As-Siddieq — Kenniscentrum Islam

Shufʿah: Voorkooprecht

Onderwerp: Hadith

Lees dit boek in de online lezer

Shufʿah: Voorkooprecht

١٠٣٦ - حديث جَابِرِ بْنِ عَبْدِ اللهِ، قَالَ: قَضى رَسُولُ اللهِ ﷺ بِالشُّفْعَةِ فِي كُلِّ مَا لَمْ يُقْسَمْ، فَإِذَا وَقَعَتِ الْحُدُودُ وَصُرِّفَتِ الطُّرُقُ فَلاَ شُفْعَةَ1036 – Van Jābir ibn ʿAbdillah رضي الله عنه):Rasûlullāh (صلى الله عليه وسلم) heeft geoordeeld dat voorkooprecht (shufʿah) geldt voor alles wat nog niet verdeeld is. Zodra echter de grenzen (van percelen of weilanden) zijn vastgesteld en de wegen zijn bepaald, bestaat er geen recht meer op shufʿah.

{De zogenaamde shufʿah, ook wel het voorkooprecht bij onroerende goederen, houdt in dat een mede-eigenaar of een aangrenzende buur het recht heeft om een verkocht goed van de koper terug te nemen door het aankoopbedrag te betalen.}

[Bij de verkoop van een onroerend goed of een deel daarvan wordt het concept van shufʿah toegepast om het voorkooprecht aan te duiden. Dit principe komt ook in andere culturen en rechtssystemen voor en wordt in de islamitische jurisprudentie, binnen bepaalde grenzen, erkend.Vooral bij gemeenschappelijk eigendom hebben mede-eigenaren van een aandeel het eerste recht om dat aandeel te kopen wanneer het te koop wordt aangeboden. De logica achter deze regeling is veelzijdig: het voorkomt dat mede-eigenaren worden benadeeld, dat het goed versnipperd raakt, dat het minder functioneel wordt gebruikt, en het helpt conflicten te vermijden.] (Diyanet)

Een balk in de muur van de buurman plaatsen

غرز الخشب في جدار الجار

١٠٣٧ - حديث أَبِي هُرَيْرَةَ ﵁، أَنَّ رَسُولَ اللهِ ﷺ، قَالَ: لاَ يَمْنَعُ جَارٌ جَارَهُ أَنْ يَغْرِزَ خَشَبَهُ فِي جِدَارِهِ، ثُمَّ يَقُولُ أَبُو هُرَيْرَةَ: مَالِي أَرَاكُمْ عَنْهَا مُعْرِضِينَ وَاللهِ لأَرْمِيَنَّ بِهَا بَيْنَ أَكْتَافِكُمْ

1037 – Van Abū Hurayrah (رضي الله عنه):Rasūlullāh (صلى الله عليه وسلم) zei: “Een buurman mag zijn buurman niet beletten om een balk in zijn muur te plaatsen.”Daarna zei Abū Hurayrah (toen hij vernam dat sommigen niet tevreden waren): “Wat is er met jullie; ik zie dat jullie je van (de sunnah) afwijken? Bij Allāh, als jullie deze uitspraak (sunnah) niet accepteren en er niet welwillend naar handelen, dan zal ik de stam van die boom op jullie schouders leggen. (Ik zal mij inspannen totdat ik deze regel onder jullie heb gevestigd.”).

[In de Islām is het eigendomsrecht in wezen fundamenteel. Daarom zijn geleerden, onder andere Imām Abû Hanifah, van mening dat het bevel in de ḥadīth geen verplichting aanduidt, maar bedoeld is om onderlinge hulp en solidariteit te bevorderen.] (AFK)

Het verbod op onrecht en het in bezit nemen van andermans land of andere (eigendommen)

