgende: “Het lijkt erop dat die twee personen zagen hoe ʿĀishah (رضي الله عنها) water over haar hoofd goot en het bovenlichaam waste, en dat zij de delen van het lichaam zagen die gezien mogen worden door iemand voor wie zij geen potentiële huwelijkspartner is. Want ʿĀishah (رضي الله عنها) was de zogenoemde zoogzus van Abū Salamah, aangezien zij gezoogd is door ʿĀishah’s zus Umm Kulthūm. De lichaamsdelen die niet gezien mogen worden heeft zij met een doek bedekt.] (HY))
١٨٦ - حديث أَنَسٍ، قَالَ: كَانَ النَّبِيُّ ﷺ يَغْسِلُ، أَوْ كَانَ يَغْتَسِلُ بِالصَّاعِ إِلَى خَمْسَةِ أَمْدَادٍ، وَيَتَوَضَّأُ بِالْمُدِّ186-) Van Anas (رضي الله عنه): an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) verrichtte ghusl met een ‘sa`a’ tot vijf ‘amdād’ (enkelvoud: mud)
[Een ‘sa`a’ (2,75 litervloeistof ), komt overeen met 5 amdād en is ongeveer vier liter), en de wuḍū’ met één ‘mud’ (komt overeen met iets meer dan een half liter (0,68 liter).](AFK)
Bij het verrichten van ghusl is het aanbevolen om drie keer water uit te gieten over het hoofd en andere plaatsen (van het lichaam)
استحباب إِفاضة الماء على الرأس وغيره ثلاثا١٨٧ - حديث جُبَيْرِ بْنِ مُطْعِمٍ، قَالَ: قَالَ رَسُولُ اللهِ ﷺ: أَمَّا أَنَا فَأُفِيضُ عَلَى رَأْسِي ثَلاَثًا، وَأَشَارَ بِيَدَيْهِ، كِلْتَيْهِمَا187-) Van Jubayr Ibn Mut`im (رضي الله عنه): Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) wees met zijn twee handen en zei: “Ik gooi drie keer (twee handvol) water over mijn hoofd.”
١٨٨ - حديث جَابِرِ بْنِ عَبْدِ اللهِ قَالَ أَبُو جَعْفَرٍ: إِنَّهُ كَانَ عِنْدَهُ هُوَ وَأَبُوهُ، وَعِنْدَهُ قَوْمٌ، فَسَأَلُوهُ عَنِ الْغُسْلِ، فَقَالَ: يَكْفِيكَ صَاعٌ، فَقَالَ رَجُلٌ: مَا يَكْفِينِي؛ فَقَالَ جَابِرٌ: كَانَ يَكْفِي مَنْ هُوَ أَوْفَى مِنْكَ شَعَرًا، وَخَيْرٌ مِنْكَ ثُمَّ أَمَّنَا فِي ثَوْبٍ188-) Van Jâbir Ibn `Abdullah via Abû Ja`far (رضي الله عنهما):Abū Jaʿfar zei: “Hij (Jābir) was bij ons, samen met zijn vader, en er waren ook andere mensen bij hem. Toen vroegen zij hem (Jâbir Ibn `Abdullah ) naar (de vereiste hoeveelheid water voor) de grote wassing (ghusl).Hij antwoordde: “Een hoeveelheid water van een sa`a is voldoende voor jullie.” Iemand uit de groep zei: “Het is niet genoeg voor mij.” Daarop zei Jâbir: “Zelfs de haar van degene die meer haardos heeft dan jij en nog beter is dan jij (an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) had genoeg aan dat (hoeveelheid) water.” Abū Jaʿfar zei: ‘Daarna ging hij ons voor in de ṣalāh, in een enkel kledingstuk gekleed.”
Het is aanbevolen voor de vrouw om na ghusl van de menstruatie musk te gebruiken
استحباب استعمال المغتسلة من الحيض فرصة من مسك في موضع الدم١٨٩ - حديث عَائِشَةَ أَنَّ امْرَأَةً سَأَلَتِ النَّبِيَّ ﷺ عَنْ غُسْلِهَا مِنَ الْمَحِيضِ، فَأَمَرَهَا كَيْفَ تَغْتَسِلُ، قَالَ: خُذِي فِرْصَةَ مِنْ مِسْكٍ فَتَطَهَّرِي بِهَا، قَالَتْ: كَيْفَ أَتَطَهَّرُ بِهَا قَالَ: تَطَهَّرِي بِهَا، قَالَتْ: كَيْفَ قَالَ: سُبْحانَ اللهِ تَطَهَّرِي بِهَا فَاجْتَبَذْتُهَا إِلَيَّ، فَقُلْتُ تَتَبَعِي بِهَا أَثَرَ الدَّمِ189-) Van ʿĀishah (رضي الله عنها): Een vrouw vroeg an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) hoe zij de ghusl na haar menstruatie moet verrichten. Hij zei: 'Neem een stuk katoenen (of een wollen) doek dat met musk geur is doordrenkt en reinig je daarmee.' De vrouw vroeg: 'Hoe moet ik het reinigen?' Hij zei: ‘Reinig je ermee’.De vrouw vroeg weer: 'Hoe moet ik het reinigen?'Hij zei: 'Subhanallah (Allah zij geprezen)! Reinig je gewoon!' Ik nam de vrouw apart en zei: 'Reinig je met dat doekje over de plaatsen waar (de restanten van het) bloed heeft gezeten.'
De mustaḥāḍah (vrouw met onregelmatige bloedingen), haar ghusl en haar ṣalāhالمستحاضة وغسلها وصلاتها
١٩٠ - حديث عَائِشَةَ، قَالَتْ: جَاءَتْ فَاطِمَةُ ابْنَةُ أَبِي حُبَيْشٍ إِلَى النَّبِيِّ ﷺ فَقَالَتْ يَا رَسُولَ اللهِ إِنِّي امْرَأَةٌ أُسْتَحَاضُ، فَلاَ أَطْهُرُ، أَفَأَدَعُ الصَّلاَةَ فَقَالَ رَسُولُ اللهِ ﷺ: لاَ، إِنَّمَا ذَلِكَ عِرْقٌ وَلَيْسَ بِحَيْضٍ، فَإِذَا أَقْبَلَتْ حَيْضَتُكِ فَدَعِي الصَّلاَةَ، وَإِذَا أَدْبَرَتْ فَاغْسِلِي عَنْكِ الدَّمَ ثُمَّ صَلِّي ثُمَّ تَوَضَّئِي لِكُلِّ صَلاَةٍ حَتَّى يَجِيءَ ذَلِكَ الْوَقْتُ190-) Van ʿĀishah (رضي الله عنها): Fātimah bint Abī Ḥubaysh kwam naar an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) en zei: ‘O Rasûlullāh , ik ben een vrouw die istihāḍah (onregelmatig bloedverlies buiten de menstruatie) heeft, en ik word niet rein. Moet ik dan de ṣalāh nalaten?”Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) antwoordde: 'Nee, dat is het bloed uit een ader, dat is geen menstruatiebloed. Als de menstruatie begint, moet je de ṣalāh nalaten. En als zij (menstruatie) voorbij is, moet je de grote wassing (ghusl) doen en het bloed reinigen, en blijf de vijf dagelijkse ṣalwāt doen totdat de volgende tijd (voor menstruatie) aanbreekt.
Hishām ibn Urwah zei: Mijn vader (Urwah ibn Zubayr) zei: “Tot (de dagen van menstruatie) verricht je wuḍū’ bij elke ṣalāh.”
١٩١ - حديث عَائَشَةَ زَوْجِ النَّبِيِّ ﷺ، أَنَّ أُمَّ حَبِيبَةَ اسْتُحِيضَتْ سَبْعَ سِنِينَ، فَسَأَلَتْ رَسُولَ اللهِ ﷺ عَنْ ذَلِكَ فَأَمَرَهَا أَنْ تَغْتَسِلَ، فَقَالَ: هذَا عِرْقٌ فَكَانَتْ تَغْتَسِلُ لِكُلِّ صَلاَةٍ191-) Van ʿĀishah (رضي الله عنها):
Waarlijk, Umm Ḥabībah had zeven jaar lang last van istihāḍah. Ze vroeg an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) om advies. Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) zei: 'Dit is een aandoening van een ader (`irq), dus was je en blijf de ṣalāh doen.' Ze waste zich (ghusl) dan voor elk ṣalāh.”