تحريم الظلم وغصب الأرض وغيرها

١٠٣٨ - حديث سَعِيدِ بْنِ زَيْدِ بْنِ عَمْرِو بْنِ نفَيْلٍ، أَنَّهُ خَاصَمَتْه أَرْوى فِي حَقِّ، زَعَمَتْ أَنَّهُ انْتَقَصَهُ لَهَا، إِلَى مَرْوَانَ، فَقَالَ سَعِيدٌ: أَنَا أَنْتَقِصُ مِنْ حَقِّهَا شَيْئًا أَشْهدُ لَسَمِعْتُ رَسُولَ اللهِ ﷺ يَقولُ: مَنْ أَخَذَ شِبْرًا مِنَ الأَرْضِ ظلْمًا فَإِنَّهُ يُطَوَّقُهُ يَوْمَ الْقِيَامَةِ مِنْ سَبْعِ أَرَضِينَ

1038 – Van Saʿīd ibn Zayd ibn ʿAmr ibn Nufayl (رضي الله عنهما):Saʿīd ibn Zayd werd door een vrouw genaamd Arwā (bint Aws) aangeklaagd in een geschil over een stuk grond, waarvan zij beweerde dat hij het van haar had ontnomen. De zaak werd voorgelegd aan Marwān (de gouverneur van Madīnah).Toen zei Saʿīd: “Zou ík haar onrecht aandoen door iets van haar recht af te nemen? Ik getuig dat ik Rasūlullāh (صلى الله عليه وسلم) heb horen zeggen: ‘Wie ook maar een handbreedte grond onrechtmatig in bezit neemt, zal waarlijk op de Dag des Oordeels een halsband krijgen die zeven lagen van die grond om zijn nek gewikkeld zal worden.”

١٠٣٩ - حديث عَائِشَةَ عَنْ أَبِي سَلَمَةَ، أَنَّهُ كَانَتْ بَيْنَهُ وَبَيْنَ أُنَاسٍ خُصُومَةٌ، فَذَكَرَ لِعَائِشَةَ، فَقَالَتْ: يَا أَبَا سَلَمَةَ اجْتَنِبَ الأَرْضَ، فَإِنَّ النَّبِيَّ ﷺ قَالَ: مَنْ ظَلَمَ قِيدَ شِبْرٍ مِنَ الأَرْضِ طُوِّقَهُ مِنْ سَبْعِ أَرَضِينَ

1039 – Van ʿĀʾishah via Abū Salamah (رضي الله عنهما):Abū Salamah vertelde dat hij een geschil/vijandschap had met sommige mensen over (een stuk) grond.

Toen hij dit aan ʿĀʾishah voorlegde, zei zij: “O Abū Salamah, blijf ver weg van andermans grond! Want an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) heeft gezegd: : ‘Wie ook maar een handbreedte grond onrechtmatig in bezit neemt, zal waarlijk op de Dag des Oordeels een halsband krijgen die zeven lagen van die grond om zijn nek gewikkeld zal worden.”

Bepaal (of schat) de weg wanneer zij erover van mening verschillen

قدر الطريق إِذا اختلفوا فيه

١٠٤٠ - حديث أَبِي هُرَيْرَةَ ﵁، قَالَ: قَضَى النَّبِيُّ، إِذَا تَشَاجَرُوا فِي الطَّرِيقِ، بِسَبْعَةِ أَذْرُعٍ

1040 – Van Abū Hurayrah (رضي الله عنه):an-Nabī (صلى الله عليه وسلم) heeft geoordeeld dat, wanneer mensen ruzie maken over de weg (de weide die tussen de akkers ligt), wordt de breedte van de weg vastgesteld op zeven dhirā` (4,5 tot 5 meter).

[Wanneer grondeigenaren het niet eens worden over de breedte van een weg die als doorgang voor het publiek moet dienen, wordt volgens deze ḥadīth geoordeeld dat deze minstens zeven dhirā` breed moet zijn.

De maat dhirāʿ(of arshin tijdens het Ottomaans Rijk) is een traditionele markteenheid die gelijkstaat aan ongeveer 68,58 cm. Er is ook de maat andāzah, een andere markteenheid die ongeveer 65,25 cm bedraagt. Deze twee maten liggen dicht bij elkaar.In moderne metrische waarden geldt het volgende:

1 dhirāʿ = 0,757738 meter

1 vingerbreedte (1/24 dhirāʿ) = 0,031572 meter] (HY)