[Over de uitdrukking 'ze waste zich voor elk ṣalāh', zijn verschillende benaderingen geweest. De overleveraar Lays Ibn Sa`d heeft aangegeven dat zijn leraar Ibn Shihâb niet had gezegd dat an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) haar bevolen had voor elk ṣalāh zich te wassen (ghusl), maar dat ze dit uit zichzelf deed. De vrouw die bloedverlies had, moest zich wassen (ghusl) na haar menstruatie en voor de rest van de tijd alleen de ṣalāh verrichten met de wuḍū’.] (AFK)
De verplichting voor de menstruerende vrouw om haar vasten in te halen maar niet de ṣalāhوجوب قضاء الصوم على الحائض دون الصلاة١٩٢ - حديث عَائِشَةَ، أَنَّ امْرَأَةً قَالَتْ لَهَا: أَتَجْزِي إِحْدَانَا صَلاَتَهَا إِذَا طَهُرَتْ فَقَالَتْ: أَحَرُورِيَّةٌ أَنْتِ كُنَّا نَحِيضُ مَعَ النَّبِيِّ ﷺ فَلاَ يَأْمُرُنَا بِهِ، أَو قَالَتْ: فَلاَ نَفْعَلُهُ192-) Van ʿĀishah (رضي الله عنها): Een vrouw vroeg: 'Wanneer bij een van ons haar menstruatie periode is beëindigd, moet ze dan het gemiste ṣalwāt inhalen?' ʿĀishah antwoordde: “Ben je een Haruriyyah (een splitsing van de Khawarij secte of een dorp bij Kufa)? Als wij in het bijzijn van an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) menstrueerden beval hij ons niet om iets dergelijks te doen (of ze zei: .”
[De Harūrī-secte, ook bekend als de stroming van de Khawārij, ontstond ten tijde van de Slag bij Ṣiffīn, het conflict tussen ʿAlī en Muʿāwiyah (رضي الله عنهما). De aanhangers van deze stroming verwierpen het aanstellen van scheidsrechters tussen de strijdende partijen en stelden dat niemand behalve Allāh een oordeel mag vellen. Zij keerden zich af van het leger van ʿAlī ibn Abī Ṭālib (رضي الله عنه) en vestigden zich in het gebied van Harūrā.
De Khawārij, die voornamelijk afkomstig waren uit bedoeïenenstammen, hingen de opvatting aan dat een moslim die een grote zonde begaat als ongelovige moet worden beschouwd. Tegenover medemoslims die hun visie niet deelden, stonden zij bekend om hun hardheid en meedogenloosheid. Hun religieuze benadering was sterk letterlijk en vormelijk, zonder aandacht voor de diepere wijsheid achter de teksten.
Om die reden is de term Khārijī in de loop der tijd symbool geworden voor een opstandige, strenge en ongenuanceerde houding, waarbij het begrip van de achterliggende doelen van geboden en verboden ontbreekt.
Volgens de Khawārij is de Qurʾān, zonder noodzaak tot interpretatie of uitleg, de enige bron voor zowel geloof als handelen en dient deze strikt letterlijk te worden toegepast. Vanuit hun principe “Het oordeel behoort uitsluitend aan Allāh” wezen zij andere vormen van uitleg, jurisprudentie, beoordeling of wetgeving af. Overgeleverd is dat de Harūrī’s van mening waren dat een vrouw tijdens haar menstruatie de ṣalāh die zij in die periode heeft gemist, alsnog moet inhalen, omdat de kwestie volgens hen niet expliciet in de Qurʾān wordt behandeld.
Authentieke overleveringen van an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) maken echter duidelijk dat een menstruerende vrouw zowel de ṣalāh als het vasten onderbreekt, en dat zij na afloop van haar menstruatie alleen de vasten inhaalt, maar niet de gemiste ṣalawāt. Deze praktijk is bovendien door de eeuwen heen consequent door de moslimgemeenschap gevolgd, gebaseerd op het voorbeeld van de vrouwen van an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) en de vrouwelijke ṣaḥābah (رضي الله عنهن), waardoor zij het niveau van overgeleverde praktijk (tawātur*) heeft bereikt.
Toen ʿĀʾiṣhah (رضي الله عنها) een vrouw die hierover een vraag stelde antwoordde met: “Ben je soms een Harūrī?”, was dit een terechtwijzing vanwege het negeren van de sunnah. Zij herinnerde haar aan de vaststaande praktijk van de sunnah en maakte duidelijk dat het voor een menstruerende vrouw niet verplicht is de gemiste ṣalāh in te halen.] (Diyanet)[*: tawātur: de overlevering van informatie is door zóveel onafhankelijke en betrouwbare personen in elke schakel van de keten van overleveraars, vanaf de oorsprong tot aan de ontvangers, dat collectieve leugen of vergissing uitgesloten is]
Na ghusl (de schaamdelen) bedekken met kleding of iets andersتستر المغتسل بثوب ونحوه١٩٣ - حديث أُمِّ هَانِىءٍ بِنْتِ أَبِي طَالِبِ، قَالَتْ: ذَهَبْتُ إِلَى رَسُولِ اللهِ ﷺ عَامَ الْفَتْحِ فَوَجَدْتُهُ يَغْتَسِلُ، وَفَاطِمَةُ ابْنَتُهُ تَسْتُرُهُ، قَالَتْ، فَسَلَّمْتُ عَلَيْهِ؛ فَقَالَ: مَنْ هذِهِ فَقُلْتُ: أَنَا أُمُّ هَانِىءٍ بِنْتُ أَبي طَالِبٍ؛ فَقَالَ: مَرْحَبًا بِأُمِّ هَانِىءٍ فَلَمَّا فَرَغَ مِنْ غُسْلِهِ، قَامَ فَصَلَّى ثَمَانِيَ رَكَعَاتٍ، مُلْتَحِفًا فِي ثَوْبٍ وَاحِدٍ، فَلَمَّا انْصَرَفَ قُلْتُ يَا رَسُولَ اللهِ زَعَمَ ابْنُ أُمِّي أَنَّهُ قَاتِلٌ رَجُلًا قَدْ أَجَرْتُهُ، فُلاَنَ بْنَ هُبَيْرَةَ؛ فَقَالَ رَسُولُ اللهِ ﷺ: قَدْ أَجَرْنَا مَنْ أَجَرْتِ يَا أُمَّ هَانِىءٍ، قَالَتْ أُمُّ هَانِىءٍ: وَذَاكَ ضُحًى193-) Van Ummu Hânî bintü Abî Tâlib (رضي الله عنها): In het jaar van de verovering (van Makkah) ging ik naar Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم). En ik trof hem aan terwijl hij de grote wassing (ghusl) aan het verrichten was. Zijn dochter Fātimah schermde hem af (met een doek).
Ze (Ummu Hāniʾ) zei: 'Ik gaf hem de salām.Hij vroeg: 'Wie is die vrouw?' Ik zei: 'Ik ben Ummu Hāniʾ, de dochter van Abû Tālib' Hij zei: 'Welkom (marhaba), Ummu Hāniʾ.'Nadat hij zijn wassing (ghusl) had voltooid, droeg hij een doek om zich heen en verrichtte acht rakaʿāt (ṣalāh adduḥā).
Toen hij klaar was met zijn ṣalāh, zei ik: 'O Rasûlullāh, mijn neef (`Alī ibn Abi Tālib') zegt dat hij degene die onder mijn bescherming staat, de zoon van Hubayrah, wil doden.' Rasûlullāh hij (صلى الله عليه وسلم) zei: 'Degene die jij hebt beschermd, hebben wij ook onder onze bescherming genomen, o Ummu Hāniʾ!'“Ummu Hāniʾ zei: En dat was tijdens de voormiddag (duḥā).”
[Ummu Hāniʾ (رضي الله عنها) is de dochter van Abū Ṭālib, de oom van Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم), en tevens de zus van ʿAlī (رضي الله عنه). Er is verschil van mening over haar ware naam. Ze werd moslim op de dag dat Makkah werd veroverd, dat is in het 8e jaar nH.
Iemand die ghusl verricht, mag dit doen in het bijzijn van een vrouwelijke maḥram, op voorwaarde dat er een afscheiding of barrière tussen hen aanwezig is. Het is toegestaan (mubāḥ) om de ṣalāh adduḥā acht rakaʿāt te verrichten.] (HA)
Toegestaan om naakt ghusl te verrichten in afzondering
جواز الاغتسال عريانًا في الخلوة١٩٤ - حديث أَبِي هُرَيْرَةَ عَنِ النَّبِيِّ ﷺ، قَالَ: كَانَتْ بَنُو إِسْرَائِيلَ يَغْتَسِلُونَ عُرَاةً يَنْظُرُ بَعْضُهُمْ إِلَى بَعْضٍ، وَكَانَ مُوسى يَغْتَسِلُ وَحْدَهُ؛ فَقَالُوا وَاللهِ مَا يَمْنَعُ مُوسى أَنْ يَغْتَسِلَ مَعَنَا إِلاَّ أَنَّهُ آدَرُ، فَذَهَبَ مَرَّةً يَغْتَسِلُ فَوَضَعَ ثَوْبَهُ عَلَى حَجَرٍ، فَفَرَّ الْحَجَرُ بِثَوْبِهِ، فَخَرَجَ مُوسى فِي إِثْرِهِ يَقُولُ ثَوْبِي يَا حَجَرُ حَتَّى نَظَرَتْ بَنُو إِسْرَائيلَ إِلَى مُوسى، فَقَالُوا وَاللهِ مَا بِمُوسى مِنْ بَأْسٍ؛ وَأَخَذَ ثَوْبَهُ وَطَفِقَ بِالْحَجَرِ ضَرْبًا
فَقَالَ أَبُو هُرَيْرَةَ: وَاللهِ إِنَّهُ لَنَدَبٌ بِالْحَجَرِ سِتَّةٌ أَوْ سَبْعَةٌ ضَرْبًا بِالْحَجَرِ
194-) Van Abû Hurayrah (رضي الله عنه): an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) zei: “De zonen van Israël wasten zich naakt en ze bekeken elkaar. Toen ze zagen dat Mûsâ عليه السلام zich alleen waste zeiden ze: Bij Allāh, wat belet Mūsā om zich afzonderlijk te wassen en niet samen met ons. Hij heeft zeker een zakbreuk.' Op een keer wilde hij zich wassen (ver van de mensen). Hij legde zijn kleding op een steen, en toen ging die steen met zijn kleding vandoor.Hij riep: 'O steen, breng mijn kleding terug,!' Hij achtervolgde de steen, tot de zonen van Israël naar Mûsâ عليه السلام keken en zeiden: 'Bij Allāh, Mûsâ heeft geen enkel (lichamelijk) gebrek.' Hij pakte zijn kleding en (uit woede) begon hij de steen te slaan.”Ebu Hurayrah zei: “Bij Allāh op de steen waren zes of zeven groeven zichtbaar.”
Zorg dragen voor het bedekken van de 'awrah
الاعتناء بحفظ العورة١٩٥ - حديث جَابِرِ بْنِ عَبْدِ اللهِ، أَنَّ رَسُولَ اللهِ ﷺ كَانَ يَنْقُلُ مَعَهُمُ الْحِجَارَةَ لِلْكَعْبَةِ، وَعَلَيْهِ إِزَارُهُ؛ فَقَالَ لَهُ الْعَبَّاسُ عَمُّهُ يَا ابْنَ أَخِي لَوْ حَللْتَ إِزَارَكَ فَجَعَلْتَهُ عَلَى مَنْكِبَيْكَ دُونَ الْحِجَارَةِ قَالَ فَحَلَّهُ فَجَعَلَهُ عَلَى مَنْكِبَيْهِ، فَسَقَطَ مَغْشِيًّا عَلَيْهِ؛ فَمَا رُئِيَ بَعْدَ ذلِكَ عُرْيانًا/ ﷺ195 -) Van Jâbir Ibn `Abdullah (رضي الله عنه): (Voor zijn profeetschap) droeg Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) samen met de mensen (van Quraysh) stenen voor de verbouwing van de Ka`bah. Hij droeg een onderkleed (izâr) om zijn middel. Zijn oom Abbâs zei: 'O zoon van mijn broer, zou je (een deel van) je onderkleed niet van je middel kunnen losmaken en het om je schouders binden om de stenen erop te zetten?' (Jabir of degene die dit aan hem heeft verteld) zei: an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) deed dit, maar viel onmiddellijk flauw. Daarna werd hij nooit meer naakt gezien.”[Deze gebeurtenis vond plaats vóórdat an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) met het profeetschap werd belast.
Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) stond echter ook vóór zijn profeetschap al onder goddelijke bescherming en leiding.] (AFK)
Ghusl is verplicht vanwege (het vrijkomen van) water (zaadlozing)
إِنما الماء من الماء١٩٦ - حديث أَبِي سَعِيدٍ الْخُدْرِيِّ، أَنَّ رَسُولَ اللهِ ﷺ أَرْسَلَ إِلَى رَجُلٍ مِنَ الأَنْصَارِ فَجَاءَ وَرَأْسُهُ يَقْطُرُ؛ فَقَالَ النَّبِيُّ ﷺ: لَعَلَّنَا أَعْجَلْنَاكَ، فَقَالَ: نَعَمْ؛ فَقَالَ رَسُولُ اللهِ ﷺ: إِذَا أُعْجِلْتَ أَوْ قُحِطْتَ فَعَلَيْكَ الْوُضُوءُ196-) Van Abû Said al-Khudrī (رضي الله عنه):Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) stuurde een boodschap naar een man van de Ansār en beval hem te komen. De man kwam terwijl er druppels water van zijn hoofd vielen. an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) zei: “Blijkbaar hebben we je ertoe gebracht je te haasten.” De man zei: “Ja.” Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) zei: “Als je tijdens gemeenschap wordt gedwongen te haasten of als er geen zaadlozing plaatsvindt, volstaat het om wuḍū’ te verrichten.”
١٩٧ - حديث أُبَيِّ بْنِ كَعْبٍ، أَنَّهُ قَالَ: يَا رَسُولَ اللهِ إِذَا جَامَعَ الرَّجُلُ الْمَرْأَةَ فَلَمْ يُنْزِلْ قَالَ: يَغْسِلُ مَا مَسَّ الْمَرْأَةَ مِنْهُ ثُمَّ يَتَوَضَّأُ وَيُصَلِّي197-) Van Ubay Ibn Ka`b (رضي الله عنه): Ik vroeg, o Rasûlullāh, als iemand geslachtsgemeenschap met zijn vrouw heeft maar geen zaadlozing heeft gehad, wat dient hij te doen?Hij zei: 'Die persoon moet zijn geslachtsdeel wassen en vervolgens zijn wuḍū’ verrichten en de ṣalāh verrichten.
١٩٨ - حديث عُثْمَانَ بْنِ عَفَّانَ ﵁، قَالَ لَهُ زَيْدُ بْنُ خَالِدٍ: أَرَأَيْتَ إِذَا جَامَعَ فَلَمْ يُمْنِ قَالَ عُثْمَانُ: يَتَوَضَّأُ كَمَا يَتَوَضَّأُ لِلصَّلاَةِ وَيَغْسِلُ ذَكَرَهُ؛ قَالَ عُثْمَانُ: سَمِعْتُهُ مِنْ رَسُولِ اللهِ ﷺ198-) Van `Uthmân Ibn Affân (رضي الله عنه):Zayd ibn Khālid vroeg `Uthmân Ibn Affân (رضي الله عنه): “Als iemand geslachtsgemeenschap met zijn vrouw heeft maar geen zaadlozing heeft gehad, wat dient hij te doen”?`Uthmân zei: “Hij moet zijn geslachtsdeel wassen en wuḍū’ van de ṣalāh verrichten,. Ik hoorde dit van Rasûlullāh”.(Zayd zei): “Dit heb ik aan Ali, Zubayr, āā en Ubayy Ibn Ka'b gevraagd (en zij gaven hetzelfde advies).”
[De opvatting dat na gemeenschap zonder zaadlozing geen ghusl verplicht is, is later afgeschaft (naskh). In de vroege periode van de Islām gold dat ghusl alleen vereist was wanneer er zaadlozing plaatsvond. Deze regeling was bedoeld als een vergemakkelijking (rukhsah) in de beginfase, maar werd vervolgens opgeheven. Ubayy ibn Kaʿb (رضي الله عنه) zei hierover: “Ghusl was slechts verplicht bij zaadlozing.
Dit was een vergemakkelijking in de eerste jaren van de Islām, maar later werd deze vergemakkelijking opgeheven.” (At-Tirmidzī, Ṭahārah: 81; Abū Dāwūd, Ṭahārah: 84)
Imām Tirmiḏī vermeldt in het vervolg van deze ḥadīth dat deze kwestie door meerdere metgezellen is overgeleverd, waaronder Ubayy ibn Kaʿb (رضي الله عنه) en Rāfiʿ ibn Khadīj (رضي الله عنه). Volgens de meerderheid van de geleerden luidt de geldende praktijk: “Wanneer iemand gemeenschap heeft met zijn echtgenote, is ghusl verplicht, ook als er geen zaadlozing plaatsvindt.”
Hoewel de oorspronkelijke regeling werd afgeschaft, waren sommige metgezellen niet op de hoogte van deze wijziging en bleven zij aanvankelijk de oude praktijk volgen. Toen de juiste regelgeving hen later werd verduidelijkt, keerden zij terug van hun eerdere opvatting. In de ḥadīth-verzamelingen zijn talrijke overleveringen te vinden die dit onderwerp behandelen.
Een daarvan is de overlevering van ʿĀʾishah (رضي الله عنها). De moslims discussieerden onderling over deze kwestie en wendden zich, toen zij er niet uitkwamen, tot haar voor opheldering. Zij antwoordde: “Jullie hebben het gevraagd aan iemand die er goed van op de hoogte is. Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) zei: ‘Wanneer iemand tussen de vier lichaamsdelen van de vrouw plaatsneemt en de besneden delen elkaar raken, is ghusl verplicht.’” (Muslim, Ḥayḍ: 88; Abū Dāwūd, Ṭahārah: 84).] (AFK)
Afschaffing (naskh) van de regel ‘Ghusl is slechts verplicht vanwege de vloeistof en de verplichting van ghusl bij het samenkomen van de twee geslachtsdelenنسخ (الماء من الماء) ووجوب الغسل بالتقاء الختانين١٩٩ - حديث أَبِي هُرَيْرَةَ عَنِ النَّبِيِّ ﷺ، قَالَ: إِذَا جَلَسَ بَيْنَ شُعَبِهَا الأَرْبَعِ ثُمَّ جَهَدَهَا فَقَدْ وَجَبَ الْغُسْل199-) Van Abû Hurayrah (رضي الله عنه): an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) zei: “Als een man zich tussen haar vier lichaamsdelen bevindt en haar (lichamelijk) tot uitputting brengt, dan is de ghusl verplicht geworden”.
Afschaffing (naskh) van de wudūʾ vanwege dingen die op vuur zijn gekookt.”
نسخ الوضوء مما مست النار٢٠٠ - حديث عَبْدِ اللهِ بْنِ عَبَّاسٍ، أَنَّ رَسُولَ اللهِ ﷺ أَكَلَ كَتِفَ شَاةٍ ثُمَّ صَلَّى وَلَمْ يَتَوَضَّأْ200-) Van `Abdullah Ibn Abbâs (رضي الله عنهما):Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) at een (gebraden) lamsbout en verrichtte daarna de ṣalāh, zonder eerst wuḍū’ te verrichten.”
٢٠١ - حديث عَمْرِو بْنِ أُمَيَّةَ، أَنَّهُ رَأَى رَسُولَ اللهِ ﷺ يَحْتَزُّ مِنْ كَتِفِ شَاةٍ، فَدُعِيَ إِلَى الصَّلاَةِ فَأَلْقَى السِّكِّينَ، فَصَلَّى وَلَمْ يَتَوَضَّأْ201-) Van Amr Ibn Umayyah (رضي الله عنه): Ik zag Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) vlees van schapenschouder eten, en daarna werd de oproep tot de ṣalāh (adhān) verricht; hij legde het mes neer en verrichtte de ṣalāh zonder zijn wuḍū’ te vernieuwen.”
٢٠٢ - حديث مَيْمُونَةَ، أَنَّ النَّبِيَّ ﷺ أَكَلَ عِنْدَهَا كَتِفًا، ثُمَّ صَلَّى وَلَمْ يَتَوَّضَّأْ202-) Maymûnah (رضي ا لله عنها):an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) at bij mij (gebraden) schapenschouder vervolgens verrichtte hij de ṣalāh zonder zijn wuḍū’ te vernieuwen’.
[Eens at an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) een vleesgerecht, verrichtte wuḍū’ en verrichtte de ṣalāh. Hieruit concludeerden sommigen dat het eten van vlees het verrichten van wuḍū’ verplicht zou maken.]
٢٠٣ - حديث ابْنِ عَبَّاسٍ، أَنَّ رَسُولَ اللهِ ﷺ شَرِبَ لَبَنًا فَمَضْمَضَ وَقَالَ: إِنَّ لَهُ دَسَمًا203-) Van Ibn Abbâs (رضي الله عنهما):Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) dronk melk en spoelde zijn mond (met water) en zei: 'Het was vet.'“
Het bewijs dat wie zeker is van zijn reinheid (ṭahārah) en daarna twijfelt of er een toestand van onreinheid (ḥadath) heeft plaatsgevonden, in deze staat van reinheid mag bidden
الدليل على أن من تيقن الطهارة ثم شك في الحدث فله أن يصلي بطهارته٢٠٤ - حديث عَبْدِ اللهِ بْنِ زَيْدِ بْنِ عَاصِمٍ الأَنْصَارِيِّ، أَنَّهُ شَكَا إِلَى رَسُولِ اللهِ ﷺ، الرَّجُلُ الَّذِي يُخَيَّلُ إِلَيْهِ أَنَّهُ يَجِدُ الشَّيْءَ فِي الصَّلاَةِ، فَقَالَ: لاَ يَنْفَتِلْ أَوْ لاَ يَنْصَرِفْ حَتَّى يَسْمَعَ صَوْتًا أَوْ يَجِدَ رِيحًا204-) Van ʿAbdullāh ibn Zayd ibn ʿĀṣim al-Anṣārī (رضي الله عنه):Een man (zijn oom) klaagde eens bij Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) en vertelde dat hij tijdens de ṣalāh het gevoel had dat hij een wind laat (waardoor zijn wuḍū’ mogelijk verbreekt).
Daarop zei hij: “Laat hem de ṣalāh niet afbreken en weggaan, tenzij hij een geluid gehoord of een geur geroken heeft.”
De reiniging van de huid van dode dieren door middel van looien
طهارة جلود الميتة بالدباغ٢٠٥ - حديث ابْنِ عَبَّاسٍ، قَالَ: وَجَدَ النَّبِيُّ ﷺ شَاةً مَيِّتَةً أُعْطِيَتْهَا مَولاَةٌ لمَيْمُونَةَ مِنَ الصَّدَقَةِ، فَقَالَ النَّبِيُّ ﷺ: هَلاَّ انْتَفَعْتُمْ بِجِلْدِهَا، قَالُوا: إِنَّهَا مَيْتَةٌ؛ قَالَ: إِنَّمَا حَرُمَ أَكْلُهَا205-) Van Ibn Abbâs (رضي الله عنهما): Een vrijgelaten slavin van Maymûnah kreeg een schaap als aalmoes, maar het stierf.
an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) zei: ”Waarom hebben jullie de huid er niet afgestroopt? (Als je die looit heb je er nog iets aan?)”Ze zeiden: “Maar het is een dood dier (niet ritueel geslacht).”Hij zei: “Alleen het vlees (van een dood dier) heeft (Allāh) verboden, (maar niet de huid).”